Wognum — leven op de rug, tussen Leek, kerk, schout en kroeg
Wognum moet je niet beginnen bij de dorpskern alleen. Wie Wognum echt wil begrijpen, moet beginnen onder het dorp: bij de kreekruggen, het veen, de oude waterlopen en de dijken die het land langzaam bewoonbaar maakten. Onder de Raadhuisstraat, Kerkstraat, Oosteinderweg, Westeinderweg, Oude Gouw, Zomerdijk en Kleine Zomerdijk ligt een veel oudere geschiedenis dan de huizen laten zien.
Al in de Bronstijd was hier bewoning. Rond 1700 v.Chr. woonden mensen in het gebied tussen de Oude Gouw en de Kleine Zomerdijk. Mogelijk lag er ook bewoning tussen de A.C. de Graafweg en de Westeinderweg, bovenaan de Tramweg. Het waren mensen die leefden op hogere delen in een landschap van kreekruggen en natte lagere gronden. Maar dat landschap bleef niet veilig. Door stijgende zee- en grondwaterstanden raakte het gebied steeds natter. Tussen ongeveer 700 en 650 v.Chr. hield de bewoning vermoedelijk op. Daarna veranderde West-Friesland lange tijd in moeras en veenland.
Pas tussen ongeveer 850 en 950 na Christus keerden mensen terug. Zij kwamen in een landschap dat bedekt was met veen, doorsneden door natuurlijke stroompjes. Eén daarvan was de Kromme Leek. Die waterloop werd bepalend voor Wognum, Nibbixwoud, Wadway, Zomerdijk en de lage landen daaromheen. De eerste bewoners begonnen het veen te ontwateren met sloten. Dat maakte landbouw en veeteelt mogelijk, maar het had ook een prijs: het veen klonk in, het maaiveld zakte en het land werd opnieuw kwetsbaar voor water.
Daarom horen bij Wognum niet alleen huizen en kerken, maar ook daliegaten, sloten, kaden, molens, Zomerdijk, Kleine Zomerdijk, Oude Gouw, Leek, Rijsdam en Vier Noorderkoggen. De geschiedenis van Wognum is een geschiedenis van wonen op hogere ruggen en voortdurend vechten tegen water.
Naam, kerk en vroege bewoning
De naam Wognum gaat ver terug. Oude vormen zijn onder meer Wokgunge, Wognem, Woggenom, Woggenum, Woggelum en Wognum. De naam wordt vaak verklaard als een combinatie van een persoons- of familienaam Wogen/Wogging en hem of um: de woonplaats van Wogen en zijn nakomelingen.
Al in 1063 wordt een kapel genoemd. Dat maakt Wognum tot een van de vroege kerkplaatsen in westelijk West-Friesland. De huidige hervormde kerk aan de Raadhuisstraat, oorspronkelijk gewijd aan St. Hiëronymus, bewaart nog lagen van die lange geschiedenis. In het westelijke deel van het schip kunnen tufstenen resten van een 12e-eeuwse kerk zitten. In de 15e eeuw werd de kerk vernieuwd en verrees de forse toren. Begin 16e eeuw kwam het hogere koor tot stand. Later kreeg de kerk gietijzeren vensters, een preekstoel uit de 17e eeuw, een doophek met doopboog uit 1775 en memorieborden voor de Vrede van Breda van 1667.
Rond die kerk groeide de dorpskern. De Raadhuisstraat, Kerkstraat en Westeinderweg vormden geen willekeurige straten, maar linten op oude lijnen in het landschap. Sommige boerderijen staan nog schuin op de weg en verraden daarmee de oudere verkaveling.
Schout, stadsrechten en de familie Sael
In de late middeleeuwen komt Wognum scherp in beeld door bestuur, rechtspraak en macht. In 1392 benoemde Albrecht van Beieren Claes de Saele tot schout van Wognum, Nibbixwoud, Hauwert en Wadway. De familie Sael of Zael was geen gewone dorpsfamilie. Zij had banden met Amsterdam, handel, grafelijke netwerken en vermoedelijk oude Friese afkomst.
Claes Sael woonde in de omgeving van de Leek en de Rijsdam, aan de Zomerdijk, op de plek die later bekend bleef als de Schoutsplaats. Daar wordt zelfs gedacht aan een vroeg stenen huis of steenhuisachtige woning. Als bewoners worden genoemd Claes Zael in 1393, 1414 en 1424, daarna Nicolaas Zael in 1430 en Willem Zael Nicolaasz. in 1440. Dat is belangrijk: steenbouw was in West-Friesland zeldzaam, duur en alleen mogelijk op stevige ruggen. De Schoutsplaats verbindt dus landschap, status en bestuur.
In 1398 gaf Claes Sael het recht op molenwind uit aan Peter Suge voor de molen van de kogge Wognum tot Spanbroek. Daarmee trad hij op namens de graaf en namens de koggen Wognum en Spanbroek. Wind was toen een recht van de landsheer; zelfs de molen hoorde bij macht en bestuur.
Op 2 februari 1414 kreeg Wognum samen met Wadway, Nibbixwoud en Hauwert stadsrechten. Dat betekende geen stad met muren en poorten zoals Hoorn of Enkhuizen, maar een bestuurstechnische plattelandsstad: de Stede Wognum. De dorpen behielden hun eigen dorpsbesturen, maar rechtspraak en bestuur werden anders geregeld. Het was een reactie op misstanden rond de baljuw van Medemblik.
Lang duurde deze zelfstandigheid niet. In de Hoekse en Kabeljauwse twisten koos Wognum de verkeerde kant. Hoorn koos uiteindelijk voor Philips van Bourgondië; Wognum bleef trouw aan Jacoba van Beieren. In 1426 verloor Wognum zijn stadsrechten en kreeg het een zware boete. Vanaf 1436 kwam Wognum onder het poortrecht van Hoorn. Dat bleef zo tot de Franse tijd.
Water, dijken en doorbraken
De oude kern van Wognum lag niet los van het water. De Schoutsplaats lag dicht bij de Kromme Leek, de Kleine Zomerdijk en de Rijsdam. Juist daar moet wateroverlast groot zijn geweest. In 1439 doorstaken vijftien Wognumers de dijk om water te lozen op de Kromme Leek, nadat de Haelsluis was verplaatst en een sloot was vergraven. Daarover volgden procedures bij het Hof van Holland. Op 21 juni 1457 kwam een einduitspraak, na een tussenvonnis van 4 december 1439. Melijs Claes Zaelenzoon, vanaf 1434 vredemaker in de banne Wognum, speelt in die wereld van water, recht en conflict een opvallende rol.
Ook later bleef waterbeheer de ondergrond van alles. De Vier Noorderkoggen, de Buitendijkerlanden, de Lekerlanden, de hoge landen onder Wognum, de Kerkepolder, de Westerpolder onder Nibbixwoud en polder De Hoop laten zien hoe ingewikkeld de waterstaat was. In 1819 mochten de Spierdijker- en Wognummer-Buitendijkerlanden en de Leekerlanden afzonderlijke bemalingen stichten. Voor andere gebieden bleef dat tot 1851 verboden. Daarna ontstonden kleine polders en bemalingen. Molens, later stoomgemalen en elektrische gemalen, bepaalden het moderne landschap.
Herbergen, bier en de Oosteinderweg
Wognum had niet alleen kerken, schouten en dijken, maar ook kroegen. Aan kruispunten van wegen kwamen herbergen te staan. De Oosteinderweg bestond al in de Middeleeuwen als verbindingsweg tussen Wognum en Nibbixwoud. De Nieuweweg leidde richting Benningbroek en sloot aan op de Hoornseweg. Juist op zo’n kruispunt stond vanaf de 16e eeuw een herberg.
Die herberg heette later De Eendragt, maar in 1736 nog Het Wapen van Hoorn. De oudste vermelding gaat terug tot 1570, toen een brouwer uit Delft een herberg of huis kocht voor 1100 gulden. Er werd Delfts bier geleverd als betaling. Dat past bij een breder patroon: in Wognum werd bier uit Delft getapt, onder meer uit brouwerij De Vis. Ook De Salm, De Vier Heemskinderen en De Vergulde Roskam horen bij dit kroeglandschap.
Archeologisch onderzoek aan Oosteinderweg 3-7 liet zien dat hier al in de 12e eeuw bewoning aanwezig was. Er lagen twee lage huisterpjes, sloten, paalkuilen, waterkuilen voor vee, dierbegravingen, scherven van kogelpotten en Pingsdorf-aardewerk, stukken maalsteen en dierlijk botmateriaal. Later, in de 17e eeuw, werden brede sloten gegraven. Langs een van die sloten werd in de 18e eeuw veel afval uit de herberg gestort: wijnflessen, kelkglazen, tabakspijpen, Westerwaldkruikjes, een bierton, Portugese faience en Fries majolica. Die vondsten maken De Eendragt bijna tastbaar. Je ziet geen deftige geschiedenis, maar gebroken glas, rookgerei, bier, wijn en dagelijks dorpsleven.
Gebouwen, zorg en onderwijs
In de 19e en 20e eeuw kreeg Wognum een nieuwe laag. Het raadhuis aan de Raadhuisstraat 3 werd in 1868 gebouwd naar ontwerp van A. Commandeur. De pastorie aan de Raadhuisstraat 12 dateert uit 1870. De katholieke kerkgeschiedenis kreeg een nieuwe vorm met de R.K. St.-Hiëronymuskerk. De oudere kerk uit 1857 verdween later, maar belangrijk is wat ernaast ontstond: het Piusgesticht en Huize St.-Agnes.
Huize St.-Agnes aan de Kerkstraat 70 kwam in 1894 tot stand en werd verbonden met de Duitse zusters franciscanessen uit Salzkotten. Vanaf 1895 was hier Pensionaat St. Agatha: een kostschool voor meisjes met ook een afdeling voor oudere dames. Het gebouw bleef als pensionaat voor bejaarden en kostschoolkinderen in gebruik tot 1987. Het U-vormige gebouw met neorenaissancedetails werd ontworpen door E.J. Margry en in 1990 gerestaureerd. Zo werd Wognum niet alleen een boerendorp, maar ook een plek van onderwijs, zorg en katholiek gemeenschapsleven.
Ook scholen horen daarbij: de R.K. lagere jongensschool aan Kerkstraat 74-76 uit 1888, de openbare lagere school aan Raadhuisstraat 14 uit 1927 en verschillende onderwijzerswoningen en schoolhuizen.
Boerderijen, station en zichtbaar erfgoed
Wognum bleef ondertussen een dorp van stolpen en erven. De stolpboerderij Oude Gouw 1 uit 1626, Oude Gouw 24 uit de tweede helft van de 18e eeuw, Westeinderweg 23, Westeinderweg 33, Kerkstraat 102, de Commandeurshoeve en vooral Welgelegen aan Kerkstraat 1 laten zien hoe het agrarische Wognum zich bouwkundig uitdrukte. Welgelegen uit 1879, met spiegel, erker en klokgevel, is een monumentaal voorbeeld.
Het station Wognum-Nibbixwoud aan de spoorlijn Hoorn-Medemblik, gebouwd in 1886, voegde een moderne laag toe. De stoomtramlijn Wognum-Schagen werd in 1898 geopend en in 1909 doorgetrokken naar Hoorn. Zo werd Wognum verbonden met een groter verkeersnetwerk, zonder zijn lintstructuur te verliezen.
Wadway en Nibbixwoud in hetzelfde verhaal
Wognum kan niet los worden gezien van Wadway en Nibbixwoud. Wadway wordt rond 1100 vermeld als Wadweide en in 1311 als Watway. Het had een eigen dorpsbestuur, maar was bestuurlijk en gerechtelijk lang verbonden met Wognum. In 1414 hoorde Wadway bij de Stede Wognum; later kwam het met Wognum onder Hoorn. De Magdalena Kerk van Wadway, later Theaterkerk Wadway, bewaart die oude laag.
Nibbixwoud hoort erbij via de Stede Wognum, maar ook via de Cuneradevotie. Sinds de 13e/14e eeuw werd daar de H. Cunera vereerd. Op 12 juni kwamen boeren met hun vee naar de kerk voor zegening. In 1623 trok de Cuneradag nog ongeveer 1500 mensen met processie en vee. Die veezegening bleef als lokale devotie tot in de 19e en 20e eeuw bestaan. Daarmee sluit Nibbixwoud direct aan bij het agrarische landschap van Wognum: geloof, vee, ziekte, bescherming en dorpsritueel.
Wat Wognum bijzonder maakt
Wognum is geen verhaal van één gebouw of één gebeurtenis. Het is een gestapeld landschap. Eerst de Bronstijd op de kreekrug. Daarna het veen en de leegte. Dan de middeleeuwse ontginning, de kapel, de kerk, de sloten, dijken en molens. Vervolgens de schout, Claes Sael, de Schoutsplaats, stadsrechten, Hoornse macht en familieruzies. Daarna de herbergen, het Delfts bier, De Eendragt en de archeologische kroeginventaris. En ten slotte de stolpen, scholen, zusters, Huize St.-Agnes, station en moderne dorpsuitbreiding.
De sleutel van Wognum is water en verbinding. Water maakte het land moeilijk, maar ook vruchtbaar. Wegen en kruispunten brachten handel, herbergen en bestuur. De kerk gaf het dorp een hart. De schout gaf het macht. De stolpen en polders maakten het dagelijks leven mogelijk.
Wie vandaag door Wognum loopt, ziet een dorp. Maar onder dat dorp ligt een compleet West-Fries verhaal: van kreekrug tot kostschool, van kogelpot tot kelkglas, van Kromme Leek tot Kerkstraat.