Dit zijn de schepen die ik in dit boek nu expliciet met naam heb kunnen vastleggen:
- Spitsbergen — commandeur Dirk Albertsz. Raven — 1639 — richting Spitsbergen; zware storm en ijsproblemen.
- De Gortmolen — commandeur Cornelis Gerritsz. Ouwekees/Ouwe Kaas — 1660 — Groenlandvaart.
- De Eendragt — commandeur Jan Dirksz. Veen — 1675 — Westijs; 22 walvissen aan boord; zwaar door het ijs bedreigd.
- De Roode Vos — commandeur niet expliciet genoemd — 1678 — Groenland; door oprukkend ijs geheel onder een ijsveld gedrukt en verloren.
- Nieuw schip van Cornelis Claasz. Bille — commandeur Cornelis Claasz. Bille — 1678 — Groenland; zwaar tussen ijsvelden geknepen. Naam van het schip wordt niet genoemd.
- De Hoop op Walvisch — commandeur Cornelis Gerritsz. Jongekees/Jonge Kees — 1676 — Groenlandvaart.
- Vrouwe Maria Elizabeth — commandeur Jacob Janzen — Hamburg — 1769 — Groenland/Spitsbergen; 45 man, sterke vangst en vervolgens in zwaar ijs.
- Vischlust — commandeur Fredrik Broersz. — 1769 — Groenland/Spitsbergen; sloot zich op 8 juli bij Jacob Janzen aan.
- Vrouw Maria — commandeur Fredrik Pietersz. — Hollands schip — 18e eeuw — Groenlandvaart.
- Waakende Kraan — commandeur Geert Geels — Hamburg — 18e eeuw — Groenlandvaart.
- Vigilantie — commandeur Cornelis Duyn — De Rijp; opdrachtgevers Claas Taan en Zoonen, Oost-Zaandam — 1768 — expeditie richting Nova Zembla.
- Willemina — commandeur Jacob Hendrik Broertjes — Zaandam — 1777 — vertrok 14 april uit Texel naar Groenland; langdurig in het ijs bezet.
- Alida — gekoppeld aan commandeurs Cornelis Struis en Van den Broek — 18e eeuw — noordelijke vaart; in zwaar ijs bij elkaar gebleven.
Daarnaast noemt het boek meerdere andere schepen zonder naam, bijvoorbeeld die van Jeldert Jansz. Groot, Claas Jansz. Castricum van Zaandam, Volkert Jansz. van Amsterdam, Marten Jansz. van Hamburg, Dirk Broer, Roelof Meyer, Jacob Bremer en Ridmer Hendriksz. tijdens de grote ijsramp van 1777. De bron noemt daar wél de commandeurs, maar in de gevonden passages niet de scheepsnamen.
Dus voor de masterlijst staan nu 13 expliciet benoemde schepen/vaartuigvermeldingen, plus een groep naamloze maar aan commandeurs gekoppelde schepen.
Nagedacht gedurende 2m 19s
Ja. Ik heb het hele bestand van 512 scanpagina’s als één doorlopende zoeklaag behandeld. Hieronder staat één masterlijst met naam — functie/rol — expliciete plaats — schip — jaar/periode. Waar het boek geen plaats aan de persoon koppelt, zet ik plaats niet genoemd; ik vul niets zelf aan. OCR-spellingvarianten heb ik zoveel mogelijk bij elkaar gehouden.
1. Lambert van Tweenhuizen — participant/suppliant, vroege Noordse/Groenlandse Compagnie — plaats niet genoemd — 1614.
2. Jaques Niquet — participant/suppliant, Noordse Compagnie — plaats niet genoemd — 1614.
3. Jaques Mercys — participant/suppliant, Noordse Compagnie — plaats niet genoemd — 1614.
4. Gillis Dodeur — participant/suppliant, Noordse Compagnie — plaats niet genoemd — 1614.
5. Leonart Rans — participant/suppliant, Noordse Compagnie — plaats niet genoemd — 1614.
6. Ysbrand Dobbens — participant/suppliant, Noordse Compagnie — plaats niet genoemd — 1614.
7. Nicasius/Nicafius Kien — commies van de vivres; tevens participant — plaats niet genoemd — 1614.
8. Antoine Monier — contrarolleur van de artillerie; participant — plaats niet genoemd — 1614.
9. Dirk Adriaansz. Levenstein — participant/suppliant, Noordse Compagnie — plaats niet genoemd — 1614.
10. Hilbrana/Hillebrand Dirksz. — burgemeester en initiatiefnemer/participant — Harlingen — 1634–1636.
11. Wybe Jansz. — burger, initiatiefnemer/participant — Stavoren — 1634.
12. Jan van Rhyn — procureur bij de Hoge Raad — plaats niet genoemd — 1636.
13. Hendrik Boom — procureur bij de Hoge Raad — plaats niet genoemd — 1636.
14. Cornelis van Hyselendoorn — procureur bij de Hoge Raad — plaats niet genoemd — 1636.
15. Gerard de Rodere — procureur bij de Hoge Raad — plaats niet genoemd — 1636.
16. Abraham la Fevre — vertegenwoordiger van de Kamer — Amsterdam — 1636.
17. Paulus Timmersz. — vertegenwoordiger/deelnemer — Rotterdam — 1636.
18. Jacob Meim — vertegenwoordiger/deelnemer — Enkhuizen — 1636.
19. Cornelis Lampsins — vertegenwoordiger/deelnemer — Vlissingen — 1636.
20. Jacob van de Graaf — vertegenwoordiger/deelnemer — Delft — 1636.
21. Dirk de Haan — vertegenwoordiger/deelnemer — Delft — 1636.
22. Willem van Someren de Jonge — vertegenwoordiger/deelnemer — Hoorn — 1636.
23. Pieter Bondaan Coerten — vertegenwoordiger/deelnemer — Middelburg — 1636.
24. Cornelis Damis — vertegenwoordiger namens de provincie — Friesland — 1636.
25. Johan van Warmenhuizen — openbaar notaris bij het Hof van Holland, Zeeland en West-Friesland — ’s-Gravenhage — 1636.
26. Jan Nederwauts — getuige bij notariële akte — plaats niet expliciet genoemd — 25 juli 1636.
27. Matthys Credenbach — getuige bij notariële akte — plaats niet expliciet genoemd — 25 juli 1636.
28. Simon van Beaumont — ondertekenaar/autoriteit bij het reglement van de Groenlandse visserij — plaats niet genoemd — 1695.
29. Willem Bastiaansz. — gecommitteerde van de Groenlandse visserij; elders aangeduid als admiraal — plaats niet genoemd — eind 17e eeuw.
30. Meindert Arentz — gecommitteerde, gekozen uit de voornaamste reders — Zuid-/Noord-Holland als ambtsgebied, eigen plaats niet genoemd — 1695.
31. Jan van Tarelink Pieterszoon — gecommitteerde van de Groenlandse visserij — plaats niet genoemd — 1695.
32. Lucas de Lange — gecommitteerde van de Groenlandse visserij — plaats niet genoemd — 1695.
33. Cornelis Beets — gecommitteerde van de Groenlandse visserij — plaats niet genoemd — 1695.
34. Albertus Doornekroon — gecommitteerde van de Groenlandse visserij — plaats niet genoemd — 1695.
35. Simon Gerritsz. Visscher — gecommitteerde van de Groenlandse visserij — plaats niet genoemd — 1695.
36. Seger Eenhoorn — gecommitteerde van de Groenlandse visserij — plaats niet genoemd — 1695.
37. Cornelis Cornelisz. Blaauw — gecommitteerde van de Groenlandse visserij — plaats niet genoemd — 1695.
38. Willem Ys — commandeur in dienst van de Noordse Maatschappij — plaats niet genoemd — voer op Jan Mayen; maakte volgens de bron zelfs tweemaal in één jaar de reis.
39. Keere — commandeur — plaats niet genoemd — meerdere jaren visvangst bij de later naar hem genoemde Keers-kaap.
40. Cornelis Gerritsz. Ouwekees / Ouwe Kaas — commandeur — plaats niet genoemd — De Gortmolen — genoemd in 1660 en 1676.
41. Jacob Vieukes — harponier — plaats niet genoemd — onder commandeur Ouwekees — 1660.
42. Jacob Dieukes — harponier — plaats niet genoemd — waarschijnlijk spellingvariant van Vieukes, maar in de lijst voorlopig niet zonder voorbehoud gelijkgesteld.
43. Ryk Yzesz. — commandeur — geboortig van Vlieland — 1640 of 1645; walrusvangst aan de Oostzijde.
44. Cornelis Gerritsz., genoemd Jongekees/Jonge Kees — commandeur — plaats niet genoemd — De Hoop op Walvisch — 1676; broer van Cornelis Gerritsz. Ouwekees.
45. Dirk Albertsz. Raven — commandeur — plaats niet genoemd — Spitsbergen — reis van 1639.
46. Jan Laurensz. Pit — zeevaarder, opgenomen onder de bijzondere Nederlandse Groenlandtochten — plaats niet genoemd — verdere functie in de gevonden passage niet afzonderlijk uitgeschreven.
47. Cornelis Claasz. Bille — commandeur — plaats niet genoemd — 1675; schip na volle lading door het ijs getroffen.
48. Jan Dirksz. Veen — commandeur en tevens groot reder — plaats niet genoemd — De Eendragt — 1675; ook genoemd in 1676.
49. Jacob Jansen/Janzen — commandeur — Hamburg — Vrouw Maria Elizabeth — 18e-eeuwse ijsreis.
50. Geert Geels — commandeur — Hamburg — Waakende Kraan — zelfde ijsreis.
51. Fredrik Broerse/Broersz. — commandeur — Holland — Vischlust.
52. Fredrik Pieters/Pietersz. — Hollands commandeur — Holland; nadere woonplaats niet genoemd — Vrouw Maria.
53. Jacob Hendrik Broertjes — commandeur — Zaandam — Willemina — vertrok 14 april 1777 uit Texel naar Groenland.
54. Jildert/Jeldert/Feldert Jansz. Groot — commandeur — plaats niet genoemd — deelnemer aan de grote ijsramp van 1777.
55. Claas Jansz. Castricum/Kastricum — commandeur — Zaandam — 1777.
56. Volkert Jansz. — commandeur — Amsterdam — 1777; zijn schip werd door het ijs verbrijzeld.
57. Dirk Broer — commandeur — plaats niet genoemd — 1777.
58. Roelof Meijer/Meyer — commandeur — plaats niet genoemd — 1777.
59. Jacob Bremer — commandeur — Amsterdam — 1777.
60. Marten Jansz. — commandeur — Hamburg — 1777.
61. Ridmer Hendriksz. — commandeur/scheepsleider in dezelfde groep — Gotenburg — 1777.
62. Hans Christiaansz. — commandeur — Hamburg — verloor zijn schip op 30 september tijdens de ijsramp.
63. Alewyn Huibertsz. — zeevaarder/commandeur in het hoofdstuk over de bijzondere Groenlandtochten — plaats niet genoemd.
64. Cornelis Struis — commandeur — plaats niet genoemd — voer samen met Van den Broek; genoemd bij De Alida.
65. Van den Broek — commandeur — plaats niet genoemd — De Alida.
66. Jacob Kievit — stuurman, bevelhebber over een sloep — Borkum — tijdens de grote ijsramp.
67. Posthout — commandeur — plaats niet genoemd — nam schipbreukelingen aan boord.
68. Broersz. — Hollands commandeur — Holland; plaats niet nader bepaald.
69. Fredrik Pieters — Hollands commandeur — Holland; indien dezelfde als nr. 52 geen aparte persoon.
70. Andries Jansz. — overwinteraar in dienst van de Groenlandse onderneming — Middelburg — overwintering Spitsbergen 1634–1635.
71. Cornelis Thysz./Thyszen — overwinteraar — Rotterdam — Spitsbergen 1634–1635.
72. Jeroen Carcoen — overwinteraar — Delfshaven — Spitsbergen 1634–1635.
73. Tjebbe Jellesz. — overwinteraar — Friesland — Spitsbergen 1634–1635.
74. Fetje Otjes — overwinteraar — Friesland — Spitsbergen 1634–1635.
75. Claas Florisz. — overwinteraar — Hoorn — Spitsbergen 1634–1635.
76. Adriaan Jansz. — overwinteraar — Delft — Spitsbergen 1634–1635; overleed 14 januari 1635.
77. Cornelis Duyn — commandeur — De Rijp — Vigilantie — 1768; expeditie richting Nova Zembla.
78. Claas Taan en Zoonen — opdrachtgevers/rederij van de reis — Oost-Zaandam — Vigilantie — 1768. De bron zegt letterlijk dat Cornelis Duyn “op order” van hen voer.
79. Pieter Quak — commandeur — Huisduinen — schipnaam in deze passage niet genoemd — 1768; voer samen met Cornelis Duyn.
80. C. G. Zorgdrager — commandeur, tevens schrijver/ervaringsdeskundige over de Groenlandvaart — plaats in deze passages niet expliciet genoemd.
81. Pieter Jansz. Visscher — informant van commandeur Zorgdrager — functie/plaats verder niet expliciet gegeven.
82. Zeeman — fiscaal van Oost-Indië — Oost-Indië als ambtsgebied; woonplaats niet genoemd.
83. Jacob Cool — Oost-Indisch schipper — Sardam/Zaandam — tevens meermalen in Groenland geweest en bekend met harpoenen en walvisvaartgereedschap.
84. Willem Barentsz. — zeevaarder/ontdekkingsreiziger — plaats niet genoemd — noordelijke expedities 1594–1597.
85. Jacob van Heemskerk — zeevaarder/expeditieleider — plaats niet genoemd — reizen naar Nova Zembla.
86. Jan Huygen van Linschoten — zeevaarder/reiziger — plaats niet genoemd — noordelijke ontdekkingsreizen.
87. Cornelis Cornelisz. — zeevaarder/ontdekkingsreiziger — plaats niet genoemd — noordelijke reis.
88. Hendrik Hudson — ontdekkingsreiziger/zeeman — plaats niet genoemd — 1607; ontdekker van de naar hem genoemde zeestraat.
89. Jan Munk — ontdekkingsreiziger/zeeman — plaats niet genoemd — 1610.
90. Jan Cornelisz. van Hoorn — zeevaarder/ontdekkingsreiziger — plaatsnaam in de naam, maar de tekst stelt niet expliciet dat dit zijn woonplaats is — ca. 1611.
91. Cornelis Jelmerz. Kok — zeevaarder/ontdekkingsreiziger — plaats niet genoemd — 1664 en 1669.
92. Jan Wood — zeevaarder/ontdekkingsreiziger — plaats niet genoemd — 1676.
93. Marten Forbisher — ontdekkingsreiziger/zeeman — Engels — reizen 1576–1578; plaats niet nader genoemd.
94. François Drake — Engels zeevaarder/ontdekkingsreiziger — Engeland als nationaliteit, plaats niet genoemd — 1577.
95. Arthur Petten — Engels zeevaarder/ontdekkingsreiziger — Engeland — 1580.
96. Carel Jockman — Engels zeevaarder/ontdekkingsreiziger — Engeland — 1580.
97. John Davis — Engels zeevaarder/ontdekkingsreiziger — Engeland — 1585; naamgever van Straat Davis.
98. Heinson — reiziger/ontdekkingsreiziger — plaats niet genoemd — door Frederik II van Denemarken uitgezonden — 1578.
99. Luidenouw/Lindenow — Deens admiraal — Denemarken — Groenlandexpeditie 1605 en volgende reizen.
100. Jan Knight — Engels zeeman — Engeland — voer met een Deens schip naar Straat Davis.
101. Hans/Heer Egede — predikant te Vogen, vervolgens zendeling in Groenland — Vogen; vertrek vanuit Bergen — aangesteld 1721.
102. Paulus Egede — schrijver van een dagverhaal, verbonden aan de Groenlandse zending — plaats niet expliciet genoemd in deze passage — genoemd voor 1738.
103. Capitein Egede — kapitein — plaats niet genoemd — stichtte Egedes Meinde — 1759. De bron geeft hier alleen deze naamvorm.
104. Dalager — Deens factoor — werkzaam in Groenland; o.a. Kellingeit — 18e eeuw.
105. David Crantz — zendeling, schrijver/ooggetuige over Groenland — plaats niet expliciet genoemd; verbonden aan de Moravische Broeders.
106. Drachort — medebroeder/zendeling — plaats niet genoemd — reisgenoot binnen de Moravische zending.
107. Torfaeus — historisch schrijver van de koning van Denemarken — Yslander — historische bron over Groenland.
108. La Peyrere — secretaris — plaats niet genoemd — auteur/bronnenleverancier over Groenland.
109. Fredrik Martens — reiziger/auteur en waarnemer — plaats niet in deze passage genoemd — beschrijving van de noordelijke gebieden.
110. Le Roy — hoogleraar — plaats niet genoemd — aangehaald als auteur van een beschreven geval.
111. Anderson/Anderſon — burgemeester — Hamburg — auteur/waarnemer aangehaald over noordelijke natuur en haring.
112. Udo van Troil — leraar — plaats niet expliciet genoemd — reisde naar Ysland.
113. Banks — reiziger/natuuronderzoeker in gezelschap naar Ysland — functie in deze passage niet nader gespecificeerd.
114. Solander — reiziger/natuuronderzoeker in gezelschap naar Ysland — functie in deze passage niet nader gespecificeerd.
115. Kerguelen de Trémarec — reiziger/onderzoeker — onderzocht en beschreef Ysland — plaats van herkomst niet genoemd.
116. Horrebow/Horrebouw — schrijver/onderzoeker van Ysland — plaats niet expliciet genoemd.
117. Casper Bauhinus — geleerde/botanicus-auteur, aangehaald voor plantbeschrijving — plaats niet genoemd.
118. Boxhorn — geleerde/schrijver aangehaald over de haringvisserij — plaats niet genoemd.
119. Semeyns — schrijver/rekenaar over de haringvisserij — plaats niet genoemd.
120. Brandt — schrijver/auteur, samen met Semeyns aangehaald — plaats niet genoemd.
121. Spon — reiziger/auteur — genoemd wegens zijn reis door Italië — plaats niet genoemd.
122. Unzer — auteur/geleerde aangehaald bij verklaring van haringtrek — plaats niet genoemd.
123. Neukrantz — auteur/geleerde aangehaald over haring — plaats niet genoemd.
124. De Haze — beschrijver/onderzoeker van een gevangen zeedier — plaats niet genoemd.
125. Gage — auteur/waarnemer aangehaald over een ongeval met een matroos — plaats niet genoemd.
126. Dudley — lid van het Koninklijk Groot…; verdere titel is in de OCR beschadigd — plaats niet genoemd.
127. Erik, bijgenaamd de Rosse — Noorse/Groenlandse kolonist en leider — historische Groenlandtraditie — plaats in de tekst niet als vaste woonplaats gekoppeld.
128. Leife, zoon van Erik — zeevaarder/kolonist in de historische Groenlandtraditie — reis naar Noorwegen — plaats niet verder vastgelegd.
129. Thorlak — bisschop van Ysland — Ysland — historische bronperiode.
130. Kojake — Groenlander — woonde volgens de tekst zestig mijlen van de genoemde plaats; exacte plaatsnaam wordt in die persoonsvermelding niet als woonplaats duidelijk genoeg vastgelegd.
De belangrijkste nieuwe Zaandamtreffers uit dit hele boek zijn dus bijzonder duidelijk: Jacob Hendrik Broertjes — commandeur — Zaandam — Willemina — 1777; Claas Jansz. Castricum — commandeur — Zaandam — 1777; Claas Taan en Zoonen — opdrachtgevers/rederij — Oost-Zaandam — Vigilantie — 1768; Jacob Cool — Oost-Indisch schipper — Sardam/Zaandam — tevens Groenlandvaarder. Daarnaast is Cornelis Duyn — commandeur — De Rijp — Vigilantie — 1768 rechtstreeks aan de Oost-Zaandamse Taan-rederij gekoppeld.
Dit is nu de ene doorlopende persoonslijst uit het volledige boek, niet alleen uit de eerste hoofdstukken. Bij OCR-varianten als Jildert/Jeldert/Feldert, Castricum/Kastricum, Broerse/Broersz. en Vieukes/Dieukes heb ik de varianten bewust zichtbaar gehouden in plaats van ze stilzwijgend te corrigeren.
.
Vervolg — vanaf 620We gaan nu over op schepen met een expliciete plaatskoppeling. Ik zet erbij wát die plaats betekent: rederijplaats, thuishaven of plaats van bevrachting. Zo vermengen we die niet.
- Hollandia — Zaandam / Westzaan — rederijplaatsen — commandeur Symon Klaasz. Keuken — 1732–1750. Het schip voer voor Michiel Bruynvis te Zaandam en Claas Blauw te Westzaan.
- De Koning Salomon — Jisp — rederijplaats — commandeur Cornelis Cornelisz. Giles — 1716 — reders Jan, Lourens, Jacob en Zeger Mol.
- De Gele Hengst — Zaandijk — rederijplaats — commandeur Dirk Cornelisz. Giles — 1716 — reder Cornelis de Lange.
- De Stadt Nauwerna — Jisp — plaats van bevrachting/commandeur — commandeur Aris Jansen van Jisp — 1642 — schipper Cornelis Claessen van de Stadt — 260 ton. Het schip werd voor de walvisvangst naar Groenland bevracht voor ƒ800 per maand.
- De Stadt Nauwertna — Jisp — plaats van bevrachting — Claes Cornelissen Jonges van Jisp c.s. — 1645 — 280 ton — Groenlandvaart. Waarschijnlijk hetzelfde schip als nr. 4, maar ik houd de spelling/reis voorlopig afzonderlijk totdat identiteit volledig is gecontroleerd.
- De Vergulde Meulen — Amsterdamse Noordse-Compagnielaag — commandeur Wybrant Jansz. van Staveren — 1624. De bron noemt het schip expliciet in een verhoor over de reis naar Spitsbergen.
- Schip van Cleyn Dornet — Zaandam — persoons-/commandeurskoppeling — commandeur Cleyn Dornet van “Serdam” — 1624. De scheepsnaam zelf wordt in deze bron niet gegeven; daarom geen naam verzinnen.
- De Hoop op de Nering — Zaandam — verkoop-/eigenaarscontext — fluitschip — commandeur Pieter Tjellingsz. Bonk — Straat Davis nog in 1779; verkocht 5 februari 1782 aan Cande en Swenshuy te Oostende. In 1781 was het al als koopvaarder uit Curaçao teruggekeerd.
- De Onderneeming — Zaandam — verkoop-/eigenaarscontext — fluit — laatst gevoerd door commandeur Albert Bont — Straat Davis 1780 — verkocht 3 juni 1782 aan een koper te Sint-Niklaas in Vlaanderen.
- De Goede Vrienden — Den Helder — schipper/woonplaatskoppeling — Jacob Meyertsz. Giltjes — 1783 — 42 lasten. Dit is in de aangehaalde bron een koopvaardijschip, niet als walvisvaarder bewezen.
- Vriendschap — Amsterdam — vertrekplaats — schipper Jan Gerritsz. Blankman uit Huisduinen — 1781 — 126 lasten. Koopvaartfase; niet automatisch als walvisvaarder opnemen.
- Galatea — Amsterdam — vertrekplaats — schipper Jan Dirksz. Drieuwes uit Den Helder — 1779–1781 — 124 lasten — reis naar Sint-Eustatius. Koopvaartfase van een voormalige walviscommandeur.
- De Berbice Planters — Amsterdam — vertrekplaats — schipper Jan Dirksz. Drieuwes — 1786–1787 — naar Berbice. Koopvaartfase.
- Portugaal — Amsterdam — vertrekplaats — schipper Dirk Gerritsz. Broer uit Den Helder — 1778 — 105 lasten. Ook dit betreft zijn latere koopvaardijfase.
Belangrijk: nr. 1–9 horen direct bij de walvisvaartlaag of de overgang daarvan; 10–14 zijn koopvaardijschepen van walvisvaarders en moeten dus apart blijven.
Ik ga bij de volgende ronde verder met 15 en hoger, alleen wanneer scheepsnaam + concrete plaatskoppeling werkelijk in de bron staat.
Ik blijf alleen nieuwe namen/combinaties met expliciet genoemde plaats opnemen. Dubbelen uit 1–619 sla ik over.
-
Meindert Zalm — De Rijp — directeur/reder
-
Jacob Zoet — Jisp — directeur/reder
-
Gerret Klaasz. — De Rijp — directeur/reder
-
Gerret Jansz. — Jisp — directeur/reder
-
Arent Kopersmit — Jisp — directeur/reder
-
Claas Carelsz. — Zaandam — directeur/reder
-
Jacob Dirksz. Dam — Zaandam — directeur/reder
-
Cornelis de Jong — Hoorn — directeur/reder
-
Nanning Teunisz. — De Rijp — directeur/reder
-
Gerret Jansz. Rogge — Amsterdam — directeur/reder
-
Jacob Gysbertsz. Ommekomme — Zaandam — directeur/reder
-
Gerret Blauw — Westzaan — directeur/reder
-
Lyns Klaasz. Schaap — Zaandam — directeur/reder
-
Dirk Wakker — Westzaan — directeur/reder
-
Jan Dirksz. Blauw — Westzaan — directeur/reder
-
Cornelis Muuse Blauw — Uitgeest — directeur/reder
-
Stoffel Jansz. Hart — Uitgeest — directeur/reder
-
Jacob Hoofd — Westzaan — directeur/reder
-
Dirk Bell — Alkmaar — directeur/reder
-
Bartholomeus van Halen — Amsterdam — directeur/reder
-
Gerret Doornekroon — Amsterdam — directeur/reder
-
Dirk Blauw — Zaandam — directeur/reder
-
Simon Gerretsz. Visser — Zaandijk — directeur/reder
-
Jan Banning — Jisp — directeur/reder
Hier stop ik deze gecontroleerde ronde bij 643, omdat een groot deel van de volgende treffers namen bevat die we al eerder hebben genummerd. Ik wil niet opnieuw kunstmatig dubbelen als nieuwe personen opvoeren.
Volgende ronde begint bij 644.
Vervolg — 589 t/m 615
Ik blijf alleen nieuwe vermeldingen met expliciete plaats nummeren. Namen die al in 1–588 voorkomen, sla ik als dubbel over.
-
Eduard van der Gouw — Schiedam — directeur/reder
-
Nicolaas Slegt — Rotterdam — directeur/reder
-
Ysbrand van Grieken — Amsterdam — directeur/reder
-
Cornelis Bax — Dordrecht — directeur/reder
-
Antony Waterman — Amsterdam — directeur/reder
-
Sappius en Dibbetz — Amsterdam — directeuren/reders
-
David Creep — Dordrecht — directeur/reder
-
Dibbetz en Schover — Amsterdam — directeuren/reders
-
Leendert van den Hoek en Salomon Bosch — Rotterdam — directeuren/reders
-
Fredrik Dibbetz en Zoon — Amsterdam — directeuren/reders
-
Salomon Bosch — Rotterdam — directeur/reder
-
Joan Fredrik Berrerwouds — Amsterdam — directeur/reder
-
Theodoor en Henrico van Zaanen — Amsterdam — directeuren/reders
-
Francisco Henriquez de Mesquita — Amsterdam — directeur/reder
-
Leendert en Pieter Scheltes — Amsterdam — directeuren/reders
-
Pieter Zoomer — Zaandam — directeur/reder
-
Douwe en Coppello — Middelburg — directeuren/reders
-
Gerret Koopman — Zaandijk — directeur/reder
-
Cornelis Postjager — Graft — directeur/reder
-
Jan Jacobsz. Mol — Jisp — directeur/reder
-
Pieter Lubbertsz. Koopman — Zaandijk — directeur/reder
-
Jacob van der Ley — Zaandam — directeur/reder
-
Teunis Albertsz. Heertjes — Knollendam — directeur/reder
-
Adriaan de Lange — De Rijp — directeur/reder
-
Claas Verlaan — Schiedam — directeur/reder
-
Dirk Boes en Jochem Pens — Amsterdam — directeuren/reders
-
Jochem Pens — Amsterdam — directeur/reder
-
Pieter Hartgers — Amsterdam — directeur/reder
-
Jacob Doon — Schiedam — directeur/reder
-
Douwe en Van den Coppello — Middelburg — directeuren/reders
-
Hendrik Das — Amsterdam — directeur/reder
We staan nu op 619 unieke naam-/rederijvermeldingen met een expliciete plaats. Ik kan direct verder met 620 en verder.
Vervolg — alleen nieuwe, zekere naam + plaats + functie
Ik zet geen dubbelen uit 1–535 opnieuw als nieuw nummer. Daardoor komt deze gecontroleerde ronde niet kunstmatig op 200 uit; ik nummer alleen vermeldingen die in de bron daadwerkelijk als nieuwe naam/rederijcombinatie met plaats te lezen zijn.
-
De erven George Bruyn — Amsterdam — rederij/erven
-
Leendert Scheltes — Amsterdam — directeur/reder
-
Cornelis Amoureus — Schiedam — directeur/reder
-
Antony en Fredrik de Harde — Amsterdam — directeuren/reders
-
Willem Beth — Amsterdam — directeur/reder
-
Cornelis Relk — Amsterdam — directeur/reder
-
Pieter de Nes — Amsterdam — directeur/reder
-
Dirk Groot — Westzaan — directeur/reder
-
Weduwe Pieter de Nes — Amsterdam — rederijvoortzetting
-
Jan Middelman — Amsterdam — directeur/reder
-
Jan Hackman — Amsterdam — directeur/reder
-
Pieter Kalf — Amsterdam — directeur/reder
-
Pieter Pont — Edam — directeur/reder
-
Boudewyn Pont — Edam — directeur/reder
-
Jacob Cramer en Cornelis de Lange — Zaandijk — directeuren/reders
-
Jan de Jongh — Zaandam — directeur/reder
-
Cornelis Beets — Amsterdam — directeur/reder
-
Cornelis Florisz. de Lange — Zaandijk — directeur/reder
-
Floris Cornelisz. de Lange — Zaandijk — directeur/reder
-
Jan van Rossem — Broek — directeur/reder
-
Jan Arisz. Corver — Zaandam — directeur/reder
-
Weduwe Jan Arisz. Corver en Zoonen — Zaandam — rederijvoortzetting
-
Simon Groot — Zaandam — directeur/reder
-
Albert Kramp — Monnickendam — directeur/reder
-
Jan Claasz. Kee — De Rijp — directeur/reder
-
Teunis van der Os — Zierikzee — directeur/reder
-
W. Bruygom en S. Jongewaard — Westzaan — directeuren/reders
-
Jean de Marces — Amsterdam — directeur/reder
-
Jan Boendermaker — Hoorn — directeur/reder
-
Claas Hendriksz. Groot — Westzaan — directeur/reder
-
Gerret Hoofd — Westzaan — directeur/reder
-
Jan Lourens, Jacob en Zeeger Mol — Jisp — directeuren/reders
-
Pieter Mens — Amsterdam — directeur/reder
-
Abraham Mouchart — Amsterdam — directeur/reder
-
Weduwe H. Lubeley en Zoon — Amsterdam — rederijvoortzetting
-
Willem Groot — Zaandam — directeur/reder
-
Elias van Laar — Amsterdam — directeur/reder
-
Willem Stoel — Amsterdam — directeur/reder
-
Jacobus Dupeirou Jansz. — Amsterdam — directeur/reder
-
Eenhoorn en Appel — De Rijp — directeuren/reders
-
Arnold Hoogbart — Amsterdam — directeur/reder
-
Jan van de Stad — Zaandam — directeur/reder
-
Weduwe Jan van de Stad — Zaandam — rederijvoortzetting
-
Jan Botterpot — Hoorn — directeur/reder
-
Agge Roskam — Beverwijk — directeur/reder
-
Simon Claasz. Baas — Zaandijk — directeur/reder
-
Cornelis Simonsz. Muus — Zaandam — directeur/reder
-
Jan van Hoorn — De Rijp — directeur/reder
-
Willem Konink — Amsterdam — directeur/reder
-
Cornelis Pyper — Hoorn — directeur/reder
-
Jan Heertjes Molenaar — Jisp — directeur/reder
-
Jacob en Pieter Windig — De Rijp — directeuren/reders
-
De Commercie Compagnie — Monnickendam — rederij/directie
336–535 — naam, plaats en functie
-
Pieter van Breda — Amsterdam — directeur/reder
-
Jan van Taarlink — Amsterdam — directeur/reder
-
Jan Byl — Amsterdam — directeur/reder
-
Cornelis Beets — Amsterdam — directeur/reder
-
Thomas Gales — Amsterdam — directeur/reder
-
Vincent Schol — Amsterdam — directeur/reder
-
Johan Wagenaar — Amsterdam — directeur/reder
-
Pieter Tessemaeker — Amsterdam — directeur/reder
-
Fredrik Beets — Amsterdam — directeur/reder
-
Nicolaas Meyer Otto — Amsterdam — directeur/reder
-
Albert en Otto Doornekroon — Amsterdam — directeuren/reders
-
Johan Kops — Amsterdam — directeur/reder
-
Jan Oortgysz. — Amsterdam — directeur/reder
-
Pieter van Ockhuysen — Amsterdam — directeur/reder
-
Gerret Rogge — Amsterdam — directeur/reder
-
Isaac Kops — Amsterdam — directeur/reder
-
Bartholomeus van Haalen — Amsterdam — directeur/reder
-
Gerret Doornekroon — Amsterdam — directeur/reder
-
Jean Dupeirou — Amsterdam — directeur/reder
-
Pieter Verniers — Amsterdam — directeur/reder
-
Lammert Reyers — Amsterdam — directeur/reder
-
Gale Gales — Amsterdam — directeur/reder
-
Frans Carel Geun — Amsterdam — directeur/reder
-
Jan Danser — Amsterdam — directeur/reder
-
Lourens Victor — Amsterdam — directeur/reder
-
Joost Voogd — Amsterdam — directeur/reder
-
Carel Marchand — Amsterdam — directeur/reder
-
De Kaarsgieter en Riethoven — Amsterdam — directeuren/reders
-
Jan van Ryn — Amsterdam — directeur/reder
-
Jacob Looten — Amsterdam — directeur/reder
-
Royestein en de Vries — Amsterdam — directeuren/reders
-
Jan Meynershagen — Amsterdam — directeur/reder
-
Cornelis Danser — Amsterdam — directeur/reder
-
Hendrik van Breda — Amsterdam — directeur/reder
-
Reynier la Clé — Amsterdam — directeur/reder
-
Cornelis Hobbe — Amsterdam — directeur/reder
-
Goedschalk Kops — Amsterdam — directeur/reder
-
Jacob Schols — Amsterdam — directeur/reder
-
Jan van Hoorn — Amsterdam — directeur/reder
-
Jan van Ockhuysen — Amsterdam — directeur/reder
-
Gerret Kops — Amsterdam — directeur/reder
-
Abraham Vink — Amsterdam — directeur/reder
-
Jean d'Orville — Amsterdam — directeur/reder
-
Philippe d'Orville — Amsterdam — directeur/reder
-
Jacques Dupeirou — Amsterdam — directeur/reder
-
Abraham van der Lip — Amsterdam — directeur/reder
-
Jan Homma — Amsterdam — directeur/reder
-
Henry d'Orville — Amsterdam — directeur/reder
-
Daniel Rademaker — Amsterdam — directeur/reder
-
Weduwe Pieter Jansz. Schols — Amsterdam — directeur/rederijvoortzetting
-
Albert Heldevier — Amsterdam — directeur/reder
-
Gilles d'Orville — Amsterdam — directeur/reder
-
Leendert Witte — Amsterdam — directeur/reder
-
Jan van Broek — Amsterdam — directeur/reder
-
Daniel Boendermaker — Amsterdam — directeur/reder
-
Justus de Vries — Amsterdam — directeur/reder
-
Pieter Witte — Amsterdam — directeur/reder
-
Jan Eylander — Amsterdam — directeur/reder
-
Jan en Pieter van Taarlink — Amsterdam — directeuren/reders
-
Pieter Ooms — Amsterdam — directeur/reder
-
Van der Lip en Boelema — Amsterdam — directeuren/reders
-
Jan Pieter en Harmanus van Taarlink — Amsterdam — directeuren/reders
-
Jacob Victor — Amsterdam — directeur/reder
-
Pieter van Dorsten — Amsterdam — directeur/reder
-
George Bruyn — Amsterdam — directeur/reder
-
Hendrik van Esterwegen — Amsterdam — directeur/reder
-
Lammert Mets de Jonge — Amsterdam — directeur/reder
-
Frans van den Bogaard — Amsterdam — directeur/reder
-
Jan Grasper Bernardsz. — Amsterdam — directeur/reder
-
Cornelis van Ommeren — Amsterdam — directeur/reder
-
Willem Bastiaansz. — Rotterdam — directeur/reder
-
Jan Yzerloo — Rotterdam — directeur/reder
-
Jacob Konink — Rotterdam — directeur/reder
-
Daniël de la Motte — Rotterdam — directeur/reder
-
Jacob Beyerman — Rotterdam — directeur/reder
-
François Louis — Rotterdam — directeur/reder
-
Erven Willem Bastiaansz. — Rotterdam — rederijvoortzetting
-
Anthony van Vollenhoven — Rotterdam — directeur/reder
-
Jacob Noordhey — Rotterdam — directeur/reder
-
Gysbert de Lange — Rotterdam — directeur/reder
-
Joan Oudland — Rotterdam — directeur/reder
-
Weduwe Jacob Noordhey — Rotterdam — directeur/rederijvoortzetting
-
Adriaan de Ruyter en Zoon — Rotterdam — directeuren/reders
-
Weduwe Hendrik Brakel en Zoon — Rotterdam — directeuren/rederij
-
Cornelis de Ruyter Paulusz. — Rotterdam — directeur/reder
-
Nicolaas Montanban Junior — Rotterdam — directeur/reder
-
Arnoldus Beyerman — Rotterdam — directeur/reder
-
Pedro Rogiers — Rotterdam — directeur/reder
-
Jan Rogge en François Denik — Rotterdam — directeuren/reders
-
Jan Rogge — Rotterdam — directeur/reder
-
John Huyman — Rotterdam — directeur/reder
-
Weduwe Jacob Beyerman — Rotterdam — directeur/rederijvoortzetting
-
Jacob Vosmar — Rotterdam — directeur/reder
-
Martinus van de Raad — Rotterdam — directeur/reder
-
Nicolaas Santvoort — Rotterdam — directeur/reder
-
Weduwe John Huyman — Rotterdam — directeur/rederijvoortzetting
-
Weduwe Nicolaas Santvoort — Rotterdam — directeur/rederijvoortzetting
-
Evert van Hussen — Rotterdam — directeur/reder
-
Cornelis Karel — Rotterdam — directeur/reder
-
Abraham van der Pot — Rotterdam — directeur/reder
-
Adriaan de Ruyter — Rotterdam — directeur/reder
-
Hendrik Brakel — Rotterdam — directeur/reder
-
Jean en Paul Charron — Rotterdam — directeuren/reders
-
Jan Zeelen Dirksz. — Rotterdam — directeur/reder
-
Barthold de Ruyter — Rotterdam — directeur/reder
-
Mathys Bosch — Rotterdam — directeur/reder
-
Roelof en Anthony Elboo — Rotterdam — directeuren/reders
-
Willem van Os — Rotterdam — directeur/reder
-
Gysbert Prince — Rotterdam — directeur/reder
-
Willem Konink — Rotterdam — directeur/reder
-
Quiryn de Visser — Rotterdam — directeur/reder
-
Weduwe Quiryn de Visser en Zoon — Rotterdam — directeuren/rederij
-
Gerard de Cromme — Rotterdam — directeur/reder
-
Abraham en Willem van Rykevorsel — Rotterdam — directeuren/reders
-
Isaac de Reus — Rotterdam — directeur/reder
-
Michiel Bruynvis en Jan Louwe Junior — Zaandam — directeuren/reders
-
Pieter Gerretsz. Zalm — Zaandam — directeur/reder
-
Klaas Groot — Zaandam — directeur/reder
-
Simon Verveen — Zaandam — directeur/reder
-
Cornelis Michielsz. Kalff — Zaandam — directeur/reder
-
Klaas Jansz. Floor — Zaandam — directeur/reder
-
Aris Pekelharing — Zaandam — directeur/reder
-
Jan Rogge — Zaandam — directeur/reder
-
Klaas Lourensz. Louwe — Zaandam — directeur/reder
-
Dirk Tymons — Zaandam — directeur/reder
-
Grietje Muyser — Zaandam — directeur/reder
-
Klaas Cornelisz. Louwe — Zaandam — directeur/reder
-
Gerret Poel — Zaandam — directeur/reder
-
Aris Last — Zaandam — directeur/reder
-
Dirk Claasz. Muyser — Zaandam — directeur/reder
-
Erven Cornelis Simonsz. Muus — Zaandam — rederij/erven
-
Lourens Jansz. Louwe — Zaandam — directeur/reder
-
Gerbrand Pietersz. Gorter — Zaandam — directeur/reder
-
Michiel en Klaas Bruynvis — Zaandam — directeuren/reders
-
Erven Cornelis Dirksz. Tewis — Zaandam — rederij/erven
-
Olphert Pett — Zaandam — directeur/reder
-
Joannes Walingius — Zaandam — directeur/reder
-
Hendrik Sluyk — Zaandam — directeur/reder
-
Weduwe Jan Arisz. Corver en Zoonen — Zaandam — rederijvoortzetting
-
Pieter Jansz. Sem — Zaandam — directeur/reder
-
Klaas Arentsz. Bloem — Zaandam — directeur/reder
-
Pieter Hoogenboom — Zaandam — directeur/reder
-
Cornelis Mets — Zaandam — directeur/reder
-
Jacob Martensz. Nomen — Zaandam — directeur/reder
-
Willem Hondius — Zaandam — directeur/reder
-
Jacob Last — Zaandam — directeur/reder
-
Pieter Leur — Zaandam — directeur/reder
-
Aris en Michiel de Boer — Zaandam — directeuren/reders
-
Cornelis Wildeboer — Zaandam — directeur/reder
-
Nicolaas Kalff — Zaandam — directeur/reder
-
Pieter Bleeker — Zaandam — directeur/reder
-
Nicolaas Kalff en Jan Louwe Junior — Zaandam — directeuren/reders
-
Lyns Claasz. Schaap — Zaandam — directeur/reder
-
Arent Claasz. Bloem — Zaandam — directeur/reder
-
Cornelis Groot — Zaandam — directeur/reder
-
Cornelis Jansz. Aarsis — Zaandam — directeur/reder
-
Pieter Taan — Zaandam — directeur/reder
-
Pieter en Dirk Bleeker — Zaandam — directeuren/reders
-
Cornelis Dirksz. Tewis — Zaandam — directeur/reder
-
Gerret Jansz. Rogge — Zaandam — directeur/reder
-
Pieter Arentsz. Sluyk — Zaandam — directeur/reder
-
Jan Louwe Junior — Zaandam — directeur/reder
-
Gerret van Sante — Zaandam — directeur/reder
-
Claas Lourensz. Louwe — Zaandam — directeur/reder
-
Klaas en Jacob Kramer — Zaandam — directeuren/reders
-
Nicolaas Kalff en Pieter Hogenboom — Zaandam — directeuren/reders
-
Kramer en Zoomer — Zaandam — directeuren/reders
-
Cornelis Welbore — Zaandam — directeur/reder
-
Klaas Taan en Zoonen — Zaandam — directeuren/reders
-
Pieter Corver — Zaandam — directeur/reder
-
Jacob Smit — Zaandam — directeur/reder
-
Jan de Jongh — Zaandam — directeur/reder
-
Klaas de Jongh — Zaandam — directeur/reder
-
Weduwe Jan van de Stad — Zaandam — directeur/rederijvoortzetting
-
Olivier Middelhoven — Zaandam — directeur/reder
-
Weduwe Jacob Smit — Zaandam — directeur/rederijvoortzetting
-
Jacob Groot — Zaandam — directeur/reder
-
Jacob Middelhoven Jacobsz. — Zaandam — directeur/reder
-
Jan Duyn en Zoon — Zaandam — directeuren/reders
-
Nan en Aarsis — Zaandam — directeuren/reders
-
Pieter Brouwer — Zaandam — directeur/reder
-
Gerret Visser — Zaandam — directeur/reder
-
Cornelis Lourensz. Louwe — Zaandam — directeur/reder
-
Ryndert Louwe — Zaandam — directeur/reder
-
Hamma Klinckert en Zoon — Zaandam — directeuren/reders
-
Klaas en Klaas Groot — Zaandam — directeuren/reders
-
Klaas Mats — Zaandam — directeur/reder
-
Klaas Cornelisz. Groot — Zaandam — directeur/reder
-
Adriaan Rogge — Zaandam — directeur/reder
-
Evert Hendrik van Marle — Zaandam — directeur/reder
-
Toussaint en Bouwe — Zaandam — directeuren/reders
-
Klaas Mul en Zoonen — Zaandam — directeuren/reders
-
Pieter Bouwe — Zaandam — directeur/reder
-
Simon Timmerman — Zaandam — directeur/reder
-
Cornelis Gerretsz. Metselaar — Zaandam — directeur/reder
-
Jacob Cornelisz. Cardinaal — Zaandam — directeur/reder
-
Arent Bruyning — Zaandam — directeur/reder
-
Andries van der Linden — Zaandam — directeur/reder
-
Jacob Middelhoven en Zoonen — Zaandam — directeuren/reders
-
Hero Graftdyk — Zaandam — directeur/reder
Dit zijn 200: nummer 336 t/m 535. De volgende ronde wordt dan 536–735, opnieuw 200 namen met expliciete plaats.
Beginlijst — naam + plaats + functie
-
Floris Wil — Jisp — directeur/reder
-
Jacob Koning — Rotterdam — directeur/reder
-
Jacob Beyerman — Rotterdam — directeur/reder
-
Jacob Gysbertsz. Ommekomme — Zaandam — directeur/reder
-
Lyns Klaasz. Schaap — Zaandam — directeur/reder
-
Gerret Blauw — Westzaan — directeur/reder
-
Dirk Wakker — Westzaan — directeur/reder
-
Jan Dirksz. Blauw — Westzaan — directeur/reder
-
Cornelis Muuse Blauw — Uitgeest — directeur/reder
-
Jean Dupeirou — Amsterdam — directeur/reder
-
Jacob Victor — Amsterdam — directeur/reder
-
Jacques Dupeirou — Amsterdam — directeur/reder
-
Stoffel Jansz. Hart — Uitgeest — directeur/reder
-
Hendrik van Esterwegen — Amsterdam — directeur/reder
-
Lourens Victor — Amsterdam — directeur/reder
-
Matheus Rees — Dordrecht — directeur/reder
-
Johan Oudland — Rotterdam — directeur/reder
-
Mathys Bos — Rotterdam — directeur/reder
-
Johannes Wagenaar — Amsterdam — directeur/reder
-
François Denik — Rotterdam — directeur/reder
-
Fredrik Beets — De Rijp — directeur/reder
-
Simon de Lange — Zaandijk — directeur/reder
-
Pieter van Breda — Amsterdam — directeur/reder
-
Gerret Best — Zaandijk — directeur/reder
-
Gerret en Claas Vis — Zaandijk — directeuren/reders
-
Jan Veen — Medemblik — directeur/reder
-
Jan Louwe Junior — Zaandam — directeur/reder
-
Floris Cornelisz. de Lange — Zaandijk — directeur/reder
-
Claas Cornelisz. — Zaandam — directeur/reder
-
Olphert Pett Louwe — Zaandam — directeur/reder
-
Jacob en Frans van de Velde — Amsterdam — directeuren/reders
-
Albert Timmerman — Monnickendam — directeur/reder
-
Mattheus David de Neufville — Amsterdam — directeur/reder
-
Abraham van den Bosch — Amsterdam — directeur/reder
-
Gerret Poel — Zaandam — directeur/reder
-
Pieter Brak — Amsterdam — directeur/reder
-
Gerret Visser — Zaandam — directeur/reder
-
Robbert Macreel — Amsterdam — directeur/reder
-
Jan Walree — Haarlem — directeur/reder
-
Jacob Middelboven — Zaandam — directeur/reder
-
De erven Dirk Lynsz. Rogge — Zaandam — rederij/erfgenamen
-
Jacob Cornelisz. Cardinaal — Zaandam — directeur/reder
-
Egbert en Anthony van den Berg — Amsterdam — directeuren/reders
-
Simon Cramer — Amsterdam — directeur/reder
-
Jacob Middelheven — Zaandam — directeur/reder
Dit zijn de eerste 45 zekere vermeldingen die ik uit de bron kan halen zonder plaatsnamen erbij te verzinnen.
Ik kan nu direct doorgaan met 46–100, in precies hetzelfde formaat.
Namen met expliciet genoemde plaats — 46 t/m 145
Ik ga verder met 100 vermeldingen. Deze reeks komt uit de intekenarenlijst voorin Van Sante; de functie is hier dus intekenaar. De plaats neem ik letterlijk uit de bron en leid ik niet af.
-
Claas Taan — Zaandam — intekenaar
-
Aris van Broek Abrahamsz. — Zaandam — intekenaar
-
Adriaan Rogge — Zaandam — intekenaar
-
Jacob Lakeman — Crommenie — intekenaar
-
Jan Simonsz. Oosterhoorn — Crommenie — intekenaar
-
Cornelis Meyn — Koog — intekenaar
-
Cornelis Gerretsz. Honigh — Zaandijk — intekenaar
-
Simon de Jager — Westzaan — intekenaar
-
Cornelis Yff — Westzaan — intekenaar
-
Lourens Hogendorp — Zaandijk — intekenaar
-
Klaas Mats — Zaandam — intekenaar
-
Klaas Ouwejan — Zaandam — intekenaar
-
Remmert de Vries — Zaandam — intekenaar
-
Allart Scheltinga — Harlingen — intekenaar
-
Willem Bruygom Tip — Westzaandam — intekenaar
-
Nicolaas Anthony van Hoorn — Amsterdam — intekenaar
-
Jan Honig Jacobsz. — Zaandijk — intekenaar
-
Abraham Konink Willemsz. — Amsterdam — intekenaar
-
Klaas van der Glas — Amsterdam — intekenaar
-
Gerret van Holst Krijnsz. — Krimpen op de Lek — intekenaar
-
Anthony Groen — Westzaan — intekenaar
-
Meyndert der Kinderen — Zaandam — intekenaar
-
Jasper Visser — Westzaan — intekenaar
-
Simon Beets — De Rijp — intekenaar
-
Pieter Gerretsz. Hoofd — Westzaan — intekenaar
-
Dirk Vroon — De Rijp — intekenaar
-
Arent Arentsz. Bloem — Zaandam — intekenaar
-
Adam Hackman — Amsterdam — intekenaar
-
Jan Boon — De Rijp — intekenaar
-
Aldert Boon — De Rijp — intekenaar
-
Pieter Korff — Zaandam — intekenaar
-
Willem Schenk — Wormerveer — intekenaar
-
Jan Korff — Zaandam — intekenaar
-
Cornelis Gerretsz. Metselaar — Zaandam — intekenaar
-
Jacob Middelhoven Jacobsz. — Zaandam — intekenaar
-
Cornelis Middelhoven — Zaandam — intekenaar
-
Cornelis Louwe — Zaandam — intekenaar
-
Jacob Queldam — Wieringerwaard — intekenaar
-
Willem Konink Abrahamsz. — Amsterdam — intekenaar
-
Jan Pott — Rotterdam — intekenaar
-
Lambertus Stolk — Amsterdam — intekenaar
-
Andreas Boelema — Amsterdam — intekenaar
-
Roelof Gerretsz. Meyer — Borkum — intekenaar
-
Pieter Leur — Zaandam — intekenaar
-
Aris van Broek — Zaandam — intekenaar
-
Jan Otter — Zaandam — intekenaar
-
Dirk Visser — Westzaan — intekenaar
-
Heero Graftdijk — Zaandam — intekenaar
-
Willem Ris Willemsz. — Westzaan — intekenaar
-
Iperus Wiselius — Amsterdam — intekenaar
-
Barent Lubeley — Amsterdam — intekenaar
-
Adriaan van Broek — Zaandam — intekenaar
-
Dirk Duyn — Zaandam — intekenaar
-
Claudius Hendrikus van Herwerden — Amsterdam — intekenaar
-
Willem Simonsz. Spiers — Zaandam — intekenaar
-
Pieter Klockener — Amsterdam — intekenaar
-
Lourens Ouwejan — Zaandam — intekenaar
-
Albert Kramp — Amsterdam — intekenaar
-
Jacobus van Bambergen — Zaandam — intekenaar
-
Klaas Simonsz. Heyn — Zaandam — intekenaar
-
Jacob Dam — Zaandam — intekenaar
-
Tamme Beth Ysbrandsz. — Amsterdam — intekenaar
-
Jan Dam — Zaandam — intekenaar
-
Jan Mes — Amsterdam — intekenaar
-
Klaas Dryver — Texel — intekenaar
-
Cornelis Duyn — Zaandam — intekenaar
-
Barthold Meerkamp — Amsterdam — intekenaar
-
Klaas Sem — Zaandam — intekenaar
-
Pieter de Jongh — Amsterdam — intekenaar
-
Jan Lely — Wormerveer — intekenaar
-
Vasterd Vas — Wormerveer — intekenaar
-
Klaas Vas — Wormerveer — intekenaar
-
Jan Walig — Den Helder — intekenaar
-
Lubbert Koopman — Zaandijk — intekenaar
-
Simon Jansz. Walig — Den Helder — intekenaar
-
Casper Fredrich Schults — Amsterdam — intekenaar
-
Christiaan Eggersman — Amsterdam — intekenaar
-
Klaas Mul — Zaandam — intekenaar
-
Robbert Makreel — Amsterdam — intekenaar
-
Jan van Vollenhoven — Amsterdam — intekenaar
-
Klaas Kous Bos — Monnickendam — intekenaar
-
Jan Kool — Zaandijk — intekenaar
-
Nicolaas Willem Kops — Haarlem — intekenaar
-
Hendrik Jan Spyker — Amsterdam — intekenaar
-
Gerbrand Hazeven — Crommenie — intekenaar
-
Aris de Boer — Zaandam — intekenaar
-
Aris van der Ley — Zaandijk — intekenaar
-
Willem Kops — Haarlem — intekenaar
-
Tewis Cardinaal — Zaandam — intekenaar
-
Jan Hugaart — Haarlem — intekenaar
-
Jan Enschedé Jansz. — Haarlem — intekenaar
-
Henrich Kothe — Bremen — intekenaar
-
Claas Heyn — Zaandam — intekenaar
-
Elias Baart Junior — Amsterdam — intekenaar
-
Dirk Janszen Junior — Amsterdam — intekenaar
-
Dirk Cornelisz. Haring — Zaandam — intekenaar
-
Hendrik Aalsmeer — Zaandam — intekenaar
-
Klaas Klamp — Zaandam — intekenaar
-
Willem Korff — Zaandam — intekenaar
-
Klaas Honig — Zaandijk — intekenaar
Namen met expliciet genoemde plaats — 146 t/m 245
Ik ga verder met de intekenarenlijst. Bij firma's of combinaties laat ik de namen bij elkaar staan zoals Van Sante ze vermeldt; ik splits ze niet kunstmatig in afzonderlijke personen. De scanpagina's 16 en verder vormen hier de bron.
- Albert Kleyndert — Zaandam — intekenaar
- Jan Puts — Zaandam — intekenaar
- Nanning Cornelisz. — Koog — intekenaar
- Cornelis en Gerret Blaauw — Westzaan — intekenaren
- Klaas Kuyper — Oostzaan — intekenaar
- Anthony Meynts — Amsterdam — intekenaar
- Klaas Kleyndert — Zaandam — intekenaar
- Johannes Luden — Amsterdam — intekenaar
- Pieter Vis — Zaandijk — intekenaar
- Gerard Clifford — Amsterdam — intekenaar
- Claas Cornelisz. Louwe — Zaandam — intekenaar
- E. H. van Marle — Zaandam — intekenaar
- Hendrik de Haan — Amsterdam — intekenaar
- Jacob Speciaal Aartsz. — Zaandam — intekenaar
- Arnold Hooghart — Amsterdam — intekenaar
- Johannes Kapitein Junior — Amsterdam — intekenaar
- P. R. Nauta Beukens — Amsterdam — intekenaar
- Joost van Eik — Amsterdam — intekenaar
- De Erven Abraham van Breda — Amsterdam — intekenaren/erven
- Jean Neel en Zoon — Amsterdam — intekenaren
- Jacob Frenie — Amsterdam — intekenaar
- Pieter Engelen en Comp. — Amsterdam — intekenaren/firma
- Last en Brat — Oostzaan — intekenaren/firma
Daarnaast stonden op dezelfde pagina nog namen die in onze vorige reeks ten onrechte zijn overgeslagen. Die moeten we óók bewaren:
- Pieter en Nicolaas Jut — Amsterdam — intekenaren
- Jan Middelman en Zoon — Amsterdam — intekenaren
- Jan Elias Munster en Zoon — Hamburg — intekenaren
- Berend Roosen — Hamburg — intekenaar
- Pieter Kramer — Hamburg — intekenaar
- Van den Bosch en Lely — Amsterdam — intekenaren/firma
- Paulus Kramer — Hamburg — intekenaar
- Pieter Kramer Junior — Hamburg — intekenaar
- Jacob Becker — Hamburg — intekenaar
- Willem van Brienen — Amsterdam — intekenaar
Ook op de voorafgaande scanpagina waren enkele vermeldingen overgeslagen:
- Gerret Cornelisz. Honigh — Zaandijk — intekenaar
- Adriaan Jansz. Duyn — Zaandam — intekenaar
- Klaas Gerretsz. Honig — Koog — intekenaar
- Cornelis Ploeger — Jisp — intekenaar
- Jan Koopman — Zaandijk — intekenaar
- Pieter Roos — Amsterdam — intekenaar
- Nicolaas de Myn — Amsterdam — intekenaar
- David de Myn — Amsterdam — intekenaar
En op de eerste pagina van de intekenarenlijst waren eveneens combinaties die in de eerdere nummering niet waren meegenomen:
- Claas Taan en Zoonen — Zaandam — intekenaren
- Jan en Christiaan van Taarlink — Amsterdam — intekenaren
- Gerret Jut en Zoonen — Zaandam — intekenaren
- Claas Hoofd en Zoonen — Westzaan — intekenaren
- Simon en Cornelis Hottentot — Oostzaan — intekenaren
- Groot en Volder — Wormerveer — intekenaren/firma
- Ris en Dekker — Westzaan — intekenaren/firma
- Jacob Honig en Zoonen — Zaandijk — intekenaren
- Franco en Adrianus Dubbeldemuts — Rotterdam — intekenaren
- Jan en Pieter Visser — Westzaan — intekenaren
- Jacob Cornelisz. Kardinaal — Zaandam — intekenaar
- Simon Cramer — Amsterdam — intekenaar
- Bettelem en Mol — Jisp — intekenaren/firma
- Jan Jacob Uylenburg — Amsterdam — intekenaar
- Johannes Enschedé Izaaksz. — Haarlem — intekenaar
- Casper Kopersmit — Amsterdam — intekenaar
- Luden en Speciaal — Amsterdam — intekenaren/firma
- Bleyenburg en Verlee — Amsterdam — intekenaren/firma
- De weduwe Meyndert Gijsz. — Zaandam — intekenaar/weduwe
- Hamma Klinkert en Zoon — Zaandam — intekenaren
- Jan en Abraham Ongelaar — Koog — intekenaren
- Jan Dirk en Willem van Vollenhoven — Amsterdam — intekenaren
De volgende vermeldingen staan eveneens in de intekenarenlaag:
- Hendrik Haringh — Zaandam — intekenaar
- Harmanus Engelkind — Amsterdam — intekenaar
- Joannes van Wayenburg — Amsterdam — intekenaar
- Aldert Roos — Amsterdam — intekenaar
- Klaas Kruyer — Amsterdam — intekenaar
- Jan Jacob Krol — Amsterdam — intekenaar
- Jozua van Arrewyne — Amsterdam — intekenaar
- Pieter Briel — Wormerveer — intekenaar
- Pieter Lont en Leendert Hoop — Amsterdam — intekenaren
- Cornelis de Man — Amsterdam — intekenaar
- Christoffer Mylinck en Zoon — Amsterdam — intekenaren
- Arent Breet — Zaandijk — intekenaar
- Cornelis Visser — Zaandam — intekenaar
- Nicolaas Gesken — Amsterdam — intekenaar
Daarna gaan we naar de hoofdtabellen
Vanaf hier kunnen we verder met personen uit de eigenlijke walvisvaarttabellen, waar directeur + plaats expliciet bij de reizen staat. Daar vinden we bijvoorbeeld combinaties als:
- Cornelis Lely — Wormerveer — directeur
- Weduwe Cornelis Lely — Wormerveer — directeur/rederijvoortzetting
- Pieter de Jager — Wormerveer — directeur
- Abraham Konink Willemsz. — Amsterdam — directeur
- Simon Cramer — Amsterdam — directeur
- Gijsbert Egeling — Amsterdam — directeur
- Klaas Beets en Loon — Zaandam — directeuren/rederij
- Adriaan Kroeff en Hendrik de Haan — Vlissingen — directeuren
- Nicolaas de Myn — Amsterdam — directeur
- A. Speciaal en A. Tuyn — Oostzaan — directeuren
- A. Speciaal — Oostzaan — directeur
- Jan Pot — Rotterdam — directeur
- Bartholomeus van den Coppello — Middelburg — directeur
Ik stop hier bewust bij 235 in plaats van namen 236–245 te gokken: bij het vervolg moeten we de volgende pagina's van de hoofdtabellen controleren. Belangrijker is dat we nu ook de eerder overgeslagen intekenaren hebben teruggezet. Zo bouwen we een complete lijst zonder namen weg te laten.
Nagedacht gedurende 1m 23s
Namen met expliciet genoemde plaats — 236 t/m 335
Ik ga nu verder met de hoofdtabellen van de walvisvaart. Dit zijn personen of rederijcombinaties die Van Sante onder “Directeurs” noemt en waarbij hij zelf een plaats vermeldt. Oude spelling van plaatsen normaliseer ik alleen licht (Ryp → De Rijp, Jhisp → Jisp); ik vul geen plaatsen in.
236. Hark Langeboer — Oude Niedorp — directeur/reder
237. Jan Blauw — Medemblik — directeur/reder
238. Abraham van der Pot — Rotterdam — directeur/reder
239. Cornelis Roos — Oostzaan — directeur/reder
240. Aart Speciaal — Oostzaan — directeur/reder
241. Weduwe Aart Speciaal — Oostzaan — directeur/reder
242. Jasper Visser — Westzaan — directeur/reder
243. Pieter Witte — Amsterdam — directeur/reder
244. Blauw en Veen — Medemblik — directeuren/reders
245. Cornelis en Jan Honig — Zaandijk — directeuren/reders
246. Jan Jacobsz. Honig — Zaandijk — directeur/reder
247. Gerret Doornekroon — Amsterdam — directeur/reder
248. Pieter en Jacobus Kops — Amsterdam — directeuren/reders
249. Abraham Vinck — Amsterdam — directeur/reder
250. Otto Versemis — Amsterdam — directeur/reder
251. Simon Goosen — Zaandam — directeur/reder
252. Tames Veen — Medemblik — directeur/reder
253. Dirk Mooriaan — Zaandijk — directeur/reder
254. Jan van Taarlink — Amsterdam — directeur/reder
255. Cornelis van Mysen — De Rijp — directeur/reder
256. Simon de Knuyt — Amsterdam — directeur/reder
257. Dirk Timmer — Jisp — directeur/reder
258. Pieter en Jan Mol — Jisp — directeuren/reders
259. Reynier la Clé — Amsterdam — directeur/reder
260. Meyndert en Claas Arentsz. — Zaandam — directeuren/reders
261. Claas Arentsz. Bloem — Zaandam — directeur/reder
262. Jacob Corver — Zaandam — directeur/reder
263. Gerret Kaaskooper — Koog — directeur/reder
264. Engel Arentsz. Dooregeest — De Rijp — directeur/reder
265. Olphert Daalder — Oostzaan — directeur/reder
266. Pieter van Ockhuyzen — Amsterdam — directeur/reder
267. Jacob Hoofd — Westzaan — directeur/reder
268. Dirk Bell — Alkmaar — directeur/reder
269. Bartholomeus van Halen — Amsterdam — directeur/reder
270. Nicolaas Kalff — Zaandam — directeur/reder
271. Dirk Blauw — Zaandam — directeur/reder
272. Floris de Lange — Zaandijk — directeur/reder
273. Zeeger Eenhoorn — De Rijp — directeur/reder
274. Pieter Pietersz. Mol — Jisp — directeur/reder
275. Dirk Klaasz. Muyzer — Zaandam — directeur/reder
276. Cornelis Florisz. de Lange — Zaandijk — directeur/reder
277. Pieter Klyndert — Zaandam — directeur/reder
278. Cornelis Last — Zaandam — directeur/reder
279. Jacob Honig — Zaandijk — directeur/reder
280. Daniella Motte — Rotterdam — directeur/reder
281. François Louis — Rotterdam — directeur/reder
282. Simon Verveen — Zaandam — directeur/reder
283. Cornelis Metsz. — Zaandam — directeur/reder
284. Zeeger Vettes — De Rijp — directeur/reder
285. Simon Gerretsz. Visser — Zaandijk — directeur/reder
286. Evert van Hussen — Rotterdam — directeur/reder
287. Jan Eylander — Amsterdam — directeur/reder
288. Philippe d'Orville — Amsterdam — directeur/reder
289. Lourens Cornelisz. Louwe — Zaandam — directeur/reder
290. Jan Banning — Jisp — directeur/reder
291. Pieter Boon — Wormerveer — directeur/reder
292. Cornelis Groot — Zaandam — directeur/reder
293. Hendrik Backer — Zaandam — directeur/reder
294. Nanning Teunisz. — De Rijp — directeur/reder
295. Jan Mol — Zaandam — directeur/reder
296. Claas Cornelisz. Louwe — Zaandam — directeur/reder
297. Cornelis de Jong — Hoorn — directeur/reder
298. Thomas Gales — Amsterdam — directeur/reder
299. Carel Marchand — Amsterdam — directeur/reder
300. Klaas Groot — Zaandam — directeur/reder
301. Marten Mol — Jisp — directeur/reder
302. Jan Claasz. Kee — De Rijp — directeur/reder
303. Weduwe Willem van Laar en Zoon — Amsterdam — directeur/rederij
304. Pieter Appel — Amsterdam — directeur/reder
305. Frans Carel Geun — Amsterdam — directeur/reder
306. Cornelis Abrahamsz. de Veer — Amsterdam — directeur/reder
307. Jan Geskin — Amsterdam — directeur/reder
308. Krayen Molenaar — Monnickendam — directeur/reder
309. Elias Baart en Zoonen — Amsterdam — directeuren/reders
310. Pieter Jantjes en Dirk Vroom — De Rijp — directeuren/reders
311. Jan Westra — Harlingen — directeur/reder
312. Richie en Bordelse — Rotterdam — directeuren/reders
313. Jan Rogge en Zoonen — Zaandam — directeuren/reders
314. Nan en Aartsz. — Zaandam — directeuren/reders
315. Allart Schellinga — Harlingen — directeur/reder
316. Jan Willem Coman — Amsterdam — directeur/reder
317. Elias Baart Junior — Amsterdam — directeur/reder
318. Martinus en Hendrik Smit — Amsterdam — directeuren/reders
319. Abraham Costerus — Amsterdam — directeur/reder
320. Willem van Brienen en Zoonen — Amsterdam — directeuren/reders
321. Myndert Hoffenaar — Zaandam — directeur/reder
322. Beets en Ris en Comp. — Hoorn — directeuren/reders
323. Jan Koopman Junior — Amsterdam — directeur/reder
324. Harmanus van Gellecum — Amsterdam — directeur/reder
325. Antony van Vollenhoven — Rotterdam — directeur/reder
326. Weduwe J. Beyerman — Rotterdam — directeur/rederij
327. Willem Konink — Rotterdam — directeur/reder
328. W. van Rykevorsel — Rotterdam — directeur/reder
329. François van den Bogaart — Amsterdam — directeur/reder
330. Joost Voogd — Amsterdam — directeur/reder
331. Roelof Boot — Edam — directeur/reder
332. Harmanus en Nicolaas Boot — Edam — directeuren/reders
333. John Brouwne — Amsterdam — directeur/reder
334. Jan Archer — Amsterdam — directeur/reder
335. Hendrik Sluyk — Zaandam — directeur/reder
Volgende reeks wordt 336–435, opnieuw 100 per keer.
De volgende ronde kan daarom 236–335 worden.
We maken hem af. Ik houd de nieuwe doorlopende masterlijst aan. Bij het opschonen blijken acht oude werknummers dubbelen/naamloze posities te zijn; daarom eindigt de zuivere samengevoegde lijst op 840 in plaats van kunstmatig op 848. Ik ga geen acht nepregels toevoegen om het oude nummer te halen.
-
Jochem Blaauboer — St. Maartensbrug — commandeur — 1771–1786 — onder meer De Jager.
-
Lourens Boedel — Petten — commandeur — 1771–1773.
-
Jan Brak — Venhuizen — commandeur — actief tot 1773.
-
Jacob Pietersz. Bras — Hazepolder — commandeur — tot 1776 — overleden 9 oktober 1781, begraven St. Maartensbrug.
-
Maarten Aldertsz. Breet — St. Maartensbrug — commandeur — 1770–1779.
-
Jacob Willemsz. Gorter — Schagen — commandeur — 1787–1790 — later De Jager.
-
Willem ’t Hart — St. Maartensbrug — commandeur — 1775–1776 — later koopvaardijschipper op de Zaanse Noord-Holland.
-
Claas Hopman — Abbestee/Callantsoog — commandeur — 1773–1778 en 1787–1788.
-
Cornelis de Jong — Oudesluis — commandeur — 1775.
-
Pieter Creynen de Jong — Callantsoog — commandeur — 1777–1779.
-
Jacob Mooy — Callantsoog — commandeur — vader van Maarten en Pieter Mooy.
-
Maarten Jacobsz. Mooy — Callantsoog — commandeur — tot 1802 — Frankendaal.
-
Pieter Jacobsz. Mooy — Callantsoog — commandeur — 1773–1778 en 1786–1793 — zoon van Jacob Mooy.
-
Hendrik Pietersz. — Enkhuizen — commandeur — tot 1798.
-
Cornelis Jansz. Rootjes — Nieuwesluis — commandeur — 1770–1774.
-
Pieter Visser — Oudesluis — commandeur — 1774–1780 — Davisstraat én Groenland.
-
Cornelis Vriesman — Petten — commandeur — tot 1776 en 1783–1784 — Davisstraat/Groenland.
-
Cornelis Winder — Avenhorn — commandeur — tot 1770 — Davisstraat.
-
Pieter Winder — Avenhorn — commandeur — tot 1779 — Davisstraat.
-
Casper Bakker — speksnijdersmaat — 1786 — tevens sloepschipper.
-
Symon Pronk — speksnijdersmaat 1780 → speksnijder 1786 — tevens sloepschipper.
-
Pieter Jansz. Boot — kok op walvisvaarder — 1774–1775 — later sloeperman.
-
Pieter van ’t Hoff — matroos — 1789 — tevens sloeperman.
-
Pieter Zeeman — speksnijdersmaat — 1789 — tevens sloepschipper.
-
Jacob Jacobsz. Grooff — bootsman 1787 → harpoenier 1803 — tevens sloepschipper.
-
Jan Pauw — bootsman — 1789 — tevens sloeperman.
-
Symon Bouwen — matroos 1787 → harpoenier 1802 — tevens sloeperman.
-
Jan Dronken — schieman — 1789 — tevens sloeperman.
-
Hark Cornelisz. Spits — Den Helder — speksnijdersmaat 1774 → harpoenier 1775 — zeeloods — gehuwd met Klaasje Pietersd. Soetelief.
-
Willem Tuynzaad — Den Helder — opperkuiper — 1787 bij Anthony van Hansleeden — gehuwd met Jannetje Brouwer.
-
Jan Jacobsz. de Wit — Den Helder — matroos — 1789 — gehuwd met Maartje Klaasd. Zeylemaker.
-
Adriaan Gerritsz. Cornelisz. — Den Helder — stuurman — ca. 1785–1802 — gehuwd met Willempje Harge.
-
Hendrik … Borst — Den Helder — harpoenier — 1774 — later zeeloods; naam gedeeltelijk beschadigd.
-
Cornelis Jacobsz. Breet — Den Helder — stuurman — gehuwd met Neeltje Jansd. Vos — vermoedelijk omgekomen 1777.
-
Jan Joosten Brouwer — Den Helder — speksnijdersmaat — 1770 — gehuwd met Neeltje Jochemsd. Hoogerwerf.
-
Jacob Jansz. Grooff — Den Helder — walvisvaarder, rang onbekend — vader van Jacobus Grooff.
-
Lourens Jansz. Groot — Den Helder — speksnijder — 1771–1772 bij Klaas Jansz. Kastricum.
-
Jan Lourisz. Janbroer — Huisduinen — bootsman — 1779 — gehuwd met Maddeleentje Cornelisd. Broertjes.
-
Cornelis Pietersz. Jongkees — Den Helder — harpoenier — 1774–1775 — overleden 1776.
-
Lourens Willemsz. Kool — Den Helder — harpoenier en zeeloods — 1775 — gehuwd met Neeltje Jansd. Stort.
-
Cornelis Jacobsz. Koopman — Den Helder — speksnijdersmaat — 1756.
-
Aarjen Willemsz. Korff — Den Helder — stuurman — 1765 — later werkzaam bij ’s Lands Werken.
-
Jacob Aarjensz. Krook — Huisduinen — walvisvaarder — zoon van commandeur Adriaan Jacobsz. Krook.
-
Jan Pronk — kajuitsjongen — 1771.
-
Jan Pronk — kajuitsjongen — 1789 — volgens bron andere persoon dan nr. 644.
-
Jan Quant — Den Helder — walvisvaarder — later harpoenier in 1802 bij Tjelling Tromp.
-
Cornelis Jansz. Mandemaker — Den Helder — speksnijdersmaat.
-
Simon Riekels — Huisduinen — walvis-/koopvaarder — precieze walvisvaartrang onbekend.
-
Jan Klaasz. Quak — Den Helder — harpoenier — 1772.
-
Jacob [patroniem beschadigd] — Den Helder — koksmaat 1775 → bootsmansmaat 1783 — latere rang beschadigd.
-
[voornaam beschadigd] Hermanus — Den Helder — harpoenier — 1786 en 1789.
-
[naam beschadigd] Engelsz. — Den Helder — stuurman — gehuwd met Anne Dirksd. Vuyst.
-
Jacob [achternaam beschadigd] — Den Helder — speksnijder — 1788–1789.
-
[voornaam beschadigd] Jacobsz. — Den Helder — walvisvaarder — 1789 — rang onbekend.
-
Jacob Willemsz. Breet — Den Helder — speksnijdersmaat — 1761 — tevens zeeloods.
-
Maarten Spanjert — Den Helder — eerst stuurman, later harpoenier.
-
Adriaan Rijkers — commandeur — Jisp — 1701–1704.
-
Cornelis Pietersz. Rijkers — commandeur — Jisp — 1717–1740 — circa 85 walvissen.
-
Dirk Jansz. Rijkers — commandeur — Amsterdam — 1700–1711.
-
Jacob Jansz. Rijkers — commandeur — Amsterdam — 1701–1705.
-
Jan Dirksz. Rijkers — commandeur — Oostzaan — 1736.
-
Klaas Pietersz. Rijkers — commandeur — Jisp — 1709–1719.
-
Klaas Sijbrandsz. Rijkers — commandeur — Amsterdam — 1746–1754.
-
Pieters Claasz. Rijkers — commandeur — Jisp — 1700–1730 — circa 175 walvissen.
-
Pieter Cornelisz. Rijkers — commandeur — Amsterdam — 1700–1710.
-
Sybrand Adriaansz. Rijkers — commandeur — Amsterdam — 1752–1753.
-
Sybrand Pietersz. Rijkers — commandeur — Amsterdam/Jisp — meerdere vaarfasen.
-
Willem Pietersz. Rijkers — commandeur — Amsterdam — 1734–1738.
-
Jan Mijndertsz. Schagen — commandeur — Amsterdam — 1736–1739.
-
Adriaan Schol — commandeur — Amsterdam — 1703.
-
Jacob Schol — commandeur — Amsterdam/Jisp — 1700–1720.
-
Reyer Schrijver — commandeur — De Rijp/Monnickendam — 1724, 1743–1745.
-
Dirk Slang — commandeur — Amsterdam — 1700–1711 met onderbreking.
-
Jan Slot — commandeur — Purmerend — 1736–1747.
-
Adriaan Thomasz. Smit — commandeur — De Rijp — 1730–1742.
-
Jan Spanjert — commandeur — Enkhuizen/Middelburg — 1744–1757.
-
Cornelis Jansz. Spits — commandeur — Amsterdam — 1740–1741.
-
IJsbrand Springer — commandeur — Amsterdam.
-
Jan Spijker — commandeur — De Rijp — niet dezelfde vermelding als Jan Spijker de Jonge.
-
Engel Jansz. Streeker — commandeur — Amsterdam.
-
Adriaan Cornelisz. Strop — commandeur — Amsterdam.
-
Cornelis Lourensz. Strop — commandeur — Amsterdam.
-
Floris Cornelisz. Strop — commandeur — Nieuwendam.
-
Hendrik Strop — commandeur — meerdere vaarfasen.
-
Frans Jansz. Swart — commandeur — Alkmaar/Jisp.
-
Jan Twisk — commandeur — Alkmaar/De Rijp — tevens Davisstraat.
-
Hillebrand van Uyjen — commandeur — De Rijp.
-
Cornelis Jacobsz. Verbeek — commandeur — De Rijp.
-
Lourens Verbeek — commandeur — De Rijp.
-
Pieter Vlielander — commandeur — Amsterdam/Hamburg — meerdere vaarfasen.
-
Dirk Willemsz. Voogd — commandeur — Amsterdam.
-
Hendrik Paulusz. Voogd — commandeur — meerdere vaarfasen — Davisstraat.
-
Jan Hendriksz. Voogd — commandeur.
-
Paulus Tijsz. Voogd — commandeur.
-
Jan Vos — commandeur — meerdere vermeldingen; identiteit nog te controleren.
-
Dirk Vroom — commandeur.
-
Jacob Vroom — commandeur.
-
Jan Jansz. Vroom — commandeur — apart van Jan Jacobsz. Vroom.
-
Abraham Lourensz. Walig — commandeur — Zaandam — 1744–1751.
-
Cornelis Maartensz. Walig — commandeur — Krommenie e.a. — vanaf 1749 — Davisstraat.
-
Lourens Jansz. Walig — Den Helder — commandeur — 1739–1762 — gehuwd met Maartje Abrahamsd. Wentel.
-
Maarten Simonsz. Walig — commandeur — Amsterdam — 1777–1780, 1783–1785.
-
Pieter Willemsz., alias Haicks/van de Helder — commandeur — Zaandijk — 1739–1762 — circa 152¾ walvis.
-
Cornelis Pietersz. de Wever — commandeur — Zaandam/Zaandijk — meerdere vaarfasen vanaf 1715.
-
Fulps Wijbrandsz. — commandeur — Zaandam/Hoorn — actief vanaf 1700.
-
Teunis Wijbrandsz. — commandeur — Zaandam — 1743–1777 — circa 191½ walvis.
-
Hendrik Harmensz. Zielhorst — commandeur — De Rijp — 1700–1724 met onderbreking — Davisstraat.
-
Pieter Zeeman — commandeur — Monnickendam/Zaandam — vanaf 1741 — niet gelijk aan latere speksnijdersmaat Pieter Zeeman.
-
Dirk Driewesz. — commandeur — 1773–1777.
-
Jan Driewesz. — commandeur — tot 1780.
-
Jan Glas — commandeur — 1790–1792.
-
Claas Gorter — commandeur — 1776–1778 en 1787.
-
Adriaan Hagenaar — commandeur — 1775–1776 en 1789–1794 — ook Petten.
-
Jan Claasz. Castricum — commandeur — tot 1775.
-
Claas Jansz. Castricum — commandeur — tot 1777 — overleed in Groenland.
-
Lourens Claasz. Keuken — commandeur 1785–1788 → stuurman 1789 — later Alkmaar.
-
Jacob Symonsz. Klein — commandeur — 1786–1787.
-
Symon Jansz. Klein — commandeur — 1785.
-
Jan Klorn — commandeur — 1773, 1775–1779.
-
Gerrit Koning — commandeur — 1794–1803.
-
Pieter Jacobsz. Koning — commandeur — 1792–1803.
-
Haykom Kroon — commandeur — 1789–1792 — Davisstraat/Groenland.
-
Dirk Pronk — commandeur — 1786.
-
Cornelis Pronk — commandeur — 1798.
-
Cornelis Quak — commandeur — tot 1771 — Davisstraat/Groenland.
-
Cornelis Riekels — commandeur — 1771–1773.
-
Cornelis Jacobsz. Ruyg — commandeur — tot 1779.
-
Jan Springer — commandeur — tot 1775 — niet automatisch Jan Springer de Jonge.
-
Cornelis Strop — commandeur — 1794.
-
Simon Jansz. Vaartjes — commandeur — 1785–1798.
-
Adriaan Veter — commandeur — 1790–1794.
-
Abraham Walig — commandeur — tot 1783 — overleden aan boord.
-
Jan Lourensz. Walig — commandeur — aparte Walig-vermelding.
-
Jan Spierdijk — Den Helder — stuurman — jarenlang bij Jacob Gauw.
-
Lourens Barendsz. van Saanen — speksnijder — circa zeven jaar bij Jacob Gauw.
-
Pieter Symonsz. Bouwen — Den Helder — stuurman — ca. 1774–1783 bij Dirk Hopman.
-
Cornelis Adriaansz. — speksnijder/speksnijdersmaat — meerdere jaren bij Dirk Hopman.
-
Willem Maartensz. Stint — matroos → harpoenier — 1775–1779 bij Cornelis Riekels.
-
Aarjen Klorn — harpoenier — 1802.
-
Aarjen Klorn — speksnijder — 1802 — volgens bron andere persoon dan nr. 739.
-
Frans Oom — matroos → waarschijnlijk stuurman — ca. 1789–1803.
-
Geerlof Plas — Huisduinen — walvisvaarder → bootsman koopvaardij — Curaçaovaart 1802–1803.
-
Cornelis Kamp — commandeur 1794–1798 → harpoenier 1802.
-
Pieter Cornelisz. Quak — Huisduinen — commandeur — 1766–1771 — tevens haringvisserijschipper.
-
Willem Gerritsz. Quak — Den Helder — commandeur — 1788.
-
Teunis Cornelisz. Root — Den Helder/Schagen — commandeur — 1735–1768.
-
Jan Maartensz. Breet — oud-commandeur en zeeloods — schepen in 1751.
-
Aris Hendriksz. Medendorp — commandeur en zeeloods — schepen in 1751.
-
Jacob Slot — oud-commandeur — schepen in 1751.
-
Cornelis Spanjaard — commandeur — schepen in 1751.
-
Willem Maartensz. Stint — commandeur — schepen in 1751 — identiteit met nr. 738 niet bewezen.
-
Jan Cornelisz. Jongkees — oud-commandeur en zeeloods — lid schepencollege 1794.
-
Cornelis Hillebrandz. van Uyen — oud-commandeur en koopvaardijschipper — schepen 1794.
-
Jan Pietersz. Vlielander — oud-commandeur → koopvaardijschipper → zeeloods → bevelhebber oorlogsbodem — schepen 1794.
-
Adriaan Cornelisz. de Wit — harpoenier/speksnijdersmaat — tevens sloepschipper.
-
IJsbrand Gorter — harpoenier — 1789 — tevens sloeperman.
-
Leendert Tilman — harpoenier — 1789 en 1802 — sloeperman en sjouwer.
-
Pieter Jacobsz. Vroom — harpoenier — 1802 — tevens sloeperman.
-
Adriaan de Leeuw — stuurman — 1802–1803 — tevens sloeperman.
-
Jan Jacobsz. Vroom — stuurman 1789 → commandeur 1792–1794 — tevens sloeperman.
-
Gerrit Houvast — harpoenier — tevens sjouwer in 1793.
-
Jan Krul — commandeur — Zaandam — 1760–1762.
-
Dirk Jansz. Leest — commandeur — Zaandijk — 1712–1713.
-
Fulps Claasz. Leest — commandeur — Westzaan/Amsterdam — 1735–1741 met onderbreking.
-
Jan Claasz. Leest — commandeur — Westzaan — 1735–1743.
-
Klaas Klaasz. Leest — commandeur — Westzaan — 1737–1761 met onderbreking.
-
Adriaan Mandemaker — commandeur — exacte jaren/rederijkoppeling nog open.
-
Lamert Outgers — harpoenier én speksnijdersmaat — De 4 Gebroeders.
-
Jan Hoogwerf — chirurgijn — De 4 Gebroeders.
-
Jan Graaf — ondertimmerman — De 4 Gebroeders.
-
Dirk Rynders — lijnschieter — De 4 Gebroeders.
-
Huipert Pietersz. — lijnschieter — De 4 Gebroeders.
-
Lourens Hendriksz. — stuurder — De 4 Gebroeders.
-
Eelke Jetz — stuurder — De 4 Gebroeders.
-
Pieter Jansz. Wit — bemanningslid — De 4 Gebroeders — functie niet nader vermeld.
-
Pieter Broeders — lijnschieter — De 4 Gebroeders.
-
Simon Ryksz. — lijnschieter — De 4 Gebroeders.
-
Jan Michielsz. — lijnschieter — De 4 Gebroeders.
-
Jan Thomisz. — bemanningslid — De 4 Gebroeders.
-
Jentje Hantjes — bemanningslid — De 4 Gebroeders.
-
Lourens Teunisz. — bemanningslid — De 4 Gebroeders.
-
Ariaan Cornelisz. — bemanningslid — De 4 Gebroeders.
-
Cornelis Dirksz. — bemanningslid — De 4 Gebroeders.
-
Heyn Jansz. — kajuitwachter; tijdens verwerking pikenier/haakjepik.
-
Dirk van Texel — pikenier/haakjepik — later bij de kappers.
-
Jan Cornelisz. — pikenier/haakjepik — identiteit onbekend.
-
Jan Jeltjesz. — pikenier/haakjepik.
-
Klaas Cornelisz. — pikenier/haakjepik.
-
Pieter Broedersz. — werkzaam bij de kappers — mogelijk nr. 776, niet bewezen.
-
Wybrand Jansz. — kappers/achterspil.
-
Tjerk Evertsz. — werkzaam bij de kappers.
-
Klaas Jorisz. — kappers/achterspil.
-
Jacob Pietersz. — grote/achterspil.
-
Barent Klaasz. — voorspil en ruim.
-
Foppe Tjerksz. — voorspil en ruim.
-
Jan de Graaf — voorspil en ruim — niet automatisch Jan Graaf nr. 770.
-
N. Foppe — werkzaam aan de spekkarnaat.
-
Klaas Oly — bemanningslid — Het Wapen van Texel.
-
Cornelis Pietersz. — bemanningslid — Het Wapen van Texel.
-
Jan Bakker — bemanningslid — Het Wapen van Texel.
-
Dirk Pietersz. — bemanningslid — Het Wapen van Texel.
-
Harmen Jacobsz. — bemanningslid — Het Wapen van Texel.
-
Klaas Jansz. Tel — bemanningslid — Het Wapen van Texel.
-
Hans Concent — bemanningslid — Het Wapen van Texel.
-
Klaas Garmetsz. — bemanningslid — Het Wapen van Texel.
-
Jan Snyder — bootsman en lijnschieter — Het Wapen van Texel.
-
Boy Broersz. — schieman.
-
Jan Klaasz. — bootsman — ook werkzaam aan spekkarnaat.
-
Oom Geet — kok — Het Wapen van Texel.
-
Gysbert Willemsz. — kok — tevens werkzaamheden bij voorspil/ruim.
-
Simon Pietersz. — koksmaat — Het Wapen van Texel.
-
Daniel Snor — chirurgijn — Het Wapen van Texel.
-
Isaak van den Broek — chirurgijn — tevens werkzaamheden bij verwerking.
-
Geert Jacobsz. — kajuitwachter — Het Wapen van Texel.
-
Jan Boon — bemanningslid — De 4 Gebroeders.
-
Fredrik Melchers — bemanningslid — De 4 Gebroeders.
-
Huibert Jurriaans — koksmaat — De 4 Gebroeders.
-
Cornelis Jansz. — schieman én sloepstuurder — De 4 Gebroeders.
-
Adriaen Pit — harpoenier — 1670 — groep van Jan Lourentsz. Pit/De Bleeker — hielp schipbreukelingen redden.
-
Gerrit Gerritsz. van Vlieland — commandeur — zoon omgekomen bij walvisjacht; naam zoon onbekend.
-
Simon Jacobsz. Kleyn — Huisduinen — commandeur — 1747 — Zaandamse arbeidsakte; drie walvissen, 150 quardelen.
-
Adriaan Jacobsz. Kleyn — Huisduinen — stuurman — 1747 — dezelfde arbeidscontractcasus.
-
Jan Keuken — Huisduinen — schieman — 1747 — dezelfde Zaandamse akte.
-
Adriaan Jansz. de Groot — commandeur — 1769–1796 — tevens sloepschipper.
-
Jan de Groot — commandeur — 1772–1777 — tevens sloepschipper.
-
Jan Jansz. Kolhorn — commandeur — 1792–1803 — tevens sloepschipper.
-
Jacob Kleyn — commandeur 1786–1787 → stuurman 1789 — tevens sloeperman.
-
Jan Dirksz. Drieuwes — Den Helder — commandeur 1776–1779 → koopvaardijschipper → lokaal bestuurder.
-
Klaas Keuken de Jonge — Den Helder — commandeur — vanaf 1769 — gehuwd met Trijntje Hendriksd. Baske.
-
Adriaan Frederiksz. Mijts — Den Helder — commandeur 1736–1761 en zeeloods.
-
Jan Hendriksz. Medendorp — commandeur — afzonderlijk van Aris Hendriksz. Medendorp.
-
Cornelis Metselaar — commandeur — patroniem niet gegeven.
-
Jacob Metselaar — commandeur.
-
Pieter Jacobsz. Metselaar — commandeur — meerdere vaarfasen.
-
Jan Pietersz. Mol — commandeur.
-
Klaas Mol — commandeur — meerdere vaarfasen.
-
Abraham Mooy — commandeur.
-
Cornelis Mooy — commandeur.
-
Dirk Willemsz. Mooy — commandeur — meerdere vaarfasen.
-
Jan Mooy — commandeur — meerdere vaarfasen en plaatskoppelingen.
Daarmee is de samengevoegde masterlijst compleet van 1 t/m 840.
Het verschil met de oude werkstand 848 is inhoudelijk verklaarbaar: bij het samenvoegen zijn dubbel genummerde personen, herhaalde scheepsvermeldingen en naamloze administratieve posities niet opnieuw als nieuwe persoon meegeteld. De informatie is niet weggegooid; die hoort als extra reis, schip, functie of onzekerheidsnotitie bij de betreffende persoon.
Nieuw vrij nummer voor verdere echte nieuwe personen: 841.
-
Freerik Kluyn — Borkum — commandeur — Hamburgse Groenlandvaart — schip nog onbekend.
-
Hidde Esders — Borkum — commandeur — Hamburgse Groenlandvaart — schip nog niet gekoppeld.
-
Jan Fokken Lolling — Borkum — commandeur — Hamburgse Groenlandvaart.
-
Feyke Okken — Borkum — commandeur — Hamburgse Groenlandvaart.
-
Okke Daniels Meyer — Borkum — commandeur — Hamburgse Groenlandvaart.
-
Hinrik Boysen — harpoenier — De Griepenstein — Hamburg — 1773.
-
Jacob Dieukes — Assendelft — harpoenier — tweede sloep van De Gort-molen — 1660 — raakte tijdens de jacht aan walvis en lijn vast, werd meegesleurd en overleefde.
-
Parshout — Noordeinde bij De Rijp — harpoenier in 1657, later commandeur — loopbaan harpoenier → commandeur.
-
Simon de Vos — kuiper — onder commandeur Dirk Jansz. Muizer — 1679 — overleden nadat een walvislijn om zijn benen sloeg.
-
Jürgen Röper — kuiper — Sara & Cecilia — Hamburg — 1777 — liet een verslag van de ramp na.
-
Hark Ketels — speksnijder — De Patriot — Hamburg — ca. 1770–1780 — vader van Ketel Harken.
-
Ketel Harken — scheepsjongen, later matroos — De Patriot — Hamburg — vanaf 1773, toen elf jaar oud, tot 1780 — zoon van Hark Ketels.
-
Hinrich Oldis — speksnijder — De Griepenstein — Hamburg — 1784.
-
Jan Louwerisz. Put — woonde te Sardam op het Silver-pad — kajuitwachter — De Gort-molen — 1660.
-
Hendrich Gebers — bemanningslid/overlevende — Mercurius — Hamburg — 1777 — precieze functie niet vastgesteld.
-
Peter Bertels — bemanningslid/overlevende — Mercurius — Hamburg — 1777.
-
Jungen Scholdt — bemanningslid/overlevende — Mercurius — Hamburg — 1777.
-
Garef Lindman — bemanningslid/overlevende — Mercurius — Hamburg — 1777.
-
Jan Jockum Benet — bemanningslid/overlevende — Mercurius — Hamburg — 1777.
-
Jan Hendrich Wies — bemanningslid/overlevende — Mercurius — Hamburg — 1777.
-
Claas Drijver — commandeur — Zaandam — Zaandam — 1772 — rederij Claas Taan & Zoonen — Davisstraat — circa 240 vaten, ongeveer vijf walvissen.
-
Jan Simonsz. Walig — commandeur — Zaanstroom — Zaanse/Taan-rederij — vanaf 1767 — meerdere reizen.
-
Meyndert Meeuw — commandeur — Europa — Zaandam — rederij Klaas Taan & Zonen.
-
Simon Maartensz. Walig — commandeur — De Vrintschap — rederij Taan — 1754 — zes walvissen.
-
Gerrit Tekesz. Swart — commandeur — De IJsvogel/Ysvoogel — Zaandamse rederijverbinding — 1757 — reders Cornelis Mein, Claas Mais en Jan Cuyper — door Denen aangehouden en naar Kopenhagen gebracht.
-
Ary Duyn — commandeur — Lust en IJver — 1762 — waarschijnlijk Hamma-Klinckert-netwerk; rederkoppeling nog niet volledig zeker.
-
Cornelis Walig — commandeur — America — Zaandamse verbinding — jaren 1790 — voer onder Pruisische vlag.
-
Cornelis Jansz. Klorn — commandeur — Alida — Zaandam — 1803 — reder Cornelis Visser — ontkwam naar Trondheim.
-
Pieter Cornelisz. Ruijg/Ruyg — commandeur — Avontuur — Zaandam — 1802/1803 — reder Cornelis Cardinaal — één walvis, zeventien vaten — later buitgemaakt.
-
Jacob Cornelisz. Ruyg — commandeur — De Jonge Cornelis — Broek in Waterland-netwerk — 1802/1803 — Harmen Bakker & Zonen.
-
Jacob Jansz. Gauw — commandeur — Vissershoop — Amsterdam — 1803 — Nicolaas Gefken & Zoon — schip buitgemaakt.
-
Cornelis Boekjes — commandeur — Vriendschap — Wormerveer — 1802/1803 — Vas & Dekker.
-
Hendrik Cornelisz. — commandeur — Hoop op de Walvisvangst — Nieuwendam — 1802/1803 — Pieter de Jong & Zoon.
-
Meyndert Hendriksz. Meeuw — commandeur — Cornelis en Jan — 1802/1803 — Cornelis Dekker & Zoon — niet zonder bewijs gelijkstellen aan Meyndert Meeuw.
-
Jan Klaasz. Castricum — commandeur — Onderneming — 1802/1803 — reder/plaats nog onbekend.
-
Pieter Jansz. Klorn — commandeur — ’s Lands Welvaaren — 1802/1803 — reder/plaats nog niet vastgesteld.
-
Dirk Gerritsz. Swart — commandeur — Hollandia — 1802/1803 — reder/plaats nog niet vastgesteld.
-
Simon Hoogerzijl — commandeur — De Hoop — Dordrecht — 1802 — Frank van der Schoor & Zonen.
-
Johannes Hoogerzijl — commandeur — Groenlandia — Dordrecht — 1802 — Frank van der Schoor — schip in 1805 naar Emden verkocht.
-
Jan Cornelisz. — commandeur — Concordia — Dordrecht — 1702 — reder Gillis van der Ooth — één walvis, vijftien vaten.
-
Jan Reus — commandeur — De Witte Leeuw — Dordrecht — 1710 — reder Mattheus Rees — geen vangst.
-
Thomas Thomasz. — commandeur — ’t Dordts Lam — Dordrecht — 1712 — Mattheus Rees — door Fransen buitgemaakt.
-
Adriaan Fiddes Bakker — commandeur — ’t Wapen van Rijnland 1713; De Nicolaas 1714; De Vier Gezusters 1715; De Juffrouw Johanna 1716–1719 — Dordrecht — Mattheus Rees, later diens weduwe en zonen.
-
Michiel Ockers Hoogerzijl — commandeur — De Bonte Walvis — Dordrecht — 1729–1730 — Jacob Jacobs & Comp.
-
Lucas van Oeveren — commandeur — Pro Patria — Dordrecht.
-
Hendrik Gerrits — commandeur — Pro Patria — Dordrecht.
-
David Crena — commandeur — Juffrouw Adriana Wilhelmina — Dordrecht — schip gekocht in 1756.
-
Samuel Crena — commandeur — De Zeerob — Dordrecht — galjoot gekocht in 1769 — later verlaten en richting Orkneys gedreven.
-
Roelof Gerritsz. Meijer — commandeur — De Drie Gebroeders — Amsterdam — 1744 — reder Albert Kramp — zestien walvissen; later opnieuw op hetzelfde schip en vervolgens De Vergulde Walvis.
-
Jacob Harmensz. — commandeur — De Vrouw Anna — Amsterdam — 1750 — reder Frederik de Harde.
-
Cornelis Adriaansz. — commandeur — Catharina — 1753 — reder/boekhouder Cornelis Abrahamsz. de Veer.
-
Willem Adriaansz. — commandeur — De Verwachting — 1753 — reder Cornelis Abrahamsz. de Veer.
-
Luijtje Barendsz. Moolenaar — commandeur — Yslandt/Island — Amsterdam — 1755–1762 — reder Frederik Dibbetz.
-
Foppe Jacobsz. Vlieger — commandeur — De Zeeman — Amsterdam — 1763 — reder Jan Everhard Grave.
-
Evert Pietersz. Backer — commandeur — Amsterdam — Amsterdam — Mattheus David de Neufville — Davisstraat.
-
Dirk Mooij — commandeur — Haarlem — Amsterdam — Mattheus David de Neufville — Groenlandvaart.
-
Oeble Oebles — commandeur — Juffrouw Sara Hendrina — Amsterdam — 1783 — reder Hendrik Das.
-
Jan Quack — commandeur — Juffrouw Maria — Amsterdam — 1783 — reder Klaas Kruyer.
-
Jan Jeldert — commandeur — Vrouw Sibille Geertrui — Amsterdam — 1759–1767 — eerst Jan Arnold Pot, later Abraham Coning Willems; daarna Lust van het Vaderland, 1768–1770.
-
Cornelis Jansz. Bras — commandeur — Vrouw Hendrina — Amsterdamse rederijverbinding — 1744 — vertrek Texel — reder Claude Hendrik van Herwerde.
-
Martinus Claasz. — commandeur — Stad Zwolle — reder Lambertus Stolk — Groenlandvaart.
-
Frederik Pietersz. — Zaandam verbonden — commandeur — De Vrouw Maria — 1769 — 45 zielen — reder Cornelis Abrahamsz. de Veer.
-
Anthony van Hanxleden — commandeur — Wilhelmus Jozephus — 1777 — rederplaats nog niet vastgesteld.
-
Cornelis de Leeuw — Den Helder — commandeur — Weltevreede — ca. 1774–1778.
-
Maarten Mooy — commandeur — Frankendaal — 1786 — eerste walvis 1 juni, circa twintig vaten; twee dagen later nog drie walvissen.
-
Adriaan Hogerwerf — commandeur — Ridder Oord — Spitsbergen — 1786.
-
William Allen — commandeur — De Walvisch-vanger — waarschijnlijk buitenlands schip — 1786 — schip vergaan; veertien overlevenden kwamen bij Maarten Mooy aan boord.
-
Jan Jobsz. — commandeur — Canarie — 1737 — Amelander bemanningslaag — door Denen aangehouden.
-
Arent Hansen Barff — commandeur — De Jonge Hottentot — 1739 — Hollandse Groenlandvloot — Diskobaai.
-
Dirk Cornelisse Hoogerduin — Den Helder — commandeur — De Juffrouwen Anna Cornelia en Anna — Groenland — schip vergaan.
-
Adriaan Dirksz. — commandeur — Margareta — 1755 — rederplaats nog onbekend.
-
Hans Dirksz. — commandeur — Groenlandia — 1754–1755.
-
Cornelis Texemias/Texenius de Jongh — commandeur — Zeevaard/Zeewaard — 1753 — vertrek Texel; rederijplaats niet bewezen.
-
Pieter Baars — commandeur — Middelhooven — 1753.
-
Arien Brouwer — commandeur — Hillegonda en Catharina — 1769.
-
Jan Strop — commandeur — De Zeeman — 1755 — niet automatisch hetzelfde schip als de Amsterdamse De Zeeman van 1763.
-
Pieter Vermeulen — commandeur — Oudoven — jaar/reder nog niet uitgewerkt.
-
Gerrit Danielsz. Meijer — commandeur — George Jacob — jaar/reder nog uit te werken.
-
Jacob Claasz. Bakker — commandeur — De Jonge Bartholomeus.
-
Roelof Oudman — commandeur — De Cornelis Jan.
-
Frederik Gerritsz. — commandeur — De Mathijs en Gerrit — achternaam/transcriptie nog controleren.
-
Volkert Claasz. — commandeur — De Vrouwe Maria Petronella.
-
Jacob Reynders — Workum — commandeur — De Valckenier — 1661 — schip vergaan.
-
Bouwe Scholtes — Workum — commandeur — De Vergulde Schol — chronologie nog controleren.
-
Claas Taan — Zaandam — reder/koopman — verbonden aan Zaandam, Zaanstroom, Europa en De Vrintschap.
-
Claas Taan de Jonge — Oostzaandam — koopman/reder — Taan-familienetwerk.
-
Cornelis Taan — Oostzaandam — koopman/reder — familiebedrijf Taan.
-
Cornelis Michielsz. Calff — Westzaandam — koopman/reder — verbonden aan onder meer ’t Bonte Kalf, De Muyser en De Stadt Deventer in 1683.
-
Harmen Bakker — Broek in Waterland — reder — Harmen Bakker & Zonen — De Jonge Cornelis — afzonderlijke zonen niet benoemd.
-
Nicolaas Gefken — Amsterdam — reder — Nicolaas Gefken & Zoon — Vissershoop.
-
Vas — Wormerveer — reder — Vas & Dekker — Vriendschap.
-
Dekker — Wormerveer — reder — Vas & Dekker — Vriendschap.
-
Pieter de Jong — Nieuwendam — reder — Pieter de Jong & Zoon — Hoop op de Walvisvangst.
-
Cornelis Dekker — reder — Cornelis Dekker & Zoon — Cornelis en Jan.
-
Frank van der Schoor — Dordrecht — reder — De Rust van ’t Vaderland 1790; later De Hoop en Groenlandia.
-
Gillis van der Ooth — Dordrecht — reder — Concordia — 1702.
-
Jacob Jacobs — Dordrecht — reder — Jacob Jacobs & Comp. — De Bonte Walvis — 1729–1730.
-
Mels — Dordrecht — directeur/reder — Pro Patria.
-
Bax — Dordrecht — directeur/reder — Pro Patria.
-
Vernimmen — Dordrecht — directeur/reder — Pro Patria.
-
Frederik de Harde — Amsterdam — reder — De Vrouw Anna — 1750.
-
Cornelis Abrahamsz. de Veer — Amsterdam — reder/boekhouder — Catharina, De Verwachting en De Vrouw Maria.
-
Frederik Dibbetz — Amsterdam — reder — Yslandt/Island — 1755–1762.
-
Jan Everhard Grave — Amsterdam — reder — De Zeeman — 1763.
-
Mattheus David de Neufville — Amsterdam — reder — Amsterdam en Haarlem.
-
Hendrik Das — Amsterdam — reder — Juffrouw Sara Hendrina — 1783.
-
Klaas Kruyer — Amsterdam — reder — Juffrouw Maria — 1783.
-
Jan Arnold Pot — Amsterdam — reder — eerste fase van Vrouw Sibille Geertrui.
-
Abraham Coning Willems — Amsterdam — latere reder van Vrouw Sibille Geertrui.
-
Philipus Franciscus Xavier van den IJver — Amsterdam — reder — Lust van het Vaderland — 1768–1770.
-
Claude Hendrik van Herwerde — Amsterdamse rederijverbinding — Vrouw Hendrina — 1744.
-
Volkert de Vries — Amsterdam — reder — Standvastigheid en Waakzaamheid.
-
Anne Jacobsz. — reder — Waakzaamheid — plaats in deze vermelding niet nader uitgewerkt.
-
Elias Baart — Amsterdam — reder — Vredelust — 1789–1794.
-
Hendrik Baart — Amsterdam — reder — Vredelust — precieze verwantschap met Elias Baart niet invullen zonder bron.
-
Gerrit Doornekroon — Amsterdam — reder — De Jager — commandeur Jacob Jansz. Rijkers.
-
Weduwe Albert Kramp — Amsterdam — rederes — De Drie Gebroeders — 1750 — voortzetting na Albert Kramp.
-
Jan Kramp — Amsterdam — medereder — De Drie Gebroeders — 1750.
-
J.S. Oltmans — Amsterdam — reder — De Vrouw Dirkje — 1803 — schip voer uiteindelijk niet uit.
-
Fedde Jansz. Visser — stuurman — Weltevreede — commandeur Cornelis de Leeuw — ca. 1774–1778.
-
Gerben Pieters — Ameland — bemanningslid — De Jonge Hottentot — 1739 — gedood tijdens Deens vuur bij Diskobaai.
-
Jan Rensen — Zaanse scheepsbouw-/arbeidslaag — functie nog nader specificeren.
-
Pieter Yp — Zaanse arbeids-/scheepsbouwlaag — precieze functie nog uitwerken.
-
Jan Gerbrandsz. Muus — Zaanse scheepsbouw-/arbeidslaag — functie nog uitwerken.
-
Jan Ales — Zaanse arbeidslaag — functie nog niet precies vastgesteld.
-
Cornelis Jansz. — Zaanse arbeidslaag — functie nog bronmatig preciseren; niet met gelijknamige commandeurs samenvoegen.
-
M. Jansz. — bemannings-/overlevingslaag — 1777 — zoek- en reddingscontext rond Jeldert Groot — volledige voornaam ontbreekt.
-
H.C. Jaspers — zoek-/reddingscontext 1777 — vermoedelijk Hans Christiaan Jaspers; bronvorm voorlopig apart bewaren.
-
P. Leynk — Saerdam — boekhouder — ’t Wapen van Hamburgh — 1683 — volledige voornaam onbekend.
-
Jan Cornelisz. — Saerdam — boekhouder — De Albertus — 1683 — identiteit onbekend; niet koppelen aan naamgenoten zonder bewijs.
-
Gerard Gull, weduwe — Hamburg/Bremen — rederij/directie.
-
George Jonquel — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Henrik Jonquel — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Herman Munster — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Hans van Laar — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Hendrik Otto — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Philip Otto — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Hendrik Nieukerk — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Hans Ermteek, weduwe — Hamburg/Bremen — voortgezette rederij/directie.
-
Johan Beets, weduwe — Hamburg — rederes/directie — niet zonder bewijs gelijkstellen aan andere Beets-vermeldingen.
-
Cornelis Beets — Hamburg/Bremen — zoon van Johan Beets — voortzetting van de rederij.
-
Jacob de Vlieger Karelsz. — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Johan de Lanoy junior — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Johan Albert Ankelman — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Isaak Delboe — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Johan Present — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Johan Jurge Ruter — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Johan Willem Schafhauzen — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Johan Plump — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Johan Witt — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Johan Maximiliaan Winkeler — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Johan Bernhard Mulhauzen — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Johan Henrich Gull — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Joachim Barentsz. — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Jacob Lennig — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Johan Tietsen — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Lucas Kramer, weduwe — Hamburg — rederes/directie — voortzetting rederij Kramer.
-
Laurens Kramer — Hamburg — directeur/reder — Kramer-netwerk.
-
Nicolaas Burmeester — Hamburg — directeur/reder — mogelijke naamfamilie met Nicolaus Burmester; identiteit niet automatisch gelijkstellen.
-
Nicolaas Biljet — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Pieter Eden — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Philip d’Erberveld — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Pieter Moller — Hamburg — directeur/reder — waarschijnlijk naamvorm P. Möller; bronvorm behouden.
-
Rudolf Amsing — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Roelof Aspes — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Salomon de Vlieger — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Willem Sander — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Cornelis Heycomsz. Abbo — commandeur — rederij De Rijp.
-
Jan Cornelisz. Admiraal — commandeur — rederij Enkhuizen.
-
Gerrit Jansz. Adriaan — commandeur — rederij De Rijp.
-
Jan Adriaansz. de Jong — commandeur — rederij Jisp.
-
Klaas Adriaansz. de Jonge — commandeur — rederij Jisp.
-
Adriaan Pietersz. Bakker — commandeur — rederijkoppelingen Zaandam en Amsterdam — meerdere vaarfasen — tevens Davisstraat.
-
Evert Willemsz. Bakker — commandeur — rederijkoppelingen Jisp en Zaandam — tevens Davisstraatfase.
-
Hendrik Baske — commandeur — rederij Amsterdam.
-
Maarten Been — commandeur — rederij Den Helder.
-
Jan Gerritsz. Blankman — commandeur — rederij Zaandijk.
-
Pieter Gerritsz. Blankman — commandeur — rederij Zaandijk.
-
IJsbrand Blankman — commandeur — rederij Zaandam — patroniem niet vermeld.
-
Cornelis de Boer — commandeur — rederij Amsterdam — niet automatisch verbinden met naamgenoten.
-
Jacob Cornelisz. de Boer — commandeur — rederij Monnickendam.
-
Jan de Boer — commandeur — rederij Rotterdam.
-
Jan Hendriksz. de Boer — commandeur — rederij Westzaan.
-
Klaas Jacobsz. de Boer — commandeur — rederij Monnickendam — tevens Davisstraatvermelding.
-
Adriaan Breet — commandeur — rederij Amsterdam.
-
Ary Breet — commandeur — rederij Enkhuizen.
-
Cornelis Breet — commandeur — rederij De Rijp — niet automatisch gelijk aan Cornelis Jacobsz. Breet.
-
Jacob Breet — commandeur — meerdere vaarfasen — ten minste één Davisstraatvermelding.
-
Jan Jansz. Breet — commandeur — rederij Amsterdam.
-
Jan Adriaansz. Breet — commandeur — rederij De Rijp.
-
Jan Maartensz. Breet — commandeur — Groenlandvaart én afzonderlijke Davisstraatfase.
-
Maarten Jacobsz. Breet — commandeur — rederijkoppelingen De Rijp en Westzaan.
-
Hendrik Jacobsz. Broertjes — commandeur — rederij Amsterdam — apart houden van andere Broertjes.
-
Klaas Willemsz. Brouwer — commandeur — rederij Amsterdam.
-
Pieter Klaasz. Brouwer — commandeur — Amsterdam — meerdere vaarfasen — tevens Davisstraat.
-
Jacob Buysman — commandeur — rederijkoppelingen De Rijp en Jisp — Groenlandvaart én Davisstraat.
-
[voornaam beschadigd] Arentsz. Boey — Den Helder — bootsman — in 1794 op koopvaarder Matthijs en Abel onder Cornelis Metselaar — in 1795 circa ƒ2.000 gegoed.
-
Gerrit Pietersz. Blankman — Den Helder — commandeur walvisvaart — 1729–1743 — gehuwd met Maartje Jacobsd. Giltjes — tevens zeeloods; loodsexamen 30 september 1727, toen 25 jaar — totale vangst 21 walvissen.
-
Cornelis Hendriksz. [achternaam beschadigd] — Den Helder — commandeur — 1767–1786 — gehuwd met een vrouw uit de familie Keuken — ca. ƒ4.000 gegoed in 1774 en ca. ƒ20.000 in 1781 — bron noemt 56 walvissen over 1767–1773 en 67¼ over 1774–1780.
-
Maarten Cornelisz. [achternaam beschadigd] — Huisduinen — commandeur — 1756–1769 — gehuwd met Jannetje Simonsd. Kooter — in 1770 circa ƒ2.000 gegoed — totale vangst circa 25⅚ walvis.
Masterlijst staat nu doorlopend op 1–600. Volgende reeks: 601–800.
201. Hendrick Pietersz. — commandeur — De Edelman in de Vis-korf — Saerdam — 1683.
202. Tys Pietersz. — commandeur — De Ruyter — Saerdam — 1683.
203. Pieter de Jager — commandeur — De Vracht-schuyt — Saerdam — 1683.
204. Dirck Alewijnsz. — commandeur — De Kock — Saerdam — 1683.
205. Jan Teunisz. — commandeur — De Sparre-boom — Saerdam — 1683.
206. Claes Buys — commandeur — De Princesse d’Oranje — Saerdam — 1683.
207. De Jonge Rootheer — commandeur — De Coog — Saerdam — 1683 — voornaam/patroniem onbekend.
208. Jacob Hendricksz. — commandeur — De Bleeckster — Saerdam — 1683.
209. Cornelis Pot — commandeur — De Stadt Hamborgh — Saerdam — 1683.
210. Claes Pietersz. Backer — commandeur — De Gekroonde Vrede — Saerdam — 1683.
211. Abraham Tomasz. de Jager — commandeur — De Oude Christoffel — Saerdam — 1683.
212. Cornelis Jacobsz. Jonas — commandeur — De Jonge Tobyas — Saerdam — 1683.
213. Jan Sytwint — commandeur — ’s Werelds Loon — Saerdam — 1683.
214. Jan de Vlaming — commandeur — De Wilt-schutter — Saerdam — 1683.
215. Gerrit Pranger — commandeur — De Son — Saerdam — 1683.
216. Pieter Pietersz. Waart — commandeur — ’t Wapen van Hamburgh — Saerdam — 1683.
217. Claes Aghes — commandeur — De Albertus — Saerdam — 1683.
218. Noom Jan — commandeur — De Stadt Nimwegen — Westzaan — 1683 — bronvorm behouden; niet automatisch “Jan Noom”.
219. Piet Sara — commandeur — De Liefde — De Koog — 1683.
220. Aris Ceesen — commandeur — De Geele Klock — De Koog — 1683.
221. Tromp — commandeur — De Groene Klock — De Koog — 1683 — voornaam onbekend.
222. De Graeuwe Heynst — commandeur — De Bloem — De Koog — 1683 — dit is de naam van de commandeur, niet van het schip.
223. Jacob Jansz. Gruys — commandeur — De Salm — Uitgeest — 1683.
224. Albert Gijsen — commandeur — De Oude Lijnbaen — Uitgeest — 1683.
225. Jacob Jansz. Citsert — commandeur — ’t Wapen van Uytgeest — Uitgeest — 1683.
226. Garmet Claesz. Kabel — commandeur — ’t Noordse Bos — Uitgeest — 1683.
227. Jan Jansz. Hart — commandeur — De Steur — Uitgeest — 1683.
228. Lukas Jansz. Citsert — commandeur — ’s Werelds Loon — Uitgeest — 1683.
229. Gerrit Gerritsz. — commandeur — ’t Wapen van Leyden — Amsterdam — 1683.
230. Gerrit Bakker — commandeur — De Stadt Leyden — Amsterdam — 1683.
231. Floris Heertjes — commandeur — ’t Raadhuis van Leyden — Amsterdam — 1683.
232. Cornelis Eelmersz. — commandeur — De Burg van Leyden — Amsterdam — 1683.
233. Gerrit Ysbrantsz. — commandeur — De Eendragt — Amsterdam — 1683.
234. Klaas Symonsz. — commandeur — De Lieve Vrouw — Amsterdam — 1683.
235. Symon Olphertsz. — commandeur — galjoot Tobias — Amsterdam — 1683.
236. Cornelis Jansz. Tangh — commandeur — De Salm — Amsterdam — 1683.
237. Willem Pietersz. Pink — commandeur — De Vergulde Melk-meyd — Amsterdam — 1683.
238. Denijs Symonsz. — commandeur — ’t Wapen van Amsterdam — Amsterdam — 1683.
239. Visscher — voornaam onbekend — commandeur — De Blaauwe Pot — Amsterdam — 1683.
240. Bouwe Scholters — commandeur — De Schol — Amsterdam — 1683.
241. Jan Gerritsz. — commandeur — De Ruyter — Amsterdam — 1683.
242. Cornelis de Zeeuw — commandeur — Juffrouw Geertruy — Amsterdam — 1683.
243. Jan Jansz. Ridder — commandeur — ’t Gekroonde Schaap — Amsterdam — 1683.
244. Heere Wijbes — commandeur — ’t Nieuwe Eyland — Amsterdam — 1683.
245. Outgert Jansz. Kitsert — commandeur — De Goude Leeuw — Amsterdam — 1683.
246. Cornelis Jansz. Waag — commandeur — Uylenburg — Amsterdam — 1683.
247. Marten Arisz. Bakker — commandeur — ’t Kasteel van Breda — Amsterdam — 1683.
248. Jan Dirksz. Rijkersz. — commandeur — De Walvis — Amsterdam — 1683.
249. Cornelis Dirksz. Rijckersz. — commandeur — De Sint Jan — Amsterdam — 1683.
250. Adriaan Martensz. — commandeur — De Agnieta — Amsterdam — 1683 — mogelijk dezelfde als boekhouder Adriaan Maartensz.; niet bewezen.
251. Sybrandt Agges — commandeur — ’s Lands Welvaren — Amsterdam — 1683.
252. Bouwe Martensz. — commandeur — De Pluym-graaf — Amsterdam — 1683.
253. Jan Tamesz. Visser — commandeur — De Wintbont — Amsterdam — 1683.
254. Cornelis Jansz. de Boer — commandeur — Aletta Maria — Amsterdam — 1683.
255. Claes Vleysman — commandeur — Jupiter — Amsterdam — 1683.
256. Renk Cornelisz. — commandeur — De Nieuwe Stads-Herbergh — Amsterdam — 1683.
257. Cornelis Jansz. Roele — commandeur — De Nieuwe Hoop op de Walvis — Amsterdam — 1683.
258. Jelle Siercksz. — commandeur — galjoot De Blaeuwe Leeuw — Amsterdam — 1683.
259. Reyndert Gerbrandsz. — commandeur — De Fortuyn — Amsterdam — 1683.
260. Dirk Evertsz. — commandeur — Slooterdijk — Amsterdam — 1683.
261. Poulus Tamesz. — commandeur — De Vrede — Amsterdam — 1683.
262. Jan Blom — commandeur — De Elijsabet — Amsterdam — 1683 — mogelijk ook als boekhouder/directeur voorkomend; voorlopig niet samenvoegen.
263. Jan Claesz. Mars — commandeur — De St. Jacob — De Rijp — 1683 — boekhouder Jacob Arisz. Tuck.
264. Ariaen Appel — commandeur — De Vergulde Appel — De Rijp — 1683.
265. Willem Sloof — commandeur — De Swaen — De Rijp — 1683 — boekhouder Cornelis Jansz. Nomes.
266. Willem Vet — commandeur — De Houtkooper — De Rijp — 1683 — boekhouder Jacob Jansz. Stuyt.
267. Cornelis Maertensz. Boer — Abrams Offerhande — De Rijp — 1683 — precieze rol nog controleren.
268. Dirck Hartoch — De Jonge Tobyas — De Rijp — 1683 — precieze functie nog niet vastgesteld.
269. Teunis Nannings — commandeur — De 2 Zeylemakers — De Rijp — 1683 — boekhouder Cornelis Jansz. Wighout.
270. Fem Jansz. — De Emaus Gangers — De Rijp — 1683 — functie nog controleren.
271. Maerten Cornelisz. — commandeur — De Vergulden Duyf — De Rijp — 1683 — boekhouder Jacob Dircksz.
272. Jacob Teunisz. Windsch — commandeur — De Brandende Keers — De Rijp — 1683 — boekhouder Cornelis Florisz. Kaers.
273. Jan Krieck — Prins Willem — De Rijp — 1683 — precieze positie nog controleren.
274. Jan Meynertsz. Pelt — commandeur — Bartholomeus — De Rijp — 1683 — boekhouder Bartel Dircksz.
275. Cornelis Pronck — De Gortmoolen — De Rijp — 1683 — exacte functie nog niet zeker.
276. Cornelis Willemsz. Wit — De Karsseboom — De Rijp — 1683 — exacte functie nog controleren.
277. Cornelis Willemsz. Beck — commandeur — ’t Slot Dessau — De Rijp — 1683 — boekhouder Gerrit Tromp.
278. Cornelis Bles — ’t Swarte Paert — De Rijp — 1683 — precieze functie nog controleren.
279. Pieter Ouwelsz. Prins — commandeur — De Gerechtigheit — De Rijp — 1683 — boekhouder Jan Maertensz. Kik.
280. Jasper Knary — commandeur — Bergen op Soom — De Rijp — 1683 — boekhouder Jacob Pietersz. Buysman.
281. Maerten Claesz. — commandeur — De Aecker — De Rijp — 1683 — boekhouder Cornelis Symesz. Boel.
282. Pieter Mart. uit Noordend — commandeur — De Ackerslooter Kerck — De Rijp — 1683 — boekhouder Cornelis Jansz. Kat.
283. Jacob Kok — commandeur — ’t Land van Beloften — De Rijp — jaar binnen de 1683-laag nog enigszins onzeker.
284. Jacob Jansz. Mol — commandeur — De Decker — Jisp — 1683 — boekhouder Jacob Dirksz. Deck.
285. Claes de Valck — De Valck — Jisp — 1683 — rol nog controleren.
286. Jacob Jansz. Mol — commandeur — ’t Raedhuys van Jisp — Jisp — 1683 — boekhouder P.P. Pater — afzonderlijke scheepsvermelding van nr. 284.
287. Lucas de Lange — commandeur — De Graeuwe Hengst — Jisp — 1683 — boekhouder Peter van Warder.
288. Lucas de Lange — commandeur — ’t Witte Paerdt — Jisp — 1683 — boekhouder Groote Krelis.
289. Jan Heertjes — commandeur — De Swemmer — Jisp — 1683 — boekhouder Jacob Swem.
290. Jan Heertjes — commandeur — De Witte Molen — Jisp — 1683 — boekhouder Pil Jansz.
291. Jan Molsen — commandeur — ’t Dorp Jisp — Jisp — 1683 — boekhouder Maerten Jansz. Smit.
292. Jan Molsen — commandeur — De Winter — Jisp — 1683 — boekhouder Pieter Winter.
293. Jan Jacobsz. Mol — commandeur — De Nachtegael — Jisp — 1683 — boekhouder Jan Reyersz.
294. Jan Jacobsz. Mol — commandeur — De Somer — Jisp — 1683 — boekhouder Cornelis Ruygh.
295. Leendert Colleman — commandeur — De Vergulde Arendt — Jisp — 1683 — boekhouder Arien Claesz.
296. Leendert Colleman — commandeur — De Kaes-koper — Jisp — 1683 — boekhouder Cornelis Florisz.
297. Leendert Colleman — commandeur — De Broker van Sardam — Jisp — 1683 — boekhouder Pieter Jacobsz. Bobbeldijck.
298. Leendert Colleman — commandeur — De Slachter — Jisp — 1683 — boekhouder Lubbert Jacobsz.
299. Pieter Oly — commandeur — De Mol-bergh — Jisp — 1683 — boekhouder Jan Balck.
300. Derck Dircksz. — commandeur — De Prudt-koper — Jisp — 1683 — boekhouder Claes Jacobsz. Schoenmaker.
301. Hendrick Bruinsz. — Jisp — commandeur/rederijverbinding — Het Swarte Paert — 1661 — reder nog niet vastgesteld.
302. Onbekende commandeur — De Jisper Kerck — Jisp — 1659 — naam nog onbekend; administratieve persoonsplaats, geen benoemde persoon.
303. Mathijs Pietersz. — commandeur — De Gidion — Rotterdam — 1683 — boekhouder Willem Bastiaensz.
304. Symon Luff — commandeur — De Visscher — Rotterdam — 1683 — boekhouder Willem Bastiaensz.
305. Botte Jansz. — commandeur — De Hoop — Rotterdam — 1683.
306. Jan Pietersz. — commandeur — Abrahams Offerhande — Rotterdam — 1683.
307. Dirck Pietersz. — commandeur — De Rotterdammer Kerk — Rotterdam — 1683.
308. Root haar — commandeur — De Oranjen Boom — Rotterdam — 1683 — naamvorm onzeker.
309. Esau Jansz. — commandeur — ’t Wapen van Haerlem — Rotterdam — 1683.
310. Cornelis Claesz. Groen — commandeur — De Swarte Leeuw — Rotterdam — 1683 — boekhouder Jacob Danen.
311. Jan Jansz. van der Velde — commandeur — De Roo Leeuw — Rotterdam — 1683.
312. Lens Harmensz. — commandeur — De Groenlantsz. Visserij — Rotterdam — 1683.
313. Jan Cornelissz. Haringvanger — commandeur — galjoot Hollandia — Rotterdam — 1683.
314. Roelof Roelofz. — commandeur — De Mercurius — Rotterdam — 1683 — boekhouder Pieter Korff.
315. Thijs Jansz. — commandeur — De Vreeden — Rotterdam — 1683.
316. Cornelius Willemsz. — commandeur — Den Burgh van Leyden — Rotterdam — 1683.
317. W. den Besemaker — commandeur — naamloze hoecker — Rotterdam — 1683.
318. Gerbrant van der Velden — commandeur — Provintie van Uitrecht — Rotterdam — 1683.
319. Jan Dirksz. van der Velden — commandeur — Prins Hendrick — Rotterdam — 1683.
320. Krijn Joppen — commandeur — De Bontekray — Rotterdam — 1683.
321. Bastiaen den Brasem — commandeur — ’t Wapen van Schielant — Rotterdam — 1683.
322. Jacob den Brasem — commandeur — Den Brouwer — Rotterdam — 1683.
323. Pieter Joppen — commandeur — De Liefden — Rotterdam — 1683.
324. Barent Coopen — commandeur — De 7 Provintie — Rotterdam — 1683.
325. Jan Barentsz. — commandeur — De Haes — Rotterdam — 1683.
326. Arent Arentsz. — commandeur — De Witte Arent — Rotterdam — 1683.
327. Wijbe Wopkes — commandeur — ’t Wapen van Bordeaux — Rotterdam — 1683.
328. Cornelis Metman — commandeur — ’t Witte Lam — Rotterdam — 1683.
329. Ary Croon — commandeur — De Kroon — Rotterdam — 1683.
330. Gerrit Cornelisz. — commandeur — St. Antony de Padua — Rotterdam — 1683.
331. Jean Pain — commandeur — ’t Lant van Belofte — Rotterdam — 1683.
332. Jan Verhaven — commandeur — St. Jan — Rotterdam — 1683.
333. Pieter Jacobsz. — commandeur — St. Nicolaes — Rotterdam — 1683.
334. Qurijn Willemsz. — commandeur — De Gulde Vreede — Rotterdam — 1683.
335. Marten Cornelisz. — commandeur — De Bartolomeus — Rotterdam — 1683.
336. Andries Pietersz. — commandeur — Hamburg/Bremen — schip onbekend.
337. Andries Jacobsz. — commandeur — Hamburg/Bremen — schip onbekend.
338. Andries Jurgensz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
339. Andries Pietersz. Haan — commandeur — Hamburg/Bremen.
340. Asmus Nanningsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
341. Aris de Weert — commandeur — Hamburg/Bremen.
342. Ariaan Broersz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
343. Arent Barentsz. Overbeek — commandeur — Hamburg/Bremen.
344. Baltzer Man — commandeur — Hamburg/Bremen.
345. Boye Theunisz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
346. Broer Rykesz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
347. Bleye Michielsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
348. Broer Booysen — commandeur — Hamburg/Bremen.
349. Booy Riewertsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
350. Claas Karstensz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
351. Cornelis Riewersz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
352. Christiaan Brink — commandeur — Hamburg/Bremen.
353. Claas Jansz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
354. Cornelis Cornelisz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
355. Claas Rootspraak — commandeur — Hamburg/Bremen.
356. Cornelis Fredriksz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
357. Cornelis Booyen — commandeur — Hamburg/Bremen.
358. Cornelis Jurgens — commandeur — Hamburg/Bremen.
359. Cornelis Pietersz. Haan — commandeur — Hamburg/Bremen.
360. Cornelis de Vries — commandeur — Hamburg/Bremen.
361. Cornelis Willemsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
362. Cornelis Haayen — commandeur — Hamburg/Bremen.
363. Cornelis Jacobsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
364. Cornelis Jurriaansz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
365. Cornelis Michielsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
366. Claas Dirksz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
367. Claas Steneken — commandeur — Hamburg/Bremen.
368. Dirk Dirksz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
369. Dirk Albertsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
370. Dirk Tegeler — commandeur — Hamburg/Bremen.
371. Dirk Sielrand — commandeur — Hamburg/Bremen.
372. Dirk Taken — commandeur — Hamburg/Bremen.
373. Dirk Claasz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
374. Dirk Zegelken — commandeur — Hamburg/Bremen.
375. Eselke Ariaansz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
376. Egidius Kuhl — commandeur — Hamburg/Bremen.
377. Fredrik Riewertsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
378. Ficke Dreyer — commandeur — Hamburg/Bremen.
379. Fredrik Simonsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
380. Gerzon Krop — commandeur — Hamburg/Bremen.
381. Gerrit Cornelisz. Geus — commandeur — Hamburg/Bremen.
382. Gerrit Andriesz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
383. Goltje Mencken — commandeur — Hamburg/Bremen.
384. Hendrik van der Smissen — commandeur — Hamburg/Bremen.
385. Jan Lübben — Borkum — commandeur — Hamburgse Groenlandvaart — schip nog onbekend.
386. Olfert Lübben — Borkum — commandeur — Hamburgse dienst.
387. Eyse Gerrits — Borkum — commandeur — Hamburgse dienst.
388. Frerich Olferts — Borkum — commandeur — Hamburgse dienst.
389. Ph. Jans Eyben — Borkum — commandeur — voornaam alleen als “Ph.” bekend.
390. Geelt Gerrits — Borkum — commandeur.
391. Jacob Lübben — Borkum — commandeur.
392. Olfert Geelts — Borkum — commandeur.
393. Willem Hinrichs — Borkum — commandeur.
394. Steffen Janssen — Borkum — commandeur.
395. Jacob Janssen — Borkum — commandeur.
396. Gerrit Eysen — Borkum — commandeur.
397. G.O. Hoeymann — Borkum — commandeur.
398. Willem Martens Sleboom — Borkum — commandeur.
399. Jan Janssen — Borkum — commandeur — niet zonder bewijs samenvoegen met andere Janssen-vermeldingen.
400. Gerrit Geelts — Borkum — commandeur.
Masterlijst staat nu op 400. Volgende blok wordt 401–600.
Verder met dezelfde doorlopende masterlijst, vanaf 101. Ik verander de nummering niet meer.
101. Arent Claasz. Blom — Sardam — hoofdreder/directeur — komt tweemaal voor in Zorgdragers gedrukte directeurslijst; hier als één persoon opgenomen.
102. Aris Haring — Sardam — hoofdreder/directeur.
103. Bruivis en Louwe — Sardam — gezamenlijke rederij/directeurscombinatie; bron schrijft dit als combinatie en niet als twee volledig uitgeschreven personen.
104. Cornelis Dirksz. Tewesz — Sardam — hoofdreder/directeur.
105. Cornelis Simons Muze — Sardam — hoofdreder/directeur.
106. Cornelis Michielsz. Kalf — Sardam — hoofdreder/directeur.
107. Cornelis Klaasz. Groot — Sardam — hoofdreder/directeur.
108. Cornelis Jansz. Aris — Sardam — hoofdreder/directeur.
109. Dirk Klaasz. Muizer — Sardam — hoofdreder/directeur.
110. Gerrit de Vries — Sardam — hoofdreder/directeur.
111. Godefrid Bosch — Sardam — hoofdreder/directeur.
112. Gerrit van Sante — Sardam — hoofdreder/directeur.
113. Gerrit Jansz. Rog — Sardam — hoofdreder/directeur.
114. Gerrit Poel — Sardam — hoofdreder/directeur.
115. Jan Aris Korver — Sardam — hoofdreder/directeur.
116. Jan Louwe de Jonge — Sardam — hoofdreder/directeur.
117. Jan Moll — Sardam — hoofdreder/directeur.
118. Jan Rogge — Sardam — hoofdreder/directeur.
119. Klaas Groot — Sardam — hoofdreder/directeur.
120. Klaas Arentsz. Meyn — Sardam — hoofdreder/directeur.
121. Klaas Jansz. Floor — Sardam — hoofdreder/directeur.
122. Klaas Louwe — Sardam — hoofdreder/directeur.
123. Lyn Klaasz. Schaap — Sardam — hoofdreder/directeur.
124. Lourens Cornelisz. Louwe — Sardam — hoofdreder/directeur.
125. Michiel Bruinvis — Sardam — hoofdreder/directeur.
126. Nicolaas Cornelisz. Kalff — Sardam — hoofdreder/directeur.
127. Pieter Gerritsz. Zalm — Sardam — hoofdreder/directeur.
128. Pieter Bleeker — Sardam — hoofdreder/directeur.
129. Pieter Taan — Sardam — hoofdreder/directeur.
130. Simon Groot — Sardam — hoofdreder/directeur.
131. Cornelis Dirksz. Thewes — Sardam — gecommitteerde van de Hollandsche Groenlandsche Visschery — waarschijnlijk dezelfde als Cornelis Dirksz. Tewesz nr. 104; schrijfvorm en bestuursfunctie voorlopig afzonderlijk bewaren.
132. Cornelis en Dirk Eyf — Westzaan — gezamenlijke directeurs/rederij.
133. Jacob en Jan Hoofdt — Westzaan — gezamenlijke directeurs/rederij.
134. Cornelis en Jan Honing — bronplaats “Zaand.” — gezamenlijke directeurs/rederij — niet automatisch als woonplaats Zaandijk invullen.
135. Floris Cornelisz. de Lange — bronplaats “Zaand.” — hoofdreder/directeur.
136. Gerrit Best, Gerrit en Klaas Vis — bronplaats “Zaand.” — gezamenlijke directeurs-/rederijvermelding; individuele onderlinge relatie niet vastgesteld.
137. Gerrit Vis — Zaandyk — gecommitteerde van de Hollandsche Groenlandsche Visschery — mogelijke relatie met nr. 136 nog controleren.
138. Hein Nannings — Hamburgse walvisvaart — 1644 — schip onbekend — reder Johan Behn & Compagnie — precieze functie in deze werkregel niet nader gespecificeerd.
139. Jacob Flor / Johann Flor — Amrum — verbonden aan St. Jacob — Hamburgse walvisvaart.
140. Boh Carstens — Amrum — verbonden aan St. Jan Evangelist en De Abraham — Hamburgse walvisvaart.
141. Matthies Claasen — Noord-Friese achtergrond — verbonden aan De Son / De Sonn / Die Sonne — Hamburg — 1683–1694.
142. Peter Dolck — Altona — verbonden aan St. Peter en St. Laurentius — Hamburg/Altona-netwerk.
143. Lorens Petersen de Hahn — Sylt — commandeurs-/scheepskoppeling met Svarte Arend / Schwarzer Adler, De Stadts Welvaert en Vyff Gebrooders — Hamburg.
144. Jung Rörd Ricklefs / J.R. Riewerts — Amrum — verbonden aan Bernhardus — Hamburg — 1696–1704.
145. Meyndert Pietersen Haan — Noord-Friese/Waddenachtergrond — verbonden aan Witte Voß, Paradies en Wappen von Holland — Hamburg.
146. Ticerd Bintjes / Bintgens — Fries/Nederlandse achtergrond — verbonden aan Visser Galley en Hoop op de Walvis — Hamburg — Davisstraat/Groenlandvaart.
147. B. Rykes — verbonden aan Sara Galley — vroegere commandeurs-/scheepsfase; voornaam niet uitgeschreven.
148. Sybert Jans — Ameland — verbonden aan Sara Galley — Hamburg — Davisstraat.
149. Jacob Douw — Terschelling — verbonden aan Nachtegael en Pelicaen — Hamburgse walvisvaart.
150. Hans Hansen Carl — Rømø — verbonden aan Wagsaamhyd/Waakzaamheid — Hamburg — 1743 en 1745.
151. Jakob Jansen — herkomst onbekend — verbonden aan Vrouw Maria Elisabeth — Hamburg — 1769.
152. Hark Ketels — speksnijder — De Patriot — Hamburgse walvisvaart.
153. Ketel Harken — scheepsjongen — De Patriot — Hamburgse walvisvaart.
154. Volkert Boysen — Wyk auf Föhr/Föhr — verbonden aan Sanct Peter/St. Peter — Hamburg — 1773.
155. Hinrik Boysen — harpoenier — De Griepenstein/Grypenstein — Hamburgse walvisvaart.
156. Hinrich Oldis — speksnijder — De Griepenstein/Grypenstein — latere bemanningsfase.
157. Anders Jørgensen — Deense/Waddenachtergrond — commandeur — De Griepenstein, Concordia en Providentia — Hamburg — actief binnen ongeveer 1776–1792.
158. Hidde Dirks Kat — Hollum, Ameland — commandeur — Juffrouw Klara/Juffrouw Clara/Frau Clara — Hamburg — 1777.
159. David Hendrik Rewoel — boekhouder — Juffrouw Klara — Hamburg — 1777.
160. Hans Pieters — waarschijnlijk Noord-Friese/Waddenachtergrond — verbonden aan Sara & Cecilia — Hamburg — 1777.
161. Jürgen Röper — kuiper — Sara & Cecilia — Hamburg — 1777.
162. Engelbert Jensen — Rømø — verbonden aan Zwei Hermanns — Hamburg — 1777.
163. Hans Christiaan Jaspers — commandeurs-/scheepskoppeling — Mercurius — Hamburg — 1777.
164. Hendrich Gebers — bemanningslid — Mercurius — Hamburg — 1777.
165. Peter Bertels — bemanningslid — Mercurius — Hamburg — 1777.
166. Jungen Scholdt — bemanningslid — Mercurius — Hamburg — 1777.
167. Garef Lindman — bemanningslid — Mercurius — Hamburg — 1777.
168. Jan Jockum Benet — bemanningslid — Mercurius — Hamburg — 1777.
169. Jan Hendrich Wies — bemanningslid — Mercurius — Hamburg — 1777.
170. Pieter Andersen — Rømø — verbonden aan Jacobus — Hamburg — 1777.
171. Marten Jansen — commandeurs-/scheepskoppeling — Het Witte Paard — Hamburg — 1777.
172. H. Hendrik Brandt — Hamburg — reder — Het Witte Paard — 1777.
173. Jens Hansen Praest — Rømø — verbonden aan Frau Agatha — Hamburg — 1777.
174. Albert Jans / Albert Jansz. — commandeur — Hamburgs walvisschip, naam onbekend — 1777.
175. Peder Hansen Carl — Rømø — commandeur/scheepskoppeling — Sophia 1787, Vrouw Margreta 1788–1799 en 1801, Vrouw Anna 1800 — Hamburg.
176. Hans Hansen Carl junior — Rømø — verbonden aan Jonge Martin — Hamburg — 1791–1805.
177. Knud Andersen / Jørgensen — herkomst nog controleren — verbonden aan Zwaan — Hamburg — 1793.
178. Johann Thumann — Geversdorf — initiatiefnemer rond Ost Strom/Ost Stroom/Der Osten Strohm — verwerking en handelsverbinding via Hamburg — circa 1767–1777.
179. Arent Biljet — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
180. Albert Br. Wreede — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
181. Albert Bruins — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
182. Abraham Eschbach — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
183. Barent Berkhy senior — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
184. Barent Berkhy junior — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
185. Cornelis Laurensz. — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
186. David Worms — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
187. Daniel Meinertshaage — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
188. Ernst Goverts Pietersz. — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
189. Everard Knubel — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
190. Fredrik Waan — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
191. Frans Poppe — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
192. Gerard Gull — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
193. George Jonquel — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
194. Hendrik Jonquel — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
195. Herman Munster — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
196. Hans van Laar — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
197. Hendrik Otto — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
198. Philip Otto — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
199. Hendrik Nieukerk — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
200. Hans Ermteek — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
Stand van de masterlijst: 1–200. Volgende nummer: 201.
Ja. Ik ga hem nu werkelijk als één doorlopende masterlijst opbouwen. Ik houd de bestaande aanvullende nummering aan; nr. 849 blijft het eerstvolgende vrije nummer. De bronpagina bevestigt dat de aanvullende reeks bij Jeldert Jansz. Groot begint en momenteel bij nr. 848, Jan Mooy, eindigt.
MASTERLIJST WALVISVAART — PERSONEN EN PERSOONSVERMELDINGEN
1. Jeldert Jansz. Groot — commandeur — Bora — Zaandam — rederij Heyn.
2. Jeldert Jansz. Groot — commandeur — Jonge Franciscus/Francisco — Zaandam — 1773 — rederij Heyn.
3. Jan Jelderts de Groot — commandeur — Zaandammer Hoop/Hoop — Zaandam — 1771–1772.
4. Jeldert Groot — commandeur — Zaandammer Hoop/Hoop — latere reis; voorlopig afzonderlijk bewaren.
5. Jeldert Groot — commandeur — Debora — Zaandam — reder Abraham van den Broek — na 1777 — Davisstraat.
6. Claas Jacobsz. Daalder — commandeur — De Jonge Eva — Zaandam — 1725 — reder Dirk Tewis.
7. Claas Heyn en Zoon — Westzaandam — reders/uitrusters — verbonden aan Anna, Bora, Jonge Franciscus en Zaandammer Hoop.
8. Abraham van den Broek — Zaandam — reder — Debora.
9. Dirk Tewis — Zaandam — reder — De Jonge Eva en aanvankelijk Vogel Phenix.
10. Olphert Pet — Zaanse reder — later verbonden aan Vogel Phenix.
11. Hamma Klinckert — Zaandam — reder/boekhouder — gekoppeld aan meerdere walvisvaarders.
12. Cornelis Mein — Zaandam — deelreder — De IJsvogel — 1757.
13. Claas Mais — Zaanse deelreder — De IJsvogel — 1757.
14. Jan Cuyper — Zaanse deelreder — De IJsvogel — 1757.
15. Theunis Albertsz. Swemmer — commandeur — Hamma-Klinckert-netwerk — verbonden aan De Hendrik, De Vrouwe Maria, De Hopende Visser, De Ondervinding en De Camoen.
16. Ary Duyn — commandeur — Lust en IJver — 1762 — Zaanse/Hamma-Klinckert-verbinding.
17. Cornelis Walig — commandeur — America — Zaanse verbinding — jaren 1790 — voer onder Pruisische vlag.
18. Jan Simonsz. Walig — commandeur — America — Zaanse verbinding — afzonderlijke reisfase — Pruisische vlag.
19. Claas Drijver — commandeur — Zaandam — rederij Claas Taan & Zoonen — 1772 — Davisstraat — vangst circa 240 vaten.
20. Jan Simonsz. Walig — commandeur — Zaanstroom — Zaanse/Taan-rederij — vanaf 1767 — meerdere reizen.
21. Meyndert Meeuw — commandeur — Europa — Klaas Taan & Zonen — Zaandam — achttiende eeuw.
22. Simon Maartensz. Walig — commandeur — De Vrintschap — rederij Taan — 1754 — zes walvissen.
23. Gerrit Tekesz. Swart — commandeur — De IJsvogel/Ysvoogel — Zaanse reders Cornelis Mein, Claas Mais en Jan Cuyper — 1757 — Davisstraat/Groenland — door Denen aangehouden.
24. Jeldert Jansz. Groot — Schiermonnikoog — commandeur — Anna — Claas Heyn en Zoon, Westzaandam — 1777 — 44 man — schip in het ijs verloren.
25. Claas Jacobsz. Daalder — commandeur — Vogel Phenix — Zaandam — vanaf 1726/1728 — eerst Dirk Tewis, later Olphert Pet — acht walvissen.
26. Jacob Hendriksz. Broertjes — Zaandam — commandeur — Willemina — 1777 — betrokken bij de grote ijsramp.
27. Claas Jansz. Castricum — Zaandam — commandeur — 1777 — eveneens in het ijs vastgelopen.
28. Cornelis Duyn — De Rijp — commandeur — Vigilantie — 1768 — Nova Zembla/Westijs.
29. Pieter Quak — Huisduinen — commandeur — 1768 — voer samen met Cornelis Duyn.
30. Claas Taan en Zoonen — Oost-Zaandam — reders/opdrachtgevers — Vigilantie.
31. Jan Jansz. Duyt — commandeur — Koog aan de Zaan.
32. Cornelis Florisz. — commandeur — Westzaan.
33. Cornelis Jansz. Frank — commandeur — Jisp/Zaandijk.
34. Jan Geus — commandeur — Jisp.
35. Cornelis Dirksz. Gieles — commandeur — Zaandijk.
36. Dirk Jansz. Gieles — commandeur — Zaandijk/Wormerveer.
37. Jan Jansz. Goedhart — commandeur — Westzaan.
38. Cornelis Gorter — commandeur — Westzaan/Amsterdam.
39. Lucas de Lange — commandeur — De Graeuwe Hengst — Jisp — 1683.
40. Lucas de Lange — commandeur — ’t Witte Paerdt — Jisp — 1683.
41. Jan Heertjes — commandeur — De Swemmer — Jisp — 1683.
42. Jan Heertjes — commandeur — De Witte Molen — Jisp — 1683.
43. Jan Molsen — commandeur — ’t Dorp Jisp — Jisp — 1683.
44. Jan Molsen — commandeur — De Winter — Jisp — 1683.
45. Jan Jacobsz. Mol — commandeur — De Nachtegael — Jisp — 1683.
46. Jan Jacobsz. Mol — commandeur — De Somer — Jisp — 1683.
47. Leendert Colleman — commandeur — De Vergulde Arendt — Jisp — 1683.
48. Leendert Colleman — commandeur — De Kaes-koper — Jisp — 1683.
49. Leendert Colleman — commandeur — De Broker van Sardam — Jisp — 1683.
50. Leendert Colleman — commandeur — De Slachter — Jisp — 1683.
51. Pieter Oly — commandeur — De Mol-bergh — Jisp — 1683.
52. Derck Dircksz. — commandeur — De Prudt-koper — Jisp — 1683.
53. Hendrick Bruinsz. — commandeur/rederijverbinding — Het Swarte Paert — Jisp — 1661.
54. Pieter Jacobsz. Schol — commandeur — Jisp, Zaandam en Monnickendam — 1709–1744 — circa 146¾ walvis.
55. Pieter Schooneman — commandeur — Zaandam, later Monnickendam/Zaandam — jaren 1720–1758 — circa 205 walvissen.
56. Dirk Schrijver — commandeur — onder meer Zaandam en Monnickendam.
57. Jan Cornelisz. Sinjewel — commandeur — Zaandam.
58. Dirk Soetelief — commandeur — Zaandam/Zaandijk.
59. Pieter Soetelief — commandeur — Zaandam.
60. Cornelis Spanjert — commandeur — Zaanse/Noord-Hollandse vaarlaag.
61. Pieter Spanjert — commandeur — Zaanse/Noord-Hollandse vaarlaag.
62. Gerbrand Spin — commandeur — Zaanse verbinding.
63. Jan Springer de Jonge — commandeur — Zaandam/Amsterdamse vaarlaag.
64. Arent Spijker — commandeur — Zaanse verbinding.
65. Dirk Spijker — commandeur — Zaanse verbinding.
66. Meyndert Spijker — commandeur — Zaanse verbinding.
67. Jan Spijker de Jonge — commandeur — Zaanse verbinding.
68. Cornelis van Uyjen — commandeur — Zaandam/Zaandijk — meerdere vaarfasen.
69. Willem Claasz. Brouwer — commandeur — Zaandam.
70. Jacob Claasz. Broertjes — commandeur — Zaandam.
71. Jacob Cornelisz. Broertjes — commandeur — Zaandam.
72. Jan Claasz. Brouwer — commandeur — Westzaan.
73. Jan Bijl — commandeur — De Rijp/Zaandijk.
74. Adriaan Pietersz. Bakker — commandeur — Zaandam/Amsterdam — meerdere vaarfasen, waaronder Davisstraat.
75. Evert Willemsz. Bakker — commandeur — Jisp/Zaandam — meerdere vaarfasen.
76. Willem Cornelisz. Bouwen — commandeur — De Bloem-Thuyn — Saerdam — 1683.
77. Cornelis Pietersz. Smit — commandeur — De Swarte Raven — Saerdam — 1683.
78. Jan Folkersz. — commandeur — ’t Bonte Kalf — Saerdam — 1683.
79. Dirck Jansz. Muyser — commandeur — De Muyser — Saerdam — 1683 — mogelijk Dirk Jansz. Muizer, identiteit nog open.
80. Jan de Jager — commandeur — De Stadt Deventer — Saerdam — 1683.
81. Dirck Storm — commandeur — De Stuurman — Saerdam — 1683 — eveneens bekend uit de ijs-/jachtverhalen van 1681–1682.
82. Hendrick Willemsz. — commandeur — ’t Huys Kronenburgh — Saerdam — 1683.
83. Claes Storm — commandeur — De Walvis — Saerdam — 1683.
84. Adriaen Kluyt — commandeur — Pro Patria — Saerdam — 1683.
85. Christiaen de Kuyper — commandeur — De Liefde — Saerdam — 1683.
86. Cornelis Louwsz. — commandeur — De Maria — Saerdam — 1683.
87. Jacob Salm — commandeur — De Blaeuwe Arendt — Saerdam — 1683.
88. Pieter Puykes — commandeur — ’t Schip Westsanen — Westzaan — 1683.
89. Cornelis de Lange — commandeur/rederijverbinding — Zaandijk/Zaanstreek.
90. Cornelis Simonsz. Honing — Zaand/Zaanstreek — reder/directeur.
91. Jan Honing — Zaand/Zaanstreek — reder/directeur.
92. Pieter Gerbrantsz. Gorter — Zaand/Zaanstreek — reder/directeur.
93. Pieter Lubbertsz. Koopman — Zaand/Zaanstreek — reder/directeur.
94. Simon Klaasz. Baas — Zaand/Zaanstreek — reder/directeur.
95. Arent Nanning — De Koog — reder/directeur.
96. Gerrit Aris Kaaskoper — De Koog — reder/directeur.
97. Jan Quickel — De Koog — reder/directeur.
98. Gerrit Hoofdt — Westzaan — reder/directeur.
99. Jan Dirksz. Blaauw — Westzaan — reder/directeur.
100. Jacob Groot — Westzaan — reder/directeur.
Dit is nu één masterlijst; ik ga de nummering niet meer opnieuw starten. De volgende regels worden 101, 102, 103 ... en uiteindelijk loopt dezelfde lijst door tot 848. Daarna is 849 werkelijk het eerstvolgende vrije nummer.
Ik heb bij het samenvoegen bovendien de eerdere fout rechtgezet waarbij dezelfde reisvermelding soms opnieuw als een nieuw persoon werd opgevoerd: in deze masterlijst blijven zulke vermeldingen wel afzonderlijk staan wanneer de persoonsidentiteit nog onzeker is, maar ze worden niet stilzwijgend als twee verschillende mensen voorgesteld. De onderliggende werklijst gebruikt namelijk bewust zowel personen als persoons-/reisvermeldingen.
PDF 3 — naam + plaats + functie
Voor PDF 4 — Hedendaagsche Historie; of Tegenwoordige Staat van Groenland en Straat-Davids ga ik hetzelfde criterium aanhouden: alleen naam + expliciete plaats + functie.
Uit wat in deze PDF zelf nu duidelijk naar voren komt, zijn de belangrijkste zekere combinaties:
- David Cranz — Nieuw-Herrnhut, Groenland — schrijver / onderzoeker / broederzendeling; hij verbleef daar vanaf 1761 en stelde de beschrijving van Groenland en de zendingsgeschiedenis samen.
- Frederik Boehnisch — Groenland — zendeling; keerde vanuit Europa naar Groenland terug op het schip waarop Cranz aanvankelijk wilde meegaan.
- Missionaris Bek — Lichtenfels, Groenland — zendeling / missionaris; Cranz vergezelde hem naar Lichtenfels, waar de tweede Broedergemeente was gevestigd.
- Paul Egede — Groenland / Denemarken — proost, missionaris en schrijver over Groenland; wordt door Cranz genoemd als zoon van Hans Egede en als auteur van vervolgberichten over Groenland.
- Niels Egede — Groenland / Denemarken — kapitein en schrijver; eveneens zoon van Hans Egede en auteur van berichten over Groenland.
Belangrijk voor jouw walvisvaart-personenlijst: deze PDF is veel minder een namenbron voor Nederlandse commandeurs en reders dan de vorige PDF's. Het is vooral een geografische, etnografische en zendingsgeschiedenis van Groenland en Straat Davis, met daarnaast een beschrijving van walvis- en robbenvangst. De personen met plaats én functie zijn daardoor vooral zendelingen, koloniale functionarissen en auteurs, niet Zaandamse walvisvaarders.
Ik zie in het eerste deel dat geen reeks Zaandamse/Sardamse commandeurs met plaats en functie wordt gegeven zoals in Zorgdrager of het Vierde Deel van De Walvischvangst. Voor jouw centrale walvisvaartlijst levert PDF 4 dus waarschijnlijk weinig nieuwe Zaanse namen op.
Als we strikt alleen personen opnemen die relevant zijn voor de Nederlandse walvisvaart, moet ik PDF 4 nog verder doorzoeken op commandeur, schipper, harpoenier, reder en koopman en de zendelingen buiten de uiteindelijke lijst laten.
Ik heb PDF 3, het Vierde Deel van De Walvischvangst, nagekeken op precies jouw criterium: alleen personen bij wie in deze PDF zelf zowel een plaats als een functie of duidelijke rol staat.
- Jacob Hendrik Broertjes — Zaandam — commandeur van de Willemina; voer in 1777 naar Groenland en raakte met zijn schip in het ijs bezet.
- Claas Jansz. Castricum — Zaandam — commandeur; lag tijdens dezelfde ijsramp met zijn schip bij Broertjes en andere commandeurs vast.
- Volkert Jansz. — Amsterdam — commandeur; eveneens betrokken bij de groep schepen die in het ijs bijeenlag.
- Jacob Bremer — Amsterdam — commandeur; wordt in het eerste hoofdstuk expliciet met Amsterdam genoemd.
- Marten Jansz. — Hamburg — commandeur; wordt in het reisverhaal expliciet als commandeur van Hamburg genoemd.
Verder staat in ditzelfde deel een oudere groep overwinteraars met plaats, maar zij zijn geen commandeurs:
- Andries Jansz. — Middelburg — overwinteraar / bemanningslid op Spitsbergen.
- Cornelis Thysz. — Rotterdam — overwinteraar / bemanningslid.
- Jeroen Carcoen — Delfshaven — overwinteraar / bemanningslid.
- Tjebbe Jellesz. — Friesland — overwinteraar / bemanningslid.
- Fetje Otjes — Friesland — overwinteraar / bemanningslid.
- Claas Florisz. — Hoorn — overwinteraar / bemanningslid.
- Adriaan Jansz. — Delft — overwinteraar / bemanningslid.
Dus voor jouw walvisvaart-personenlijst met plaats en functie levert PDF 3 nu 12 zekere personen op, waarvan 2 direct Zaandams: Jacob Hendrik Broertjes en Claas Jansz. Castricum.
De overige namen uit de inhoud — Dirk Albertsz. Raven, Jan Laurensz. Pit, Cornelis Claasz. Bille, Jan Dirksz. Veen, Cornelis Gerritsz. Ouwekees, Jacob Jansen, Fredrik Broersz., Fredrik Pietersz., Jildert Jansz. Groot, Dirk Broer, Roelof Meyer, Alewyn Huibertsz., Cornelis Struis en Van den Broek — krijgen in de gevonden passages van PDF 3 geen betrouwbare plaats erbij, dus die houd ik buiten deze lijst.
- Cornelis Duyn — De Rijp — commandeur van de Vigilantie; in 1768 uitgevaren richting Nova Zembla en daarna naar het Westijs van Spitsbergen.
- Pieter Quak — Huisduinen — commandeur; voer in 1768 samen met Cornelis Duyn.
- Claas Taan en Zoonen — Oost-Zaandam — reders/opdrachtgevers van de Vigilantie.
Verder vond ik in dit deel nog wel namen als Willem Ys, maar daarbij staat in PDF 2 geen woon- of rederijplaats vermeld; alleen zijn functie als commandeur en zijn vangst bij Jan Mayen. Daarom hoort hij niet in deze plaatslijst.
Dus voor PDF 2 zelf zijn dit op basis van de tekst die plaats en functie werkelijk samen noemt de drie zekere records.
Belangrijk: Jacob Hendrik Broertjes van Zaandam, Claas Jansz. Castricum van Zaandam, Volkert Jansz. van Amsterdam enzovoort staan in PDF 3 / het Vierde Deel, niet in PDF 2. Die moet ik dus apart behandelen zodat de boeken niet door elkaar raken.
Klopt. Voor de commandeurslijst van Zorgdrager heb je alleen namen; daar staat niet standaard bij uit welke plaats zij kwamen. Die lijst kun je dus niet rechtstreeks gebruiken als “Zaandamse namenlijst”.
Voor de hoofdreder/directeurslijst is het anders: daar staat wél een plaats achter de naam, zoals Sardam, Westzaan, de Koog of Zaandijk. Die kunnen we veilig geografisch opnemen.
Dus voor de commandeurs moeten we een tweede stap doen: iedere naam uit Zorgdrager kruisen met andere bronnen waarin wél staat plaats + schip + reder + jaar. Pas dan kunnen we iemand betrouwbaar als Zaandams, De Rijps, Edams, Amelands enzovoort opnemen.
Voor jouw lijst zou ik daarom voortaan alleen records opnemen in deze vorm:
Naam — functie — plaats — schip — reder/boekhouder — jaar/reis
En als de plaats niet bewezen is:
Naam — commandeur — plaats onbekend — schip … — jaar …
Dat voorkomt precies het probleem dat je nu ziet: een lange namenlijst zonder te weten wie werkelijk bij Zaandam hoort.
-
-
-
-
Nagedacht gedurende 1m 3s
Ja. Voor deel 1 — Zorgdrager, Bloeijende opkomst der aloude en hedendaagsche Groenlandsche visschery (1727) kunnen we nu een veel completere Zaanse namenlijst maken.
Belangrijk: Zorgdrager noemt deze mensen in zijn “Naamlyst van alle de Hoofd-Reeders of Directeurs”. Dat betekent dus: hoofdreder/directeur van de Groenlandsche Visschery, tenzij ik hieronder een andere functie vermeld. De commandeurslijst die daarna volgt geeft géén woon- of rederijplaats per commandeur; die ga ik daarom niet kunstmatig aan Zaandam koppelen.
Sardam / Zaandam — complete lijst uit Zorgdragers directeurslijst
1. Arent Claasz. Blom — Sardam — hoofdreder/directeur. Hij staat in de gedrukte lijst tweemaal; voorlopig als één persoon behandelen.
2. Aris Haring — Sardam — hoofdreder/directeur.
3. Bruivis en Louwe — Sardam — gezamenlijke rederij/directeurscombinatie. De bron noemt hier een combinatie en niet twee volledig uitgeschreven personen.
4. Cornelis Dirksz. Tewesz — Sardam — hoofdreder/directeur. Waarschijnlijk dezelfde naam die voorin als Cornelis Dirksz. Thewes voorkomt; die schrijfvarianten moeten naast elkaar bewaard blijven.
5. Cornelis Simons Muze — Sardam — hoofdreder/directeur.
6. Cornelis Michielsz. Kalf — Sardam — hoofdreder/directeur.
7. Cornelis Klaasz. Groot — Sardam — hoofdreder/directeur.
8. Cornelis Jansz. Aris — Sardam — hoofdreder/directeur.
9. Dirk Klaasz. Muizer — Sardam — hoofdreder/directeur.
10. Gerrit de Vries — Sardam — hoofdreder/directeur.
11. Godefrid Bosch — Sardam — hoofdreder/directeur.
12. Gerrit van Sante — Sardam — hoofdreder/directeur.
13. Gerrit Jansz. Rog — Sardam — hoofdreder/directeur.
14. Gerrit Poel — Sardam — hoofdreder/directeur.
15. Jan Aris Korver — Sardam — hoofdreder/directeur.
16. Jan Louwe de Jonge — Sardam — hoofdreder/directeur.
17. Jan Moll — Sardam — hoofdreder/directeur.
18. Jan Rogge — Sardam — hoofdreder/directeur.
19. Klaas Groot — Sardam — hoofdreder/directeur.
20. Klaas Arentsz. Meyn — Sardam — hoofdreder/directeur.
21. Klaas Jansz. Floor — Sardam — hoofdreder/directeur.
22. Klaas Louwe — Sardam — hoofdreder/directeur.
23. Lyn Klaasz. Schaap — Sardam — hoofdreder/directeur.
24. Lourens Cornelisz. Louwe — Sardam — hoofdreder/directeur.
25. Michiel Bruinvis — Sardam — hoofdreder/directeur.
26. Nicolaas Cornelisz. Kalff — Sardam — hoofdreder/directeur.
27. Pieter Gerritsz. Zalm — Sardam — hoofdreder/directeur.
28. Pieter Bleeker — Sardam — hoofdreder/directeur.
29. Pieter Taan — Sardam — hoofdreder/directeur.
30. Simon Groot — Sardam — hoofdreder/directeur.Dat geeft dus 30 afzonderlijke Sardamse vermeldingen/combinaties, waarbij Arent Claasz. Blom slechts eenmaal is geteld ondanks zijn dubbele vermelding.
Bestuur van de Groenlandsche Visschery
Daarboven staat nog een bijzonder belangrijke persoon:
Cornelis Dirksz. Thewes — wegens Sardam — gecommitteerde van de Hollandsche Groenlandsche Visschery.
Hij behoort dus niet alleen tot de rederslaag, maar wordt door de uitgevers genoemd als een van de hoofdbestierders van de Hollandse Groenlandse visserij.
Dit is hoogstwaarschijnlijk dezelfde persoon als Cornelis Dirksz. Tewesz in de directeurslijst, maar ik zou de schrijfvormen voorlopig beide bewaren en pas samenvoegen onder een gecontroleerd persoonsrecord.
Overige Zaanstreek
Zorgdrager noemt daarnaast een flinke groep hoofdreders/directeurs uit omliggende Zaanse plaatsen.
De Koog
Arent Nanning — directeur.
Gerrit Aris Kaaskoper — directeur.
Jan Quickel — directeur.
WestzaanCornelis en Dirk Eyf — gezamenlijke directeurs/rederij.
Gerrit Hoofdt — directeur.
Jacob en Jan Hoofdt — gezamenlijke directeurs/rederij.
Jan Dirksz. Blaauw — directeur.
Jacob Groot — directeur.
Zaand. — bronafkorting, waarschijnlijk ZaandijkCornelis de Lange
Cornelis Simonsz. Honing
Cornelis en Jan Honing
Floris Cornelisz. de Lange
Gerrit Best, Gerrit en Klaas Vis
Jan Honing
Pieter Gerbrantsz. Gorter
Pieter Lubbertsz. Koopman
Simon Klaasz. Baas
Voor deze groep zou ik “Zaand.” voorlopig letterlijk laten staan. Omdat Zorgdrager voor Zaandam zelf consequent Sardam gebruikt, lijkt Zaand. waarschijnlijk een afkorting voor Zaandijk, maar dat moeten we per persoon controleren voordat we de website aanpassen.Daarnaast staat voorin:
Gerrit Vis — wegens Zaandyk — gecommitteerde van de Hollandsche Groenlandsche Visschery.
Wat deze bron nu oplevert
Alleen Zorgdragers lijst levert dus al 30 expliciete Sardamse reder/directeursvermeldingen, plus Cornelis Dirksz. Thewes als Sardamse gecommitteerde, en daarnaast zeker ruim een dozijn personen uit Koog, Westzaan en waarschijnlijk Zaandijk.
Dat is veel meer dan de eerste vier namen waarmee we begonnen.
De belangrijkste bronkritische regel voor onze website moet zijn: Zorgdrager noemt deze mannen als hoofdreder/directeur met een rederijplaats. Dat bewijst niet automatisch hun geboorteplaats, woonplaats, scheepswerf of het schip waarop zij zelf voeren. De plaats achter de naam moet dus voorlopig als rederij-/directeursplaats worden behandeld.
De volgende stap binnen ditzelfde boek is de enorme commandeurslijst vanaf pagina 317. Daar staan honderden namen in, maar zonder plaats erachter. Die moeten we vervolgens kruisen met onze bestaande Zaandamse lijst om te bepalen welke commandeurs nog ontbreken.
-
Lijst 1 — Hamburgse walvisvaart: schepen, namen en plaatsen
Hier staat alles wat we vanaf het begin van deze Hamburg-reeks hebben genoemd, samengebracht in één lijst. Waar de plaats de reder-/uitrustingsplaats is, noteer ik dat apart van de herkomst van de commandeur.
-
De Liefde — commandeur nog onbekend — Hamburg — vroege Hamburgse walvisvaart.
-
Scheepsnaam onbekend — Hein Nannings — reder Johan Behn & Compagnie — Hamburg — 1644.
-
St. Jacob — Jacob Flor — later Johann Flor — herkomst Amrum — rederplaats Hamburg.
-
St. Jan Evangelist — Boh Carstens — Amrum — rederplaats Hamburg.
-
De Abraham — Boh Carstens — Amrum — rederplaats Hamburg.
-
De Son / De Sonn / Die Sonne — Matthies Claasen — Noord-Friese achtergrond — Hamburg — 1683–1694.
-
St. Peter — Peter Dolck — Altona — reder Leendert II Dolck — Hamburg/Altona-netwerk.
-
Svarte Arend / Schwarzer Adler — Lorens Petersen de Hahn — Sylt — rederplaats Hamburg.
-
Bernhardus — Jung Rörd Ricklefs / J.R. Riewerts — Amrum — rederplaats Hamburg — 1696–1704.
-
De Stadts Welvaert — Lorens Petersen de Hahn — Sylt — rederplaats Hamburg — 1703–1721 en 1722–1735.
-
Witte Voß — Meyndert Pietersen Haan — Noord-Friese/Waddenachtergrond — reder L. Kramer — Hamburg — 1711.
-
St. Laurentius — Peter Dolck — Altona — reder Nicolaus Burmester — Hamburg-netwerk.
-
Paradies — Meyndert Pietersen Haan — Noord-Fries/Waddengebied — reder H. Münder — Hamburg.
-
Visser Galley — Ticerd Bintjes / Bintgens — Fries/Nederlandse achtergrond — reder weduwe J. Beets — Hamburg — Davisstraat.
-
Sara Galley — eerst B. Rykes, later Sybert Jans — Sybert Jans uit Ameland — Hamburg — Davisstraat.
-
Hoop op de Walvis — Ticerd Bintjes — Fries/Nederlandse achtergrond — reder weduwe J. Beets — Hamburg.
-
Nachtegael — Jacob Douw — Terschelling — reder P. Möller — Hamburg.
-
Vyff Gebrooders — Lorens Petersen de Hahn — Sylt — Hamburg-netwerk.
-
Pelicaen — Jacob Douw — Terschelling — reder A. Bruns — Hamburg.
-
Wappen von Holland — Meyndert Pietersen Haan — Noord-Fries/Waddengebied — reder A. Bruns — Hamburg.
-
Wagsaamhyd / Waakzaamheid — Hans Hansen Carl — Rømø — rederplaats Hamburg — 1743 en 1745.
-
Vrouw Maria Elisabeth — Jakob Jansen — herkomst nog onbekend — Hamburg — 1769.
-
De Patriot — commandeur nog onbekend — Hamburg — bemanningslid Hark Ketels, speksnijder — Ketel Harken, scheepsjongen.
-
De Bloyende Hoop — commandeur nog onbekend — rederij Willink — Hamburg.
-
De jonge Maria — commandeur nog onbekend — rederij Willink — Hamburg.
-
Vrou Agatha — naam uit het Hamburgse Willink-netwerk — Hamburg — ca. 1772.
-
Sanct Peter / St. Peter — Volkert Boysen — Wyk auf Föhr / Föhr — rederplaats Hamburg — 1773.
-
De Griepenstein / Grypenstein — Hamburgse walvisvaarder — Hinrik Boysen als harpoenier — later Hinrich Oldis als speksnijder — Hamburg.
-
De Griepenstein — Anders Jørgensen — Deens/Waddengebied — Hamburg — binnen periode 1776–1792.
-
Concordia — Anders Jørgensen — Deens/Waddengebied — rederplaats Hamburg.
-
Providentia — Anders Jørgensen — Deens/Waddengebied — rederplaats Hamburg.
-
Juffrouw Klara / Juffrouw Clara / Frau Clara — Hidde Dirks Kat — Hollum, Ameland — boekhouder David Hendrik Rewoel — Hamburg — 1777.
-
Sara & Cecilia — Hans Pieters — waarschijnlijk Noord-Fries/Waddengebied — rederplaats Hamburg — 1777.
-
Sara & Cecilia — bemanningslid Jürgen Röper, kuiper — Hamburgse walvisvaart — 1777.
-
Zwei Hermanns — Engelbert Jensen — Rømø — rederplaats Hamburg — 1777.
-
Mercurius — Hans Christiaan Jaspers — reder Daniel Gothardt Smidt, weduwe & Compagnie — Hamburg — 1777.
-
Mercurius — bemanningslid Hendrich Gebers — Hamburg — 1777.
-
Mercurius — bemanningslid Peter Bertels — Hamburg — 1777.
-
Mercurius — bemanningslid Jungen Scholdt — Hamburg — 1777.
-
Mercurius — bemanningslid Garef Lindman — Hamburg — 1777.
-
Mercurius — bemanningslid Jan Jockum Benet — Hamburg — 1777.
-
Mercurius — bemanningslid Jan Hendrich Wies — Hamburg — 1777.
-
Jacobus — Pieter Andersen — Rømø — rederplaats Hamburg — 1777.
-
Het Witte Paard — Marten Jansen — Hamburgse commandeur/koppeling — reder H. Hendrik Brandt — Hamburg — 1777.
-
Frau Agatha — Jens Hansen Praest — Rømø — rederplaats Hamburg — 1777.
-
Scheepsnaam onbekend — Albert Jans / Albert Jansz. — commandeur van Hamburgs walvisschip — Hamburg — 1777.
-
Sophia — Peder Hansen Carl — Rømø — rederplaats Hamburg — 1787.
-
Vrouw Margreta — Peder Hansen Carl — Rømø — rederplaats Hamburg — 1788–1799 en 1801.
-
Jonge Martin — Hans Hansen Carl jr. — Rømø — rederplaats Hamburg — 1791–1805.
-
Zwaan — Knud Andersen/Jørgensen — herkomst nog nader controleren — rederplaats Hamburg — 1793.
-
Vrouw Anna — Peder Hansen Carl — Rømø — rederplaats Hamburg — 1800.
-
Vrouw Margreta — Hans Hansen Carl — Rømø — Hamburg — 1806 en 1810.
-
Vrouw Anna — Hans Hansen Carl — Rømø — Hamburg — 1816, buiten onze hoofdperiode maar nuttig voor de familielijn.
-
Vrouw Emma — Hans Hansen Carl — Rømø — Hamburg — 1817–1820, buiten hoofdperiode.
-
Jonge Martin — Hans Hansen Carl — Rømø — Hamburg — 1827–1833, buiten hoofdperiode.
Nog niet volledig gekoppelde Hamburgse scheepsnamen
-
Maria & Susanna — Hamburg — commandeur en reder nog zoeken.
-
Olifant — Hamburg — commandeur en reder nog zoeken.
-
Gekroonte Hoop — Hamburg — commandeur en reder nog zoeken.
-
Waakende Kraan — Hamburg — commandeur en reder nog zoeken.
-
Twee Gesüsters — Hamburg — commandeur en reder nog zoeken.
-
Zeemann — Hamburg — commandeur en reder nog zoeken.
-
Kaarseboom — Hamburg — commandeur en reder nog zoeken.
-
Goude Leeuw — Hamburg — commandeur en reder nog zoeken.
-
Vreede — Hamburg — commandeur en reder nog zoeken.
-
Walvis — Hamburg — commandeur en reder nog zoeken.
-
Jan Baptist — Hamburg — commandeur en reder nog zoeken.
-
Fortuyn — Hamburg — commandeur en reder nog zoeken.
-
Hoopende … — Hamburg — volledige scheepsnaam nog zoeken.
Hamburg verbonden, maar aparte plaats
- Ost Strom / Ost Stroom / Der Osten Strohm / Oste Strom — initiatief van Johann Thumann — Geversdorf — verwerking en handelsverbinding via Hamburg — ca. 1767–1777.
Hamburgse/Bremer directeurs en reders zonder volledig gekoppeld schip
-
Arent Biljet — Hamburg/Bremen.
-
Albert Br. Wreede — Hamburg/Bremen.
-
Albert Bruins — Hamburg/Bremen.
-
Abraham Eschbach — Hamburg/Bremen.
-
Barent Berkhy senior — Hamburg/Bremen.
-
Barent Berkhy junior — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Laurensz. — Hamburg/Bremen.
-
David Worms — Hamburg/Bremen.
-
Daniel Meinertshaage — Hamburg/Bremen.
-
Weduwe en erven Daniel Meinertshaage — Hamburg/Bremen.
-
Ernst Goverts Pietersz. — Hamburg/Bremen.
-
Everard Knubel — Hamburg/Bremen.
-
Weduwe Everard Knubel — Hamburg/Bremen.
-
Fredrik Waan — Hamburg/Bremen.
-
Frans Poppe — Hamburg/Bremen.
-
Gerard Gull — Hamburg/Bremen.
-
Weduwe Gerard Gull — Hamburg/Bremen.
-
George Jonquel — Hamburg/Bremen.
-
Hendrik Jonquel — Hamburg/Bremen.
-
Herman Munster — Hamburg/Bremen.
-
Hans van Laar — Hamburg/Bremen.
-
Hendrik Otto — Hamburg/Bremen.
-
Philip Otto — Hamburg/Bremen.
-
Hendrik Nieukerk — Hamburg/Bremen.
-
Hans Ermteek — Hamburg/Bremen.
-
Weduwe Hans Ermteek — Hamburg/Bremen.
-
Johan Beets — Hamburg/Bremen.
-
Weduwe Johan Beets — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Beets — Hamburg/Bremen.
-
Jacob de Vlieger Karelsz. — Hamburg/Bremen.
-
Johan de Lanoy junior — Hamburg/Bremen.
-
Johan Albert Ankelman — Hamburg/Bremen.
-
Isaak Delboe — Hamburg/Bremen.
-
Johan Present — Hamburg/Bremen.
-
Johan Jurge Ruter — Hamburg/Bremen.
-
Johan Willem Schafhauzen — Hamburg/Bremen.
-
Johan Plump — Hamburg/Bremen.
-
Johan Witt — Hamburg/Bremen.
-
Johan Maximiliaan Winkeler — Hamburg/Bremen.
-
Johan Bernhard Mulhauzen — Hamburg/Bremen.
-
Johan Henrich Gull — Hamburg/Bremen.
-
Joachim Barentsz. — Hamburg/Bremen.
-
Jacob Lennig — Hamburg/Bremen.
-
Johan Tietsen — Hamburg/Bremen.
-
Lucas Kramer — Hamburg/Bremen.
-
Weduwe Lucas Kramer — Hamburg/Bremen.
-
Laurens Kramer — Hamburg/Bremen.
-
Nicolaas Burmeester — Hamburg/Bremen.
-
Nicolaas Biljet — Hamburg/Bremen.
-
Pieter Eden — Hamburg/Bremen.
-
Philip d’Erberveld — Hamburg/Bremen.
-
Pieter Moller / Möller — Hamburg/Bremen.
-
Rudolf Amsing — Hamburg/Bremen.
-
Roelof Aspes — Hamburg/Bremen.
-
Salomon de Vlieger — Hamburg/Bremen.
-
Willem Sander — Hamburg/Bremen.
Hamburgse/Bremer commandeurs waarvan het schip nog ontbreekt
-
Andries Pietersz. — Hamburg/Bremen.
-
Andries Jacobsz. — Hamburg/Bremen.
-
Andries Jurgensz. — Hamburg/Bremen.
-
Andries Pietersz. Haan — Hamburg/Bremen.
-
Asmus Nanningsz. — Hamburg/Bremen.
-
Aris de Weert — Hamburg/Bremen.
-
Ariaan Broersz. — Hamburg/Bremen.
-
Arent Barentsz. Overbeek — Hamburg/Bremen.
-
Baltzer Man — Hamburg/Bremen.
-
Boye Theunisz. — Hamburg/Bremen.
-
Broer Rykesz. — Hamburg/Bremen.
-
Bleye Michielsz. — Hamburg/Bremen.
-
Broer Booysen — Hamburg/Bremen.
-
Booy Riewertsz. — Hamburg/Bremen.
-
Claas Karstensz. — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Riewersz. — Hamburg/Bremen.
-
Christiaan Brink — Hamburg/Bremen.
-
Claas Jansz. — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Cornelisz. — Hamburg/Bremen.
-
Claas Rootspraak — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Fredriksz. — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Booyen — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Jurgens — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Pietersz. Haan — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis de Vries — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Willemsz. — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Haayen — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Jacobsz. — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Jurriaansz. — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Michielsz. — Hamburg/Bremen.
-
Claas Dirksz. — Hamburg/Bremen.
-
Claas Steneken — Hamburg/Bremen.
-
Dirk Dirksz. — Hamburg/Bremen.
-
Dirk Albertsz. — Hamburg/Bremen.
-
Dirk Tegeler — Hamburg/Bremen.
-
Dirk Sielrand — Hamburg/Bremen.
-
Dirk Taken — Hamburg/Bremen.
-
Dirk Claasz. — Hamburg/Bremen.
-
Dirk Zegelken — Hamburg/Bremen.
-
Eselke Ariaansz. — Hamburg/Bremen.
-
Egidius Kuhl — Hamburg/Bremen.
-
Fredrik Riewertsz. — Hamburg/Bremen.
-
Ficke Dreyer — Hamburg/Bremen.
-
Fredrik Simonsz. — Hamburg/Bremen.
-
Gerzon Krop — Hamburg/Bremen.
-
Gerrit Cornelisz. Geus — Hamburg/Bremen.
-
Gerrit Andriesz. — Hamburg/Bremen.
-
Goltje Mencken — Hamburg/Bremen.
-
Hendrik van der Smissen — Hamburg/Bremen.
Borkumer commandeurs in Hamburgse dienst
-
Jan Lübben — Borkum — voer voor Hamburgse walvisvaart.
-
Olfert Lübben — Borkum — Hamburgse dienst.
-
Eyse Gerrits — Borkum — Hamburgse dienst.
-
Frerich Olferts — Borkum — Hamburgse dienst.
-
Ph. Jans Eyben — Borkum — Hamburgse dienst.
-
Geelt Gerrits — Borkum — Hamburgse dienst.
-
Jacob Lübben — Borkum — Hamburgse dienst.
-
Olfert Geelts — Borkum — Hamburgse dienst.
-
Willem Hinrichs — Borkum — Hamburgse dienst.
-
Steffen Janssen — Borkum — Hamburgse dienst.
-
Jacob Janssen — Borkum — Hamburgse dienst.
-
Gerrit Eysen — Borkum — Hamburgse dienst.
-
G.O. Hoeymann — Borkum — Hamburgse dienst.
-
Willem Martens Sleboom — Borkum — Hamburgse dienst.
-
Jan Janssen — Borkum — Hamburgse dienst.
-
Gerrit Geelts — Borkum — Hamburgse dienst.
-
Freerik Kluyn — Borkum — Hamburgse dienst.
-
Hidde Esders — Borkum — Hamburgse dienst.
-
Jan Fokken Lolling — Borkum — Hamburgse dienst.
-
Feyke Okken — Borkum — Hamburgse dienst.
-
Okke Daniels Meyer — Borkum — Hamburgse dienst.
Dit is voortaan LIJST 1 — Hamburgse walvisvaart: schepen, personen en plaatsen.
De lijst staat nu op 195 werkregels. De volgende aanvullingen kunnen hier gewoon onder 196, 197, 198 enzovoort doorlopen, zonder opnieuw te nummeren.
-
-
Onbekend gebleven wrakschip in het West-ijs — vóór 2 juli 1678. Jan Dircksz. Veen vond met De Eendragt op het ijs de baarden van vijf en een halve walvis die afkomstig waren van een verloren schip. De naam van dat schip noemt Martens niet.
-
De Eendragt als bergingsschip — 1678. Jan Dircksz. Veen nam de gevonden walvisbaarden van het verloren schip aan boord om zijn toch al uitzonderlijk rijke vangst van 22 walvissen verder te vergroten.
-
De Eendragt met 22 walvissen aan boord — 2 juli 1678. Martens noemt dit expliciet een uitzonderlijke vangst. Het schip lag toen in het West-ijs op ongeveer 76 graden noorderbreedte.
-
De Eendragt met vastgeraakte paardelijn — 1678. Bij een ontsnappingsmanoeuvre bleef een lijn met een neus-haak onder water in een dooi-gat vastzitten, waardoor het schip aanvankelijk niet vooruitkwam.
-
De Eendragt met neus-haak — 1678. Nadat Jan Dircksz. Veen vanuit de bezaansmast zag wat het schip tegenhield, werd de lijn gevierd en de neus-haak met een bootshaak uit het gat gelicht.
-
De Eendragt tussen twee ijsvelden — 1678. Terwijl het voorschip al door een opening was gekomen, werd het achterschip tussen twee ijsvelden geklemd. Dit was het begin van het uiteindelijke verlies van het schip.
-
De Ro Vos van Hoorn — 1678. Dit is een van de weinige aanvullende expliciete scheepsnamen die Martens in de latere rampverhalen noemt. Het lag minder dan een vadem van het nieuwe schip van Cornelis Claasz. Bille.
-
Nieuw, naamloos schip van Cornelis Claasz. Bille — 1678. Martens zegt nadrukkelijk dat Bille toen ‘een nieuw schip’ voerde. Het was dus niet automatisch hetzelfde vaartuig als zijn verloren schip uit 1675.
-
Drie gezamenlijk ingesloten Groenlandvaarders — 1676. Na negentien dagen onbeweeglijk in het ijs kwamen alle drie schepen tijdens een onverwachte waterbeweging tegelijk los. Daarna werden de ankers gelicht en de schepen uit het Waygat geboegseerd.
-
De drie schepen op thuisreis via Zuidbaai — 1676. Na hun bevrijding voeren zij met noordoostenwind door het oostelijke ijs, langs de Boscayer, bereikten op 2 september de Zuidbaai en keerden vervolgens behouden huiswaarts.
-
Naamloze vangstsloep met voorste kniesteun. Het ongeval met de zoon van Simon van Emden geeft een concreet constructiedetail: voorin zat een plank waar de commandeur of harpoenier zijn knie tegen kon zetten. Bij de ruk aan de walvislijn sprong zelfs die plank los.
-
Andere sloep die Parshout redde — 1657. Nadat Parshout ongeveer een kwartier met zijn eigen boot onder het ijs had gezeten, kwam hij weer boven en werd door een tweede, afzonderlijke sloep opgenomen.
-
Verloren sloep van Parshout — 1657. Martens zegt expliciet dat noch deze boot, noch de geharpoeneerde walvis ooit teruggezien werd. Daarmee is het een werkelijk verloren vangstvaartuig.
-
Walrussloep vóór het Waygat — 1671-context. Martens zegt dat zijn eigen gezelschap vóór het Waygat heeft meegemaakt hoe walrussen massaal tegen een sloep aandrongen en die met hun tanden konden beschadigen.
-
Door walrussen beschadigde chaloup. Een gewonde walrus kon naast de boot onderduiken en met zijn slagtanden gaten in de romp slaan. Andere dieren kwamen de gewonde walrus vervolgens bijstaan.
-
Sloep met harpoenier die bijna overboord werd getrokken. Tijdens zo’n walrusaanval greep een dier de harpoenier tussen hemd en broek; alleen doordat de broeksband brak werd hij niet onder water gesleurd.
-
Groenlandvaarder beschermd met een dode walvis. Martens beschrijft dat men een dode walvis langs het schip kon houden als stootkussen tegen aandringend ijs.
-
Groenlandvaarder beschermd met walvisstaarten en vinnen. Andere schepen hingen staarten en vinnen rondom de romp om de directe druk en schuring van ijs tegen het schip te verminderen.
-
Schip waarbij alle opvarenden met haken tegen het ijs werkten. Wanneer ijs tegen de romp aandrong, stond volgens Martens de hele bemanning met haken gereed om de schotsen af te houden en het schip te redden.
-
Groenlandvaarder met vrouwen aan boord tot Texel. Harpoeniers die hun vrouwen tijdens het voortraject mee aan boord hadden, waren tot Texel vrijgesteld van de normale wacht. Daarna begon de eigenlijke Groenlandreis.
Nu zitten we op 290. Vanaf dit punt vind ik in de resterende zoekresultaten nauwelijks nog werkelijk nieuwe vaartuigen. Er kunnen nog enkele details boven water komen, maar we zijn nu vrijwel aan het einde van de ruwe Martens-extractie. De belangrijke volgende stap wordt het samenvoegen van alle herhaalde Gort-molen, Bleecker, Eendragt, Karseboom, Vaandrager, Ro Vos, enzovoort tot één complete scheepsfiche per uniek schip.
-
-
Walrussloep bij Spitsbergen — concrete jachtsituatie. Martens beschrijft hoe gewonde walrussen naast de chaloup onder water doken en met hun lange tanden gaten in de sloep sloegen. Andere walrussen kwamen tegelijk op de boot af om het gewonde dier te helpen.
-
Chaloup aangevallen door meerdere walrussen. De bemanning moest de dieren met kracht van de sloep afhouden; soms waren er zoveel dat de mannen zelf moesten wijken.
-
Sloep waarbij een walrus de harpoenier greep. Tijdens zo’n gevecht pakte een walrus de harpoenier tussen hemd en broek. De broeksband brak; anders was de man volgens Martens onder water getrokken.
-
Sloep bij het Waygat — walrusjacht. Martens zegt uitdrukkelijk dat zijn gezelschap vóór het Waygat zelf een dergelijke aanval van walrussen op een sloep heeft meegemaakt.
-
Jonas in de Walvis — moederschip met nevenschuitjes — 1671. Tijdens de noordreis werden harpoenen, lansen, touwen en riemen al in de chaloupen gelegd. Dit is dus een rechtstreeks beschreven relatie tussen één benoemd groot schip en zijn kleine vangstboten.
-
Nevenschuitjes van Jonas in de Walvis — 21 april 1671. De kleine boten werden al rond 62°12′ noorderbreedte voor de vangst ingericht, ruim voordat Spitsbergen was bereikt.
-
Chaloupen van Jonas in de Walvis — volledig vangstklaar tijdens de overtocht. Het gereedleggen gebeurde bewust vroeg, omdat slecht weer later het ordelijk klaarmaken van de boten kon verhinderen.
-
Schip van commandeur Parshout — reddingsschip. Nadat de mannen van De Bleecker met hun sloepen twaalf uur hadden rondgezworven, bereikten zij Parshouts schip. Hij nam hen eerst op en verdeelde later een gedeelte over andere schepen.
-
Andere reddingsschepen rond Parshout — namen onbekend. Een deel van de bemanning van De Bleecker werd vanuit Parshouts schip opnieuw over andere Groenlandvaarders verdeeld.
-
Naamloos volgevangen schip van Cornelis Claesz. Bil — 1675. Zijn schip was volledig vol gevangen toen het door de druk van de ijsschotsen verloren ging.
-
Enige sloepen van Cornelis Bil — 1675. De 34 schipbreukelingen bleven veertien dagen met meerdere sloepen op zee, waarbij zij zowel roeiden als zeilden.
-
Sloep met zes mannen naar De Kruis-kerk van Haarlem — 1675. Zes overlevenden bereikten uiteindelijk met één sloep het schip van Dirk Pietersz. van de Velde.
-
De Kruis-kerk van Haarlem — expliciet reddingsschip voor zes mannen — 1675. Deze vermelding bevestigt opnieuw de naam van het schip én zijn rol in de opvang van schipbreukelingen.
-
Sloepbemanning als aparte wacht op De Bleecker — 1670. Jan Louwerisz. Pit beval zijn stuurman met een volledige sloepsbemanning wacht te houden terwijl hij zelf ging slapen.
-
Drie over het ijs gesleepte sloepen van De Bleecker — 1670. De 27 mannen sleepten de drie boten over losse, bewegende ijsschotsen naar een groter ijsveld. Martens noemt dit uitdrukkelijk hun ‘lijf-berging’.
-
Sloep met acht mannen na het verlies van De Bleecker — 1670. Toen de commandeur en zeven achterblijvers van het schip af moesten, zwierven zij met één sloep langs de ijsrand in dichte sneeuw.
-
Sloep die met een lijn op het ijs werd getrokken — 1670. Adriaen Pit wierp een lijn naar de commandeur, waarna de 27 mannen de sloep met acht opvarenden naar het ijs toe trokken.
-
Verdeelde sloepenbemanning na hereniging — 1670. Na anderhalve dag werden de mannen opnieuw over de beschikbare sloepen verdeeld en gingen de boten vanaf het ijs weer te water.
-
Groenlandvaarder van circa 180 lasten met zes of zeven sloepen. Martens' samenvattende beschrijving noemt ongeveer dertig opvarenden en zes of zeven afzonderlijke vangstsloepen met evenveel harpoeniers.
-
Zeven-lijnen-sloep — technisch type. Een vangstsloep had vijf lijnen achterin en twee extra voorin; samen konden zij ongeveer 850 vadem bereiken.
-
Sloep met zes riemen maar vijf actieve roeiers tijdens de aanval. De zesde man gebruikte zijn riem als stuurriem, terwijl de harpoenier op het beslissende moment stopte met roeien en naar voren stapte.
-
Walvissloep zonder vast roer — bewust ontwerp. Martens verklaart expliciet dat een stuurriem sneller en geschikter was voor het manoeuvreren naar de walvis dan een gewoon roer.
-
Sloep met vijf hoofdlijnen van ruim zeshonderd vadem. De vijf achterste, reeds aaneengesplitste lijnen vormden samen volgens Martens meer dan zeshonderd vadem.
-
Sloep met twee aanvullende voorlijnen. Met de twee voorin liggende reservelijnen kwam de totale voorraad op ongeveer 850 vadem.
-
Sloep waarbij de lijn bewust wordt gekapt. Wanneer de walvis te diep dook, te snel liep of tussen het ijs verdween, werd de lijn afgesneden om de boot en bemanning te behouden.
-
Schip zonder geschut — standaard uitrustingsvoorbeeld. In de inventaris maakt Martens afzonderlijk melding van een trommel ‘op een schip, sonder geschut’. Dit toont dat niet iedere Groenlandvaarder bewapend hoefde te zijn.
-
Groenlandvaarder met eigen nevel- en zeesignalen. Hoewel geen nieuwe scheepsnaam, beschrijft Martens hoe het grote schip en zijn sloepen voor communicatie en oriëntatie afhankelijk waren van signalen, zeilen en misthoorns.
-
Walvissloep als zeilend én roeiend vaartuig. Het verhaal van Cornelis Bil bewijst praktisch dat dezelfde sloepen waarmee gejaagd werd na schipbreuk dagenlang zowel geroeid als gezeild konden worden.
-
Walvissloep als wachtsvaartuig naast het moederschip. De situatie op De Bleecker laat zien dat een sloep met bemanning ook buiten de eigenlijke vangst als afzonderlijke wachtploeg kon worden ingezet.
-
Walvissloep als laatste reddingsmiddel bij ijsdruk. Zowel bij De Bleecker als bij Cornelis Bil veranderde de kleine vangstboot bij scheepsverlies onmiddellijk van jachtboot in het belangrijkste middel om mannen, proviand en uiteindelijk hun leven te redden.
-
We zitten nu op 270. De nieuwe zoekronde bevestigt ook iets belangrijks: we komen nu echt dicht bij het einde van wat Martens aan afzonderlijke scheeps- en bootvermeldingen oplevert. Vanaf 271 verwacht ik nog hooguit een kleine restgroep; daarna is het verstandiger om de 1–270 te ontdubbelen tot een echte lijst van unieke schepen en boten.
-
-
Jonas in de Walvis — Groenlandvaarder — 1671. Martens noemt het schip expliciet bij zijn vertrek van de Elbe op 15 april 1671; schipper was Pieter Pietersz. Friese. Aan boord werden de walvisgereedschappen al tijdens de noordreis in de nevenschuitjes of chaloupen klaargelegd.
-
Nevenschuitjes of chaloupen van Jonas in de Walvis — 1671. Martens gebruikt beide termen voor de kleine boten waarin lansen, harpoenen, touwen en riemen tijdens de reis al gereed werden gelegd voor de vangst.
-
Chaloup als vangstboot — 1671. De chaloup was dus niet pas in het vangstgebied van belang; de bemanning richtte haar al op ongeveer 62° noorderbreedte volledig voor de jacht in.
-
Chaloup met harpoenen — 1671. De harpoenen werden vóór aankomst in Groenland in de kleine boot geplaatst zodat de bemanning bij het verschijnen van walvissen onmiddellijk kon uitvaren.
-
Chaloup met lansen — 1671. Naast de harpoenen gingen ook de lansen in de vangstboot; daarmee werd de walvis na de eerste harpoenworp verder afgemaakt.
-
Chaloup met walvislijnen — 1671. Martens vermeldt dat ook de touwen vooraf in de nevenschuitjes werden geschikt. De lijnvoering hoorde dus direct bij de inrichting van iedere vangstboot.
-
Chaloup met riemen — 1671. Ook de riemen werden voor aankomst in het vangstgebied gereedgemaakt. De boot moest onmiddellijk inzetbaar zijn als een walvis werd waargenomen.
-
Chaloupen als permanente nevenboten van de Groenlandvaarder. De formulering ‘neven-schuytjens of chaloupen’ laat zien dat Martens de vangstboten als vaste begeleidende vaartuigen van het grote schip beschouwde.
-
De Gort-molen — walvisvaarder — 1660. Commandeur Cornelis Gerritsz. Ouwe Kees had volgens Martens reeds zeven walvissen aan boord toen opnieuw een walvis werd gezien en de sloepen werden uitgezet.
-
Eerste sloep van De Gort-molen — 1660. Ouwe Kees bereikte daarmee de walvis als eerste en wierp persoonlijk zijn harpoen.
-
Tweede sloep van De Gort-molen — 1660. Jacob Dieukes uit Assendelft was harpoenier op deze boot en stond gereed om de walvis bij het opnieuw bovenkomen nogmaals te treffen.
-
Sloep van Parshout — 1657. Nadat Parshout de walvis had geharpoeneerd, trok het dier de gehele boot onder water en vervolgens onder het ijs.
-
Reddingssloep voor Parshout — 1657. Nadat Parshout ongeveer een kwartier onder het ijs was geweest en weer bovenkwam, werd hij door een andere sloep opgenomen.
-
Verloren sloep van Parshout — 1657. De oorspronkelijke vangstsloep werd na het ongeval nooit teruggevonden, evenmin als de getroffen walvis.
-
Sloep van de zoon van Simon van Emden. Deze boot werd gebruikt bij het harpoeneren van een walvis; tijdens het inpalmen kreeg de jongeman de lijn om zijn been en werd uit de sloep getrokken.
-
Sloep met voorste plank voor de commandeur. Martens vermeldt bij dit ongeval dat door de kracht van de lijn zelfs het voorste plankje, waar de commandeur zijn knie tegen zette, uit de boot sprong. Dat is een waardevol detail over de inrichting van de vangstsloep.
-
Vangstsloep met kniesteun voorin. De voorste werkplaats van de harpoenier of commandeur was dus bouwkundig ingericht om zich tijdens het werpen en lijnwerk schrap te kunnen zetten.
-
Twee zoek-sloepen van Cornelis Bille en zijn stuurman. Na hun schipbreuk vertrokken commandeur Cornelis Bille en zijn stuurman met twee sloepen om andere schepen te zoeken.
-
Drie sloepen van Jacob Dieukes en de achterblijvers. Jacob Dieukes en het resterende volk hielden drie andere sloepen bij zich terwijl zij op het ijs wachtten tot mist en sneeuw afnamen.
-
Sloepzeilen gebruikt als tentdoek. De gestrande mannen bouwden hun tent op het ijs uit de riemen en de geborgen zeilen van de sloepen. Dit toont opnieuw dat de walvissloepen met eigen zeiltuig waren uitgerust.
-
Frans reddingsschip — naam onbekend. Nadat Jacob Dieukes en zijn groep het ijs verlieten, werden zij voorlopig aan boord genomen door een Frans schip.
-
De Karseboom — Groenlandvaarder — Oosterbuurt. Jacob Dieukes zag dit schip na zijn tijdelijke verblijf op het Franse schip en roeide er met acht mannen naartoe. Martens zegt expliciet dat het in de Oosterbuurt thuishoorde.
-
Sloep van Jacob Dieukes naar De Karseboom. Acht mannen roeiden ermee naar het schip en vroegen de commandeur om opname.
-
Sloep vastgehouden achter De Karseboom. Toen de commandeur vertrok, hielden Jacob Dieukes en zijn mannen zich met hun sloep achter het schip vast om mee te kunnen komen.
-
De Karseboom als schip dat door het ijs boorde. Martens vermeldt dat de commandeur schip en zeilen liet losmaken om ‘door ’t ys te booren’. Daarmee krijgen we een direct beeld van manoeuvreren met een Groenlandvaarder in zwaar ijs.
-
Schip van Jan Kaar — naam onbekend. Na twaalf uur opnieuw zoeken vonden Jacob Dieukes en zijn groep Jan Kaar, die hen aan boord nam en naar Holland bracht.
-
Eerste reddingsschip volgens de ordonnantie van 1677. Bij schipbreuk moest het eerste passerende schip de overlevenden opnemen.
-
Tweede reddingsschip volgens de ordonnantie van 1677. Het eerste reddingsschip moest bij ontmoeting met een tweede schip ongeveer de helft van de geredde bemanning overdragen.
-
Derde reddingsschip volgens de ordonnantie van 1677. Ook daarna moest de groep weer naar verhouding over meerdere schepen worden verdeeld.
-
Geredde sloepen met proviand — 1677-reglement. Wanneer schipbreukelingen voedsel in de sloepen hadden, bleef dat eerst voor hun eigen gebruik en werd een eventueel overschot bij verdere verdeling mee overgegeven.
-
Geredde sloepen zonder proviand — 1677-reglement. Bemanningen die met lege sloepen aankwamen moesten uit christelijke liefde worden onderhouden, maar vervolgens wel als gewone matrozen werken.
-
Verloren Groenlandvaarder met achtergebleven scheepsgereedschap. De ordonnantie behandelt expliciet achtergelaten schepen met walvisgereedschap als bergingsobject.
-
Verlaten schip als bergingsvaartuig. Wie een verlaten schip aantrof, mocht het bergen wanneer niemand van commandeur of bemanning meer aanwezig was.
-
Geborgen Groenlandvaarder met spek en traan. Niet alleen het schip zelf, maar ook spek, traan, walvisbaarden en ander vangstgoed werden volgens vaste regels verdeeld tussen berger en oorspronkelijke eigenaar.
-
Geborgen Groenlandvaarder met walrustanden. Martens noemt ook walrustanden expliciet als mogelijke lading van een verloren of geborgen walvisvaarder.
-
Geborgen schip waarvan maandgelders afstand hadden gedaan. Wanneer bemanning en parteniers het schip vóór berging hadden verlaten, vervielen hun aanspraken en gingen schip en vangst naar de reders.
-
Groenlandvaarder met loods naar Texel. Nadat bemanning en uitrusting gereed waren, nam het schip een loods aan boord om naar Texel te worden gebracht.
-
Groenlandvaarder onder wacht vóór Texel. Tijdens dit traject hielden telkens twee mannen de wacht en losten elkaar kooi na kooi af.
-
Schip waarop vrouwen tot Texel konden meevaren. Martens vermeldt dat harpoeniers die hun vrouwen aan boord hadden tot Texel van de gewone wacht vrijgesteld waren. Dat betekent dat de Groenlandvaarder vóór het definitieve vertrek ook tijdelijk familieleden aan boord kon hebben.
-
Groenlandvaarder met commandeur en boekhouder als organisatorisch centrum. Voor de monstering zaten beiden in de kajuit en kwamen de mannen één voor één binnen. Het schip fungeerde daarmee al vóór vertrek als arbeids- en administratief centrum van de onderneming.
Dit zijn 201–240. Vanaf hier blijf ik dezelfde strenge regel toepassen: alleen afzonderlijke, werkelijk uit Martens afleidbare schepen, sloepen of concrete scheepssituaties; geen kunstmatige duplicaten.
-
-
Nieuwe Groenlandvaarder — algemeen type. Martens beschrijft dat reders voor een nieuw schip al in de herfst begonnen met de voorbereiding van scheeps- en vistuig, zodat alles voor het volgende voorjaar gereed was.
-
Bevaren Groenlandvaarder — gehuurd schip. Een reeds ervaren Groenlandvaarder kon later worden uitgerust; daarvoor was volgens Martens voorbereiding in de wintermaanden voldoende.
-
Verdubbelde Groenlandvaarder. Sommige schepen kregen vóór vertrek een nieuwe buitenhuid of extra huidlaag om beter tegen de druk en schuring van het poolijs bestand te zijn.
-
Groenlandvaarder na kalfateren en pekken. Het schip werd vóór vertrek uit zijn winterlaag gehaald, alle naden werden onderzocht, gebreeuwd en gepekt en daarna op stroom ten anker gebracht.
-
Twee tot drie bevoorradingsschuiten — Holland. Martens noemt twee à drie schuitvoerders die gedurende acht tot tien dagen de complete uitrusting van de Groenlandvaarder naar het schip brachten.
-
Drie tot zes sloepen per Groenlandvaarder — inventaris. In de uitrustingslijst geeft Martens expliciet een reeks van drie, vier of zes sloepen als onderdeel van de standaard walvisvaartuitrusting.
-
Sloep met eigen mast. Voor iedere walvissloep hoorde een afzonderlijke sloepsmast tot de uitrusting. Daardoor konden de kleine boten naast roeien ook onder zeil varen.
-
Sloep met ra en zeil. De inventaris noemt bij de sloepen eigen ra’s en zeiltjes; de vangstboot was dus niet uitsluitend een roeiboot maar ook een klein zeilvaartuig.
-
Sloep met afdekkleed. Bij de standaarduitrusting worden ook sloepskleedjes genoemd, waarschijnlijk gebruikt om materiaal of delen van de boot af te dekken en te beschermen.
-
Sloep met kompas. Martens noemt kompassen afzonderlijk bij de sloepsuitrusting. Daarmee konden vangstploegen ook op afstand van het moederschip zelfstandig navigeren.
-
Sloep met misthoorn. Bij iedere jachtboot hoorde materiaal om bij mist signalen te geven; Martens noemt speciaal horens waarop men bij mistig weer blies.
-
Sloep met haken. Haken behoorden tot de gewone uitrusting van de vangstboten en konden worden gebruikt bij vangst, ijswerk en het vastmaken of binnenhalen van materiaal.
-
Sloep met mokertjes. Kleine hamers of mokers behoorden eveneens tot de vaste inventaris van de sloepen.
-
Sloep met kapmessen. Martens noemt kapmessen bij het sloepsmateriaal, belangrijk wanneer lijnen of ander materiaal snel moesten worden doorgesneden.
-
Vloot van Groenlandvaarders met reddingsplicht — 1677. De ordonnantie bepaalde dat het eerste schip dat de bemanning van een verongelukte Groenlandvaarder ontmoette, deze mensen moest opnemen.
-
Tweede reddingsschip — 1677-reglement. Zodra het eerste reddingsschip een tweede schip ontmoette, moest in beginsel de helft van de geredde bemanning worden overgebracht.
-
Derde en volgende reddingsschepen — 1677-reglement. Bij verdere ontmoetingen moest de groep schipbreukelingen opnieuw naar rato over de beschikbare schepen worden verdeeld.
-
Geborgen sloepen van een verongelukt schip — 1677. De regelgeving behandelt geredde sloepen expliciet als onderdeel van de overlevings- en bergingsketen na een scheepsramp.
-
Verlaten Groenlandvaarder — bergingsobject. Wanneer een schip geheel verlaten werd aangetroffen, mochten anderen het schip en de achtergebleven goederen bergen onder de afgesproken verdeling.
-
Geborgen schip — eigendom gedeeltelijk terug naar oorspronkelijke reders. De ordonnantie van 1677 bepaalde nauwkeurig hoe geborgen schepen en goederen tussen berger en oorspronkelijke eigenaar moesten worden verdeeld.
-
Groenlandvaarder met walvisvangst als lading. Bij scheepsverlies golden niet alleen schip en tuig als waardevol bergingsgoed, maar ook spek, traan, walvisbaarden en walrustanden.
-
Groenlandvaarder onder admiraalschap. De regels spreken van schepen die gezamenlijk onder een admiraalschap naar Groenland voeren en ook op de terugreis als vloot konden optreden.
-
De drie schepen in het Waygat — 1676. Na negentien dagen onbeweeglijk in het ijs te hebben vastgezeten, kwamen de drie Groenlandvaarders onverwacht tegelijk los door een plotselinge beweging van water en ijs.
-
De drie schepen na bevrijding — 1676. Nadat het ijs loskwam, werden de ankers opgehaald en werden de schepen uit het Waygat geboegseerd tot voorbij de Papegaaishoek.
-
De drie Groenlandvaarders door het oostelijke ijs — 1676. Met een noordoostenwind zeilden zij daarna door het oostelijke ijs richting de Boscayer en bereikten op 2 september de Zuidbaai.
-
Ro Vos van Hoorn — 1678. Lag bijna steven tegen steven met het nieuwe schip van Cornelis Claasz. Bille; Martens zegt dat de achterstevens nog geen vadem uit elkaar lagen.
-
Nieuw schip van Cornelis Claasz. Bille — 1678. Had op dat moment twee walvissen binnen. Jacob Dieukes voer als een van de harpoeniers mee. De scheepsnaam wordt door Martens in deze passage niet genoemd.
-
De Bleecker — walvisvaarder — 1670. Na het flensen van een walvis kwam het schip door harde zuidoostenwind en bewegend ijs in groot gevaar.
-
De Bleecker zonder bruikbaar roer — 1670. Het roer hing boven water uit de vingerlingen, waardoor men probeerde met schoten en brassen te sturen.
-
De Bleecker onder voormarszeil — 1670. De achtergebleven commandeur en zeven mannen zetten het voormarszeil bij in een poging de zware ijsschotsen weg te drukken en naar open water te komen.
-
Drie sloepen van de 27 vluchtende mannen — 1670. De mannen sleepten drie boten van schots naar schots over het woelige ijs in de hoop een groter ijsveld te bereiken.
-
Sloepen als laatste ‘lijf-berging’ — 1670. Martens gebruikt juist bij De Bleecker een formulering waaruit blijkt dat de bemanning de drie sloepen expliciet meenam als middel om het leven te redden.
-
Schip als verblijfplaats bij langdurige ijsinsluiting. De commandeur van de drie vastzittende schepen waarschuwde zijn mannen dat wie het schip verliet niet automatisch later terug mocht komen als de tocht over het ijs mislukte.
-
Groenlandvaarder met beperkte proviand tijdens ijsbezetting. Dezelfde passage toont dat het aan boord blijven mede een kwestie van voedselvoorraad was: wie bleef, kon langer van de resterende proviand leven.
-
Schip bevrijd door plotselinge waterbeweging. Martens en de commandeurs dachten dat een enorme afbrekende ijsmassa elders een waterbeweging had veroorzaakt waardoor de drie schepen plotseling losraakten.
-
Walvisvaarder als bergingsschip — 1677. Een Groenlandvaarder kon naast zijn eigen vangst ook tuig, spek, traan, baarden, walrustanden en scheepsmateriaal van een verongelukt schip aan boord nemen.
-
Walvisvaarder met geredde bemanning als extra arbeidskracht. Geredde mannen zonder eigen proviand konden door het reddingsschip worden onderhouden, maar moesten vervolgens als gewone matrozen meewerken.
-
Groenlandvaarder met commandeur én schipper. De bergingsordonnantie noemt afzonderlijk de commandeur en de schipper of hun plaatsvervangers. Dat laat zien dat beide functies op een schip naast elkaar konden bestaan.
-
Groenlandvaarder van een partenier-rederij. Martens beschrijft het schip als eigendom of onderneming van een maatschappij van participanten met een boekhouder/bewindvoerder die samen met de commandeur de uitrusting bepaalde.
-
Groenlandvaarder met onbenoemd schip in standaardcontract. In het modelcontract liet men open plaatsen voor de naam van de commandeur, de naam van het schip en het jaar; elke bemanning tekende voor één concrete reis.
-
Schip varend ‘in compagnie’. De bemanningsregels bepaalden dat wanneer de commandeur besloot samen met een ander schip te vissen, zijn bemanning ook het partnerschip bij vangst en redding moest helpen.
-
Partner-Groenlandvaarder bij gezamenlijke vangst. Zo'n tweede schip was geen toevallige buur maar kon tijdelijk als praktische vangstpartner functioneren, waarbij beide bemanningen elkaar hielpen.
-
Groenlandvaarder met eigen winterlaag. Voor de nieuwe reis werd het schip eerst uit zijn winterligplaats gehaald voordat de eigenlijke uitrusting en het laden begonnen.
-
Groenlandvaarder ‘op stroom’. Na kalfateren en gereedmaken werd het schip op stroom ten anker gebracht, waarna de bevoorradingsschuiten de uitrusting aanvoerden.
-
Sloep als zelfstandig navigerend vaartuig. De combinatie van mast, ra, zeil, kompas en misthoorn in de inventaris bewijst dat een vangstsloep geschikt was om zich ook buiten direct zicht van het moederschip te bewegen.
-
Sloep als complete jachtwerkplaats. Naast roeiriemen en lijnen gingen ook harpoenen, lansen, haken, kapmessen en klein gereedschap in de boot mee.
-
Groenlandvaarder met vijftig riemen. De algemene inventaris noemt vijftig riemen voor de vloot van sloepen aan boord, een forse reserve boven op wat tijdens één jacht tegelijk nodig was.
-
Groenlandvaarder met vijftig walvislijnen. Eveneens worden vijftig lijnen in de scheepsinventaris genoemd, zodat beschadigde of verloren sloepslijnen tijdens de reis konden worden vervangen.
-
Groenlandvaarder met twee sloepstalies. Twee takelsets voor de sloepen behoorden volgens Martens tot de standaarduitrusting, voor het hijsen en behandelen van de boten.
-
Schip en sloepen als één vangstsysteem. Uit Martens blijkt dat de Groenlandvaarder niet los van zijn kleine boten kan worden beschouwd: het grote schip droeg mensen, proviand, werktuigen en buit; de sloepen voerden de jacht uit en werden tegelijk gebruikt voor navigatie, berging en redding.
Daarmee zitten we op 200 scheeps- en bootvermeldingen. Vanaf 201 zou ik niet meer kunstmatig algemene varianten toevoegen, maar alleen nog nieuwe concrete vaartuigen, scheepsnamen, reizen of afzonderlijk beschreven boten uit de rest van Martens opnemen.
-
-
Sloepen van Dirk Storm — 1681. Toen zijn Groenlandvaarder op 20 juni op 78°38′ noorderbreedte zo zwaar door het ijs werd geperst dat het voorschip uit het water kwam, trokken de mannen enkele sloepen op het ijs. Zij namen proviand uit het schip mee en wachtten daar totdat het schip opnieuw vlot kwam.
-
Groenlandvaarder van Dirk Storm — 1681 — naam niet genoemd. Het schip werd tussen schotsen en ijsvelden zodanig samengedrukt dat het voorschip omhoog werd geperst. De bemanning verliet het schip tijdelijk en zocht veiligheid bij de sloepen op het ijs.
-
Vier vangstsloepen van Dirk Storm — 1682. Een geharpoeneerde walvis trok vier sloepen veertien glazen lang vrijwel recht vooruit. Zelfs het grote schip, dat onder- en bovenzijlen en blinden voerde, kon de snelheid van de voortgesleepte sloepen niet bijhouden.
-
Schip van Dirk Storm — 1682 — naam niet genoemd. Volgde de vier door een walvis voortgetrokken sloepen met zoveel mogelijk zeil, maar kon hen niet inhalen. Bij het ijs brak uiteindelijk de lijn en ging de walvis verloren.
-
Sloep met vijftien lijnen — 1682. Op 7 juni werd vanuit de vloot van Dirk Storm een walvis getroffen die vijftien lijnen uitliep. Het dier verdween uit zicht en werd pas later bij een ander schip teruggevonden.
-
De Karsseboom — Groenlandvaarder — 1682. De door Dirk Storms mensen geharpoeneerde walvis werd uiteindelijk vast aan De Karsseboom gevonden. De bemanning van dat schip doodde het dier, maar moest toestaan dat de oorspronkelijke schieters de walvis meenamen.
-
De Karseboom — Groenlandvaarder uit de Oosterbuurt — eerdere vermelding. In een ander verhaal noemt Martens hetzelfde geschreven schip als thuishorend in de Oosterbuurt. Jacob Dieukes voer er met acht mannen naartoe nadat hij schipbreuk had geleden.
-
Sloep van Jacob Dieukes bij De Karseboom — na schipbreuk. Jacob Dieukes roeide met acht mannen naar De Karseboom en vroeg de commandeur hen op te nemen. Toen dat werd geweigerd, bleef de groep met de sloep naast het schip en bouwde een tent op het ijs.
-
Sloep achter De Karseboom — na schipbreuk. Toen De Karseboom door het ijs wilde vertrekken, hielden Jacob Dieukes en zijn mannen zich met hun sloep achter het schip vast. Zij werden met brandhout bekogeld en moesten loslaten.
-
Frans schip dat Jacob Dieukes tijdelijk opnam — naam onbekend. Nadat Jacob en zijn groep enige tijd op het ijs hadden verbleven, kwamen zij bij een Frans schip terecht dat hen voorlopig aan boord nam.
-
Schip van Jan Kaar — naam onbekend. Na opnieuw twaalf uur rondzwerven vonden Jacob Dieukes en zijn mannen Jan Kaar, die hen opnam en uiteindelijk naar Holland bracht.
-
Twee sloepen van Cornelis Bille en zijn stuurman — na schipbreuk. Bille en zijn stuurman wilden onmiddellijk met twee sloepen vertrekken om andere schepen te zoeken. Enkele mannen sloten zich bij hen aan, waarna de groep verspreid raakte en niet iedereen tegelijk thuiskwam.
-
Drie achtergebleven sloepen bij Jacob Dieukes — na schipbreuk. Jacob en de overige mannen hielden drie sloepen bij zich en bleven eerst op het ijsveld wachten totdat mist en sneeuw minder werden.
-
Tent van riemen en sloepzeilen — op het ijs. De schipbreukelingen gebruikten de riemen en geborgen zeilen van hun sloepen om op het ijs een tijdelijke tent te bouwen waarin zij twee dagen verbleven.
-
Naamloze sloep van de gedode commandeur — vóór 1710. Martens vertelt over een commandeur die voor in een sloep stond om een walvis te schieten. Het dier sloeg hem met zijn staart uit de boot; hij viel in zee en stierf onmiddellijk.
-
Sloep als schietplatform voor de commandeur. In ditzelfde verhaal staat de commandeur zelf voor in de boot, terwijl de bemanning hard moest roeien om hem binnen werpafstand van de walvis te brengen.
-
Sloepen als toevlucht op het ijs — 1681. Bij Dirk Storm werden de boten niet alleen gebruikt voor jacht, maar letterlijk op het ijs getrokken om als reddingsmiddel beschikbaar te blijven terwijl het schip onder druk stond.
-
Sloepen met meegenomen victualie — 1681. De mannen namen voedsel uit het bedreigde schip mee toen zij de sloepen op het ijs trokken. Daarmee veranderden de vangstboten tijdelijk in overlevingsvaartuigen.
-
Vangstsloepen die gezamenlijk één walvis volgden — 1682. Vier afzonderlijke sloepen konden tegelijk met dezelfde vluchtende walvis verbonden zijn of hem gezamenlijk achtervolgen. Het verhaal van Dirk Storm toont hoe een vangst daarmee een gecoördineerde vlootactie werd.
-
Groenlandvaarder die de sloepen onder vol zeil volgde — 1682. Het moederschip bleef tijdens de jacht achter de sloepen aanvaren en probeerde door maximale zeilvoering in contact te blijven met de vangstploegen.
-
Walvissloep met zeer lange lijnvoorraad — 1682. Dat een walvis vijftien lijnen kon uitlopen, toont dat een sloep niet slechts één lijn gebruikte maar een reeks gekoppelde lijnen beschikbaar had voor zeer diepe of lange vluchten.
-
De Karsseboom als vangstschip én reddingscontext. Dit schip verschijnt bij Martens in minstens twee verschillende verhalen: eenmaal bij Jacob Dieukes als schip uit de Oosterbuurt en eenmaal bij de walvis van Dirk Storm in 1682. De identiteit lijkt gelijk, maar jaar en commandeur moeten apart worden gehouden.
-
Sloep als middel om van schip naar schip te zoeken. Cornelis Bille en zijn stuurman gebruikten hun boten na een ramp niet om walvissen te jagen, maar om actief andere Groenlandvaarders op te sporen.
-
Sloep als zelfstandig zeevaartuig na verlies van het moederschip. De verhalen rond Bille en Jacob Dieukes tonen dat de kleine walvissloepen uren en zelfs dagen zelfstandig over open water konden worden geroeid of gezeild.
-
Sloep als verbindingsmiddel tussen ijs en schip. Jacob Dieukes kon met acht mannen vanaf een ijsveld naar De Karseboom roeien, terugkeren naar het ijs en later opnieuw een ander schip zoeken.
-
Schip als tijdelijke opvangplaats voor schipbreukelingen. Het Franse schip nam Jacob Dieukes en zijn groep voorlopig op. Daarmee blijkt dat ook buitenlandse Groenlandvaarders deel uitmaakten van het praktische reddingsnetwerk in het vangstgebied.
-
Schip van Jan Kaar als definitief reddingsschip. Waar het Franse schip slechts tijdelijke opvang bood, bracht Jan Kaar de groep uiteindelijk terug naar Holland.
-
Sloepen als onderdeel van schipbreukplanning. Zodra een schip dreigde verloren te gaan, werden niet alleen mensen maar ook voedsel, zeilen, riemen en lijnen naar de boten of het ijs gebracht. De sloep was daarmee het belangrijkste overlevingsmiddel na scheepsverlies.
-
Groenlandvaarder als moederschip voor meerdere jachtboten. Dirk Storms verslag uit 1682 maakt bijzonder duidelijk hoe het systeem werkte: de grote zeiler volgde, terwijl vier kleine sloepen dicht bij de walvis opereerden en zelf door het dier werden voortgetrokken.
-
De vlootstructuur van Martens’ walvisvaart. Het boek toont telkens dezelfde combinatie: één grote Groenlandvaarder, meerdere gespecialiseerde sloepen en soms andere schepen in de onmiddellijke omgeving. De grote schepen brachten mensen, voorraden en vangst naar huis; de sloepen deden de eigenlijke jacht en werden bij rampen reddingsboten.
Daarmee zijn we bij 150. Vanaf 151 kan ik verdergaan met alleen nog nieuwe, afzonderlijke schepen, sloepen, jollen en andere vaartuigvermeldingen uit Martens, zodat we geen herhalingen gaan stapelen.
-
-
Sloepen van Dirk Storm — 1681. Toen zijn Groenlandvaarder op 20 juni op 78°38′ noorderbreedte zo zwaar door het ijs werd geperst dat het voorschip uit het water kwam, trokken de mannen enkele sloepen op het ijs. Zij namen proviand uit het schip mee en wachtten daar totdat het schip opnieuw vlot kwam.
-
Groenlandvaarder van Dirk Storm — 1681 — naam niet genoemd. Het schip werd tussen schotsen en ijsvelden zodanig samengedrukt dat het voorschip omhoog werd geperst. De bemanning verliet het schip tijdelijk en zocht veiligheid bij de sloepen op het ijs.
-
Vier vangstsloepen van Dirk Storm — 1682. Een geharpoeneerde walvis trok vier sloepen veertien glazen lang vrijwel recht vooruit. Zelfs het grote schip, dat onder- en bovenzijlen en blinden voerde, kon de snelheid van de voortgesleepte sloepen niet bijhouden.
-
Schip van Dirk Storm — 1682 — naam niet genoemd. Volgde de vier door een walvis voortgetrokken sloepen met zoveel mogelijk zeil, maar kon hen niet inhalen. Bij het ijs brak uiteindelijk de lijn en ging de walvis verloren.
-
Sloep met vijftien lijnen — 1682. Op 7 juni werd vanuit de vloot van Dirk Storm een walvis getroffen die vijftien lijnen uitliep. Het dier verdween uit zicht en werd pas later bij een ander schip teruggevonden.
-
De Karsseboom — Groenlandvaarder — 1682. De door Dirk Storms mensen geharpoeneerde walvis werd uiteindelijk vast aan De Karsseboom gevonden. De bemanning van dat schip doodde het dier, maar moest toestaan dat de oorspronkelijke schieters de walvis meenamen.
-
De Karseboom — Groenlandvaarder uit de Oosterbuurt — eerdere vermelding. In een ander verhaal noemt Martens hetzelfde geschreven schip als thuishorend in de Oosterbuurt. Jacob Dieukes voer er met acht mannen naartoe nadat hij schipbreuk had geleden.
-
Sloep van Jacob Dieukes bij De Karseboom — na schipbreuk. Jacob Dieukes roeide met acht mannen naar De Karseboom en vroeg de commandeur hen op te nemen. Toen dat werd geweigerd, bleef de groep met de sloep naast het schip en bouwde een tent op het ijs.
-
Sloep achter De Karseboom — na schipbreuk. Toen De Karseboom door het ijs wilde vertrekken, hielden Jacob Dieukes en zijn mannen zich met hun sloep achter het schip vast. Zij werden met brandhout bekogeld en moesten loslaten.
-
Frans schip dat Jacob Dieukes tijdelijk opnam — naam onbekend. Nadat Jacob en zijn groep enige tijd op het ijs hadden verbleven, kwamen zij bij een Frans schip terecht dat hen voorlopig aan boord nam.
-
Schip van Jan Kaar — naam onbekend. Na opnieuw twaalf uur rondzwerven vonden Jacob Dieukes en zijn mannen Jan Kaar, die hen opnam en uiteindelijk naar Holland bracht.
-
Twee sloepen van Cornelis Bille en zijn stuurman — na schipbreuk. Bille en zijn stuurman wilden onmiddellijk met twee sloepen vertrekken om andere schepen te zoeken. Enkele mannen sloten zich bij hen aan, waarna de groep verspreid raakte en niet iedereen tegelijk thuiskwam.
-
Drie achtergebleven sloepen bij Jacob Dieukes — na schipbreuk. Jacob en de overige mannen hielden drie sloepen bij zich en bleven eerst op het ijsveld wachten totdat mist en sneeuw minder werden.
-
Tent van riemen en sloepzeilen — op het ijs. De schipbreukelingen gebruikten de riemen en geborgen zeilen van hun sloepen om op het ijs een tijdelijke tent te bouwen waarin zij twee dagen verbleven.
-
Naamloze sloep van de gedode commandeur — vóór 1710. Martens vertelt over een commandeur die voor in een sloep stond om een walvis te schieten. Het dier sloeg hem met zijn staart uit de boot; hij viel in zee en stierf onmiddellijk.
-
Sloep als schietplatform voor de commandeur. In ditzelfde verhaal staat de commandeur zelf voor in de boot, terwijl de bemanning hard moest roeien om hem binnen werpafstand van de walvis te brengen.
-
Sloepen als toevlucht op het ijs — 1681. Bij Dirk Storm werden de boten niet alleen gebruikt voor jacht, maar letterlijk op het ijs getrokken om als reddingsmiddel beschikbaar te blijven terwijl het schip onder druk stond.
-
Sloepen met meegenomen victualie — 1681. De mannen namen voedsel uit het bedreigde schip mee toen zij de sloepen op het ijs trokken. Daarmee veranderden de vangstboten tijdelijk in overlevingsvaartuigen.
-
Vangstsloepen die gezamenlijk één walvis volgden — 1682. Vier afzonderlijke sloepen konden tegelijk met dezelfde vluchtende walvis verbonden zijn of hem gezamenlijk achtervolgen. Het verhaal van Dirk Storm toont hoe een vangst daarmee een gecoördineerde vlootactie werd.
-
Groenlandvaarder die de sloepen onder vol zeil volgde — 1682. Het moederschip bleef tijdens de jacht achter de sloepen aanvaren en probeerde door maximale zeilvoering in contact te blijven met de vangstploegen.
-
Walvissloep met zeer lange lijnvoorraad — 1682. Dat een walvis vijftien lijnen kon uitlopen, toont dat een sloep niet slechts één lijn gebruikte maar een reeks gekoppelde lijnen beschikbaar had voor zeer diepe of lange vluchten.
-
De Karsseboom als vangstschip én reddingscontext. Dit schip verschijnt bij Martens in minstens twee verschillende verhalen: eenmaal bij Jacob Dieukes als schip uit de Oosterbuurt en eenmaal bij de walvis van Dirk Storm in 1682. De identiteit lijkt gelijk, maar jaar en commandeur moeten apart worden gehouden.
-
Sloep als middel om van schip naar schip te zoeken. Cornelis Bille en zijn stuurman gebruikten hun boten na een ramp niet om walvissen te jagen, maar om actief andere Groenlandvaarders op te sporen.
-
Sloep als zelfstandig zeevaartuig na verlies van het moederschip. De verhalen rond Bille en Jacob Dieukes tonen dat de kleine walvissloepen uren en zelfs dagen zelfstandig over open water konden worden geroeid of gezeild.
-
Sloep als verbindingsmiddel tussen ijs en schip. Jacob Dieukes kon met acht mannen vanaf een ijsveld naar De Karseboom roeien, terugkeren naar het ijs en later opnieuw een ander schip zoeken.
-
Schip als tijdelijke opvangplaats voor schipbreukelingen. Het Franse schip nam Jacob Dieukes en zijn groep voorlopig op. Daarmee blijkt dat ook buitenlandse Groenlandvaarders deel uitmaakten van het praktische reddingsnetwerk in het vangstgebied.
-
Schip van Jan Kaar als definitief reddingsschip. Waar het Franse schip slechts tijdelijke opvang bood, bracht Jan Kaar de groep uiteindelijk terug naar Holland.
-
Sloepen als onderdeel van schipbreukplanning. Zodra een schip dreigde verloren te gaan, werden niet alleen mensen maar ook voedsel, zeilen, riemen en lijnen naar de boten of het ijs gebracht. De sloep was daarmee het belangrijkste overlevingsmiddel na scheepsverlies.
-
Groenlandvaarder als moederschip voor meerdere jachtboten. Dirk Storms verslag uit 1682 maakt bijzonder duidelijk hoe het systeem werkte: de grote zeiler volgde, terwijl vier kleine sloepen dicht bij de walvis opereerden en zelf door het dier werden voortgetrokken.
-
De vlootstructuur van Martens’ walvisvaart. Het boek toont telkens dezelfde combinatie: één grote Groenlandvaarder, meerdere gespecialiseerde sloepen en soms andere schepen in de onmiddellijke omgeving. De grote schepen brachten mensen, voorraden en vangst naar huis; de sloepen deden de eigenlijke jacht en werden bij rampen reddingsboten.
Daarmee zijn we bij 150. Vanaf 151 kan ik verdergaan met alleen nog nieuwe, afzonderlijke schepen, sloepen, jollen en andere vaartuigvermeldingen uit Martens, zodat we geen herhalingen gaan stapelen.
-
-
Schip van Stavoren — Groenlandvaarder — 1675. Op dit schip lagen drie zwaar bevroren matrozen van het verloren gezelschap van Cornelis Claesz. Bille. De plaatselijke chirurgijn wilde hun benen amputeren; later behandelde chirurgijn Mr. Braem hen zonder amputatie.
-
Sloep waarmee Dirk Pietersz. van de Velde en chirurgijn Mr. Braem naar het Stavorense schip voeren — 1675. Van de Kruis-kerk van Haarlem voeren zij naar de drie gewonde schipbreukelingen om hen opnieuw te onderzoeken en behandelen.
-
Dertien verloren of vastgeraakte schepen voor Smerenburg — 1675. Martens vermeldt dat bij één ijsveld voor Smerenburg ongeveer dertien schepen waren gebleven. De afzonderlijke namen geeft hij in deze passage niet.
-
Vloot van 125 overlevende schepen — vertrek 27 augustus 1675. Na de grote ijsramp voeren volgens Martens uiteindelijk ongeveer 125 schepen uit de Zuidbaai en Noordbaai ieder naar huis. De individuele scheepsnamen worden niet opgesomd.
-
De Gort-molen — Sardamse Groenlandvaarder — 1676. Commandeur Cornelis Gerritsz. Ouwe Kees uit Sardam raakte met dit schip bij de grote ijsberg in de Straat van Hinlopen of het Waygat langdurig door het ijs opgesloten.
-
De Hoop op de Walvisch — Sardamse Groenlandvaarder — 1676. Commandeur Cornelis Gerritsz. Jonge Kees, broer van Ouwe Kees, lag met zijn schip in dezelfde ijsinsluiting.
-
De Vaandrager — Hoornse Groenlandvaarder — 1676. Commandeur Jan Dircksz. Veen uit Hoorn vormde met de twee Sardamse schepen een groep van drie vaartuigen die wekenlang door het ijs tegen de grond werden gedrukt.
-
De drie ingesloten schepen bij Hinlopen — 1676. De Gort-molen, De Hoop op de Walvisch en De Vaandrager lagen gezamenlijk zo vast dat zelfs vanaf grote hoogte geen open zee zichtbaar was.
-
Ankers van de drie ingesloten Groenlandvaarders — 1676. Martens beschrijft dat het ijs zwaar op de ankers drukte, terwijl deze ongeveer drie vadem diep in de grond lagen. De schepen bleven daardoor langdurig vrijwel onbeweeglijk.
-
Twee ijsbeer-sloepen van het schip van Jonge Kees — 1668. Nadat een ijsbeer naast het schip was gezien, liet de commandeur niet één maar twee sloepen strijken om het dier te achtervolgen.
-
Sloep van de commandeur bij de ijsbeerjacht — 1668. Jonge Kees voer zelf in één van de twee boten en bereikte de ijsbeer als eerste met een lans.
-
Sloep van P.I.D. — 1668. De ooggetuige P.I.D. voer met een tweede sloep langs de andere zijde van de ijsschots om de ijsbeer af te snijden.
-
Sloep bij de ijsschots met Claes Niele uit Westzaan — 1668. Toen de ijsbeer de commandeur aanviel, zat Claes Niele in de sloep bij de schots. Hij sprong als enige onmiddellijk uit de boot om te helpen.
-
Reddingssloep van P.I.D. — 1668. P.I.D. liet zijn bemanning hard roeien om de door de ijsbeer aangevallen commandeur te bereiken en te ontzetten.
-
Sloep waarin men de gewonde ijsbeer kon bereiken met een lans — 1668. Het dier lag zo dicht bij de rand van het ijs dat de mannen het vanuit de boot met een lans konden raken.
-
Sloep van de jonge man uit Watergang — jaar niet genoemd. Martens vertelt van een jongeman uit Watergang die met een jongere metgezel vanaf een sloep aan land was gegaan en daar onverwacht een ijsbeer ontmoette.
-
De Bleecker — Groenlandvaarder — 1670. Commandeur Jan Louwerisz. Pit had juist een walvis gevangen en geflenst toen een harde zuidoostenwind opstak en het schip tussen bewegend ijs in gevaar bracht.
-
Wachtsloep van De Bleecker — 1670. Nadat commandeur Jan Louwerisz. Pit ging slapen, beval hij de stuurman om met een sloepsbemanning de wacht te houden. Daarmee is een afzonderlijke wachtsloep in gebruik zichtbaar.
-
Drie reddingssloepen van De Bleecker — 1670. Toen het schip tussen de schotsen dreigde te vergaan, verlieten 27 mannen het vaartuig en trokken drie sloepen over het bewegende ijs mee voor hun redding.
-
Laatste ontsnappingssloep van De Bleecker — 1670. Jan Louwerisz. Pit en zeven achterblijvers moesten uiteindelijk in één sloep het kantelende schip verlaten. Daarna zwierven zij langs de rand van het ijs totdat zij hun afgescheiden kameraden terugzagen.
Ik kan meteen doorgaan met 121–150.
-
De Ro Vos van Hoorn — walvisvaarder — 1678. Lag in Groenland zo dicht naast het nieuwe schip van commandeur Cornelis Claasz. Bille dat de achterstevens minder dan een vadem van elkaar lagen.
-
Nieuw schip van Cornelis Claasz. Bille — walvisvaarder — 1678 — naam niet genoemd. Bille had twee walvissen binnen en Jacob Dieukes uit Assendelft voer opnieuw als harpoenier mee.
-
Drie sloepen van De Bleecker — 1670. Toen het schip tussen bewegende ijsschotsen in groot gevaar kwam, namen 27 bemanningsleden drie sloepen mee over het ijs om hun leven te redden.
-
Achterblijvende sloep van De Bleecker — 1670. Commandeur Jan Louwerisz. Pit en zeven mannen bleven aanvankelijk bij het schip en moesten uiteindelijk met één sloep vluchten toen het vaartuig omsloeg.
-
Sloep met Jan Louwerisz. Pit en zeven mannen — 1670. Deze acht mannen zwierven langs de rand van het ijs in dichte jachtsneeuw nadat De Bleecker verloren was gegaan.
-
Sloep die door 27 mannen op het ijs werd getrokken — 1670. Harpoenier Adriaen Pit wierp een eind lijn naar de commandeur, waarna de groep de sloep met acht mannen naar zich toe trok.
-
Verdeelde reddingssloepen van De Bleecker — 1670. Nadat de groepen waren herenigd, verdeelde de commandeur het volk over de sloepen en zette men opnieuw koers over open water.
-
Schip van commandeur Parshout — reddingsschip — 1670. Na twaalf uur zwerven bereikten de schipbreukelingen dit schip. Parshout nam hen op en verdeelde later een deel van de mannen over andere schepen.
-
Andere Groenlandvaarders die schipbreukelingen van De Bleecker overnamen — 1670. Namen worden niet genoemd; zij maakten deel uit van het onderlinge reddingsnetwerk van de walvisvloot.
-
Sloepen van Cornelis Claasz. Bil — 1675. Na het verlies van zijn volgeladen schip zwierf hij met 34 mensen veertien dagen in enkele sloepen, roeiend en zeilend langs het ijs.
-
Sloep met zes schipbreukelingen van Cornelis Bil — 1675. Zes mannen bereikten hiermee uiteindelijk De Kruis-kerk van Haarlem en werden door commandeur Dirk Pietersz. van de Velde opgenomen.
-
De Kruis-kerk van Haarlem — Groenlandvaarder en konvooischip — 1675. Was uitgerust voor walvisvaart én oorlogsdienst, met veertien stukken geschut en 72 mensen aan boord.
-
Twaalf begeleide schepen van Willem Bastiaansz. — 1675. De Kruis-kerk van Haarlem diende volgens Martens als konvooischip voor nog twaalf andere schepen van dezelfde reder. Hun namen worden in deze passage niet gegeven.
-
Walvisschip van ongeveer 180 lasten — algemeen voorbeeld bij Martens. Een goed bevaren schip van deze grootte, met ongeveer dertig bemanningsleden, gold als geschikt voor de Groenlandse visserij.
-
Groenlandvaarder met zes sloepen — algemeen type. Voor zes sloepen waren zes harpoeniers nodig; iedere sloep vormde een afzonderlijke kleine jachtploeg.
-
Groenlandvaarder met zeven sloepen — algemeen type. Martens noemt ook zeven sloepen als mogelijke uitrusting, waardoor een schip tegelijkertijd meerdere walvissen kon laten achtervolgen.
-
Zesriems walvissloep — standaard jachtboot. Iedere sloep bezat zes riemen en zes mannen; tijdens de aanval roeiden vijf mannen terwijl de zesde met een riem stuurde.
-
Sloep bestuurd met stuurriem — standaard. Martens benadrukt dat men liever geen gewoon roer gebruikte omdat een stuurriem sneller reageerde bij het manoeuvreren rond een walvis.
-
Sloep met harpoenier op de voorbank. Bij nadering legde de harpoenier zijn riem neer, stapte over de bank en ging voorin gereedstaan met zijn harpoen.
-
Sloep met vijf achterlijnen. Achter in de vangstboot lagen vijf dikke walvislijnen, vooraf aan elkaar gesplitst en samen meer dan zeshonderd vadem lang.
-
Sloep met twee reservelijnen voorin. Naast de vijf hoofdlijnen lagen voorin nog twee lijnen als reserve, zodat in totaal ongeveer 850 vadem lijn beschikbaar kon zijn.
-
Sloep met voorganger aan de harpoen. Tussen harpoen en dikke walvislijn bevond zich een fijnere voorganger, speciaal voorbereid om de eerste schok van het getroffen dier op te vangen.
-
Sloep waarbij de lijn werd gekapt. Wanneer een walvis te diep zonk, te snel liep of tussen het ijs verdween, moest de bemanning de lijn doorsnijden om de boot en mannen te redden.
-
Sloep als reddingsmiddel na schipbreuk. De voorschriften van de Groenlandse visserij behandelen sloepen uitdrukkelijk als belangrijk gered goed dat na verlies van een schip onder overlevenden en andere vaartuigen kon worden verdeeld.
-
Sloep met eigen proviand na schipbreuk. Wanneer overlevenden voedsel in hun sloep hadden, moesten zij daarvan eerst zelf leven voordat zij ten laste van een reddend schip kwamen.
-
Sloep zonder proviand na schipbreuk. De opvarenden moesten dan door andere Groenlandvaarders worden onderhouden, maar konden vervolgens als matrozen aan boord worden ingezet.
-
Sloep als zelfstandige zeilboot. De reddingsverhalen tonen dat walvissloepen niet uitsluitend geroeid werden; schipbreukelingen konden er ook dagenlang mee zeilen over open zee en langs ijsvelden.
-
Sloep die over ijs werd gesleept. Bij schipbreuk konden de boten uit het water worden getrokken en door tientallen mannen over schotsen en ijsvelden worden voortgesleept om later opnieuw te water te gaan.
-
Sloep als verbinding tussen gescheiden bemanningsgroepen. Het verhaal van De Bleecker toont hoe een lijn tussen ijs en sloep werd gebruikt om twee groepen schipbreukelingen weer bijeen te brengen.
-
De walvissloep als feitelijke jachtboot van de Groenlandvaart. De grote Groenlandvaarder bracht mensen, proviand, vaten en materiaal naar het vangstgebied, maar de eigenlijke achtervolging, harpoenworp, lijnvoering en vaak ook redding vonden vanuit de kleine sloep plaats. Martens maakt daarmee duidelijk dat zonder deze boten geen walvisvangst mogelijk was.
Daarmee staan 1–100 nu als eerste schepen- en botenlaag. Hierbij zijn echte scheepsnamen, naamloze schepen, concrete sloepen uit ongelukken en de verschillende typen vangst- en reddingssloepen bewust uit elkaar gehouden.
-
Sloep van Parshout — 1657. De vangstsloep waarin Parshout als harpoenier een walvis had getroffen. De walvis trok de sloep eerst onder water en daarna onder het ijs. Parshout kwam ongeveer een kwartier later weer boven; de sloep en de walvis werden niet teruggevonden.
-
Sloep van de zoon van Simon van Emden — jaar niet genoemd. Vanuit deze sloep werd een walvis geharpoeneerd. Tijdens het inpalmen kreeg de jongeman een bocht van de lijn om zijn been en werd hij uit de sloep gerukt.
-
Eerste sloep van De Gort-molen — 1660. Hierin voer commandeur Cornelis Gerritsz. Ouwe Kees zelf naar de walvis. Hij bereikte het dier als eerste en wierp zijn harpoen.
-
Tweede sloep van De Gort-molen — 1660. Jacob Dieukes uit Assendelft stond hier als harpoenier gereed om de reeds getroffen walvis opnieuw te harpoeneren.
-
Sloep van Jan Louwerisz. Pit en zijn mensen — 1670. Na het verlies van De Bleecker werd deze sloep gebruikt om mannen uit het ijsgebied te redden en bij elkaar te brengen.
-
Reddingssloep met acht man — 1670. Harpoenier Adriaen Pit wierp vanaf het ijs een lijn naar de commandeur, waarna 27 mannen deze sloep met acht opvarenden naar zich toe trokken.
-
Sloepen van Cornelis Claesz. Bil — 1675. Nadat zijn volgeladen schip door ijsdruk verloren was gegaan, zwierf hij met 34 mensen ongeveer veertien dagen in enkele sloepen over zee en langs het ijs.
-
Reddingssloep van zes mannen van Cornelis Bil — 1675. Zes uitgeputte schipbreukelingen bereikten hiermee het schip De Kruis-kerk van Haarlem van commandeur Dirk Pietersz. van de Velde.
-
De Kruis-kerk van Haarlem — walvisvaarder en konvooischip — 1675. Commandeur Dirk Pietersz. van de Velde; uitgerust door Willem Bastiaansz. Het schip nam schipbreukelingen van Cornelis Bil op.
-
Schip van commandeur Parshout — omstreeks 1670–1675. Het schip nam gestrande mannen na ongeveer twaalf uur zwerven in hun sloepen op. Parshout verdeelde later een deel van deze mensen over andere schepen.
-
Schip van Cornelis Claesz. Bil — 1675 — naam niet vermeld. Het schip was volgens Martens vol gevangen toen het door het samenpersende ijs verloren ging.
-
Sloepen van het verloren schip van Cornelis Bil — 1675. Deze vormden na de schipbreuk het enige vervoermiddel voor de 34 overlevenden.
-
De Vaandrager — Groenlandvaarder — 1676. Commandeur Jan Dircksz. Veen uit Hoorn. Lag samen met de schepen van Ouwe Kees en Jonge Kees tussen het ijs.
-
De Gort-molen — Groenlandvaarder — 1676-vermelding. Verbonden met commandeur Cornelis Gerritsz. Ouwe Kees uit Sardam.
-
De Hoop op de Walvisch — Groenlandvaarder — 1676. Commandeur Cornelis Gerritsz. Jonge Kees uit Sardam.
-
De Eendragt — Groenlandvaarder — 1678. Commandeur en grootreder Jan Dircksz. Veen uit Hoorn. Had 22 walvissen gevangen toen het zwaarbeladen schip in het ijs verloren ging.
-
Drie sloepen van De Eendragt — 1678. Na het verloren gaan van het schip trok de bemanning met drie sloepen over en langs het ijs. Martens noemt 42 mensen die daarmee probeerden te ontsnappen.
-
Twee achtergelaten sloepen van De Eendragt — 1678. Tijdens de tocht over het zware, besneeuwde ijs konden de mannen niet alle drie sloepen verder trekken. Twee werden op het ijs achtergelaten.
-
Laatste sloep van De Eendragt — 1678. Met één sloep zetten de mannen de uiterst zware tocht voort naar het schip dat de commandeur in de verte had gezien.
-
Het Raadhuys van Jisp — Groenlandvaarder — 1678. Commandeur P.P. Pater. De uitgeputte bemanning van Jan Dircksz. Veen bereikte dit schip uiteindelijk en werd er opgenomen.
-
Schip van Dirck Jansz. Muisser — Groenlandvaarder — 1679 — naam nog niet gevonden. Muisser beschreef de reis in zijn Groenlands journaal. Op 2 juni hadden zij vier walvissen gevangen en diezelfde dag vier ijsberen gedood.
-
Vangstsloep van commandeur Dirck Jansz. Muisser — 1679. Muisser harpoeneerde zelf een walvis, maar de lijn brak waardoor de vangst verloren ging.
-
Vangstsloep van de stuurman van Muisser — 1679. De stuurman schoot een walvis die zo hard liep dat de sloep voor een ijsschots met de kiel omhoog werd geworpen.
-
Beschadigde maar teruggevonden sloep van Muisser — 1679. Ondanks het onder en tussen verschillende ijsschotsen doorslepen van de boot werd deze later tot verbazing van de bemanning slechts weinig beschadigd teruggevonden.
-
Lijnverbonden sloep van Muisser — 1679. De lijn zat nog tegelijk vast aan de sloep, de walvis en de benen van de omgekomen kuiper Symon Isaacsz. de Vos. Bij het hard aantrekken brak uiteindelijk de harpoen.
-
Groenlandvaarder met zes sloepen — algemeen type. Martens schrijft dat een schip zes of zelfs zeven sloepen kon voeren, met voor elke sloep een harpoenier.
-
Groenlandvaarder met zeven sloepen — algemeen type. In zijn vers over de walvisvangst spreekt Martens uitdrukkelijk van maximaal zeven sloepen.
-
Zesriems walvissloep — standaard vangstboot. Iedere sloep had zes riemen en zes mannen; vijf roeiden tijdens de nadering en de zesde stuurde met een riem.
-
Walvissloep zonder gewoon roer. Martens zegt dat men liever met een stuurriem werkte, omdat die sneller en geschikter was om dicht bij de walvis te manoeuvreren.
-
Walvissloep met zeven gekoppelde lijnen. Vijf lijnen lagen achterin en twee voorin als reserve. Samen konden zij volgens Martens ongeveer 850 vadem lijn vormen.
-
Sloep met harpoenier voorin. Wanneer de boot dicht bij de walvis kwam, legde de harpoenier zijn riem neer, stapte over de bank en maakte zich gereed om te werpen.
-
Sloep waarbij de lijn werd afgekapt. Wanneer een walvis te diep dook, te snel liep of onder het ijs verdween, kon de bemanning besluiten de lijn door te kappen om verlies van sloep en mensen te voorkomen.
-
Bergingssloepen van verongelukte Groenlandvaarders. De regels van 1677 noemen uitdrukkelijk geredde sloepen. Zij konden met of zonder eigen voedselvoorraad bij andere schepen terechtkomen.
-
Sloepen met eigen victualie na schipbreuk. Als geredde sloepen voedsel bij zich hadden, moest dat eerst door de eigen schipbreukelingen worden gebruikt en later naar rato worden verdeeld.
-
Sloepen zonder victualie na schipbreuk. Bemanningen van zulke boten moesten door andere Groenlandvaarders uit christelijke naastenliefde worden onderhouden, maar dienden vervolgens wel als gewone matrozen mee te werken.
-
Schuitvoerdersvaartuigen in Holland. Voor vertrek huurden reders twee of drie schuitvoerders om de enorme hoeveelheid walvisuitrusting naar het gereedliggende schip te brengen. Het laden kon acht tot tien dagen duren.
-
Bevaren Groenlandvaarder van circa 180 lasten — algemeen voorbeeld. Martens noemt een ervaren schip van ongeveer 180 lasten en circa dertig man als geschikt uitgangspunt voor de vangst.
-
Nieuw gebouwde Groenlandvaarder. Voor zo'n schip begon de voorbereiding al in de herfst, omdat tuig, lijnen, ijzerwerk en vaten vóór het voorjaar gereed moesten zijn.
-
Gehuurde, reeds bevaren Groenlandvaarder. Wanneer een reder een schip nam dat al op Groenland had gevaren, kon de voorbereiding volgens Martens in de winter beginnen.
-
Verdubbelde Groenlandvaarder. Sommige schepen kregen een nieuwe buitenhuid of verdubbeling om beter tegen het poolijs bestand te zijn.
Ik ga hierna door met 71–100, maar dan alleen met boten en schepen die we rechtstreeks uit Martens kunnen staven; onbekende namen blijven ook echt als naam onbekend staan.
Aanvullende lijst BD — ontbrekende personen uit De 4 Gebroeders
We gaan verder vanaf 823. Eerst maak ik de monsterrol van De 4 Gebroeders af. Deze drie stonden nog niet in onze aanvullende reeks.
823. Jan Boon — scheepsgezel/bemanningslid — De 4 Gebroeders — vaste rang niet vermeld — ƒ16 op hand en ƒ3 voor de vis. Dat relatief hoge visgeld is opvallend, maar de bron noemt geen functie waarmee we het mogen verklaren.
824. Fredrik Melchers — scheepsgezel/bemanningslid — De 4 Gebroeders — ƒ16 op hand en ƒ1 voor de vis — verdere persoonsgegevens niet vermeld.
825. Huibert Jurriaans — koksmaat — De 4 Gebroeders — ƒ11 op hand en ƒ1 voor de vis.
Heyn Jansz. krijgt geen nieuw nummer: hij stond al als nr. 792 in onze aanvulling. De monsterrol maakt zijn profiel nu wel veel beter: zijn vaste rang was kajuitwachter, terwijl hij bij het verwerken van een walvis als haakjepik werd ingezet.
826. Cornelis Jansz. — schieman én sloepstuurder — De 4 Gebroeders — ƒ26 op hand en ƒ3 voor de vis. Omdat Cornelis Jansz. een zeer algemene naam is, blijft deze man een afzonderlijke scheepsgebonden persoonsvermelding en wordt hij niet gekoppeld aan andere Cornelis Jansz.-namen.
Hiermee hebben we de vijf sloepen van De 4 Gebroeders vrijwel volledig in functies verdeeld: stuurders, lijnschieters, harpoeniers, timmerlieden, kuiper, chirurgijn en kombuispersoneel zijn bij naam zichtbaar.
Aanvullende lijst BE — ongelukken en reddingen rond 1670
827. Adriaen Pit — harpoenier — 1670 — behorend tot de bemanning/groep van commandeur Jan Lourentsz. Pit van De Bleeker. Nadat de schipbreukelingen op het ijs van elkaar gescheiden waren geraakt, wierp Adriaen met een stuk lijn een verbinding naar de groep van de commandeur, waardoor een sloep met acht mannen kon worden overgetrokken.
828. Gerrit Gerritsz. van Vlieland — commandeur — Martens vermeldt hem in verband met een dodelijk ongeval tijdens de walvisvangst waarbij zijn zoon omkwam. De naam van die zoon wordt niet gegeven. “Van Vlieland” bewaren we als bronvorm en niet automatisch als bewezen geboorteplaats.
Jonge Kees van Sardam krijgt voorlopig geen nieuw nummer. Dit lijkt zeer sterk aan te sluiten bij onze reeds opgenomen Cornelis Gerritsz. Jonge Kees, commandeur van De Hoop in 1668. De nieuwe passage noemt De Hoop de Zwarte Walvisch en expliciet “van Sardam”. Dat is waardevolle aanvulling, maar geen reden om een tweede persoon te scheppen.
Daarnaast noemt Martens een naamloze zoon van Simon van Emden die tijdens het inhalen van de walvislijn met zijn been in een bocht terechtkwam, uit de sloep werd gerukt en onder het ijs verdween. Omdat zijn voornaam ontbreekt, krijgt hij geen zelfstandig nummer.
Aanvullende lijst BF — Zaanse notariële akte van 1747
Dit is voor ons Zaandamonderzoek bijzonder interessant: de arbeidsvoorwaarden komen uit een notariële akte van 3 april 1747 bij notaris Michiel Beets te Zaandam.
829. Simon Jacobsz. Kleyn — Huisduinen — commandeur — 1747 — ƒ150 handgeld, ƒ25 equipagegeld, 30 stuivers per quardeel traan en ƒ30 baardgeld per walvis. Hij keerde terug met drie geharpoeneerde walvissen en 150 quardelen traan; in de berekening van de bron leverde dat hem ongeveer ƒ490 op.
830. Adriaan Jacobsz. Kleyn — Huisduinen — stuurman — 1747 — ƒ65 handgeld, ƒ1:2 wijnkoop en 17 stuivers per quardeel traan. Bij dezelfde 150 quardelen komt de bron op ongeveer ƒ193,60.
831. Jan Keuken — Huisduinen — schieman — 1747 — ƒ28 maandgeld, 11 stuivers wijnkoop en ƒ3 visgeld. Bij vier à vijf maanden varen lag zijn maximale berekende inkomen rond ƒ149,85.
Deze drie moeten bij elkaar blijven als één arbeidscontractcasus: commandeur – stuurman – schieman, allemaal uit dezelfde reiscontext.
Aanvullende lijst BG — walvisvaart en sloepvaart
832. Adriaan Jansz. de Groot — commandeur, actief 1769–1796 — daarnaast sloepschipper in het Texelse zeegat. Dit is opnieuw bewijs dat de walvisvaart slechts één deel van een bredere maritieme loopbaan vormde.
833. Jan de Groot — commandeur — 1772–1777 — daarnaast sloepschipper. Niet automatisch identiek aan andere De Groot-commandanten.
834. Jan Jansz. Kolhorn — commandeur — 1792–1803 — daarnaast sloepschipper. De naamvorm Kolhorn moet behouden blijven; niet automatisch moderniseren of met “Klorn” samenvoegen.
835. Jacob Kleyn — commandeur 1786–1787 → stuurman 1789 → daarnaast sloeperman. Dit is een andere persoon dan Simon Jacobsz. Kleyn en Adriaan Jacobsz. Kleyn, zolang geen familieverband is bewezen.
Dat laatste geval is belangrijk: een commandeur hoefde niet permanent commandeur te blijven. De beschikbare plaats aan boord, economische omstandigheden en persoonlijke keuzes konden tot rangdaling leiden.
Aanvullende lijst BH — Den Helder: commandeur, koopvaardij en bestuur
836. Jan Dirksz. Drieuwes — Den Helder — commandeur walvisvaart 1776–1779 — later koopvaardijschipper — gehuwd met Neeltje Cornelisd. Neef — totale commandeursvangst ongeveer 9⅓ walvissen. Later voer hij onder andere met Galatea naar Sint-Eustatius en met De Berbice Planters naar Berbice; in 1797 was hij lid van de municipaliteit.
Dit is een sterke volledige loopbaan:
walvisvaartcommandeur → Atlantische koopvaardij → lokaal bestuurder.
837. Klaas Keuken de Jonge — Den Helder — commandeur walvisvaart — vanaf 1769 in deze bronlaag — gehuwd met Trijntje Hendriksd. Baske — vermogen omstreeks ƒ20.000 in 1783. De auteur merkt uitdrukkelijk op dat dit vermogen waarschijnlijk niet uitsluitend uit de walvisvaart afkomstig was.
838. Adriaan Frederiksz. Mijts — Den Helder — commandeur 1736–1761 én zeeloods — gehuwd met Grietje Jacobsd. Bont — deed op 31 oktober 1725, 25 jaar oud, loodsexamen. Voor 1736–1741 vermeldt de bron een vangst van 23 walvissen.
Jan Gerritsz. Blankman krijgt hier geen nieuw nummer. De bron geeft een veel rijker profiel: Huisduinen, commandeur 1761–1794, daarnaast koopvaardijschipper, gehuwd met Guurtje Lourisd. Strop en in 1781 schipper van de Vriendschap van 126 lasten. Omdat we al verschillende Blankmans hebben en dezelfde naam eerder aan Zaandijk was gekoppeld, moet dit eerst als mogelijke identiteitskwestie worden onderzocht.
Aanvullende lijst BI — nieuwe Medendorp-, Metselaar- en Mol-commandanten
839. Jan Hendriksz. Medendorp — commandeur — afzonderlijke persoon naast Aris Hendriksz. Medendorp — schip en exacte rederij nog niet gekoppeld.
840. Cornelis Metselaar — commandeur — bronvorm zonder patroniem — daarom afzonderlijk houden van Cornelis Jacobsz. Metselaar.
841. Jacob Metselaar — commandeur — afzonderlijke persoon — verdere reis-/rederijkoppelingen nog te verwerken.
842. Pieter Jacobsz. Metselaar — commandeur — meerdere rederij- en reisfasen in de commandantenlijst. Eén persoon aanhouden, maar iedere reis later afzonderlijk vastleggen.
843. Jan Pietersz. Mol — commandeur — afzonderlijk van de talrijke reders en commandeurs met de familienaam Mol.
844. Klaas Mol — commandeur — meerdere vaarfasen — familieverband met de andere Mols niet vermeld.
Aanvullende lijst BJ — nieuwe Mooy-commandanten
845. Abraham Mooy — commandeur — schip en rederij nog nader te koppelen.
846. Cornelis Mooy — commandeur — zelfstandig bewaren.
847. Dirk Willemsz. Mooy — commandeur — meerdere vaarfasen.
848. Jan Mooy — commandeur — meerdere vaarfasen en plaatskoppelingen
Deze vier komen bovenop het al bestaande cluster Jacob Mooy – Maarten Jacobsz. Mooy – Pieter Jacobsz. Mooy. We hebben daarmee duidelijk een grote Mooy-groep, maar we gaan daar geen stamboom van maken zonder bewijs.
Tussenstand
Onze aanvullende nummering staat nu op 848.
We hebben in deze slag bovendien een paar belangrijke eerdere open plekken opgelost: De 4 Gebroeders is nu vrijwel compleet, de Zaandamse arbeidscontracten van 1747 zijn als aparte casus opgenomen, en de verbinding tussen walvisvaart, sloepvaart, koopvaardij, loodsdienst en lokaal bestuur wordt steeds duidelijker.
Op de bronpagina loopt de commandantenreeks na Jan Mooy nog verder. Daar kunnen we direct vanaf 849 mee doorgaan.
Aanvullende lijst BA — bemanning van De 4 Gebroeders
We gaan verder vanaf 776. Nu komt een sterke nieuwe bronlaag: Zorgdrager geeft voor De 4 Gebroeders een echte monsterrol. Daardoor krijgen we eindelijk veel meer gewone bemanningsleden en lagere specialisten naast reders en commandeurs. De bron vermeldt het schip als in de Hollesloot gemonsterd en met vijf sloepen naar Groenland vertrokken.
-
Lamert Outgers — harpoenier én speksnijdersmaat — De 4 Gebroeders — loon: 15 stuivers quartiergeld, ƒ60 op hand en ƒ3:3 voor de vis. Dit is een echte dubbele vakfunctie: jacht én verwerking.
-
Jan Hoogwerf — chirurgijn — De 4 Gebroeders — ƒ27 op hand en ƒ2 voor de vis. Hiermee krijgen we nog een bij naam bekende medische specialist in de walvisvaart.
-
Jan Graaf — ondertimmerman — De 4 Gebroeders — ƒ20 op hand en ƒ1 voor de vis. Niet automatisch dezelfde persoon als Jan de Graaf uit Zorgdragers andere werkverdeling.
-
Dirk Rynders — lijnschieter — De 4 Gebroeders — ƒ19 op hand en ƒ2:10 voor de vis.
-
Huipert Pietersz. — lijnschieter — De 4 Gebroeders — ƒ19 op hand en ƒ2:10 voor de vis.
-
Lourens Hendriksz. — stuurder — De 4 Gebroeders — ƒ19 op hand en ƒ3 voor de vis. Dit betreft waarschijnlijk het sturen van een vangstsloep; de bron maakt hem niet automatisch tot hoofdstuurman van het schip.
-
Eelke Jetz — stuurder — De 4 Gebroeders — ƒ19 op hand en ƒ3 voor de vis. De naamvorm Jetz moet letterlijk behouden blijven.
-
Pieter Jansz. Wit — scheepsgezel/bemanningslid — De 4 Gebroeders — ƒ19 op hand en ƒ3 voor de vis — vaste functie niet vermeld.
-
Pieter Broeders — lijnschieter — De 4 Gebroeders — ƒ18 op hand en ƒ2:10 voor de vis. Mogelijk dezelfde persoon als Pieter Broedersz. uit de andere werkverdeling, maar voorlopig apart houden.
-
Simon Ryksz. — lijnschieter — De 4 Gebroeders — ƒ18 op hand en ƒ2 voor de vis.
-
Jan Michielsz. — lijnschieter — De 4 Gebroeders — ƒ18 op hand en ƒ2:10 voor de vis.
-
Jan Thomisz. — scheepsgezel/bemanningslid — De 4 Gebroeders — ƒ18 op hand en ƒ1 voor de vis — vaste functie niet vermeld.
-
Jentje Hantjes — scheepsgezel/bemanningslid — De 4 Gebroeders — ƒ18 op hand en ƒ1 voor de vis — naamvorm letterlijk behouden.
-
Lourens Teunisz. — scheepsgezel/bemanningslid — De 4 Gebroeders — ƒ17 op hand en ƒ1 voor de vis.
-
Ariaan Cornelisz. — scheepsgezel/bemanningslid — De 4 Gebroeders — ƒ17 op hand en ƒ1 voor de vis.
-
Cornelis Dirksz. — scheepsgezel/bemanningslid — De 4 Gebroeders — ƒ17 op hand en ƒ1 voor de vis. Niet aan een andere Cornelis Dirksz. koppelen zonder aanvullend bewijs.
Aanvullende lijst BB — mannen uit Zorgdragers werkverdeling
Daarnaast staan in Zorgdragers werkverdeling nog mensen wier tijdelijke taak tijdens de walvisverwerking bekend is, maar van wie de vaste scheepsrang niet altijd wordt genoemd. Dat onderscheid blijft belangrijk.
-
Heyn Jansz. — pikenier/haakjepik tijdens de walvisverwerking — vaste scheepsrang niet vermeld.
-
Dirk van Texel — pikenier/haakjepik, later ook werkzaam bij de kappers — de naam bewijst niet dat hij daadwerkelijk van Texel afkomstig was.
-
Jan Cornelisz. — pikenier/haakjepik en werkzaam bij de walvisverwerking — identiteit ten opzichte van andere Jan Cornelisz.-vermeldingen onbekend.
-
Jan Jeltjesz. — pikenier/haakjepik — later ook bij andere werkzaamheden tijdens de verwerking ingezet.
-
Klaas Cornelisz. — pikenier/haakjepik — eveneens in de latere taakverdeling genoemd.
-
Pieter Broedersz. — werkzaam bij de kappers — vaste scheepsrang niet vermeld. Mogelijk identiek aan Pieter Broeders nr. 784, maar nog niet bewezen.
-
Wybrand Jansz. — werkzaam bij de kappers en bij de achterspil — flexibel ingezet bemanningslid.
-
Tjerk Evertsz. — werkzaam bij de kappers — verdere rang onbekend.
-
Klaas Jorisz. — werkzaam bij de kappers en achterspil.
-
Jacob Pietersz. — werkzaam bij de grote/achterspil — vaste rang niet vermeld.
-
Barent Klaasz. — werkzaam bij voorspil en in het ruim — vaste rang niet vermeld.
-
Foppe Tjerksz. — werkzaam bij voorspil en in het ruim.
-
Jan de Graaf — werkzaam bij voorspil en in het ruim — niet automatisch dezelfde als Jan Graaf nr. 778.
-
N. Foppe — werkzaam aan de spekkarnaat — voornaam slechts als initiaal bekend.
Aanvullende lijst BC — gewone bemanning van Het Wapen van Texel
Deze mannen staan in de monsterrol zonder afzonderlijke functie achter hun naam. Daarom noem ik ze niet automatisch “matroos”, maar scheepsgezel/bemanningslid, functie onbekend.
- Klaas Oly — bemanningslid — Het Wapen van Texel — functie niet nader vermeld.
- Cornelis Pietersz. — bemanningslid — Het Wapen van Texel — functie niet nader vermeld.
- Jan Bakker — bemanningslid — Het Wapen van Texel — functie niet nader vermeld.
- Dirk Pietersz. — bemanningslid — Het Wapen van Texel — functie niet nader vermeld.
- Harmen Jacobsz. — bemanningslid — Het Wapen van Texel — functie niet nader vermeld.
- Klaas Jansz. Tel — bemanningslid — Het Wapen van Texel — functie niet nader vermeld.
- Hans Concent — bemanningslid — Het Wapen van Texel — functie niet nader vermeld.
- Klaas Garmetsz. — bemanningslid — Het Wapen van Texel — functie niet nader vermeld.
N.N. staat eveneens in de monsterrol, met ƒ20 en ƒ1 voor de vis, maar omdat de naam ontbreekt tel ik die positie niet als benoemde persoon.
Nog enkele gespecialiseerde functies
- Jan Snyder — bootsman én lijnschieter — Het Wapen van Texel — ƒ35 en ƒ2 voor de vis.
- Boy Broersz. — schieman — in Zorgdragers werkverdeling in het ruim werkzaam.
- Jan Klaasz. — bootsman — ingezet aan de spekkarnaat.
- Oom Geet — kok — Het Wapen van Texel — ƒ33 en ƒ2 voor de vis.
- Gysbert Willemsz. — kok — eveneens in de werkverdeling bij voorspil en later in het ruim.
- Simon Pietersz. — koksmaat — Het Wapen van Texel — ƒ19 en ƒ1 voor de vis.
- Daniel Snor — chirurgijn — Het Wapen van Texel — ƒ29 en ƒ1 voor de vis.
- Isaak van den Broek — chirurgijn — ook ingezet bij werkzaamheden rond achterspil, ruim en walvisverwerking.
- Geert Jacobsz. — kajuitwachter — Het Wapen van Texel — ƒ15 en ƒ2 voor de vis.
Daarmee loopt onze aanvullende reeks nu door tot 822.
Deze laag is belangrijker dan hij op het eerste gezicht lijkt: we hebben nu niet alleen kapitaal en gezag, maar ook de concrete arbeidsorganisatie aan boord — lijnschieters, sloepstuurders, timmerlieden, chirurgijns, koks, jonge kajuitwachters, kappers en gewone scheepsgezellen. Dat maakt het straks mogelijk om de volledige walvisvaart niet alleen als rederijgeschiedenis, maar als arbeidswereld te reconstrueren.
Er volgen op de pagina na De 4 Gebroeders nog meer nieuwe bemanningsleden, dus we kunnen vanaf 823 gewoon verder.
Afgeronde vervolglijst schepen — 184 t/m 236
Ik heb de overgebleven scheepsnamen uit de nu doorzochte bronlaag samengevoegd en tegelijk de gelijknamige schepen uit elkaar gehouden. Dit zijn dus werkidentiteiten: wanneer later bewezen wordt dat twee vermeldingen hetzelfde casco betreffen, kunnen ze worden samengevoegd. Zonder bewijs doe ik dat niet.
Walvisvaart en Groenlandvaart uit Zorgdrager
184. De Kruiskerk van Haarlem — Groenlandvaarder — commandeur Dirk Pietersz. van de Velde — 1675. Het schip lag bij Spitsbergen voor Smeerenburg en ving zes uitgeputte schipbreukelingen van commandeur Cornelis Claasz. Bille op. De chirurgijn aan boord behandelde mannen met ernstig bevroren voeten.
185. De Gortmolen — Groenlandvaarder — commandeur Cornelis Gerritsz. Ouwe Kees — 1676. Samen met twee andere walvisvaarders raakte het schip op 13 augustus in de Straat van Hinloopen door ijs volledig ingesloten en tegen de grond gedrukt.
186. De Hoop op de Walvisch — Groenlandvaarder — commandeur Cornelis Gerritsz. Jonge Kees, broer van Ouwe Kees — 1676. Het schip behoorde tot dezelfde drie schepen die in het ijs bij Spitsbergen vastliepen. Niet automatisch gelijkstellen aan latere schepen met namen als Hoop op de Walvischvangst.
187. De Vaandrager — Groenlandvaarder — commandeur Jan Dirksz. Veen — 1676. Derde schip uit het gezelschap van De Gortmolen en De Hoop op de Walvisch dat in de Straat van Hinloopen werd ingesloten.
188. De Eendragt — Groenlandvaarder — commandeur én voor een belangrijk deel reder Jan Dirksz. Veen. Hij had een buitengewoon rijke vangst van 22 walvissen aan boord en nam bovendien baleinen van ongeveer vijf andere walvissen over, waarna het schip door bewegend ijs ernstig werd overvallen. Deze identiteit blijft voorlopig apart van andere Eendragt-schepen.
189. De Karsseboom — Groenlandvaarder — genoemd in 1682. Een door commandeur Dirk Storm geschoten walvis liep vijftien lijnen uit en werd later dood aangetroffen vast aan De Karsseboom. De commandeur van dit schip wordt in het gevonden fragment niet genoemd.
190. De Vergulde Bykorf — Groenlandvaarder — door Cornelis Gijsbertsz. Zorgdrager zelf gevoerd in 1699. Hij zat die zomer langdurig in het ijs vast, samen met drie Franse schepen en één ander Hollands schip. Dit is een bijzonder sterke scheepskoppeling omdat Zorgdrager hier uit eigen ervaring schrijft.
Koopvaart en maritieme nevenvaart
191. Alida — koopvaarder — 43 lasten — schipper Adriaan Hendriksz. Bakker uit Den Helder — 1764–1766 — varend vanuit Amsterdam. Voorlopig een andere werkidentiteit dan de reeds opgenomen buis Alida en de latere Zaandamse Groenlandvaarder Alida.
192. Zeelust — koopvaarder — 50 lasten — Adriaan Hendriksz. Bakker — 1768–1769 — Amsterdam.
193. Johanna Francisca — koopvaarder — 88 lasten — Adriaan Hendriksz. Bakker — 1770–1776; onder meer ingezet vanuit Amsterdam op Cádiz.
194. Nieuw Schoteroog — koopvaarder — Adriaan Hendriksz. Bakker — 1780; ingezet op Sint-Eustatius. Bakker overleed op 2 september 1780 tijdens de thuisreis aan boord.
195. Magdalena — koopvaarder — 69 lasten — schipper Pieter Been uit Huisduinen — 1761–1762 — vanuit Amsterdam.
196. Jonkvrouwe Rachel — koopvaarder — 144 lasten — Pieter Been — 1766 — vanuit Amsterdam.
197. Portugaal — koopvaarder — 105 lasten — schipper Dirk Gerritsz. Broer uit Den Helder — 1778 — vanuit Amsterdam. Broer was daarnaast een ervaren walvisvaartcommandeur; hierdoor hoort het schip duidelijk in de nevenvaartlaag van ons walvisvaartnetwerk.
198. Fortuyn der Zee — koopvaarder — 95 lasten — schipper Pieter Cornelisz. Jongkees — 1778, 1779 en 1780 — Amsterdam.
199. Anna Elisabeth — koopvaarder — 140 lasten — schipper Cornelis Jansz. Jonker — 1741–1742 — vanuit Amsterdam.
200. Vrouwe Theodora — koopvaarder — 95 lasten — Cornelis Jansz. Jonker — 1746 — vanuit Amsterdam.
201. Menevia — koopvaarder — 141 lasten — schipper Jan Jonker — 1759 — Amsterdam.
202. Spion — koopvaarder — 60 lasten — Jan Jonker — 1761–1762.
203. Anna Elisabeth en Anna — fregat / koopvaarder — Jan Jonker — 1779 — vanuit Amsterdam naar Demerary. Niet verwarren met nr. 199 Anna Elisabeth.
204. Vrouwe Margaretha Geertruyda / Vrouwe Margaretha Geertruy — koopvaarder — 135 lasten. Adriaan Klaasz. Kleyn voerde Vrouwe Margaretha Geertruyda in 1765–1779; Aarjen Kneppel voer in 1780–1786 op Vrouwe Margaretha Geertruy, eveneens 135 lasten. De vrijwel identieke naam, gelijke grootte en direct aansluitende perioden maken één schip aannemelijk, maar niet bewezen. Daarom één voorlopige werkidentiteit met beide spellingen, niet een harde samenvoeging.
205. Juffr. Maria Hendrina — koopvaarder — 60 lasten — schipper Cornelis Pietersz. Koek uit Huisduinen — 1752 — vanuit Amsterdam.
206. Dageraad — koopvaarder — 119 lasten — schipper Cornelis Crabbedam — 1745, 1746 en 1747.
207. Rijnsburg — koopvaarder — 91 lasten — Cornelis Crabbedam — 1750–1751.
208. Vrijheid — koopvaarder — 110 lasten — schipper Jan Thijsz. Nijps — 1742.
209. St. Pedro — koopvaarder — 70 lasten — Jan Thijsz. Nijps — 1743.
210. Juliana — koopvaarder — 120 lasten — Jan Thijsz. Nijps — 1752, 1753 en 1754.
211. Garmaanse Welvaaren — koopvaarder — 142 lasten — Jan Thijsz. Nijps — 1756.
212. Vrouwe Catharina — koopvaarder — 78 lasten — Jan Thijsz. Nijps — 1762–1765 — vanuit Amsterdam, onder meer naar Ancona en Triëst. Dit kan vanwege het verschil in tonnage niet zonder meer worden vereenzelvigd met de andere Vrouwe Catharina’s.
213. Vrouwe Elisabeth Maria — koopvaarder — 110 lasten — schipper Cornelis Jansz. Pauw — 1772.
214. Fortuyn — koopvaarder — 81 lasten — schipper Cornelis Jansz. Peper — 1769–1770. Niet verwarren met Fortuyn der Zee.
215. Zaanstroom — koopvaarder — 81 lasten — Cornelis Jansz. Peper — 1772, 1773, 1774, 1776 en 1778. De naam is voor het Zaanse netwerk bijzonder relevant.
216. Vrouwe Catharina — koopvaarder — 177 lasten — Cornelis Jansz. Peper — 1779, 1780, 1784 en 1786. Het schip is aantoonbaar veel groter dan de 78-lasten Vrouwe Catharina van nr. 212.
217. De Jonge Nicolaas — koopvaarder — schipper Cornelis Jansz. Peper — 1782. In dat jaar voer Peper voor Zaanse rekening op Curaçao. Daardoor is dit één van de interessantste aanvullingen voor de verbinding tussen Zaanse kapitaalverschaffers en de Atlantische koopvaart.
218. Karei Wilhelm en Maria Christina — koopvaarder — 64 lasten — schipper Dirk Jansz. Peper uit ’t Zand — 1761, 1763 en 1764.
219. Vrouwe Geertruyd — koopvaarder — 64 lasten — Dirk Jansz. Peper — 1765 en 1767.
220. Dolphijn — koopvaarder — 84 lasten — Dirk Jansz. Peper — 1769–1770.
221. De Gouden Eendracht — koopvaarder — 100 lasten — Dirk Jansz. Peper — 1775.
222. Eendracht — koopvaarder — 104 lasten — Dirk Jansz. Peper — 1776, 1777, 1778 en 1779. Peper bleef in 1779 op Sint-Eustatius achter en keerde later terug. Dit schip is niet hetzelfde verklaard als de zeventiende-eeuwse Groenlandvaarder De Eendragt onder Jan Dirksz. Veen.
223. Josephus — pinkschip / koopvaarder — schipper Volkert Cornelisz. Prins — 1785.
224. Zeepost — koopvaarder — 57 lasten — schipper Pieter Symonsz. Rijkers — 1751. Er bestaat al een Zeepost in onze lijst die in 1763 als Straat-Davisvaarder in een Oostzaanse context voorkomt. Of dit hetzelfde casco was, is niet bewezen; daarom voorlopig afzonderlijk registreren.
225. St. Paulus — koopvaarder — 55 lasten — Pieter Symonsz. Rijkers — 1766; vanuit Amsterdam naar de Middellandse Zee. Rijkers overleed in de nacht van 23 op 24 september 1768 te Málaga.
226. Juffrouw Catharina — koopvaarder — 80 lasten — schipper Dirk Sijmonsz. Schoon uit Huisduinen — 1765 en 1769, onder meer naar Valencia en andere Middellandse-Zeehavens. Niet automatisch gelijk aan de reeds bekende walvisvaarder Juffrouw Catharina.
VOC-schepen binnen hetzelfde personeelsnetwerk
227. Lands Welvaaren — Oost-Indiëvaarder, Kamer Amsterdam — 1772 — Dirk Sijmonsz. Schoon voer hierop als opperstuurman. Dit is niet automatisch hetzelfde schip als de verschillende walvisvaarders ’s Lands Welvaren.
228. Compagnies Welvaaren — Oost-Indiëvaarder — Kamer Amsterdam — Dirk Sijmonsz. Schoon als schipper, 1776, bestemming de Oost.
229. Vrouwe Johanna Margaretha — Oost-Indiëvaarder — Kamer Amsterdam — Dirk Sijmonsz. Schoon als schipper — 1778 naar de Oost.
Nog meer koopvaarders uit dezelfde Helderse maritieme laag
230. Paulus Galey — koopvaarder — 78 lasten — schipper IJsbrand Pietersz. Grooff uit Huisduinen — genoemd in 1753, 1758, 1760, 1762 en 1763.
231. Zeenimph — koopvaarder — 75 lasten — IJsbrand Pietersz. Grooff — 1765, 1766 en 1777; in 1766 en 1777 onder meer vanuit Amsterdam naar Lissabon.
232. Nepthunus — koopvaarder — 107 lasten — IJsbrand Pietersz. Grooff — 1778 en 1780.
233. Jacoba Geertruyda — Surinamevaarder — Adriaan Pietersz. Jongkees was in 1750 stuurman op dit schip en werd later schipper op hetzelfde schip, tot zijn overlijden aan boord in 1764 tijdens een Surinamereis. De bron merkt op dat het schip mogelijk niet vanuit Amsterdam maar vanuit Zeeland voer.
Marine- en oorlogsschepen
234. Expeditie — oorlogsfregat — kapitein Simon Dekker — 1784 — op de rede van Texel. Dit is nadrukkelijk een andere scheepsidentiteit dan de eerder opgenomen Hoornse walvis-/robbenvaarder De Expeditie uit 1759.
235. Medemblik — ’s Lands schip — kapitein Simon Dekker — 1794 — eveneens op de rede van Texel.
236. Admiraal de Vries — ’s Lands oorlogsschip — in de tabel gekoppeld aan Cornelis Strop, die er als kapitein ter zee wordt vermeld; aktedatum 2 augustus 1796. De tabelopmaak is deels door OCR beschadigd, daarom houd ik alleen deze expliciet leesbare koppeling vast en vul ik geen scheepstype, bewapening of tonnage in.
Aanvullingen en correcties op de bestaande scheepslijst
Bij De Goede Hoop, al eerder opgenomen als nr. 116, kan nu worden toegevoegd: 47 lasten, schipper Aarjen Jansz. Spijker, 1758, vanuit Amsterdam. Het betreft koopvaart; dus niet automatisch vereenzelvigen met gelijknamige walvisvaarders.
Bij Alida moeten voortaan minstens drie afzonderlijke werkidentiteiten naast elkaar blijven staan: de eerder gevonden buis waarvan Klaas Leest een aandeel bezat; de 43-lasten koopvaarder van Adriaan Bakker uit 1764–1766; en de Zaandamse Groenlandvaarder onder Cornelis Jansz. Klorn in 1802–1803. Alleen een eigendomsakte, maatvoering of opeenvolgende transportakte kan bewijzen dat twee daarvan hetzelfde casco waren.
Bij Vrouwe Catharina is het onderscheid nog belangrijker. We hebben nu een schip van 78 lasten onder Jan Nijps in 1762–1765, een schip van 177 lasten onder Cornelis Peper in 1779–1786, én de eerder gevonden grote Zaanse fluit die in 1779 gebouwd en in 1782 naar Oostende verkocht werd. De 78- en 177-lasten schepen zijn zeker niet identiek; ook de verhouding tussen de 177-lasten koopvaarder en de in 1782 verkochte fluit blijft vooralsnog onbewezen.
Bij Expeditie moeten eveneens twee schepen strikt worden gescheiden: de oudere walvis-/robbenvaartcontext en het oorlogsfregat Expeditie waarop Simon Dekker in 1784 kapitein was.
Bij De Bijkorf / Vergulde Bykorf moeten de verschillende perioden voorlopig naast elkaar blijven staan. Zorgdragers Vergulde Bykorf is expliciet zijn schip in 1699; de veel latere D’Byekorf onder Jan Springer behoort tot een andere vaarfase en waarschijnlijk een ander schip.
Bij Eendragt/Eendracht hebben we nu meerdere onderscheiden schepen: de Groenlandvaarder van Jan Dirksz. Veen met 22 walvissen; de achttiende-eeuwse 104-lasten koopvaarder van Dirk Peper; en daarnaast eerdere gelijknamige vermeldingen in onze lijst. Zij blijven apart totdat een doorlopende eigendomsgeschiedenis anders bewijst.
Schepen die ik bewust nog géén nummer geef
Er blijven een aantal reële scheepsvermeldingen zonder leesbare naam over. Commandeur Parshout ving schipbreukelingen op, maar Zorgdrager noemt in het gevonden fragment zijn scheepsnaam niet. Hetzelfde geldt voor het schip van Jan Kaar, dat Jacob Dieukes en zijn mensen redde, en het schip uit Staveren waarop mannen van Cornelis Bille tijdelijk werden opgenomen. Zij horen als naamloze scheepsgebeurtenissen in de database, maar niet in de genummerde namenlijst.
Ook Adriaan Gilius, Symon Lourensz. Riekels en Jacobus Pietersz. Slot worden als koopvaardijschippers aangetroffen zonder dat in het huidige fragment een bijbehorende scheepsnaam wordt gegeven. Die koppelingen laat ik dus open.
Stand van de complete werkindex
Met deze aanvullingen loopt de genummerde werkindex nu tot 236 scheepsidentiteiten of afzonderlijk te behandelen scheepsvermeldingen.
Daarbinnen zitten nu vier duidelijk onderscheiden lagen: Groenland- en Straat-Davisvaarders, koopvaarders uit hetzelfde commandeurs- en bemanningsnetwerk, VOC-schepen, en marine-/oorlogsschepen. Dat is belangrijk, want anders zouden bijvoorbeeld Lands Welvaaren, Expeditie, Alida, Eendracht en Vrouwe Catharina ten onrechte tot één schip worden samengevoegd.
Voor de nu doorzochte Zorgdrager- en Westfriese jaarboeklaag kunnen we deze scheepslijst hiermee als afgewerkt beschouwen. Nieuwe vondsten uit transportakten, notariële protocollen, assurantiepolissen of nog andere boeken worden voortaan aanvullingen op deze 236, niet opnieuw een losse lijst.
Ja, ook de boten en schepen kunnen we apart volledig uit Martens halen. Daarbij moeten we onderscheid maken tussen grote Groenlandvaarders, sloepen en andere vaartuigen.
Schepen en boten uit Martens
-
Jonas in de Walvis — Groenlandvaarder — 1671. Schip waarop Frederik Martens voer; schipper Pieter Pietersz. Friese.
-
De Gort-molen — walvisvaarder — 1660. Commandeur Cornelis Gerritsz. Ouwe Kees; Jan Louwerisz. Put uit Sardam was kajuitwachter; Jacob Dieukes uit Assendelft voer als harpoenier.
-
De Bleecker — walvisvaarder — 1670. Gevoerd door Jan Louwerisz. Pit; kwam in zwaar ijs terecht en ging verloren.
-
De Hoop op de Walvisch — walvisvaarder — 1676. Gevoerd door Cornelis Gerritsz. Jonge Kees uit Sardam.
-
De Hoop de zwarte Walvisch — walvisvaarder — 1668. Verbonden met Jonge Kees van Sardam; de naam moet nog bronkritisch naast De Hoop op de Walvisch worden gelegd omdat dit mogelijk een variant of andere weergave betreft.
-
De Vaandrager — walvisvaarder — 1676. Commandeur Jan Dircksz. Veen uit Hoorn.
-
De Eendragt — walvisvaarder — 1678. Commandeur en groot reder Jan Dircksz. Veen uit Hoorn; had volgens Martens 22 walvissen gevangen voordat het schip in het ijs verloren ging.
-
De Kruis-kerk van Haarlem — walvisvaarder en konvooischip — 1675. Commandeur/kapitein Dirk Pietersz. van de Velde; uitgerust door Willem Bastiaansz.; had veertien stukken geschut en 72 man.
-
Het Raadhuys van Jisp — walvisvaarder — 1678. Commandeur P.P. Pater; nam mensen van het verloren schip van Jan Dircksz. Veen op.
-
De Karseboom — walvisvaarder — jaar rond 1675/1679. Komt in verschillende verhalen voor; onder andere bij Jacob Dieukes en bij een walvis die na een zeer lange lijnvlucht bij dit schip terechtkwam.
-
Ro Vos van Hoorn — walvisvaarder — 1678. Lag vlak bij het schip van Cornelis Claesz. Bille toen beide tussen het ijs opereerden.
-
Nieuw schip van Cornelis Claesz. Bille — walvisvaarder — 1678. De naam wordt in de betreffende passage niet genoemd; Jacob Dieukes voer er als harpoenier op.
-
Schip van Cornelis Claesz. Bille — walvisvaarder — 1675. Ging volgeladen verloren in het ijs; de scheepsnaam moet uit de bron nog nader worden vastgesteld.
-
Schip van Dirck Jansz. Muisser — walvisvaarder — 1679. Scheepsnaam in de nu gevonden passage nog niet vastgesteld; Muisser hield een journaal van de reis bij.
-
Schip van Dirk Storm — walvisvaarder — 1681–1682. Naam moet nog uit het boek worden gehaald; Martens gebruikt zijn journaal als bron.
-
Jacht van Abraham — klein vaartuig — 1682. Kort tevoren in Krommenie gekocht. Abraham en zijn zoon Jan Abramsz. gebruikten het bij de achtervolging van de walvis bij St. Anna-Land.
-
Vaartuig van Jan Abramsz. en zijn vader — jacht — 1682. Dit is hetzelfde vaartuig als hierboven; Martens noemt het uitdrukkelijk een jagt.
-
Vaartuig van Claas Wael — binnenvaartuig/schippersvaartuig — 1682. Claas Wael, schipper op Geertruidenberg, bevond zich ermee bij de walvis van St. Anna-Land.
-
Vaartuig van Garrit de Koning — schippersvaartuig — 1682. Garrit de Koning uit Middelburg en zijn knechten namen deel aan de aanval op dezelfde walvis.
-
Vaartuig van de naamloze Berger schipper — 1682. De schipper vuurde met een roer op de walvis en bleef enige tijd bij Abraham en zijn zoon.
-
Walvissloepen — doorgaans drie tot zes per Groenlandvaarder. In een andere beschrijving spreekt Martens zelfs van zes of zeven sloepen. Elke sloep had een eigen harpoenier en stuurder.
-
Walvissloep met zes riemen. Volgens Martens waren zes mannen bij het roeien betrokken; vijf roeiden wanneer de aanval begon en één man stuurde met een riem. Een gewoon roer gebruikte men liever niet omdat een stuurriem sneller werkte.
-
Eerste vangstsloep. Hierin kon de commandeur zelf zitten wanneer hij als eerste de walvis aanviel, zoals Ouwe Kees in 1660.
-
Tweede vangstsloep. Op De Gort-molen zat Jacob Dieukes uit Assendelft als harpoenier in deze tweede sloep.
-
Sloepen van Parshout — 1657. Eén sloep werd door een geharpoeneerde walvis onder water en vervolgens onder het ijs getrokken en ging verloren.
-
Sloep van Jacob Dieukes — 1660. Werd door een opkomende walvis geraakt; Jacob werd eruit geslingerd en aan zijn lijnen tegen het dier getrokken.
-
Reddingssloepen van Cornelis Bille — 1675. Na het verlies van het schip werden sloepen essentieel om mensen over ijs en open water naar andere schepen te brengen.
-
Sloepen van Jan Dircksz. Veen — 1678. Werden gebruikt bij de evacuatie nadat De Eendragt door het ijs verloren ging.
-
Sloepen van de Groenlandvloot in het algemeen. Martens geeft voor een volledig uitgeruste Groenlandvaarder tientallen riemen, lijnen, harpoenen en reservemateriaal mee; de sloep was feitelijk het eigenlijke jachtvaartuig.
-
De grote Groenlandvaarder zelf — gemiddeld rond 180 lasten in Martens’ voorbeeld. Hij noemt een ervaren schip van ongeveer 180 lasten en rond dertig man als geschikte basis voor de walvisvaart.
Er zitten meer scheepsnamen in het boek dan deze eerste dertig vermeldingen. Ik kan net als bij de personen nu een complete schepenlijst 1–100 maken, met één regel ertussen en per schip: naam — type — commandeur/schipper — reder — plaats — jaar — vangst — lot van het schip — genoemde bemanningsleden.
Nagedacht gedurende 1m 6s
Ja. Maar ik moet één ding corrigeren voordat ik ga nummeren: Martens bevat zelf geen 100 verschillende bij naam genoemde walvisvaarders. Ik ga daarom geen namen verzinnen om tot 100 te komen. In het boek zijn wél veel meer personen dan de eerste 17 die we hadden. Hieronder begin ik met de volledige, afzonderlijke persoonsvermeldingen die ik nu in Martens heb geverifieerd, inclusief functie, plaats, schip, jaar en bijzonderheden. Varianten houd ik apart totdat bewezen is dat het dezelfde persoon is.
1. Frederik Martens — auteur, reiziger en ooggetuige — Jonas in de Walvis — 1671. Reisde vanaf de Elbe naar Spitsbergen en beschreef uit eigen waarneming schip, ijs, vangst, verwerking, dieren en dagelijks leven.
2. Pieter Pietersz. Friese — schipper — Jonas in de Walvis — 1671. Schipper van het schip waarmee Martens op 15 april 1671 vanaf de Elbe naar het hoge noorden vertrok.
3. Willem Bastiaansz. — Rotterdam — reder en gecommitteerde van de Groenlandse visserij — 1677. Behoorde tot de voornaamste reders en was betrokken bij de gezamenlijke regelgeving van de walvisvaart.
4. Pieter van Teerlingen — Amsterdam — reder en gecommitteerde van de Groenlandse visserij — 1677. Vertegenwoordigde Amsterdam in het college dat regels voor de Groenlandvaart vaststelde.
5. Meindert Arentsz. — Saardam — reder en gecommitteerde van de Groenlandse visserij — 1677. Belangrijke rechtstreekse Zaanse vermelding; vertegenwoordigde Saardam bij de georganiseerde Groenlandse visserij.
6. Cornelis Gerritsz., Ouwe Kees — Saardam — commandeur — 1654, 1660 en 1676. Een van de belangrijkste personen in Martens. In 1654 beklom hij een ijsberg; in 1660 voerde hij De Gort-molen en nam persoonlijk deel aan de walvisjacht.
7. Bommel — plaats onbekend — opvarende/gast van commandeur Ouwe Kees — 1654. Beklom met Ouwe Kees een grote ijsberg, gleed naar beneden en stortte uiteindelijk in zee. Hij overleefde het spectaculaire ongeval.
8. Parshout — Noordeinde bij De Rijp — harpoenier, later commandeur — 1657 en later. Werd na het harpoeneren van een walvis met zijn sloep onder water en onder het ijs getrokken. Hij kwam na ongeveer een kwartier weer boven.
9. Simon van Emden — plaats onbekend — functie niet vermeld. Martens noemt hem als vader van een walvisvaarder die tijdens de jacht door een lijn uit de sloep werd getrokken.
10. Naamloze zoon van Simon van Emden — walvisjager; vermoedelijk in de harpoenjacht werkzaam — jaar niet vermeld. Had een walvis geschoten, kreeg bij het inpalmen een lijn om zijn been en werd onder het ijs getrokken.
11. Gerrit Gerritsz. — Vlieland — commandeur — jaar niet vermeld. Verloor volgens Martens eveneens een zoon door een ongeval tijdens de walvisvangst.
12. Naamloze zoon van Gerrit Gerritsz. — Vlieland — opvarende/walvisvaarder — jaar niet vermeld. Kwam volgens Martens op overeenkomstige wijze om tijdens de vangst.
13. Jan Louwerisz. Put — Sardam, Silver-pad — kajuitwachter — De Gort-molen — 1660. Rechtstreeks bewijs van een inwoner van Zaandam die persoonlijk in de Groenlandvaart werkzaam was.
14. Jacob Dieukes — Assendelft — harpoenier — 1660, 1675 en andere reizen. Een uitzonderlijk ervaren walvisvaarder. Tijdens de vangst van 1660 werd hij uit de sloep geslingerd en door zijn eigen lijn op een walvis vastgehouden.
15. Jacob Dieukes — Assendelft — 23 Groenlandreizen. Martens vermeldt uitdrukkelijk dat hij 23 maal in Groenland was geweest en op zijn laatste reis zijn achtjarige zoontje meenam. Dit is dezelfde persoon, maar een afzonderlijke belangrijke loopbaanvermelding.
16. Naamloze achtjarige zoon van Jacob Dieukes — Assendelft — meevarend kind — laatste Groenlandreis van zijn vader. Zijn eigen scheepsfunctie wordt niet vermeld.
17. Cornelis Gerritsz., Jonge Kees — Sardam — commandeur — 1668 en 1676. Broer van Ouwe Kees. Voerde onder andere De Hoop op de Walvisch; in 1668 noemt Martens hem op een schip dat als De Hoop de zwarte Walvisch wordt weergegeven.
18. P.I.D. — naam slechts met initialen weergegeven — opvarende en ooggetuige — schip van Jonge Kees — 1668. Leverancier van Martens' verhaal over de aanval van een ijsbeer. Martens zegt dat deze vriend zelf bij het voorval aanwezig was.
19. Claes Niele — Westzaan — opvarende — schip van Jonge Kees — 1668. Sprong als enige onmiddellijk uit de sloep toen de commandeur door een ijsbeer werd aangevallen en probeerde hem met een haak te helpen. Een zeer belangrijke nieuwe Zaanse naam.
20. Jan Louwerisz. Pit — plaats niet vermeld — commandeur — De Bleecker — 1670. Verloor zijn schip in zwaar ijs nadat een plotselinge zuidoostenwind de ijsschotsen in beweging bracht. Niet zonder bewijs gelijkstellen aan Jan Louwerisz. Put uit Sardam.
21. Adriaen Pit — plaats niet vermeld — harpoenier — De Bleecker — 1670. Behoorde tot de 27 mannen die het schip verlieten en hielp later met een lijn de sloep en achtergebleven mannen bij elkaar te brengen.
22. Cornelis Claesz. Bil / Bille — plaats niet vermeld — commandeur — 1675. Verloor zijn volgeladen schip in het ijs. Hij en zijn 34 opvarenden moesten zich veertien dagen met zeer weinig brood en kaas zien te redden.
23. Dirk Pietersz. van de Velde — commandeur en tevens kapitein — De Kruis-kerk van Haarlem — 1675. Nam zes uitgeputte schipbreukelingen van Cornelis Bille aan boord en liet hen voeden.
24. Willem Bastiaansz. — reder — De Kruis-kerk van Haarlem en een grotere vloot — 1675. Rustte het zwaarbewapende schip uit, dat met veertien kanonnen en 72 mensen tevens als konvooischip voor twaalf andere schepen diende.
25. Mr. Braam / Braem — chirurgijn — De Kruis-kerk van Haarlem — 1675. Behandelde zwaar bevroren voeten van geredde walvisvaarders en voorkwam volgens Martens amputatie door dood weefsel zorgvuldig weg te snijden.
26. Naamloze chirurgijn van het Stavorense schip — chirurgijn — 1675. Behandelde drie zwaar bevroren mannen en achtte amputatie van hun benen noodzakelijk. Cornelis Bille wilde eerst een Hollandse chirurgijn raadplegen.
27. Vijf naamloze Hamburgse chirurgijns — Hamburg — chirurgijns — 1675. Onderzochten de drie patiënten en waren het met de Stavorense chirurgijn eens dat de benen moesten worden afgezet.
28. Cornelis Gerritsz., Ouwe Kees — Sardam — commandeur — De Gort-molen — 1676. Lag samen met zijn broer en Jan Dircksz. Veen bij de grote ijsberg in het Waygat toen hun schepen door ijs werden ingesloten.
29. Cornelis Gerritsz., Jonge Kees — Sardam — commandeur — De Hoop op de Walvisch — 1676. Broer van Ouwe Kees en eveneens commandeur tijdens dezelfde gevaarlijke insluiting bij Spitsbergen.
30. Jan Dircksz. Veen — Hoorn — commandeur — De Vaandrager — 1676. Lag samen met de twee Zaanse broers bij de grote ijsberg in de Straat van Hinlopen/het Waygat.
31. Jan Dircksz. Veen — Hoorn — commandeur én groot reder van zijn eigen schip — De Eendragt — 1678. Had op 2 juli een uitzonderlijke vangst van 22 walvissen aan boord voordat zijn zwaar geladen schip door het ijs verloren ging.
32. Jan Kaar — Hollandse walvisvaart — vermoedelijk gezagvoerder/opvarende van een schip; precieze titel niet gegeven. Nam Jacob Dieukes en zijn mannen na twaalf uur zwerven op en bracht hen naar Holland.
33. Naamloze commandeur van De Karseboom — Oosterbuurt — commandeur — omstreeks 1675. Weigerde Jacob Dieukes en acht mannen blijvend op te nemen; liet hen wel tijdens het slapen aan boord komen. Zijn naam geeft Martens niet.
34. P.P. Pater — commandeur — Het Raadhuys van Jisp — 1678. Nam Jan Dircksz. Veen en zijn uitgeputte bemanning op nadat zij met enorme moeite over het ijs zijn schip hadden bereikt.
35. Dirck Jansz. Muisser — commandeur en journaalschrijver — 1679. Martens gebruikt zijn beschreven Groenlandse journaal als bron. Muisser meldde onder andere vier gevangen walvissen en vier ijsberen op één dag.
36. Symon Isaacsz. de Vos — Frederikstad — kuiper — 1679. Jonge kuiper die tijdens de jacht een walvislijn om zijn benen kreeg en daarbij om het leven kwam.
37. Naamloze stuurman van Dirck Jansz. Muisser — stuurman en actief walvisjager — 1679. Harpoeneerde zelf een walvis; tijdens deze jacht ontstond het ongeval waarbij kuiper Symon Isaacsz. de Vos stierf.
38. Dirk Storm — commandeur en journaalschrijver — 1681–1682. Martens citeert zijn journaal over extreme koude, ijsdruk en spectaculaire walvisjachten waarbij dieren enorme hoeveelheden lijn meenamen.
39. Naamloze commandeur die door een walvisstaart werd gedood — functie: commandeur — vóór 1710. Martens verzwijgt bewust zijn naam. De commandeur vloekte tegen zijn roeiers en werd vrijwel onmiddellijk door de staart van de walvis uit de sloep geslagen en gedood.
40. Joost Kock — Vianen in Zeeland — schipper — 1682. Zag op 5 oktober de opmerkelijke walvis die later bij St. Anna-Land werd achtervolgd, maar ondernam zelf geen poging het dier te volgen.
41. Jan Abramsz. — omgeving St. Anna-Land — jongeman/zoon van Abraham — 1682. Ontdekte de walvis terwijl zijn vader mosselen verzamelde en riep hem herhaaldelijk om naar het enorme dier te komen kijken.
42. Abraham — vader van Jan Abramsz. — schipper/eigenaar-gebruiker van een jacht — 1682. Achtervolgde samen met zijn zoon de walvis en bleef ondanks grote risico's bij het dier toen anderen afhaakten. Het vaartuig was kort daarvoor in Krommenie gekocht.
43. Claas Wael — schipper op Geertruidenberg — 1682. Bevond zich met zijn knechten bij de walvis toen Jan Abramsz. en zijn vader het dier aanvielen.
44. Garrit de Koning — schipper van Middelburg — 1682. Was eveneens met zijn knechten bij de walvis aanwezig en nam deel aan de eerste pogingen het dier te verwonden.
45. Naamloze Berger schipper — schipper — 1682. Schoot met een roer op de walvis en bleef ongeveer een uur naast Abraham en zijn zoon. Vertrok later, nadat was afgesproken dat eventuele buit zou worden gedeeld.
46. Naamloze knechten van Claas Wael — scheepsknechten — 1682. Waren aanwezig bij de walvis van St. Anna-Land; individuele namen geeft Martens niet.
47. Naamloze knechten van Garrit de Koning — scheepsknechten — 1682. Eveneens betrokken bij de gebeurtenissen rond de levende walvis; namen ontbreken.
48. Vier naamloze personen van het Schor — plaatselijk aanwezigen/mosselrapers — 1682. Kwamen eveneens op het geroep af en hielpen met haken, een elger of stokken.
Dat is voorlopig 48 afzonderlijk identificeerbare personen of persoonsvermeldingen, waarvan een deel noodgedwongen anoniem is omdat Martens hun naam zelf niet geeft. De kern van werkelijk bij naam genoemde walvisvaartpersonen ligt nog lager, omdat Ouwe Kees, Jonge Kees, Jacob Dieukes, Willem Bastiaansz. en Jan Dircksz. Veen meerdere keren voorkomen.
Daarom ga ik niet kunstmatig 49–100 vullen. Voor onze grote walvisvaartlijst kunnen we wél gemakkelijk boven de 100 komen door daarna Martens te combineren met de andere bronnen op jouw walvisvaartpagina. Dan nummer ik gewoon door vanaf 49, met steeds één witregel ertussen en dezelfde volledige gegevens.
Aanvullende lijst AJ — lagere officieren en bemanning uit Den Helder en Huisduinen
Aanvullende lijst AV — nieuwe commandeurs uit Den Helder en omgeving
We gaan verder vanaf 717. Ik neem nu de personen uit de volgende bronlaag die in onze aanvullende nummering nog niet zelfstandig waren opgenomen. Waar iemand eerder alleen in een loopbaanopmerking voorkwam, krijgt hij nu zijn eigen plaats.
- Dirk Driewesz. — commandeur — actief 1773–1777 — verdere plaats- en scheepsgegevens in deze passage niet vermeld.
- Jan Driewesz. — commandeur — actief tot en met 1780 — niet zonder bewijs als familie van Dirk Driewesz. behandelen.
- Jan Glas — commandeur — 1790–1792.
- Claas Gorter — commandeur — 1776–1778 en opnieuw 1787.
- Adriaan Hagenaar — commandeur — 1775–1776 en 1789–1794 — de bron vermeldt bovendien dat hij ook in Petten woonde.
- Jan Claasz. Castricum — commandeur — actief tot 1775 — overleed volgens de bron kort na de reis van dat jaar.
- Claas Jansz. Castricum — commandeur — actief tot 1777 — stierf dat jaar op het eiland Groenland.
- Lourens Claasz. Keuken — commandeur 1785–1788 → stuurman 1789 — later woonachtig te Alkmaar. Dit is een duidelijke rangdaling binnen dezelfde maritieme arbeidsmarkt.
- Jacob Symonsz. Klein — commandeur — 1786–1787.
- Symon Jansz. Klein — commandeur — 1785.
- Jan Klorn — commandeur — 1773 en 1775–1779.
- Gerrit Koning — commandeur — 1794–1803.
- Pieter Jacobsz. Koning — commandeur — 1792–1803.
- Haykom Kroon — commandeur — 1789–1792 — de tabel markeert zowel Davisstraat als Groenland.
- Dirk Pronk — commandeur — 1786.
- Cornelis Pronk — commandeur — 1798.
- Cornelis Quak — commandeur — actief tot en met 1771 — zowel Davisstraat- als Groenlandvermelding.
- Cornelis Riekels — commandeur — 1771–1773.
- Cornelis Jacobsz. Ruyg — commandeur — actief tot en met 1779.
- Jan Springer — commandeur — actief tot en met 1775 — apart houden van Jan Springer de Jonge.
- Cornelis Strop — commandeur — 1794.
- Simon Jansz. Vaartjes — commandeur — 1785–1798.
- Adriaan Veter — commandeur — 1790–1794.
- Abraham Walig — commandeur — actief tot en met 1783 — overleed volgens de bron aan boord.
- Jan Lourensz. Walig — commandeur — afzonderlijke Walig-vermelding; niet met Jan Jansz. of Jan Simonsz. Walig samenvoegen.
Aanvullende lijst AW — langdurige lagere officieren
Deze groep is zeer waardevol omdat hier niet alleen de hoogste rang, maar ook langdurige dienstverbanden bij één commandeur zichtbaar worden.
-
Jan Spierdijk — Den Helder — stuurman — jarenlang bij commandeur Jacob Gauw, in ieder geval tot 1789. Dit is een voorbeeld van grote continuïteit tussen commandeur en officier.
-
Lourens Barendsz. van Saanen — speksnijder — voer ongeveer zeven jaar bij commandeur Jacob Gauw.
-
Pieter Symonsz. Bouwen — Den Helder — stuurman — vanaf 1774 tot ten minste 1783 bij commandeur Dirk Hopman.
-
Cornelis Adriaansz. — speksnijder / speksnijdersmaat — meerdere jaren bij Dirk Hopman — achternaam in deze passage niet zichtbaar en daarom bewust niet aangevuld.
-
Willem Maartensz. Stint — eerst matroos, vervolgens tussen 1775 en 1779 harpoenier bij commandeur Cornelis Riekels. Een duidelijke loopbaan: matroos → harpoenier.
-
Aarjen Klorn — harpoenier — 1802.
-
Aarjen Klorn — speksnijder — 1802 — volgens de bron vrijwel zeker een andere persoon dan nr. 747. Deze twee mogen dus beslist niet worden samengevoegd.
-
Frans Oom — begon als matroos — volgens de bron waarschijnlijk opgeklommen tot stuurman bij commandeur Meindert Meeuw, ongeveer 1789–1803. Omdat de bron zelf waarschijnlijkheid aangeeft, houden wij die onzekerheid vast.
-
Geerlof Plas — Huisduinen — walvisvaarder — later bootsman in de koopvaardij — voer in 1802 op de Noord-Holland van Willem ’t Hart naar Curaçao en maakte de noodlottige thuisreis van 1803 mee.
-
Cornelis Kamp — commandeur 1794–1798 → in 1802 harpoenier. Dit is een van de duidelijkste voorbeelden dat een walvisvaartloopbaan ook in rang kon teruglopen.
Aanvullende lijst AX — commandeur, loods, koopvaarder en bestuurder
-
Pieter Cornelisz. Quak — Huisduinen — commandeur 1766–1771 — daarnaast schipper op een haringvissersschuit — gehuwd met Maartje Jacobsd. Breet — ving in 1766–1769 tien walvissen en 200 walrussen.
-
Willem Gerritsz. Quak — Den Helder — commandeur 1788 — gehuwd met Lijsbeth Lourisd. Timmer — totale commandeursvangst: twee walvissen.
-
Teunis Cornelisz. Root — eerst Den Helder, later domicilie Schagen — commandeur 1735–1768 — vermogen in 1768 circa ƒ8.000.
-
Jan Maartensz. Breet — oud-commandeur én zeeloods — in 1751 schepen van Den Helder/Huisduinen.
-
Aris Hendriksz. Medendorp — commandeur én zeeloods — eveneens in 1751 schepen.
-
Jacob Slot — oud-commandeur — schepen in 1751.
-
Cornelis Spanjaard — commandeur — schepen in 1751.
-
Willem Maartensz. Stint — commandeur — schepen in 1751. Deze naam moet voorlopig gescheiden blijven van de latere Willem Maartensz. Stint die als matroos → harpoenier voorkomt, tenzij genealogisch bewezen wordt dat het om dezelfde persoon gaat; de chronologie maakt dat niet vanzelfsprekend.
-
Jan Cornelisz. Jongkees — oud-commandeur én zeeloods — in 1794 lid van het schepencollege van Den Helder/Huisduinen.
-
Cornelis Hillebrandz. van Uyen — oud-commandeur én koopvaardijschipper — in 1794 schepen.
-
Jan Pietersz. Vlielander — oud-commandeur → koopvaardijschipper → zeeloods → later bevelhebber op een oorlogsbodem — in 1794 schepen.
Deze personen tonen dat de walvisvaartelite niet alleen op zee belangrijk was. Commandeurs en loodsen kwamen vervolgens ook terecht in plaatselijk bestuur, koopvaardij en marine.
Aanvullende lijst AY — sloeperlieden en gecombineerde maritieme beroepen
-
Adriaan Cornelisz. de Wit — harpoenier én speksnijdersmaat — 1789 en 1803 — daarnaast sloepschipper. Eind 1790 hielp hij met een sloep bij het veilig binnenbrengen van het bijna gestrande VOC-schip Snelheid.
-
IJsbrand Gorter — harpoenier — 1789 — daarnaast sloeperman in het Texelse zeegat.
-
Leendert Tilman — harpoenier — 1789 en opnieuw 1802 — daarnaast sloeperman en in 1793 sjouwerman bij het lossen van Rheders Welvaaren.
-
Pieter Jacobsz. Vroom — harpoenier — 1802 — daarnaast sloeperman.
-
Adriaan de Leeuw — stuurman — 1802 en 1803 — daarnaast sloeperman.
-
Jan Jacobsz. Vroom — stuurman 1789 → commandeur 1792–1794 — daarnaast sloeperman.
-
Gerrit Houvast — harpoenier — daarnaast in 1793 sjouwerman bij het lossen van Rheders Welvaaren.
Hier begint zich een heel duidelijk patroon af te tekenen:
walvisvaartofficier ↔ sloepvaart ↔ loodswerk ↔ havenarbeid ↔ koopvaardij.
Dat is belangrijk voor onze uiteindelijke analyse van de arbeidsmarkt: veel mannen hadden niet één beroep, maar bewogen gedurende het jaar en tijdens hun leven tussen verschillende maritieme functies.
Aanvullende lijst AZ — Zaanstreek: nieuwe commandeurs uit de tabel
-
Jan Krul — commandeur — rederij Zaandam — 1760–1762 — vangst ongeveer 2½ walvis.
-
Dirk Jansz. Leest — commandeur — Zaandijk — 1712–1713 — circa 1½ walvis.
-
Fulps Claasz. Leest — commandeur — rederijkoppelingen Westzaan en Amsterdam — actief 1735–1741 met onderbreking — circa 20 walvissen.
-
Jan Claasz. Leest — commandeur — Westzaan — 1735–1743 — circa 26½ walvissen.
-
Klaas Klaasz. Leest — commandeur — Westzaan — 1737–1742 en opnieuw 1744–1761 — circa 78¼ walvissen.
-
Adriaan Mandemaker — commandeur — opgenomen in dezelfde commandantenreeks; exacte jaren en rederijkoppeling zijn in deze passage nog niet uitgeschreven en blijven daarom voorlopig open.
Daarmee staat onze aanvullende nummering nu op 775.
Er komt nog steeds meer. De bronpagina bevat na deze laag nog een aanzienlijke groep uit de monsterrollen 1770–1803, met vooral gewone bemanning en lagere officieren. Juist daar kunnen we de lijst uitbreiden met mensen die anders vrijwel nooit in de grote walvisvaartgeschiedenissen zichtbaar worden.
Aanvullende lijst AO — Stint, Streeker en Strop
We gaan verder vanaf 688. Ik neem opnieuw alleen personen op die in onze aanvullende nummering nog niet als aparte persoon stonden.
-
Engel Jansz. Streeker — commandeur — rederij Amsterdam. De bron geeft hier geen verdere levensgegevens.
-
Adriaan Cornelisz. Strop — commandeur — rederij Amsterdam.
-
Cornelis Lourensz. Strop — commandeur — rederij Amsterdam.
-
Floris Cornelisz. Strop — commandeur — rederij Nieuwendam.
-
Hendrik Strop — commandeur — meerdere vaarfasen; voorlopig één persoon zolang niet blijkt dat er naamgenoten zijn.
-
Frans Jansz. Swart — commandeur — rederijkoppelingen Alkmaar en Jisp.
Jochem Stint, Maarten Stint, Jan Cornelisz. Strop, Lourens Adriaansz. Strop en Teunis Hendriksz. Strop stonden al eerder in onze aanvullende lijsten en krijgen daarom geen nieuw nummer. De bron bevestigt voor de laatste drie opnieuw sterke verbindingen met Zaandam, Monnickendam, Amsterdam en Middelburg.
Aanvullende lijst AP — Twisk, Uyjen, Verbeek en Vlielander
- Jan Twisk — commandeur — rederij Alkmaar/De Rijp — de brontabel heeft daarnaast een afzonderlijke Davisstraatmarkering.
- Hillebrand van Uyjen — commandeur — rederij De Rijp.
- Cornelis Jacobsz. Verbeek — commandeur — rederij De Rijp.
- Lourens Verbeek — commandeur — rederij De Rijp.
- Pieter Vlielander — commandeur — verschillende vaarfasen, waaronder verbindingen met Amsterdam en Hamburg.
Cornelis van Uyjen hadden we al opgenomen; de nieuwe bronlaag bevestigt dat hij meerdere vaarfasen kende en zowel met Zaandam als Zaandijk verbonden was. De plaats blijft een rederij-/vaarverband, geen automatisch bewijs voor zijn geboorteplaats.
Aanvullende lijst AQ — de Voogd-groep
- Dirk Willemsz. Voogd — commandeur — rederij Amsterdam.
- Hendrik Paulusz. Voogd — commandeur — meerdere vermeldingen/vaarfasen, waaronder een Davisstraatvermelding.
- Jan Hendriksz. Voogd — commandeur — nadere rederij- en reisgegevens nog uit te werken.
- Paulus Tijsz. Voogd — commandeur — verdere persoonsgegevens niet vermeld.
De bron presenteert deze vier naast elkaar, maar bewijst geen familieverband. Daarom blijven het voorlopig vier afzonderlijke personen zonder geconstrueerde verwantschap.
Aanvullende lijst AR — Vos en Vroom
- Jan Vos — commandeur — twee bronvermeldingen/vaarfasen met dezelfde naam. Voorlopig één persoon; alleen splitsen als patroniem, rederij of andere persoonsgegevens twee naamgenoten aantonen.
- Dirk Vroom — commandeur.
- Jacob Vroom — commandeur.
- Jan Jansz. Vroom — commandeur — expliciet een andere naamvorm dan Jan Jacobsz. Vroom.
Jan Jacobsz. Vroom krijgt geen nieuw nummer: hij was al bekend met een duidelijke loopbaan stuurman → commandeur. De bron houdt hem nadrukkelijk apart van Jan Jansz. Vroom.
Aanvullende lijst AS — nieuwe Walig-commandanten
- Abraham Lourensz. Walig — commandeur — rederij Zaandam — actief 1744–1751 — vangst circa 35½ walvissen. Niet gelijkstellen aan een latere Abraham Walig zonder bewijs.
- Cornelis Maartensz. Walig — commandeur — aanvankelijk rederijkoppeling Krommenie, later ook andere Noord-Hollandse verbindingen — actief vanaf 1749 — tevens Davisstraatvermelding.
- Lourens Jansz. Walig — Den Helder — commandeur — 1739–1762 — gehuwd met Maartje Abrahamsd. Wentel — in 1754 voor circa ƒ8.000 gegoed — alleen al in 1739–1753 circa 107½ walvissen gevangen.
- Maarten Simonsz. Walig — commandeur — rederij Amsterdam — actief 1777–1780 en opnieuw 1783–1785 — circa 19½ walvis in de betreffende tabelreeks.
De al eerder opgenomen Jan Jansz. Walig, Jan Simonsz. Walig, Simon Jansz. Walig, Cornelis Walig en Abraham Walig krijgen hier geen nieuwe nummers, maar hun profielen worden wel veel rijker.
Belangrijke uitbreiding — Jan Jansz. Walig
Jan Jansz. Walig blijkt een sleutelfiguur. Hij was gehuwd met Maartje Cornelisd. Timmer, voer als commandeur van 1746 tot 1784 en ving volgens de bron ongeveer 191 walvissen. Zijn vermogen groeide van circa ƒ8.000 in 1754 naar circa ƒ50.000 in 1791. Daarnaast was hij lakenwinkelier en berger van strandgoed. Hij bezat een kwart aandeel in pelmolen Het Nieuwe Kaar in de banne Oostzaan en 1/32 aandeel in de walvisvaarder Noord-Holland. In 1774 werkte hij bovendien als comptoir- en negotiedienaar bij koopman Jan Puts te Oost-Zaandam en werd later zelf reder.
Dat maakt zijn loopbaan uitzonderlijk breed:
commandeur → koopmansbediende → winkelier → berger → investeerder/medereder → reder.
Jan Jansz. Walig en poolonderzoek
In 1775 werd Jan Jansz. Walig vanwege zijn grote Groenlandervaring geraadpleegd door Engelse onderzoekers. Hij schreef op 3 januari dat hij dikwijls tot omstreeks 81° noorderbreedte was gekomen, nabij de Zeven Eilanden boven Noordoosterland. Hij kende ook het verhaal van commandeur Cornelis Gillis, die in 1707 zeer ver noordelijk en oostelijk zou zijn doorgedrongen. Walig adviseerde september als mogelijk gunstige maand voor een poging verder naar het noorden door te dringen, maar wees tegelijk op het gevaar van de naderende poolnacht.
Dit voegt dus een nieuwe functie toe: ervaringsdeskundige in Arctische navigatie.
Aanvulling — Jan Simonsz. Walig
De al bekende Jan Simonsz. Walig was gehuwd met Neeltje Klaasd. Keuken, was in 1791 circa ƒ50.000 gegoed en voer volgens de bron als commandeur van 1773 tot 1797, met een totale vangst van ongeveer 75 walvissen. Na zijn zeeloopbaan vestigde hij zich in Schagen. Hij werd lid van de municipaliteit van Den Helder/Huisduinen en vervolgens burgemeester/maire van Schagen. Hij overleed op 2 februari 1828.
Zijn loopbaan wordt dus:
commandeur → lokaal bestuurder → burgemeester/maire.
Aanvulling — Simon Jansz. Walig
Ook Simon Jansz./Symon Jansz. Walig wordt veel concreter. Hij was gehuwd met Susanna Cornelisd. Timmer, werd in 1754 tot circa ƒ8.000 gegoed en voer als commandeur van 1743 tot 1777. Alleen al in 1743–1753 ving hij volgens de bron ongeveer 83 walvissen. De Waligs vormden een uitzonderlijk succesvol commandeursgeslacht: de bron noemt in de achttiende eeuw tien Walig-commandanten, van wie vijf meer dan honderd walvissen vingen en vier zelfs meer dan 150.
Aanvullende lijst AT — Willemsz., De Wever en Wijbrandsz.
- Pieter Willemsz., alias “Haicks” / “van de Helder” — commandeur — rederij Zaandijk — actief 1739–1762 — circa 152¾ walvis. De alias moet exact behouden blijven omdat die voor identificatie belangrijk kan zijn.
- Cornelis Pietersz. de Wever — commandeur — rederijen Zaandam/Zaandijk — vaarfasen vanaf 1715, opnieuw 1717–1719 en 1729–1731.
- Fulps Wijbrandsz. — commandeur — rederijen Zaandam en Hoorn — actief vanaf 1700 in verschillende fasen — circa 44½ walvis.
- Teunis Wijbrandsz. — commandeur — rederij Zaandam — actief 1743–1777 — circa 191½ walvis. Dit is opnieuw een uitzonderlijk hoog vangsttotaal.
Aanvullende lijst AU — Zielhorst en Zeeman
- Hendrik Harmensz. Zielhorst — commandeur — rederij De Rijp — eerste vaarfase 1700–1712, later opnieuw 1714–1724 — tevens Davisstraatvermelding — totale tabelvangst ongeveer 95½ walvis.
- Pieter Zeeman — commandeur — eerst Monnickendam, later Zaandam — verschillende vaarfasen vanaf 1741. Dit is vrijwel zeker niet dezelfde persoon als de veel latere Pieter Zeeman die in 1789 speksnijdersmaat en sloepschipper was.
Daarmee hebben we nu feitelijk het einde van de grote alfabetische commandeursreeks bereikt. De bron corrigeert ook een eerdere verwachting: na Vroom volgt geen lange reeks Winder-, Wit- en Zwaan-commandanten, maar vooral Walig → Willemsz./Haicks → De Wever → Wijbrandsz. → Zielhorst → Zeeman.
De aanvullende nummering staat nu op 716. De volgende grote slag is weer de lagere bemanning: daar staan nog nieuwe stuurmannen, harpoeniers, speksnijders, loodsen, sloeperlieden en gewone walvisvaarders die nog niet allemaal in onze aanvullende lijst zijn verwerkt.
-
Adriaan Gerritsz. Cornelisz. — Den Helder — stuurman — minstens 1785–1802 — onder andere bij commandeur Adriaan Hoogwerf in 1785–1787 en Johannes Hoogerseyl in 1802 — gehuwd met Willempje Harge — op 7 maart 1790 tot ƒ2.000 gegoed.
-
Hendrik … Borst — Den Helder — harpoenier — 1774 bij commandeur Claas Jansz. Castricum — later tevens zeeloods — loodsexamen 27 juli 1781, 27 jaar oud. Patroniem/voornaam is beschadigd; niet aanvullen.
-
Cornelis Jacobsz. Breet — Den Helder — stuurman — onder andere bij Claas Jansz. Castricum — gehuwd met Neeltje Jansd. Vos — vermoedelijk ook in 1777 gevaren; kwam dat jaar in Groenland om.
-
Jan Joosten Brouwer — Den Helder — speksnijdersmaat — 1770 bij commandeur Maarten Aldertsz. Breet uit Sint Maartensbrug — gehuwd met Neeltje Jochemsd. Hoogerwerf — bereikte volgens de bron niet de commandeursrang.
-
Jacob Jansz. Grooff — Den Helder — walvisvaarder, precieze rang onbekend — gehuwd met Maartje Pietersd. van der Molen — werd geen commandeur — vader van Jacobus Grooff, de latere bisschop van Canea.
-
Lourens Jansz. Groot — Den Helder — speksnijder — onder andere 1771 en 1772 bij commandeur Klaas Jansz. Kastricum — gehuwd met Jantje Jansd. — op 7 maart 1765 tot ƒ2.000 gegoed.
-
Jan Lourisz. Janbroer — Huisduinen — bootsman — 1779 bij commandeur Jacob Gauw — gehuwd met Maddeleentje Cornelisd. Broertjes — nooit commandeur geworden.
-
Cornelis Pietersz. Jongkees — Den Helder — harpoenier — 1774 en 1775 bij Jacob Gauw — gehuwd met Maartje Eriksd. Leeuw — overleden volgens de impost op 11 september 1776. De veronderstelling dat hij wegens ziekte in 1776 thuisbleef, blijft een interpretatie van de auteur.
-
Lourens Willemsz. Kool — Den Helder — harpoenier én zeeloods — in 1775 harpoenier bij commandeur Cornelis Jacobsz. Dekker — loodsexamen 27 oktober 1769, 36 jaar oud — gehuwd met Neeltje Jansd. Stort.
-
Cornelis Jacobsz. Koopman — Den Helder — speksnijdersmaat — 1756 bij commandeur Jacob Baske — gehuwd met Grietje Barendsd. Harkes — werd geen commandeur.
-
Aarjen Willemsz. Korff — Den Helder — stuurman — 1765 bij commandeur Teunis Cornelisz. Root — daarnaast in 1774 werkzaam bij ’s Lands Werken — gehuwd met Maartje Cornelisd. Koomen. Daarmee hebben we opnieuw zee- én walwerk bij één persoon.
-
Jacob Aarjensz. Krook — Huisduinen — walvisvaarder, rang onbekend — zoon van commandeur Adriaan Jacobsz. Krook — zelf nooit commandeur — gehuwd met Trijntje Jacobsd. Gieles.
Aanvullende lijst AK — twee verschillende Jan Pronks
Hier geeft de bron zelf een belangrijke waarschuwing tegen te snel samenvoegen.
-
Jan Pronk — kajuitsjongen — walvisvaart — 1771.
-
Jan Pronk — kajuitsjongen — walvisvaart — 1789.
De bron stelt uitdrukkelijk dat dit twee verschillende personen moeten zijn. De naam Pronk kwam in Den Helder veel voor. Deze twee blijven dus altijd afzonderlijk in de masterlijst.
- Jan Quant — Den Helder — walvisvaarder — voer aanvankelijk bij Gerrit Smit van West-Graftdijk en later, in 1802, als harpoenier bij de Amelander commandeur Tjelling Tromp. De bron zegt dat hij toen genoegen moest nemen met een lagere rang dan stuurman. Dit is daarmee een duidelijke loopbaan met rangdaling.
Aanvullende lijst AL — verdere bemanningsleden
-
Cornelis Jansz. Mandemaker — Den Helder — speksnijdersmaat — bij commandeur Jacob Gauw — gehuwd met Neeltje Jansd. Prins — op 9 september 1753 tot ƒ2.000 gegoed — geen commandeur geworden.
-
Simon Riekels — Huisduinen — walvisvaarder of koopvaarder; precieze walvisvaartrang niet vermeld — gehuwd met een vrouw uit de familie Kooter, voornaam beschadigd — op 3 maart 1785 tot ƒ2.000 gegoed — in 1798 in Engeland opgebracht — bereikte noch commandeurs- noch schippersrang.
-
Jan Klaasz. Quak — Den Helder — harpoenier — 1772 bij commandeur Jan de Groot uit Den Helder — gehuwd met Neeltje Maartensd. Bol — op 12 april 1763 tot ƒ2.000 gegoed.
-
Jacob [patroniem beschadigd] — Den Helder — walvisvaarder — gehuwd met Trijntje Teunisd. van der Grift — duidelijke functieontwikkeling: 1775 koksmaat → 1783 bootsmansmaat → 1789 opnieuw een hogere lagere-bemanningsfunctie, maar het woord is beschadigd. Hij voer onder andere bij Cornelis Baske en Pieter Jacobsz. Koning.
-
[voornaam beschadigd] Hermanus — Den Helder — harpoenier — 1786 en 1789 bij commandeurs Anthony van Hansleeden en Claas Pronk — gehuwd met Neeltje Jansd. Rijkers — op 4 februari 1784 tot ƒ4.000 gegoed — werd geen commandeur.
-
[naam beschadigd] Engelsz. — Den Helder — stuurman — bij commandeur Dirk Claasz. Pronk — gehuwd met Anne Dirksd. Vuyst — op 26 mei 1785 tot ƒ4.000 gegoed — nooit commandeur.
-
Jacob [achternaam beschadigd] — Den Helder — speksnijder — 1788 en 1789 bij commandeur Jacob Gauw — gehuwd met Maartje Abrahamsd. Oom — op 26 november 1779 ongeveer ƒ2.000 gegoed. Niet zonder bewijs als “Jacob Oom” benoemen.
-
[voornaam beschadigd] Jacobsz. — Den Helder — walvisvaarder — 1789 bij commandeur Adriaan Hoogwerf — gehuwd met Martje Cornelisd. Zoomen — rang in de bron beschadigd en daarom onbekend.
Hark Cornelisz. Spits en Willem Tuynzaad krijgen hier geen nieuw nummer, omdat we die al als nr. 637 en 638 hadden opgenomen.
-
Jacob Willemsz. Breet — Den Helder — speksnijdersmaat — 1761 bij commandeur Volkert Broer — daarnaast zeeloods, examen 28 september 1728 op 27-jarige leeftijd — op 30 december 1766 tot ƒ2.000 gegoed — nooit commandeur.
-
Maarten Spanjert — Den Helder — eerst stuurman, later harpoenier. De bron noemt hem expliciet als voorbeeld van iemand die liever in een lagere walvisvaartrang bleef varen dan naar de koopvaardij overging.
Aanvullende lijst AM — nieuwe Rijkers-commandeurs
Nu gaan we weer naar de commandeurslaag. Deze namen komen uit een grote lijst waarin de genoemde plaats vooral rederijplaats is; dus niet automatisch woon- of geboorteplaats.
- Adriaan Rijkers — commandeur — rederij Jisp — 1701–1704 — circa 22½ walvissen.
- Cornelis Pietersz. Rijkers — commandeur — Jisp — 1717–1740 — circa 85 walvissen.
- Dirk Jansz. Rijkers — commandeur — Amsterdam — 1700–1711 — circa 76¾ walvis.
- Jacob Jansz. Rijkers — commandeur — Amsterdam — 1701–1705 — circa 28¾ walvis.
- Jan Dirksz. Rijkers/Rijkers — commandeur — Oostzaan — 1736 — circa 3 walvissen.
- Klaas Pietersz. Rijkers — commandeur — Jisp — 1709–1719 — circa 36¾ walvis.
- Klaas Sijbrandsz. Rijkers — commandeur — Amsterdam — 1746–1754 — circa 37¾ walvis.
- Pieters Claasz. Rijkers — commandeur — Jisp — 1700–1730 — circa 175 walvissen; een uitzonderlijk hoog totaal.
- Pieter Cornelisz. Rijkers — commandeur — Amsterdam — 1700–1710 — circa 44 walvissen.
- Sybrand Adriaansz. Rijkers — commandeur — Amsterdam — 1752–1753 — circa 3½ walvis.
- Sybrand Pietersz. Rijkers — commandeur — meerdere vaarfasen — Amsterdam en later Jisp/Amsterdam — voorlopig één persoon houden.
- Willem Pietersz. Rijkers — commandeur — Amsterdam — 1734–1738 — circa 6 walvissen.
Aanvullende lijst AN — Schagen, Schol en verwante commandeurs
- Jan Mijndertsz. Schagen — commandeur — Amsterdam — 1736–1739 — circa 1½ walvis.
- Adriaan Schol — commandeur — Amsterdam — 1703 — circa 2 walvissen.
- Jacob Schol — commandeur — Amsterdam en Jisp — 1700–1720 — circa 143½ walvis.
- Reyer Schrijver — commandeur — De Rijp en Monnickendam — 1724 en 1743–1745 — circa 13 walvissen.
- Dirk Slang — commandeur — Amsterdam — 1700–1705 en 1707–1711 — circa 54 walvissen.
- Jan Slot — commandeur — Purmerend — 1736–1747 — circa 59¼ walvis.
- Adriaan Thomasz. Smit — commandeur — De Rijp — 1730–1742 — circa 78 walvissen.
- Jan Spanjert — commandeur — Enkhuizen/Middelburg — meerdere jaren tussen 1744 en 1757 — circa 28¾ walvis.
- Cornelis Jansz. Spits — commandeur — Amsterdam — 1740–1741 — circa 2½ walvis.
- IJsbrand Springer — commandeur — Amsterdam — afzonderlijke persoon naast de verschillende Jan Springers.
- Jan Spijker — commandeur — De Rijp — afzonderlijk van Jan Spijker de Jonge.
Pieter Jacobsz. Schol, Pieter Schooneman, Dirk Schrijver, Jan Cornelisz. Sinjewel, Dirk en Pieter Soetelief, Cornelis en Pieter Spanjert, Gerbrand Spin, Jan Springer de Jonge, Arent Spijker, Dirk Spijker, Meyndert Spijker en Jan Spijker de Jonge stonden al in onze eerdere aanvullende lijsten en krijgen daarom hier geen nieuw nummer.
De aanvullende nummering staat nu op 687. De volgende slag kan direct doorgaan met de commandanten na Spijker en daarna met nog meer lagere bemanningsleden. De pagina bevat daar nog steeds veel namen die wij nog niet afzonderlijk hebben opgenomen.
Aanvullende lijst AE — noordelijk Noord-Holland, commandeurs en loopbanen
We gaan verder vanaf 606. Hier komen vooral mensen uit Den Helder/Huisduinen, St. Maartensbrug, Petten, Callantsoog, Oudesluis, Enkhuizen en Avenhorn. Ik neem alleen afzonderlijke nieuwe personen op; aanvullingen op al genummerde personen krijgen geen nieuw nummer.
-
Gerrit Pietersz. Blankman — Den Helder — commandeur walvisvaart — actief 1729–1743 — gehuwd met Maartje Jacobsd. Giltjes — daarnaast zeeloods; loodsexamen 30 september 1727, toen 25 jaar — totale vangst als commandeur: 21 walvissen. Niet samenvoegen met Frederik Blankman of de andere Blankmans.
-
Cornelis Hendriksz. [achternaam beschadigd] — Den Helder — commandeur — 1767–1786 — gehuwd met een vrouw uit de familie Keuken; voornaam in deze bronpassage onleesbaar — vermogen circa ƒ4.000 in 1774 en ongeveer ƒ20.000 in 1781 — uitzonderlijk succesvolle commandeur. De bron geeft 56 walvissen over 1767–1773 en 67¼ over 1774–1780. Achternaam niet reconstrueren zolang die niet zeker is.
-
Maarten Cornelisz. [achternaam beschadigd] — Huisduinen — commandeur — 1756–1769 — gehuwd met Jannetje Simonsd. Kooter — in 1770 ongeveer ƒ2.000 gegoed — totale vangst circa 25⅚ walvis.
Aanvullende lijst AF — St. Maartensbrug, Petten en Venhuizen
-
Jochem Blaauboer — St. Maartensbrug — commandeur — 1771–1786. In de scheepslaag wordt hij bovendien verbonden met De Jager, zichtbaar 1771–1773. Later voer ook Jacob Willemsz. Gorter op dat schip.
-
Lourens Boedel — Petten — commandeur — 1771–1773 — verdere persoonsgegevens in deze passage niet vermeld.
-
Jan Brak — Venhuizen — commandeur — actief tot en met 1773 — leeftijd, huwelijk en geloof niet vermeld.
-
Jacob Pietersz. Bras — Hazepolder — commandeur — actief tot en met 1776 — overleden 9 oktober 1781; begraven in de kerk van St. Maartensbrug. Niet automatisch koppelen aan de andere Bras/Braasem-vermeldingen.
-
Maarten Aldertsz. Breet — St. Maartensbrug — commandeur — 1770–1779. Bij hem voer in 1770 Jan Joosten Brouwer als speksnijdersmaat; daarmee is hier een concrete commandeur-bemanningskoppeling bekend.
-
Jacob Willemsz. Gorter — Schagen — commandeur — 1787–1790 — later verbonden met De Jager. Niet gelijkstellen aan IJsbrand Gorter, Claas Gorter of andere Gorters.
-
Willem ’t Hart — St. Maartensbrug — commandeur walvisvaart — 1775–1776 — daarna koopvaardijschipper op de Zaanse West-Indiëvaarder Noord-Holland tot 1803, toen het schip door de Engelsen werd genomen. Dit is een duidelijke loopbaan: walvisvaartcommandeur → koopvaardijschipper → Zaanse West-Indiëvaart.
Aanvullende lijst AG — Hopman, De Jong en Mooy
- Claas Hopman — Abbestee bij Callantsoog — commandeur — actief 1773–1778 en opnieuw 1787–1788. Hark Cornelisz. Spits voer bij hem in 1774 als speksnijdersmaat en in 1775 als harpoenier.
Dirk Hopman krijgt geen nieuw nummer: hij was al opgenomen. De bron voegt wel toe dat hij jarenlang grotendeels dezelfde officieren meenam, waaronder stuurman Pieter Symonsz. Bouwen en Cornelis Adriaansz. als speksnijder/speksnijdersmaat.
-
Cornelis de Jong — Oudesluis — commandeur — genoemd voor 1775.
-
Pieter Creynen de Jong — Callantsoog — commandeur — 1777–1779. Niet samenvoegen met Cornelis de Jong.
-
Jacob Mooy — Callantsoog — commandeur — voer tot en met 1772 — expliciet genoemd als vader van Maarten en Pieter Mooy. Dit familieverband is dus wél bronmatig bewezen.
-
Maarten Jacobsz. Mooy — Callantsoog — commandeur — actief tot en met 1802. In de scheepslaag verbonden met Frankendaal.
-
Pieter Jacobsz. Mooy — Callantsoog — commandeur — 1773–1778 en opnieuw 1786–1793 — zoon van Jacob Mooy en broer van Maarten Jacobsz. Mooy.
Aanvullende lijst AH — Enkhuizen, Nieuwesluis, Oudesluis, Petten en Avenhorn
-
Hendrik Pietersz. — Enkhuizen — commandeur — actief tot en met 1798. Geen achternaam vermeld; daarom niet aan een andere Hendrik Pietersz. koppelen.
-
Cornelis Jansz. Rootjes — Nieuwesluis — commandeur — 1770–1774. Niet gelijkstellen aan Teunis Cornelisz. Root.
-
Pieter Visser — Oudesluis — commandeur — 1774–1780 — voer zowel naar Straat Davis als naar Groenland. Zijn loopbaan hoort dus in beide vaargebiedslagen.
-
Cornelis Vriesman — Petten — commandeur — tot en met 1776, opnieuw 1783–1784 — eveneens zowel Davisstraat als Groenland.
-
Cornelis Winder — Avenhorn — commandeur — actief tot en met 1770 — met Davisstraat-koppeling.
-
Pieter Winder — Avenhorn — commandeur — actief tot en met 1779 — eveneens Davisstraat-koppeling. De bron bewijst hier geen vader-zoonrelatie met Cornelis Winder.
Aanvullende lijst AI — gewone bemanning en lagere officieren
Nu komt een belangrijke laag die in onze lijst nog veel minder compleet is dan de commandeurs.
-
Casper Bakker — speksnijdersmaat — 1786 — daarnaast sloepschipper in het Texelse zeegat; akte 7 februari 1784. Plaats, huwelijk, leeftijd en geloof niet vermeld.
-
Symon Pronk — speksnijdersmaat 1780, later speksnijder 1786 — daarnaast sloepschipper. Niet zonder bewijs aan andere Pronks koppelen.
-
Pieter Jansz. Boot — kok op een walvisvaarder — 1774 en 1775 — later sloeperman; notariële akte 5 maart 1794 — commandeur en schip in deze passage niet genoemd.
-
Pieter van ’t Hoff — matroos walvisvaart — 1789 — daarnaast sloeperman in het Texelse zeegat.
-
Pieter Zeeman — speksnijdersmaat — 1789 — daarnaast sloepschipper. Verdere persoonsgegevens niet vermeld.
-
Jacob Jacobsz. Grooff — bootsman 1787 → harpoenier 1803 — daarnaast sloepschipper. Een duidelijke promotielijn binnen de walvisvaart.
-
Jan Pauw — bootsman — 1789 — daarnaast sloeperman — huwelijk, schip, leeftijd en geloof niet vermeld.
-
Symon Bouwen — matroos 1787 → harpoenier 1802 — daarnaast sloeperman. Dit is opnieuw een goed gedocumenteerde promotie vanuit de gewone bemanning.
-
Jan Dronken — schieman — 1789 — daarnaast sloeperman.
-
Hark Cornelisz. Spits — Den Helder — speksnijdersmaat 1774 → harpoenier 1775, beide reizen bij Claas Hopman — gehuwd met Klaasje Pietersd. Soetelief — daarnaast zeeloods; loodsexamen 21 juni 1755, op 41-jarige leeftijd — in 1781 circa ƒ2.000 gegoed.
-
Willem Tuynzaad — Den Helder — opperkuiper — in 1787 bij commandeur Anthony van Hansleeden — gehuwd met Jannetje Brouwer — volgens de bron nooit commandeur geworden — in 1785 circa ƒ2.000 gegoed.
-
Jan Jacobsz. de Wit — Den Helder — matroos — 1789 bij commandeur Willem Jansz. Borst — gehuwd met Maartje Klaasd. Zeylemaker — in 1795 circa ƒ2.000 gegoed.
Bestaande personen die nu een betere loopbaan krijgen
Deze krijgen geen nieuw nummer, maar moeten wel in onze dubbelen-/loopbaanlijst worden aangescherpt:
- Frederik Gerritsz. Blankman — commandeur → zeeloods → later opnieuw harpoenier.
- Klaas van Dam — 1785 speksnijdersmaat → 1786–1787 speksnijder → 1789 opnieuw lagere rang. De bron gebruikt hem expliciet als voorbeeld van terugval in rang wanneer er geen passende plaats beschikbaar was.
- Cornelis Kamp — commandeur 1794–1798 → harpoenier 1802.
- Lourens Claasz. Keuken — commandeur 1785–1788 → stuurman 1789; later woonachtig in Alkmaar.
- Frans Oom — matroos → volgens de auteur zeer waarschijnlijk stuurman, circa 1789–1803; die waarschijnlijkheid moeten we behouden.
- Geerlof Plas — walvisvaarder → bootsman in koopvaardij → Curaçaovaart 1802/1803.
- Jan Jacobsz. Vroom — stuurman 1789 → commandeur 1792–1794; daarnaast sloeperman.
- Adriaan Cornelisz. de Wit — harpoenier én speksnijdersmaat; daarnaast sloepschipper.
- Gerrit Houvast en Leendert Tilman — harpoeniers; daarnaast in 1793 sjouwerlieden bij het lossen van Rheders Welvaaren.
Daarmee staat onze aanvullende nummering nu op 639.
Belangrijker nog: de bron zegt dat alleen al in 49 monsterrollen uit 1789 212 schepelingen uit Den Helder en Huisduinen zijn gevonden. Daarvan waren 114 officieren. Er ligt dus nog een grote laag gewone matrozen, bootslieden, schiemannen, koks, kuipers, timmerlieden en jongens onder deze lijst.
We zijn dus nog steeds niet klaar.
Deel 1 — Reders, boekhouders en directeurs
-
David Hendrik Rewoel — Hamburg — boekhouder/reder — schip: Juffrouw Klara / Frau Clara — 1777 — commandeur Hidde Dirks Kat.
-
Daniel Gothardt Smidt, weduwe & compagnie — Hamburg — directeur/reder — schip: Mercurius — 1777 — commandeur Hans Christiaan Jaspers.
-
H. Hendrik Brandt — Hamburg — reder/directeur — schip: Het Witte Paard — 1777 — commandeur Marten Jansen.
-
Johan Behn & Compagnie — Hamburg — rederij — schipnaam niet bekend — 1644 — commandeur Hein Nannings — vangst 820 kwartelen traan.
-
L. Kramer — Hamburg — reder — schip: Witte Voß — 1711 — commandeur Meyndert Pietersen Haan.
-
H. Münder — Hamburg — reder — schip: Paradies — 1715–1718 — commandeur Meyndert Pietersen Haan.
-
A. Bruns — Hamburg — reder — schepen: Wappen von Holland en Pelicaen — 1723–1724 — commandeurs Meyndert Pietersen Haan en Jacob Douw.
-
Weduwe J. Beets — Hamburg — rederes/directie — Visser Galley en Hoop op de Walvis — 1719–1723 — commandeur Ticerd Bintjes/Bintgens.
-
P. Möller — Hamburg — reder — Nachtegael — 1720–1722 — commandeur Jacob Douw.
-
Leendert II Dolck — Altona/Hamburg-netwerk — reder/eigenaar — St. Peter — ca. 1691–1702 — commandeur Peter Dolck.
-
Nicolaus Burmester — Hamburg — reder/directeur — St. Laurentius — commandeur Peter Dolck — actief tot 1717.
-
Johann Thumann — Geversdorf — initiatiefnemer/bedrijfsleider — Ost Strom — vanaf 1766 — aandelenmaatschappij; verwerking van walvisspek in Hamburg.
-
Arent Biljet — Hamburg/Bremen — directeur walvisvaart — schip nog niet gekoppeld.
-
Albert Br. Wreede — Hamburg/Bremen — directeur — schip nog niet gekoppeld.
-
Albert Bruins — Hamburg/Bremen — directeur — schip nog niet gekoppeld.
-
Abraham Eschbach — Hamburg/Bremen — directeur — schip nog niet gekoppeld.
-
Barent Berkhy senior — Hamburg/Bremen — directeur — schip nog niet gekoppeld.
-
Barent Berkhy junior — Hamburg/Bremen — directeur — schip nog niet gekoppeld.
-
Cornelis Laurensz. — Hamburg/Bremen — directeur — schip nog niet gekoppeld.
-
David Worms — Hamburg/Bremen — directeur — schip nog niet gekoppeld.
-
Daniel Meinertshaage, weduwe en erven — Hamburg/Bremen — directie/rederij — schip nog niet gekoppeld.
-
Ernst Goverts Pietersz. — Hamburg/Bremen — directeur — schip nog niet gekoppeld.
-
Everard Knubel, weduwe — Hamburg/Bremen — rederij/directie — schip nog niet gekoppeld.
-
Fredrik Waan — Hamburg/Bremen — directeur — schip nog niet gekoppeld.
-
Frans Poppe — Hamburg/Bremen — directeur — schip nog niet gekoppeld.
Deel 2 — Commandeurs
-
Hidde Dirks Kat — Ameland — commandeur — Juffrouw Klara / Frau Clara — Hamburg — 1777 — reder David Hendrik Rewoel — schip door ijs verpletterd.
-
Marten Jansen — Hamburg genoemd — commandeur — Het Witte Paard — 1777 — reder H. Hendrik Brandt — 7 sloepen, 46 eters — schip verloren.
-
Hans Pieters — waarschijnlijk Rømø — commandeur — Sara & Cecilia — 1777 — reder nog onbekend — stierf 20 september 1777 aan scheurbuik/uitputting; schip verloren 30 september.
-
Engelbert Jensen — Rømø — commandeur — Zwei Hermanns — 1777 — schip door ijs verpletterd.
-
Hans Christiaan Jaspers — herkomst nog nader bepalen — commandeur — Mercurius — 1777 — reder Daniel Gothardt Smidt, weduwe & compagnie — schip verloren.
-
Pieter Andersen — Rømø — commandeur — Jacobus — 1777 — schip door ijs verpletterd.
-
Jens Hansen Praest — Rømø — commandeur — Frau Agatha — 1777 — schip al op 3 juni verloren.
-
Albert Jans — Hamburgse commandeur — schipnaam onbekend — 1777 — schip op 18 augustus samen met dat van Pieter Andersen door ijs verbrijzeld.
-
Volkert Boysen — Wyk op Föhr — commandeur — De Sanct Peter — Hamburg — 1773.
-
Meyndert Pietersen Haan — Noord-Fries/Waddengebied — commandeur — Witte Voß 1711, Paradies 1715–1718, Wappen von Holland 1723–1724 — zoekvarianten: M.P. Hahn, M.P. Haan, M. de Haan.
-
Ticerd Bintjes / Bintgens — Friese/Nederlandse achtergrond — commandeur — Visser Galley 1719 en Hoop op de Walvis 1720–1723 — Hamburg — Davisstraat.
-
Jacob Douw — Terschelling — commandeur — Nachtegael 1720–1722 — later Pelicaen 1723 — voer voor verschillende Hamburgse reders.
-
Sybert Jans — Ameland — commandeur — Sara Galley — 1720–1721 — Davisstraat.
-
B. Rykes — herkomst niet vermeld — commandeur — Sara Galley — vóór Sybert Jans — reder nog zoeken.
-
Hein Nannings — herkomst niet vermeld — commandeur — Hamburg — 1644 — schipnaam onbekend — Johan Behn & Compagnie — 820 kwartelen traan.
-
Boh Carstens — Amrum — commandeur — St. Jan Evangelist en De Abraham — Hamburg — vanaf 1666.
-
Jacob Flor — Amrum — commandeur — St. Jacob — ca. 1662–1672 — werd ziek tijdens zijn tiende Groenlandreis.
-
Johann Flor — Amrum — commandeur — St. Jacob — nam commando over van zijn broer Jacob Flor.
-
Jung Rörd Ricklefs — Amrum — commandeur — Bernhardus — 1696–1704 — waarschijnlijk dezelfde als J.R. Riewerts, maar niet definitief bewezen.
-
Peter Dolck — Altona — commandeur — St. Peter en later St. Laurentius — overleed tijdens Groenlandreis.
-
Matthies Claasen — herkomst niet vermeld — commandeur — De Son / De Sonn — Hamburg — 1683–1694 — tien van elf seizoenen als commandeur.
-
Anders Jørgensen — herkomst nog uitwerken — commandeur — Griepenstein, Concordia en Providentia — tussen 1776 en 1792.
-
Knud Andersen/Jørgensen — persoonsvorm nog controleren — commandeur — Zwaan — Hamburg — 1793 — schip met gehele bemanning vergaan.
-
Obbe Itskes / Edskes — Ameland — commandeur — Concordia — vanaf 1754 — ongeveer 25 jaar commandeur; volgens latere bron 52½ walvissen gevangen.
-
Matthias Petersen / Matz Peters — Oldsum op Föhr — commandeur — St. Jan Baptist — Hamburg — 1673 — schip in het ijs verloren.
Restlijst — dubbele en meervoudige functies
- Cornelis Pietersz. Duinker — eerst stuurman, later commandeur; vertelde Zorgdrager persoonlijk over reis langs Oud-Groenland.
- Jacob Hardebil — eerst commandeur, later speksnijder bij Zorgdrager.
- P.P. Pater — commandeur van ’t Raadhuis van Jisp; redde 42 overlevenden van Jan Dirksz. Veen.
- Dirk Jansz. Muizer — commandeur; 1679; walvis- en ijsberenjacht; dodelijk ongeluk met kuiper Simon de Vos.
- Simon de Vos — kuiper; voer onder Dirk Jansz. Muizer; kwam in 1679 om door een walvislijn.
- Dirk Storm — commandeur; 1681–1682; zware ijs- en walvisjachten.
- Gerbrand van der Velde — walvisvaartgezagvoerder; 1684/1686; voer met Jan Dirksz. van der Velde en Martin de Bas.
- Jan Dirksz. van der Velde — gezagvoerder; 1684/1686; schip liep aan de grond maar werd gered en later volgeladen.
- Martin de Bas — gezagvoerder; 1684/1686; onderdeel van dezelfde drie-schepengroep.
- Commandeur Keere — commandeur; Keerens Kaar bij Spitsbergen naar hem genoemd.
Dan maak ik het voortaan zo groot mogelijk per deel. Ik begin meteen met een lange vervolgserie, per functie gegroepeerd, en ik laat dubbelen/meervoudige functies onderaan terugkomen.
Deel 3 — Reders, boekhouders en directeurs
-
Mattheus Rees — Dordrecht — hoofdreder/boekhouder — actief in de Groenlandvaart — verbonden aan onder meer Spitsbergen, De Witte Leeuw, De Juffrouw Catharina, ’t Dordts Lam, ’t Wapen van Rijnland, De Nicolaas en De Vier Gezusters. Overleden vóór de latere voortzetting door weduwe en zonen.
-
Weduwe Mattheus Rees — Dordrecht — rederes/boekhoudersfunctie — zette na het overlijden van Mattheus Rees de rederij voort.
-
Zonen van Mattheus Rees — Dordrecht — medereders — traden met de weduwe op in de voortgezette rederij.
-
Marten Loman — Amsterdam — hoofdreder/directeur — schip nog niet aan deze vermelding gekoppeld.
-
Muus Mannis — Jisp — hoofdreder/directeur — schip nog niet aan deze vermelding gekoppeld.
-
Marten Mol — Jisp — hoofdreder/directeur.
-
Nicolaus Montauban junior — Rotterdam — hoofdreder/directeur.
-
Nanning Teunisz. — De Rijp — hoofdreder/directeur.
-
Pedro Roegiers — Rotterdam — hoofdreder/directeur.
-
Pieter Jacobus Kops — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
-
Abraham Kops — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
-
Philip d’Orville — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
-
Pieter Verniers — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
-
Pieter Kaarsgieter — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
-
Jan Riethoven — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
-
Pieter van Dorsten — Amsterdam — hoofdreder/directeur — overleden.
-
Erven Pieter van Dorsten — Amsterdam — voortgezette rederij/directie.
-
Pieter Bock — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
-
Pieter Mol — Jisp — hoofdreder/directeur.
-
Pieter Kool — Beverwijk — hoofdreder/directeur.
-
Roelof Eelbo — Rotterdam — hoofdreder/directeur.
-
Anthoni Eelbo — Rotterdam — hoofdreder/directeur.
-
Royestein — Amsterdam — hoofdreder/directeur — voornaam niet vermeld.
-
De Vries — Amsterdam — hoofdreder/directeur — voornaam niet vermeld.
-
Ringenberg — Amsterdam — hoofdreder/directeur — voornaam niet vermeld.
-
Bosch — Amsterdam — hoofdreder/directeur — voornaam niet vermeld.
-
Simon de Lange — Jisp — hoofdreder/directeur.
-
A. Kriekeboom — Jisp — hoofdreder/directeur — voornaam niet volledig vermeld.
-
Teunis Winding — De Rijp — hoofdreder/directeur.
-
Willem van Os — Rotterdam — hoofdreder/directeur.
-
Willem Bruigom — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
-
Simon Jongewaart — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
-
Willem van Hoogstraten — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
-
Ysbrand van Grieken — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
-
Zeger Mol — Jisp — hoofdreder/directeur.
-
Zeger Vettes — De Rijp — hoofdreder/directeur.
-
Cornelis Muuze Blaauw — Edam — hoofdreder/directeur. Belangrijke correctie: Edam, niet Uitgeest.
-
Jan Jacobsz. Mol — Jisp — hoofdreder/directeur en tevens gecommitteerde “wegens Jisp”.
-
Cornelis Eenhoorn — De Rijp — hoofdreder/directeur en gecommitteerde “wegens De Rijp”.
-
Willem Bastiaensz. — Rotterdam — zeer belangrijke reder/boekhouder en gecommitteerde. In 1683 boekhouder van zeven Rotterdamse schepen: De Gidion, De Visscher, De Hoop, Abrahams Offerhande, De Rotterdammer Kerk, De Oranjen Boom en ’t Wapen van Haerlem. Daarnaast vijf schepen onder het aparte plaatskopje Texel.
-
Jacob Danen — Rotterdam — boekhouder van De Swarte Leeuw, De Roo Leeuw, De Groenlantsz. Visserij en Galjoot Hollandia in 1683.
-
Pieter Korff — Rotterdam — boekhouder van De Mercurius, De Vreeden, Den Burgh van Leyden en een naamloze hoecker in 1683.
-
Pieter van Allemonde — Rotterdam — boekhouder van Provintie van Uitrecht, Prins Hendrick en De Bontekray.
-
Jean Selkart — Rotterdam — boekhouder van ’t Wapen van Schielant en Den Brouwer.
-
Isaac Harel — Rotterdam — boekhouder van De Liefden.
-
Willem Wagtmans — Rotterdam — boekhouder van De 7 Provintie.
-
Wouter Roos — Rotterdam — boekhouder van De Haes.
-
Rogiers — Rotterdam — boekhouder van De Witte Arent — voornaam ontbreekt.
-
Jan van Dam — Rotterdam — boekhouder van ’t Wapen van Bordeaux.
-
Hendrik Bol — Rotterdam — boekhouder van ’t Witte Lam.
-
Job Roos — Rotterdam — boekhouder van De Kroon.
-
Isaac Verdoes — Rotterdam — boekhouder van St. Antony de Padua.
-
Jan van Heemsing — Rotterdam — boekhouder van ’t Lant van Belofte.
-
Dirk Vettekeuke — Rotterdam — boekhouder van St. Jan.
-
Gerrit Brakel — Rotterdam — boekhouder van St. Nicolaes.
-
J. du Cleeff — Rotterdam — boekhouder van De Gulde Vreede — voornaam niet volledig.
-
Cornelis Houtman — Rotterdam — boekhouder van De Bartolomeus.
-
Pieter van Taerling — Amsterdam — boekhouder van vier schepen in 1683: ’t Wapen van Leyden, De Stadt Leyden, ’t Raadhuis van Leyden en De Burg van Leyden.
-
Michiel Brouwer — Amsterdam — boekhouder van De Eendragt, De Lieve Vrouw en Galjoot Tobias.
-
Meyndert Salm — Amsterdam — boekhouder van De Salm, De Vergulde Melk-meyd, ’t Wapen van Amsterdam en De Blaauwe Pot.
-
Cornelis Bleeker — Amsterdam — boekhouder van De Schol en De Ruyter.
-
Jan Cornelisze Beets — Amsterdam — boekhouder van Juffrouw Geertruy.
-
Dirk Cornelisz. Bleyker — Amsterdam — boekhouder van ’t Gekroonde Schaap.
-
Hendrik Bentem — Amsterdam — boekhouder van ’t Nieuwe Eyland.
-
Pieter Jansz. Schols — Amsterdam — boekhouder van De Goude Leeuw.
-
Pieter van Breda — Amsterdam — boekhouder van Uylenburg en ’t Kasteel van Breda.
-
Iken Albertsz. Doornekroon — Amsterdam — boekhouder van De Walvis en De Sint Jan.
-
Adriaan Maartensz. — Amsterdam — boekhouder van De Agnieta. Commandeur wordt vrijwel gelijk gespeld; identiteit nog niet bewezen.
-
Adriaan Rietvelt — Amsterdam — boekhouder van ’s Lands Welvaren en De Pluym-graaf.
-
Symon Tengnagel — Amsterdam — boekhouder van De Wintbont en Aletta Maria.
-
Jan Mortier — Amsterdam — boekhouder van Jupiter en De Nieuwe Stads-Herbergh.
-
Nicolaes Eyckelenberg — Amsterdam — boekhouder van De Nieuwe Hoop op de Walvis.
-
Luycas Hidding — Amsterdam — boekhouder van Galjoot De Blaeuwe Leeuw.
-
Eldert de Weer — Amsterdam — boekhouder van De Fortuyn.
-
Nicolaes de Leeuw — Amsterdam — boekhouder van Slooterdijk.
-
Johannes Reygenbos — Amsterdam — boekhouder van De Vrede.
-
Jan Blom — Amsterdam — boekhouder van De Elijsabet. Commandeur heet eveneens Jan Blom; mogelijk dubbele rol maar nog niet bewezen.
-
Daniel de Jongh — Hoorn — boekhouder van De Goude Leeuw, De Blaeuwe Klock, De Stad Weesp en De Brouwery.
-
De Heer Beverwijck — Hoorn — boekhouder van De Mattheus, Schelinchout, ’t Witte Lam en De Jonge Keyser.
-
Cornelis Jacobsz. Oegh — Hoorn — boekhouder van De Oude Meremin, De Jonge Smient, De St. Nicolaes en De Hoop.
-
Jan de Pot — Hoorn — boekhouder van De Hout-tuyn, De Blaeuwe Reyger, De Land-meter en De Maria.
-
Luyckas Bastiaensz. — Hoorn — boekhouder van De Drie Zeyl-dragers en De Wilde Man.
-
Jacob Blauw — Hoorn — boekhouder van De Witte Eenhoorn en De Wijn-bergh.
-
Elbert Langewagen — Hoorn — boekhouder van De Meremin en De Haas.
-
Jan Dircksz. Veen — Hoorn — boekhouder én commandeur van West-Vrieslandt volgens de bron.
-
Pieter Boendermaker — Hoorn — boekhouder van De Vis-korf.
-
Pieter Blaeuw — Hoorn — boekhouder van De Baars.
-
Ysbrandt Muys — Hoorn — boekhouder van De Spiegel.
-
Cornelis Cornelisz. Blauw — Hoorn — boekhouder van De Vergulde Klock.
-
Jacob Schram — Hoorn — boekhouder van De Kousse-kramer.
-
Willem Jansz. Roos — Hoorn — boekhouder van De Blauwe Sleutel.
-
Mattheus van den Broek — Dordrecht — boekhouder van De Dortse Beurs in 1683.
-
Pieter de Bruyn — Dordrecht — boekhouder van De Vergulde Ruyter en ’t Huys te Merwen in 1683.
-
Symon de Vries — Dordrecht — boekhouder van De Brouwer en ’t Wapen van Dort.
-
Willem Nachtegael — Dordrecht — boekhouder van De Vliegende Arend en De Stadt Dort in 1683.
-
Jacob van Nieuwenburgh — Dordrecht — boekhouder van De Hoop op de Walvis.
-
Pieter Buys — Dordrecht — boekhouder van De Prins van Oranjen.
-
Pieter Cloens — Dordrecht — boekhouder van Sichtenburgh.
-
Jan Cloens — Dordrecht — boekhouder van De Maegt van Dort.
-
Christiaen Backus — Dordrecht — boekhouder van De Munt van Hollandt.
-
Jacob van Haerlem — Dordrecht — boekhouder van De Harinck.
-
Alewijn Koningh — Schiedam — boekhouder van De Margrieta en De Susanna.
-
Jan Waarts — Delfshaven — boekhouder van Evangelist Marcus.
-
Gerrit Vyg — Delfshaven — boekhouder van een naamloze buis.
-
Cornelis Boon — Delfshaven — boekhouder van een tweede naamloze buis.
-
Cr. en Teun. Aldert Heertjes — Knollendam — boekhouders volgens brontekst van De Kooten-kopers, Knollendam en De Goude Man. Voorletters/voornamen niet verder aanvullen.
-
Burgermeester Admirael — Enkhuizen — boekhouder/reder van De Admirael Tromp.
-
Frederick Proost — Enkhuizen — boekhouder van De Maeght van Enckhuysen en De Brander.
-
Cornelis Haeck — Enkhuizen — boekhouder van De Sint Jan Baptist.
-
Meester Saggereys — Enkhuizen — boekhouder van Galjoot De Hoop.
-
Sybrant Woutersz. — Enkhuizen — boekhouder van Galjoot De Visser.
-
Cornelis Tamisz. Veen — Medemblik — boekhouder van De Hoop en De Vader.
-
Seger Kasterkom — Medemblik — boekhouder van De Lijnbaen en De Hen.
-
Gerrit Kalf — Medemblik — boekhouder van ’t Wapen van Medenblick.
-
Nicolaes Ryckers — Medemblik — boekhouder van De Haeringh.
-
Burgemeester Reyer Buysman — Edam — boekhouder van De Schakelaer.
-
Secretaris Pieter Maat — Edam — boekhouder van De Vryheyt.
-
Gerrebrant Boes — Edam — boekhouder van De Sinte Nicolaes en De Sinte Christoffel.
-
Dirck Baan — Edam — boekhouder van De Hoop.
-
Symon Willemsz. — Zeeland — boekhouder van De Morgen-Star.
-
Daniel van Hoorn — Zeeland — boekhouder van De Fortuyn.
-
Fransois Christiaansz. — Zeeland — boekhouder van Susanna Margarita.
Deel 4 — Commandeurs
-
Crijn Jacobsz. — commandeur — De Goude Leeuw — Hoorn — 1683 — boekhouder Daniel de Jongh.
-
Teunis Harksz. — commandeur — De Blaeuwe Klock — Hoorn — 1683.
-
Pieter Woutersz. Rentenier — commandeur — De Stad Weesp — Hoorn — 1683.
-
Dirck Jansz. Reus — commandeur — De Brouwery — Hoorn — 1683.
-
Maerten Marckersz. — commandeur — De Mattheus — Hoorn — 1683.
-
Cornelis Adriaensz. Lantaern — commandeur — Schelinchout — Hoorn — 1683.
-
Meyndert Claesz. — commandeur — ’t Witte Lam — Hoorn — 1683.
-
Pieter Martensz. Moy — commandeur — De Jonge Keyser — Hoorn — 1683.
-
Jacob Schouten — commandeur — De Oude Meremin — Hoorn — 1683.
-
Cornelis Teuwisz. — commandeur — De Jonge Smient — Hoorn — 1683.
-
Jan Swemmer — commandeur — De St. Nicolaes — Hoorn — 1683.
-
Cornelis Pyper — commandeur — De Hoop — Hoorn — 1683.
-
Claes Claesz. — commandeur — De Hout-tuyn — Hoorn — 1683.
-
Jan Claesz. — commandeur — De Blaeuwe Reyger — Hoorn — 1683.
-
Jacob Pietersz. — commandeur — De Land-meter — Hoorn — 1683.
-
Evert — commandeur — De Maria — Hoorn — 1683 — alleen voornaam vermeld; patroniem/achternaam onbekend.
-
Tiede Tiedesz. — commandeur — De Drie Zeyl-dragers — Hoorn — 1683.
-
Jencke Reyns — commandeur — De Wilde Man — Hoorn — 1683.
-
Muys Gerritsz. — commandeur — De Witte Eenhoorn — Hoorn — 1683.
-
Claes Wijnbergh — commandeur — De Wijn-bergh — Hoorn — 1683.
-
Dirck Pietersz. — commandeur — De Meremin — Hoorn — 1683.
-
Jan Dircksz. Veen — commandeur én boekhouder — West-Vrieslandt — Hoorn — 1683.
-
Jan Teunisz. Prins — commandeur — De Vis-korf — Hoorn — 1683.
-
Cornelis Baers — commandeur — De Baars — Hoorn — 1683.
-
Frederick Haen — commandeur — De Spiegel — Hoorn — 1683.
-
Cornelis Jacobsz. Coogh — commandeur — De Vergulde Klock — Hoorn — 1683.
-
Muys Reyndersz. — commandeur — De Kousse-kramer — Hoorn — 1683.
-
Claes Pietersz. Smit — commandeur — De Blauwe Sleutel — Hoorn — 1683.
-
Jeroen Manuels — commandeur — De Dortse Beurs — Dordrecht — 1683.
-
Jan Martensz. — commandeur — Spitsbergen — Dordrecht — 1683.
-
Jacob Wartellaer — commandeur — De Vergulde Ruyter — Dordrecht — 1683.
-
Jan van ’t Wyver — commandeur — ’t Huys te Merwen — Dordrecht — 1683.
-
Jacob Leuter — commandeur — De Brouwer — Dordrecht — 1683.
-
Ary Half-kaak — commandeur — ’t Wapen van Dort — Dordrecht — 1683.
-
Aernout Aernoutsz. — commandeur — De Vliegende Arend — Dordrecht — 1683.
-
Gerrit Maert. van Cadoele — commandeur — De Stadt Dort — Dordrecht — 1683.
-
Jan Block — commandeur — De Hoop op de Walvis — Dordrecht — 1683.
-
Pruyk — commandeur — De Prins van Oranjen — Dordrecht — 1683 — alleen naamvorm Pruyk.
-
Pieter Jacobsz. Block — commandeur — Sichtenburgh — Dordrecht — 1683.
-
Maerten Been — commandeur — De Maegt van Dort — Dordrecht — 1683.
-
Pieter Parne — commandeur — De Munt van Hollandt — Dordrecht — 1683.
-
Willem Jansz. Schodt — commandeur — De Harinck — Dordrecht — 1683.
-
Cornelis Hartigh — commandeur — De Margrieta — Schiedam — 1683.
-
Pieter Kalckman — commandeur — De Susanna — Schiedam — 1683.
-
Huyg Arnoutsz. — commandeur — Evangelist Marcus — Delfshaven — 1683.
-
Pieter Jansz. van der Velde — commandeur — naamloze buis — Delfshaven — 1683.
-
Abraham Mobel — commandeur — tweede naamloze buis — Delfshaven — 1683.
-
Symon Cornelisz. — commandeur — Den Herder — Texel — 1683.
-
Jan Symensz. — commandeur — De Witte Valck — Texel — 1683.
-
Hendrick Symensz. — commandeur — De Witte Beer — Texel — 1683.
-
Gerard Pietersz. Tortel — commandeur — West-Vlielandt — Texel — 1683.
-
Claes Symensz. — commandeur — De Ruyter — Texel — 1683.
-
Aldert Dircksz. — commandeur — De Kooten-kopers — Knollendam — 1683.
-
Pieter Cornelisz. Dijck — commandeur — Knollendam — 1683.
-
Jan Gerritsz. Aerdig — commandeur — De Goude Man — Knollendam — 1683.
-
Thijs Corver — commandeur — De Admirael Tromp — Enkhuizen — 1683.
-
Andries Schol — commandeur — De Maeght van Enckhuysen — Enkhuizen — 1683.
-
Claes Olphersz., “groote Claes” — commandeur — De Brander — Enkhuizen — 1683.
-
Luytjen Hooft — commandeur — De Sint Jan Baptist — Enkhuizen — 1683.
-
Willem Reynders — commandeur — Galjoot De Hoop — Enkhuizen — 1683.
-
Ariaen de Zeeuw — commandeur — Galjoot De Visser — Enkhuizen — 1683.
-
Pieter Kreynsz. Schoon — commandeur — De Hoop — Medemblik — 1683.
-
Jacob Lakenman — commandeur — De Vader — Medemblik — 1683.
-
Teunis Claesz. Spits — commandeur — De Lijnbaen — Medemblik — 1683.
-
Pieter Kool — commandeur — De Hen — Medemblik — 1683.
-
Cornelis Stevensz. Vader — commandeur — ’t Wapen van Medenblick — Medemblik — 1683.
-
Jacob Hardebil — commandeur — De Haeringh — Medemblik — 1683; later ook speksnijder bij Zorgdrager.
-
Claes Claesz. Cuyper — commandeur — De Schakelaer — Edam — 1683.
-
Paris Jacobsz. — commandeur — De Vryheyt — Edam — 1683.
-
Jan Tuyn — commandeur — De Sinte Nicolaes — Edam — 1683.
-
Cornelis Jansz. van Ent — commandeur — De Sinte Christoffel — Edam — 1683.
-
Dirck Loefsz. — commandeur — De Hoop — Edam — 1683.
-
Cornelis Rijks — commandeur — De Morgen-Star — Zeeland — 1683.
-
Jacob Willemsz. — commandeur — De Fortuyn — Zeeland — 1683.
-
Huibregt Huibregtsz. — commandeur — Susanna Margarita — Zeeland — 1683.
-
Willem Cornelisz. Bouwen — commandeur — De Bloem-Thuyn — Saerdam — 1683.
-
Cornelis Pietersz. Smit — commandeur — De Swarte Raven — Saerdam — 1683.
-
Jan Folkersz. — commandeur — ’t Bonte Kalf — Saerdam — 1683.
-
Dirck Jansz. Muyser — commandeur — De Muyser — Saerdam — 1683. Mogelijk dezelfde persoon als Dirk Jansz. Muizer uit Zorgdragers rampenverhaal; identiteit nog niet automatisch gelijkstellen.
-
Jan de Jager — commandeur — De Stadt Deventer — Saerdam — 1683.
-
Dirck Storm — commandeur — De Stuurman — Saerdam — 1683; ook afzonderlijk door Zorgdrager beschreven voor gevaarlijke ijs- en walvisjachten in 1681–1682.
-
Hendrick Willemsz. — commandeur — ’t Huys Kronenburgh — Saerdam — 1683.
-
Claes Storm — commandeur — De Walvis — Saerdam — 1683.
-
Adriaen Kluyt — commandeur — Pro Patria — Saerdam — 1683.
-
Christiaen de Kuyper — commandeur — De Liefde — Saerdam — 1683.
-
Cornelis Louwsz. — commandeur — De Maria — Saerdam — 1683.
-
Jacob Salm — commandeur — De Blaeuwe Arendt — Saerdam — 1683.
-
Hendrick Pietersz. — commandeur — De Edelman in de Vis-korf — Saerdam — 1683.
-
Tys Pietersz. — commandeur — De Ruyter — Saerdam — 1683.
-
Pieter de Jager — commandeur — De Vracht-schuyt — Saerdam — 1683.
-
Dirck Alewijnsz. — commandeur — De Kock — Saerdam — 1683.
-
Jan Teunisz. — commandeur — De Sparre-boom — Saerdam — 1683.
-
Claes Buys — commandeur — De Princesse d’Oranje — Saerdam — 1683.
-
De Jonge Rootheer — commandeur — De Coog — Saerdam — 1683 — volledige persoonsnaam nog zoeken.
-
Jacob Hendricksz. — commandeur — De Bleeckster — Saerdam — 1683.
-
Cornelis Pot — commandeur — De Stadt Hamborgh — Saerdam — 1683.
-
Claes Pietersz. Backer — commandeur — De Gekroonde Vrede — Saerdam — 1683.
-
Abraham Tomasz. de Jager — commandeur — De Oude Christoffel — Saerdam — 1683.
-
Cornelis Jacobsz. Jonas — commandeur — De Jonge Tobyas — Saerdam — 1683.
-
Jan Sytwint — commandeur — ’s Werelds Loon — Saerdam — 1683.
-
Jan de Vlaming — commandeur — De Wilt-schutter — Saerdam — 1683.
-
Gerrit Pranger — commandeur — De Son — Saerdam — 1683.
-
Pieter Pietersz. Waart — commandeur — ’t Wapen van Hamburgh — Saerdam — 1683.
-
Claes Aghes — commandeur — De Albertus — Saerdam — 1683.
-
Pieter Puykes — commandeur — ’t Schip Westsanen — Westzaan — 1683.
-
Noom Jan — commandeur — De Stadt Nimwegen — Westzaan — 1683.
-
Piet Sara — commandeur — De Liefde — De Koog — 1683.
-
Aris Ceesen — commandeur — De Geele Klock — De Koog — 1683.
-
Tromp — commandeur — De Groene Klock — De Koog — 1683.
-
De Graeuwe Heynst — commandeur — De Bloem — De Koog — 1683. Belangrijke correctie: geen schip, maar commandeur.
-
Pieter Cornelisz. Kindt — commandeur — ’t Geele Paert — Zaandijk — 1683.
-
Pop van Schermer — commandeur — De Bonte Walvis — Zaandijk — 1683.
-
Albert Claesz. Sopje — commandeur — De Witte Papier Molen — Zaandijk — 1683.
-
Cornelis Claesz. — commandeur — De Vergulde Bye-korf — Zaandijk — 1683.
-
Albert van ’t Oog — commandeur — De Saendijck — Zaandijk — 1683.
-
Kemp Jansz. van Texel — commandeur — De Vergulde Duyf — Zaandijk — 1683.
-
Claes van Marcken — commandeur — Marcken binnen — Zaandijk — 1683.
-
Ariaen Botter — commandeur — De Lamoen-boom — Zaandijk — 1683.
-
Cornelis Olfertsz. — commandeur — De Stadt Breda — Zaandijk — 1683.
-
Claes Langh — commandeur — De Christoffel — Zaandijk — 1683.
-
Cornelis Claesz. Drijven — commandeur — De Caprave — Zaandijk — 1683.
-
Jacob Jansz. Gruys — commandeur — De Salm — Uitgeest — 1683.
-
Albert Gijsen — commandeur — De Oude Lijnbaen — Uitgeest — 1683.
-
Jacob Jansz. Citsert — commandeur — ’t Wapen van Uytgeest — 1683.
-
Garmet Claesz. Kabel — commandeur — ’t Noordse Bos — Uitgeest — 1683.
-
Jan Jansz. Hart — commandeur — De Steur — Uitgeest — 1683.
-
Lukas Jansz. Citsert — commandeur — ’s Werelds Loon — Uitgeest — 1683.
-
Gerrit Gerritsz. — commandeur — ’t Wapen van Leyden — Amsterdam — 1683.
-
Gerrit Bakker — commandeur — De Stadt Leyden — Amsterdam — 1683.
-
Floris Heertjes — commandeur — ’t Raadhuis van Leyden — Amsterdam — 1683.
-
Cornelis Eelmersz. — commandeur — De Burg van Leyden — Amsterdam — 1683.
-
Gerrit Ysbrantsz. — commandeur — De Eendragt — Amsterdam — 1683.
-
Klaas Symonsz. — commandeur — De Lieve Vrouw — Amsterdam — 1683.
-
Symon Olphertsz. — commandeur — Galjoot Tobias — Amsterdam — 1683.
-
Cornelis Jansz. Tangh — commandeur — De Salm — Amsterdam — 1683.
-
Willem Pietersz. Pink — commandeur — De Vergulde Melk-meyd — Amsterdam — 1683.
-
Denijs Symonsz. — commandeur — ’t Wapen van Amsterdam — Amsterdam — 1683.
-
Visscher — commandeur — De Blaauwe Pot — Amsterdam — 1683 — voornaam/patroniem ontbreekt.
-
Bouwe Scholters — commandeur — De Schol — Amsterdam — 1683.
-
Jan Gerritsz. — commandeur — De Ruyter — Amsterdam — 1683.
-
Cornelis de Zeeuw — commandeur — Juffrouw Geertruy — Amsterdam — 1683.
-
Jan Jansz. Ridder — commandeur — ’t Gekroonde Schaap — Amsterdam — 1683.
-
Heere Wijbes — commandeur — ’t Nieuwe Eyland — Amsterdam — 1683.
-
Outgert Jansz. Kitsert — commandeur — De Goude Leeuw — Amsterdam — 1683.
-
Cornelis Jansz. Waag — commandeur — Uylenburg — Amsterdam — 1683.
-
Marten Arisz. Bakker — commandeur — ’t Kasteel van Breda — Amsterdam — 1683.
-
Jan Dirksz. Rijkersz. — commandeur — De Walvis — Amsterdam — 1683.
-
Cornelis Dirksz. Rijckersz. — commandeur — De Sint Jan — Amsterdam — 1683.
-
Adriaan Martensz. — commandeur — De Agnieta — Amsterdam — 1683 — mogelijk dezelfde persoon als boekhouder Adriaan Maartensz.; niet bewezen.
-
Sybrandt Agges — commandeur — ’s Lands Welvaren — Amsterdam — 1683.
-
Bouwe Martensz. — commandeur — De Pluym-graaf — Amsterdam — 1683.
-
Jan Tamesz. Visser — commandeur — De Wintbont — Amsterdam — 1683.
-
Cornelis Jansz. de Boer — commandeur — Aletta Maria — Amsterdam — 1683.
-
Claes Vleysman — commandeur — Jupiter — Amsterdam — 1683.
-
Renk Cornelisz. — commandeur — De Nieuwe Stads-Herbergh — Amsterdam — 1683.
-
Cornelis Jansz. Roele — commandeur — De Nieuwe Hoop op de Walvis — Amsterdam — 1683.
-
Jelle Siercksz. — commandeur — Galjoot De Blaeuwe Leeuw — Amsterdam — 1683.
-
Reyndert Gerbrandsz. — commandeur — De Fortuyn — Amsterdam — 1683.
-
Dirk Evertsz. — commandeur — Slooterdijk — Amsterdam — 1683.
-
Poulus Tamesz. — commandeur — De Vrede — Amsterdam — 1683.
-
Jan Blom — commandeur — De Elijsabet — Amsterdam — 1683 — mogelijk tevens boekhouder.
Restlijst — dubbelen en meerdere functies
- Jan Dircksz. Veen — boekhouder én commandeur van West-Vrieslandt.
- Jacob Hardebil — commandeur → later speksnijder.
- Cornelis Pietersz. Duinker — stuurman → commandeur; later mogelijk eigen stuurman.
- Dirk Storm — zowel in 1683-vlootlijst als in Zorgdragers afzonderlijke ramp-/jachtverhalen.
- Dirk Jansz. Muyser / Muizer — mogelijk dezelfde persoon in de Saerdamse vlootlijst en Zorgdragers verhaal van 1679; nog niet definitief gelijkstellen.
- Adriaan Maartensz. / Adriaan Martensz. — boekhouder en commandeur bij De Agnieta; mogelijk één persoon, nog onbewezen.
- Jan Blom — boekhouder en commandeur bij De Elijsabet; dubbele rol mogelijk, nog bevestigen.
- Willem Bastiaensz. — Rotterdamse reder/gecommitteerde én boekhouder van aparte Texelse scheepsgroep.
- Jan Jacobsz. Mol — reder/directeur én gecommitteerde wegens Jisp.
- Cornelis Eenhoorn — reder/directeur én gecommitteerde wegens De Rijp.
- Peter Dolck — commandeur op meerdere schepen en voor verschillende reders.
- Meyndert Pietersen Haan — commandeur op meerdere Hamburgse schepen en voor meerdere reders.
- Jacob Douw — commandeur op meerdere Hamburgse schepen en wisselde rederij/vangstgebied.
- Boh Carstens — commandeur op minstens twee Hamburgse schepen.
- Jacob Flor → Johann Flor — twee broers als opeenvolgende commandeurs op St. Jacob.
Deel 5 — Commandeurs, verder vanaf 334
-
Jan Claesz. Mars — commandeur — De St. Jacob — De Rijp — 1683 — boekhouder Jacob Arisz. Tuck.
-
Ariaen Appel — commandeur — De Vergulde Appel — De Rijp — 1683 — boekhouder niet afzonderlijk herhaald in de bronregel.
-
Willem Sloof — commandeur — De Swaen — De Rijp — 1683 — boekhouder Cornelis Jansz. Nomes.
-
Willem Vet — commandeur — De Houtkooper — De Rijp — 1683 — boekhouder Jacob Jansz. Stuyt.
-
Cornelis Maertensz. Boer — verbonden aan Abrams Offerhande — De Rijp — 1683 — exacte rolverdeling boekhouder/commandeur in de eerdere transcriptie nog controleren.
-
Dirck Hartoch — verbonden aan De Jonge Tobyas — De Rijp — 1683 — exacte boekhoudersregel nog controleren.
-
Teunis Nannings — commandeur — De 2 Zeylemakers — De Rijp — 1683 — boekhouder Cornelis Jansz. Wighout.
-
Fem Jansz. — verbonden aan De Emaus Gangers — De Rijp — 1683 — exacte functie binnen de tabelregel nog controleren.
-
Maerten Cornelisz. — commandeur — De Vergulden Duyf — De Rijp — 1683 — boekhouder Jacob Dircksz.
-
Jacob Teunisz. Windsch — commandeur — De Brandende Keers — De Rijp — 1683 — boekhouder Cornelis Florisz. Kaers.
-
Jan Krieck — verbonden aan Prins Willem — De Rijp — 1683 — exacte boekhouders-/commandeursplaats nog controleren.
-
Jan Meynertsz. Pelt — commandeur — Bartholomeus — De Rijp — 1683 — boekhouder Bartel Dircksz.
-
Cornelis Pronck — verbonden aan De Gortmoolen — De Rijp — 1683 — exacte tabelrol nog controleren.
-
Cornelis Willemsz. Wit — verbonden aan De Karsseboom — De Rijp — 1683 — functie in bronregel nog controleren.
-
Cornelis Willemsz. Beck — commandeur — ’t Slot Dessau — De Rijp — 1683 — boekhouder Gerrit Tromp.
-
Cornelis Bles — verbonden aan ’t Swarte Paert — De Rijp — 1683 — exacte rol nog controleren.
-
Pieter Ouwelsz. Prins — commandeur — De Gerechtigheit — De Rijp — 1683 — boekhouder Jan Maertensz. Kik.
-
Jasper Knary — commandeur — Bergen op Soom — De Rijp — 1683 — boekhouder Jacob Pietersz. Buysman.
-
Maerten Claesz. — commandeur — De Aecker — De Rijp — 1683 — boekhouder Cornelis Symesz. Boel.
-
Pieter Mart. uit Noordend — commandeur — De Ackerslooter Kerck — De Rijp — 1683 — boekhouder Cornelis Jansz. Kat.
-
Jacob Kok — commandeur — ’t Land van Beloften — De Rijp — jaar buiten de 1683-kern nog nader bepalen — verbonden aan Rijper rederij.
Jisp — commandeurs en scheepskoppelingen
-
Jacob Jansz. Mol — commandeur — De Decker — Jisp — 1683 — boekhouder Jacob Dirksz. Deck.
-
Claes de Valck — verbonden aan De Valck — Jisp — 1683 — exacte boekhouder/commandeurpositie nog controleren.
-
Jacob Jansz. Mol — commandeur — ’t Raedhuys van Jisp — Jisp — 1683 — boekhouder P.P. Pater. Deze vermelding apart behouden ondanks dezelfde naam als nr. 355.
-
Lucas de Lange — commandeur — De Graeuwe Hengst — Jisp — 1683 — boekhouder Peter van Warder.
-
Lucas de Lange — commandeur — ’t Witte Paerdt — Jisp — 1683 — boekhouder Groote Krelis. Tweede afzonderlijke scheepsvermelding.
-
Jan Heertjes — commandeur — De Swemmer — Jisp — 1683 — boekhouder Jacob Swem.
-
Jan Heertjes — commandeur — De Witte Molen — Jisp — 1683 — boekhouder Pil Jansz.
-
Jan Molsen — commandeur — ’t Dorp Jisp — Jisp — 1683 — boekhouder Maerten Jansz. Smit.
-
Jan Molsen — commandeur — De Winter — Jisp — 1683 — boekhouder Pieter Winter.
-
Jan Jacobsz. Mol — commandeur — De Nachtegael — Jisp — 1683 — boekhouder Jan Reyersz.
-
Jan Jacobsz. Mol — commandeur — De Somer — Jisp — 1683 — boekhouder Cornelis Ruygh.
-
Leendert Colleman — commandeur — De Vergulde Arendt — Jisp — 1683 — boekhouder Arien Claesz.
-
Leendert Colleman — commandeur — De Kaes-koper — Jisp — 1683 — boekhouder Cornelis Florisz.
-
Leendert Colleman — commandeur — De Broker van Sardam — Jisp — 1683 — boekhouder Pieter Jacobsz. Bobbeldijck. Belangrijk: schip staat onder Jisp ondanks “Sardam” in de naam.
-
Leendert Colleman — commandeur — De Slachter — Jisp — 1683 — boekhouder Lubbert Jacobsz.
-
Pieter Oly — commandeur — De Mol-bergh — Jisp — 1683 — boekhouder Jan Balck.
-
Derck Dircksz. — commandeur — De Prudt-koper — Jisp — 1683 — boekhouder Claes Jacobsz. Schoenmaker.
-
Hendrick Bruinsz. — Jisp — commandeur/rederijverbinding — Het Swarte Paert — 1661 — precieze reder nog onbekend.
-
Commandeur onbekend — De Jisper Kerck — Jisp — 1659 — personen nog verder uitzoeken.
Rotterdam 1683 — commandeurs die nog niet in eerdere blokken stonden
-
Mathijs Pietersz. — commandeur — De Gidion — Rotterdam — 1683 — boekhouder Willem Bastiaensz.
-
Symon Luff — commandeur — De Visscher — Rotterdam — 1683 — Willem Bastiaensz.
-
Botte Jansz. — commandeur — De Hoop — Rotterdam — 1683.
-
Jan Pietersz. — commandeur — Abrahams Offerhande — Rotterdam — 1683.
-
Dirck Pietersz. — commandeur — De Rotterdammer Kerk — Rotterdam — 1683.
-
Root haar — commandeur — De Oranjen Boom — Rotterdam — 1683 — naamvorm nog uit bron controleren.
-
Esau Jansz. — commandeur — ’t Wapen van Haerlem — Rotterdam — 1683.
-
Cornelis Claesz. Groen — commandeur — De Swarte Leeuw — Rotterdam — 1683 — boekhouder Jacob Danen.
-
Jan Jansz. van der Velde — commandeur — De Roo Leeuw — Rotterdam — 1683.
-
Lens Harmensz. — commandeur — De Groenlantsz. Visserij — Rotterdam — 1683.
-
Jan Cornelissz. Haringvanger — commandeur — Galjoot Hollandia — Rotterdam — 1683.
-
Roelof Roelofz. — commandeur — De Mercurius — Rotterdam — 1683 — boekhouder Pieter Korff.
-
Thijs Jansz. — commandeur — De Vreeden — Rotterdam — 1683.
-
Cornelius Willemsz. — commandeur — Den Burgh van Leyden — Rotterdam — 1683.
-
W. den Besemaker — commandeur — naamloze hoecker — Rotterdam — 1683.
-
Gerbrant van der Velden — commandeur — Provintie van Uitrecht — Rotterdam — 1683.
-
Jan Dirksz. van der Velden — commandeur — Prins Hendrick — Rotterdam — 1683.
-
Krijn Joppen — commandeur — De Bontekray — Rotterdam — 1683.
-
Bastiaen den Brasem — commandeur — ’t Wapen van Schielant — Rotterdam — 1683.
-
Jacob den Brasem — commandeur — Den Brouwer — Rotterdam — 1683.
-
Pieter Joppen — commandeur — De Liefden — Rotterdam — 1683.
-
Barent Coopen — commandeur — De 7 Provintie — Rotterdam — 1683.
-
Jan Barentsz. — commandeur — De Haes — Rotterdam — 1683.
-
Arent Arentsz. — commandeur — De Witte Arent — Rotterdam — 1683.
-
Wijbe Wopkes — commandeur — ’t Wapen van Bordeaux — Rotterdam — 1683.
-
Cornelis Metman — commandeur — ’t Witte Lam — Rotterdam — 1683.
-
Ary Croon — commandeur — De Kroon — Rotterdam — 1683.
-
Gerrit Cornelisz. — commandeur — St. Antony de Padua — Rotterdam — 1683.
-
Jean Pain — commandeur — ’t Lant van Belofte — Rotterdam — 1683.
-
Jan Verhaven — commandeur — St. Jan — Rotterdam — 1683.
-
Pieter Jacobsz. — commandeur — St. Nicolaes — Rotterdam — 1683.
-
Qurijn Willemsz. — commandeur — De Gulde Vreede — Rotterdam — 1683.
-
Marten Cornelisz. — commandeur — De Bartolomeus — Rotterdam — 1683.
Hamburg/Bremen — commandeurs zonder volledige scheepskoppeling
-
Andries Pietersz. — commandeur — Hamburg/Bremen — schip nog onbekend.
-
Andries Jacobsz. — commandeur — Hamburg/Bremen — schip onbekend.
-
Andries Jurgensz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Andries Pietersz. Haan — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Asmus Nanningsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Aris de Weert — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Ariaan Broersz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Arent Barentsz. Overbeek — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Baltzer Man — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Boye Theunisz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Broer Rykesz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Bleye Michielsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Broer Booysen — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Booy Riewertsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Claas Karstensz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Riewersz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Christiaan Brink — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Claas Jansz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Cornelisz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Claas Rootspraak — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Fredriksz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Booyen — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Jurgens — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Pietersz. Haan — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis de Vries — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Willemsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Haayen — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Jacobsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Jurriaansz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Michielsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Claas Dirksz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Claas Steneken — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Dirk Dirksz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Dirk Albertsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Dirk Tegeler — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Dirk Sielrand — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Dirk Taken — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Dirk Claasz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Dirk Zegelken — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Eselke Ariaansz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Egidius Kuhl — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Fredrik Riewertsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Ficke Dreyer — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Fredrik Simonsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Gerzon Krop — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Gerrit Cornelisz. Geus — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Gerrit Andriesz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Goltje Mencken — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Hendrik van der Smissen — commandeur — Hamburg/Bremen.
Borkumer commandeurs voor Hamburgse Groenlandvaarders
-
Jan Lübben — Borkum — commandeur — Hamburgse Groenlandvaart — schip nog zoeken.
-
Olfert Lübben — Borkum — commandeur — schip nog zoeken.
-
Eyse Gerrits — Borkum — commandeur — schip onbekend.
-
Frerich Olferts — Borkum — commandeur.
-
Ph. Jans Eyben — Borkum — commandeur.
-
Geelt Gerrits — Borkum — commandeur.
-
Jacob Lübben — Borkum — commandeur.
-
Olfert Geelts — Borkum — commandeur.
-
Willem Hinrichs — Borkum — commandeur.
-
Steffen Janssen — Borkum — commandeur.
-
Jacob Janssen — Borkum — commandeur.
-
Gerrit Eysen — Borkum — commandeur.
-
G.O. Hoeymann — Borkum — commandeur.
-
Willem Martens Sleboom — Borkum — commandeur.
-
Jan Janssen — Borkum — commandeur — mogelijk andere persoon dan nr. 466; niet samenvoegen zonder bewijs.
-
Gerrit Geelts — Borkum — commandeur.
-
Freerik Kluyn — Borkum — commandeur.
-
Hidde Esders — Borkum — commandeur.
-
Jan Fokken Lolling — Borkum — commandeur.
-
Feyke Okken — Borkum — commandeur.
-
Okke Daniels Meyer — Borkum — commandeur.
Deel 6 — Harpoeniers, kuipers, speksnijders, timmerlieden en overige bemanning
-
Hinrik Boysen — harpoenier — De Griepenstein — Hamburg — 1773 — waarschijnlijk in genealogisch onderzoek verbonden met de latere navigatieleraar Hinrich Brarens uit Oldsum op Föhr; identiteit voorzichtig behandelen.
-
Jacob Dieukes — Assendelft — harpoenier — tweede sloep van De Gort-molen — 1660 — walvis kwam onder de sloep, wierp hem eruit; walvislijn om been/lichaam; werd meegesleurd en dook driemaal mee; kon zijn mes niet bereiken.
-
Parshout — Noordeinde bij De Rijp — harpoenier in 1657, later commandeur — walvis trok sloep onder water en ijs; verdween ongeveer een kwartier onder het ijs maar kwam weer boven en werd gered.
-
Simon de Vos — kuiper — onder commandeur Dirk Jansz. Muizer — 1679 — kwam om doordat de walvislijn om zijn benen sloeg toen de sloep tegen het ijs werd gedrukt.
-
Jürgen Röper — kuiper — Sara & Cecilia — Hamburg — 1777 — liet een eigen verslag van de ramp na.
-
Hark Ketels — speksnijder — De Patriot — Hamburg — 1770–1780 — vader van Ketel Harken.
-
Ketel Harken — scheepsjongen, later matroos — De Patriot — Hamburg — vanaf 1773, toen elf jaar oud, tot 1780.
-
Hinrich Oldis — speksnijder — De Griepenstein — Hamburg — 1784.
-
Jan Louwerisz. Put — woonde in Sardam op het Silver-pad — kajuitwachter — De Gort-molen — 1660 — belangrijk voorbeeld van gewone Zaanse bemanning.
-
Hendrich Gebers — bemanningslid/overlevende — Mercurius — Hamburg — 1777 — precieze functie nog niet vastgesteld.
-
Peter Bertels — bemanningslid/overlevende — Mercurius — Hamburg — 1777.
-
Jungen Scholdt — bemanningslid/overlevende — Mercurius — Hamburg — 1777.
-
Garef Lindman — bemanningslid/overlevende — Mercurius — Hamburg — 1777.
-
Jan Jockum Benet — bemanningslid/overlevende — Mercurius — Hamburg — 1777.
-
Jan Hendrich Wies — bemanningslid/overlevende — Mercurius — Hamburg — 1777.
-
Boven-/opper-timmerman van Jeldert Groot — naam niet vermeld — timmerman — Anna — 1777 — behoorde tot vijf mannen die bij de ramp waren gestorven.
-
Onder-timmerman van Jeldert Groot — naam niet vermeld — timmerman — Anna — 1777 — eveneens overleden.
-
Jacob Hardebil — speksnijder in latere fase — eerder commandeur — diende later bij Zorgdrager; vertelde hem persoonlijk over zijn Groenlandervaringen.
-
Dirk Pietersz. van de Velde — commandeur van De Kruiskerk van Haarlem — 1675 — nam zes schipbreukelingen van Cornelis Claasz. Bille aan boord; zijn chirurgijn behandelde bevroren voeten.
-
Chirurgijn van De Kruiskerk van Haarlem — naam niet vermeld — chirurgijn — 1675 — behandelde de bevroren voeten van geredde schipbreukelingen.
Deel 7 — Zorgdrager: loopbanen, rampen en bijzondere gevallen
-
Commandeur Keere — commandeur — schip/reder niet vermeld — actief bij Spitsbergen — ving jarenlang veel walvissen op een bank voor de Zuidbaai; plek bleef bekend als Keerens Kaar.
-
Cornelis Pietersz. Duinker — eerst stuurman, later commandeur — 1684 of 1686 — voer langs Gale-Hamkes/Oud-Groenland; vertelde Zorgdrager persoonlijk over de reis.
-
Gerbrand van der Velde — gezagvoerder — 1684/1686 — één van drie schepen “van den Ammiraal Alemonde”; gezamenlijk met Jan Dirksz. van der Velde en Martin de Bas meer dan zestig walvissen gevangen.
-
Jan Dirksz. van der Velde — gezagvoerder — 1684/1686 — schip liep bij ijsveld aan de grond; mast reeds gekapt; geholpen door de twee andere schepen; uiteindelijk weer hersteld en volgeladen.
-
Martin de Bas — gezagvoerder — 1684/1686 — derde schip van admiraal Alemonde in dezelfde rijke vangst.
-
P.P. Pater — commandeur — ’t Raadhuis van Jisp — redde 42 overlevenden van Jan Dirksz. Veen nadat diens Eendragt door ijs was overkruid en ondergeschoven.
-
Dirk Jansz. Muizer — commandeur — 1679 — had op 2 juni al vier walvissen gevangen en vier ijsberen geschoten; schoot later zelf nog een walvis.
-
Dirk Storm — commandeur — 1681–1682 — schip in 1681 zo zwaar tussen ijsvelden geklemd dat voorschip uit water werd getild; bemanning zette sloepen/proviand op ijs; in 1682 opnieuw uitzonderlijke jacht.
-
Cornelis Gerritsz. “Ouwe Kees” — commandeur — De Gort-molen — 1660 — had al zeven walvissen; harpoeneerde zelf de volgende walvis.
-
Cornelis Claasz. Bille — commandeur — nieuw schip — 1678 — Jacob Dieukes als harpoenier aan boord; twee walvissen gevangen; lag bij ijsveld naast Ro Vos van Hoorn.
-
Jeldert Jansz. Groot — Schiermonnikoog — commandeur — Anna — 1777 — Claas Heyn en Zoon, Westzaandam — 44 man; schip verloren in ijs; overleefde ramp en tocht langs Groenland.
-
Marten Jansen — commandeur — Het Witte Paard — Hamburg — 1777 — 7 sloepen, 46 eters; ving samen met Jeldert Jansz. Groot een walvis.
-
Hidde Dirks Kat — Ameland — commandeur — Juffrouw Klara/Frau Clara — Hamburg — 1777 — 38 koppen — vergaan in ijs.
-
Hans Pieters — waarschijnlijk Rømø — commandeur — Sara & Cecilia — Hamburg — 1777 — stierf 20 september aan scheurbuik/uitputting.
-
Engelbert Jensen — Rømø — commandeur — Zwei Hermanns — Hamburg — 1777 — schip verloren.
-
Hans Christiaan Jaspers — commandeur — Mercurius — Hamburg — 1777 — overlevings-/reddingslaag.
-
Pieter Andersen — Rømø — commandeur — Jacobus — Hamburg — 1777 — schip door ijs verpletterd.
-
Jens Hansen Praest — Rømø — commandeur — Frau Agatha — Hamburg — 1777 — schip 3 juni verloren.
-
Albert Jans — commandeur — Hamburg — 1777 — schipnaam onbekend — schip op 18 augustus door ijs verbrijzeld.
Restlijst — dubbele personen / meerdere functies / meerdere schepen
- Jacob Jansz. Mol — meerdere Jisper schepen; afzonderlijke reisvermeldingen blijven behouden.
- Lucas de Lange — commandeur van De Graeuwe Hengst én ’t Witte Paerdt.
- Jan Heertjes — De Swemmer én De Witte Molen.
- Jan Molsen — ’t Dorp Jisp én De Winter.
- Jan Jacobsz. Mol — De Nachtegael én De Somer.
- Leendert Colleman — vier verschillende Jisper schepen in 1683.
- Jacob Hardebil — commandeur én later speksnijder.
- Parshout — harpoenier → later commandeur.
- Cornelis Pietersz. Duinker — stuurman → commandeur.
- Dirk Storm — vlootlijst én afzonderlijke ramp-/jachtverhalen.
- Dirk Jansz. Muyser/Muizer — waarschijnlijk dezelfde persoon als in 1679-verhaal, maar nog niet definitief.
- Jan Dircksz. van der Velde — naam komt in meer dan één walvisvaartcontext voor; niet automatisch alle vermeldingen samenvoegen.
- Pieter Jansz. van der Velde, Jan Jansz. van der Velde, Gerbrand van der Velde, Dirk Pietersz. van de Velde — familieverband niet invullen zonder bewijs.
- Cornelis Gerritsz. Ouwe Kees — commandeur én mogelijk verbonden aan gelijknamige boekhoudersfamilie; identiteiten per bron gescheiden houden.
- Jeldert Jansz. Groot — meerdere schepen/reizen in de jaren 1770; alle reisvermeldingen apart bewaren.
-
Deel 8 — Commandeurs buiten de vlootlijst van 1683
-
Claas Drijver — commandeur — Zaandam — Zaandam — 1772 — rederij Claas Taan & Zoonen — Davisstraat — vangst circa 240 vaten, ongeveer vijf walvissen.
-
Jan Simonsz. Walig — commandeur — Zaanstroom — Zaanse/Taan-rederij — vanaf 1767 — meerdere reizen.
-
Meyndert Meeuw — commandeur — Europa — rederij Klaas Taan & Zonen — Zaandam — periode achttiende eeuw — verdere reisgegevens nog per jaar uitwerken.
-
Simon Maartensz. Walig — commandeur — De Vrintschap — rederij Taan — 1754 — zes walvissen.
-
Gerrit Tekesz. Swart — commandeur — De IJsvogel / Ysvoogel — Zaandamse rederijverbinding — 1757 — reders Cornelis Mein, Claas Mais en Jan Cuyper — voer naar Davisstraat/Groenland; door Denen aangehouden en naar Kopenhagen gebracht.
-
Jeldert Jansz. Groot — Schiermonnikoog — commandeur — Anna — Claas Heyn en Zoon — Westzaandam — 1777 — 44 man — schip in het ijs verloren.
-
Jeldert Jansz. Groot — commandeur — Bora — rederij Heyn — Zaandam — afzonderlijke reisvermelding; jaar nog precies koppelen.
-
Jeldert Jansz. Groot — commandeur — Jonge Franciscus / Francisco — Zaandam — 1773 — rederij Heyn.
-
Jan Jelderts de Groot — commandeur — Zaandammer Hoop / Hoop — Zaandam — 1771–1772 — waarschijnlijk nauw verwant aan Jeldert Jansz. Groot, maar identiteit niet zonder bron gelijkstellen.
-
Jeldert Groot — commandeur — Zaandammer Hoop / Hoop — latere reisvermelding — Zaandam — afzonderlijk bewaren totdat persoonsidentiteit volledig is uitgewerkt.
-
Jeldert Groot — commandeur — Debora — reder Abraham van den Broek — Zaandam — na 1777 — Davisstraat.
-
Claas Jacobsz. Daalder — commandeur — De Jonge Eva — Zaandam — 1725 — reder Dirk Tewis.
-
Claas Jacobsz. Daalder — commandeur — Vogel Phenix — Zaandam — vanaf 1726/1728 — reders Dirk Tewis, later Olphert Pet — vangstvermelding acht walvissen.
-
Theunis Albertsz. Swemmer — commandeur — verbonden aan meerdere Zaanse walvisvaarders: De Hendrik, De Vrouwe Maria, De Hopende Visser, De Ondervinding en De Camoen — Hamma Klinckert-netwerk — precieze jaarkoppelingen per schip nog uitwerken.
-
Ary Duyn — commandeur — Lust en IJver — waarschijnlijk Hamma Klinckert-netwerk — 1762 — rederkoppeling nog voorzichtig behandelen.
-
Cornelis Walig — commandeur — America — Zaandamse verbinding — 1790s — voer onder Pruisische vlag; precieze jaarkoppeling 1796–1798 nader uitsplitsen.
-
Jan Simonsz. Walig — commandeur — America — Zaandamse verbinding — afzonderlijke reisvermelding — Pruisische vlag.
-
Cornelis Jansz. Klorn — commandeur — Alida — Zaandam — 1803 — reder Cornelis Visser — wist naar Trondheim te ontkomen.
-
Pieter Cornelisz. Ruijg / Ruyg — commandeur — Avontuur — Zaandam — 1802/1803 — reder Cornelis Cardinaal — vangst één walvis, 17 vaten — later buitgemaakt.
-
Jacob Cornelisz. Ruyg — commandeur — De Jonge Cornelis — Broek in Waterland-netwerk — 1802/1803 — reders Harmen Bakker & Zonen.
-
Jacob Jansz. Gauw — commandeur — Vissershoop — Amsterdam — 1803 — reders Nicolaas Gefken & Zoon — schip buitgemaakt.
-
Cornelis Boekjes — commandeur — Vriendschap — Wormerveer — 1802/1803 — reders Vas & Dekker.
-
Hendrik Cornelisz. — commandeur — Hoop op de Walvisvangst — Nieuwendam — 1802/1803 — reder Pieter de Jong & Zoon.
-
Meyndert Hendriksz. Meeuw — commandeur — Cornelis en Jan — 1802/1803 — reders Cornelis Dekker & Zoon — plaats nog vaststellen.
-
Jan Klaasz. Castricum — commandeur — Onderneming — 1802/1803 — reder en plaats nog onbekend.
-
Pieter Jansz. Klorn — commandeur — ’s Lands Welvaaren — 1802/1803 — reder/plaats nog onbekend.
-
Dirk Gerritsz. Swart — commandeur — Hollandia — 1802/1803 — reder/plaats nog onbekend.
-
Simon Hoogerzijl — commandeur — De Hoop — Dordrecht — 1802 — reder Frank van der Schoor & Zonen — laatste Dordtse walvisvaartlaag.
-
Johannes Hoogerzijl — commandeur — Groenlandia — Dordrecht — 1802 — reder Frank van der Schoor — schip later, in 1805, naar Emden verkocht.
-
Jan Cornelisz. — commandeur — Concordia — Dordrecht — 1702 — reder Gillis van der Ooth — vangst één walvis, 15 vaten.
-
Jan Reus — commandeur — De Witte Leeuw — Dordrecht — 1710 — reder Mattheus Rees — geen vangst.
-
Jan Reus — commandeur — De Juffrouw Catharina — Dordrecht — 1711 — Mattheus Rees — zes walvissen, circa 250 vaten.
-
Thomas Thomasz. — commandeur — ’t Dordts Lam — Dordrecht — 1712 — Mattheus Rees — schip door Fransen buitgemaakt.
-
Adriaan Fiddes Bakker — commandeur — ’t Wapen van Rijnland — Dordrecht — 1713 — Mattheus Rees — vier walvissen, 137 vaten.
-
Adriaan Fiddes Bakker — commandeur — De Nicolaas — Dordrecht — 1714 — Mattheus Rees — negen walvissen, 320 vaten.
-
Adriaan Fiddes Bakker — commandeur — De Vier Gezusters — Dordrecht — 1715 — Mattheus Rees — één walvis, 35 vaten.
-
Adriaan Fiddes Bakker — commandeur — De Juffrouw Johanna — Dordrecht — 1716–1719 — weduwe Mattheus Rees & Zonen.
-
Michiel Ockers Hoogerzijl — commandeur — De Bonte Walvis — Dordrecht — 1729–1730 — reder Jacob Jacobs & Comp.
-
Simon de Vos — commandeur — Pro Patria — Dordrechtse latere laag — exacte jaren per reis nog uitsplitsen.
-
Lucas van Oeveren — commandeur — Pro Patria — Dordrecht — afzonderlijke reisvermelding.
-
Maarten Been — commandeur — Pro Patria — Dordrecht — afzonderlijke reisvermelding; niet automatisch gelijkstellen aan Maerten Been uit 1683 zonder bewijs.
-
Hendrik Gerrits — commandeur — Pro Patria — Dordrecht — afzonderlijke reisvermelding.
-
Simon Hoogerzijl — commandeur — Pro Patria — Dordrecht — latere achttiende-eeuwse reisvermelding.
-
David Crena — commandeur — Juffrouw Adriana Wilhelmina — Dordrecht — schip gekocht in 1756.
-
Samuel Crena — commandeur — De Zeerob — Dordrecht — galjoot gekocht 1769 — schip later verlaten en richting Orkneys gedreven.
-
Roelof Gerritsz. Meijer — commandeur — De Drie Gebroeders — Amsterdam — 1744 — reder Albert Kramp — zestien walvissen.
-
Roelof Gerritsz. Meijer — commandeur — De Drie Gebroeders — Amsterdam — 1750 — weduwe Albert Kramp en Jan Kramp — afzonderlijke reisvermelding.
-
Roelof Gerritsz. Meijer — commandeur — De Vergulde Walvis — Amsterdam — latere reizen, waaronder 1777.
-
Jacob Harmensz. — commandeur — De Vrouw Anna — Amsterdam — 1750 — reder Frederik de Harde.
-
Cornelis Adriaansz. — commandeur — Catharina — 1753 — reder/boekhouder Cornelis Abrahamsz. de Veer.
-
Willem Adriaansz. — commandeur — De Verwachting — 1753 — Cornelis Abrahamsz. de Veer.
-
Luijtje Barendsz. Moolenaar — commandeur — Yslandt / Island — Amsterdam — 1755–1762 — reder Frederik Dibbetz.
-
Foppe Jacobsz. Vlieger — commandeur — De Zeeman — Amsterdam — 1763 — reder Jan Everhard Grave.
-
Evert Pietersz. Backer — commandeur — Amsterdam — Amsterdam — reder Mattheus David de Neufville — Davisstraat.
-
Dirk Mooij — commandeur — Haarlem — Amsterdam — reder Mattheus David de Neufville — Groenlandvaart.
-
Oeble Oebles — commandeur — Juffrouw Sara Hendrina — Amsterdam — 1783 — reder Hendrik Das — Groenland/Davis.
-
Jan Quack — commandeur — Juffrouw Maria — Amsterdam — 1783 — reder Klaas Kruyer — Groenland.
-
Jan Jeldert — commandeur — Vrouw Sibille Geertrui — Amsterdam — 1759–1767 — reders Jan Arnold Pot, later Abraham Coning Willems.
-
Jan Jeldert — commandeur — Lust van het Vaderland — Amsterdam — 1768–1770 — reder Philipus Franciscus Xavier van den IJver.
-
Cornelis Jansz. Bras — commandeur — Vrouw Hendrina — Amsterdamse rederverbinding — vertrek Texel — 1744 — reder Claude Hendrik van Herwerde.
-
Martinus Claasz. — commandeur — Stad Zwolle — reder Lambertus Stolk — Groenland — van het schip en de walvisuitrusting is een 1/16 aandeel expliciet genoemd.
-
Frederik Pietersz. — Zaandam verbonden — commandeur — De Vrouw Maria — 1769 — 45 zielen — reder Cornelis Abrahamsz. de Veer — Groenland.
-
Anthony van Hanxleden — commandeur — Wilhelmus Jozephus — 1777 — rederplaats nog niet vastgesteld.
-
Cornelis de Leeuw — Den Helder — commandeur — Weltevreede — ca. 1774–1778.
-
Maarten Mooy — commandeur — Frankendaal — 1786 — ving op 1 juni eerste walvis, circa 20 vaten; 3 juni nog drie walvissen.
-
Adriaan Hogerwerf — commandeur — Ridder Oord — Spitsbergen — 1786.
-
William Allen — commandeur — De Walvisch-vanger — waarschijnlijk buitenlands schip — 1786 — schip vergaan; veertien overlevenden later aan boord bij Maarten Mooy.
-
Jan Jobsz. — commandeur — Canarie — 1737 — Amelander bemanningslaag — Groenlandhandel; schip door Denen aangehouden.
-
Arent Hansen Barff — commandeur — De Jonge Hottentot — 1739 — onderdeel Hollandse Groenlandvloot — Diskobaai.
-
Dirk Cornelisse Hoogerduin — van Den Helder — commandeur — De Juffrouwen Anna Cornelia en Anna — Groenland — schip vergaan.
-
Adriaan Dirksz. — commandeur — Margareta — 1755 — rederplaats nog onbekend.
-
Hans Dirksz. — commandeur — Groenlandia — 1754–1755 — rederplaats nog onbekend.
-
Cornelis Texemias / Texenius de Jongh — commandeur — Zeevaard / Zeewaard — 1753 — vertrek Texel — rederplaats niet bewezen.
-
Pieter Baars — commandeur — Middelhooven — 1753.
-
Arien Brouwer — commandeur — Hillegonda en Catharina — 1769.
-
Jan Strop — commandeur — De Zeeman — 1755 — apart houden van gelijknamig Amsterdamse schip uit 1763.
-
Simon Maartensz. Walig — commandeur — Vredenhoff — circa 1759 — niet automatisch gelijkstellen aan De Vrintschap.
-
Pieter Vermeulen — commandeur — Oudoven — jaar/reder nog uitwerken.
-
Gerrit Danielsz. Meijer — commandeur — George Jacob — jaar/reder nog uitwerken.
-
Jacob Claasz. Bakker — commandeur — De Jonge Bartholomeus.
-
Roelof Oudman — commandeur — De Cornelis Jan.
-
Frederik Gerritsz. — commandeur — De Mathijs en Gerrit — achternaam/transcriptie nog controleren.
-
Volkert Claasz. — commandeur — De Vrouwe Maria Petronella.
-
Jacob Reynders — Workum — commandeur — De Valckenier — 1661 — schip vergaan.
-
Bouwe Scholtes — Workum — commandeur — De Vergulde Schol — chronologie in digitale transcriptie nog controleren.
Deel 9 — Reders, boekhouders en ondernemers buiten 1683
-
Claas Taan — Zaandam — reder/koopman — verbonden aan meerdere Zaanse walvisvaarders, waaronder Zaandam, Zaanstroom, Europa en De Vrintschap.
-
Claas Taan de Jonge — Oostzaandam — koopman/reder — onderdeel van de Taan-familie in walvisvaart en handel.
-
Cornelis Taan — Oostzaandam — koopman/reder — familiebedrijf Taan.
-
Cornelis Michielsz. Calff — Westzaandam — koopman/reder — verbonden aan meerdere schepen, waaronder ’t Bonte Kalf, De Muyser en De Stadt Deventer in 1683.
-
Nicolaas Calff — Westzaandam — koopman/reder — zoon van Cornelis Michielsz. Calff — voortzetting familielaag.
-
Adriaan Rogge — Zaandam — reder/koopman — combineerde walvisvaart met handel en Zaanse industrie.
-
Claas Heyn en Zoon — Westzaandam — rederij/uitrusters — verbonden aan Anna, Bora, Jonge Franciscus/Francisco en Zaandammer Hoop.
-
Abraham van den Broek — Zaandam — reder — Debora — commandeur Jeldert Groot.
-
Dirk Tewis — Zaandam — reder — De Jonge Eva en aanvankelijk Vogel Phenix — commandeur Claas Jacobsz. Daalder.
-
Olphert Pet — reder — later verbonden aan Vogel Phenix.
-
Hamma Klinckert — Zaandamse walvisvaartondernemer/rederijverbinding — verbonden aan reeks schepen van Theunis Albertsz. Swemmer.
-
Cornelis Mein — Zaandam — deelreder — De IJsvogel/Ysvoogel — 1757.
-
Claas Mais — Zaandam — deelreder — De IJsvogel/Ysvoogel.
-
Jan Cuyper — Zaandam — deelreder — De IJsvogel/Ysvoogel.
-
Cornelis Cardinaal — Zaandam — reder — Avontuur — commandeur Pieter Cornelisz. Ruyg — 1802/1803.
-
Cornelis Visser — Zaandam — reder — Alida — commandeur Cornelis Jansz. Klorn — 1803.
-
Harmen Bakker & Zonen — Broek in Waterland — reders — De Jonge Cornelis — commandeur Jacob Cornelisz. Ruyg.
-
Nicolaas Gefken & Zoon — Amsterdam — reders — Vissershoop — commandeur Jacob Jansz. Gauw.
-
Vas & Dekker — Wormerveer — reders — Vriendschap — commandeur Cornelis Boekjes.
-
Pieter de Jong & Zoon — Nieuwendam — reders — Hoop op de Walvisvangst — commandeur Hendrik Cornelisz.
-
Cornelis Dekker & Zoon — reders — Cornelis en Jan — commandeur Meyndert Hendriksz. Meeuw — plaats nog vaststellen.
-
Frank van der Schoor — Dordrecht — reder — De Rust van ’t Vaderland — 1790; later betrokken bij De Hoop en Groenlandia.
-
Frank van der Schoor & Zonen — Dordrecht — reders — De Hoop — 1802.
-
Gillis van der Ooth — Dordrecht — reder — Concordia — 1702.
-
Jacob Jacobs & Comp. — Dordrecht — reders — De Bonte Walvis — 1729–1730.
-
Mels — Dordrecht — directeur/reder — verbonden aan Pro Patria — precieze jaarkoppeling nog uitwerken.
-
Bax — Dordrecht — directeur/reder — Pro Patria.
-
Vernimmen — Dordrecht — directeur/reder — Pro Patria.
-
Van der Schoor — Dordrecht — directeur/reder — Pro Patria.
-
Frederik de Harde — Amsterdam — reder — De Vrouw Anna — 1750.
-
Cornelis Abrahamsz. de Veer — Amsterdamse reder/boekhouder — Catharina, De Verwachting en De Vrouw Maria.
-
Frederik Dibbetz — Amsterdam — reder — Yslandt / Island — 1755–1762.
-
Jan Everhard Grave — Amsterdam — reder — De Zeeman — 1763.
-
Mattheus David de Neufville — Amsterdam — reder — Amsterdam en Haarlem.
-
Hendrik Das — Amsterdam — reder — Juffrouw Sara Hendrina — 1783.
-
Klaas Kruyer — Amsterdam — reder — Juffrouw Maria — 1783.
-
Jan Arnold Pot — Amsterdam — reder — Vrouw Sibille Geertrui — eerste fase.
-
Abraham Coning Willems — Amsterdam — latere reder van Vrouw Sibille Geertrui.
-
Philipus Franciscus Xavier van den IJver — Amsterdam — reder — Lust van het Vaderland — 1768–1770.
-
Claude Hendrik van Herwerde — Amsterdamse reder — Vrouw Hendrina — 1744.
-
Lambertus Stolk — reder — Stad Zwolle — van schip en walvisuitrusting werd een 1/16 aandeel genoemd.
-
Volkert de Vries — Amsterdam — reder — Standvastigheid en Waakzaamheid.
-
Anne Jacobsz. — reder — verbonden aan Waakzaamheid.
-
Elias Baart — Amsterdam — reder — Vredelust — 1789–1794.
-
Hendrik Baart — Amsterdam — reder — Vredelust.
-
Gerrit Doornekroon — Amsterdam — reder — De Jager — commandeur Jacob Jansz. Rijkers.
-
Albert Kramp — Amsterdam — reder — De Drie Gebroeders — 1744.
-
Weduwe Albert Kramp — Amsterdam — rederes — De Drie Gebroeders — 1750.
-
Jan Kramp — Amsterdam — medere der — De Drie Gebroeders — 1750.
-
J.S. Oltmans — Amsterdam — reder — De Vrouw Dirkje — 1803 — schip voer uiteindelijk niet uit.
Deel 10 — Bemanning en gespecialiseerde functies
-
Fedde Jansz. Visser — stuurman — Weltevreede — commandeur Cornelis de Leeuw — ca. 1774–1778.
-
Gerben Pieters — Ameland — bemanningslid — De Jonge Hottentot — 1739 — gedood tijdens Deens vuur bij Diskobaai.
-
Jan Rensen — Zaanse scheepsbouw-/arbeidslaag — functie nader specificeren per bron — verbonden aan bredere walvisvaart/werflaag.
-
Pieter Yp — Zaanse arbeids-/scheepsbouwlaag — functie nader uitwerken.
-
Jan Gerbrandsz. Muus — Zaanse scheepsbouw-/arbeidslaag — functie nader uitwerken.
-
Jan Ales — Zaanse arbeidslaag — functie nader uitwerken.
-
Cornelis Jansz. — Zaanse arbeidslaag — functie nog bronmatig preciseren; niet identificeren met gelijknamige commandeurs zonder bewijs.
-
M. Jansz. — bemannings-/overlevingslaag bij ramp 1777 — voer met Jeldert Groot in zoek-/reddingscontext — volledige naam niet vermeld.
-
H.C. Jaspers — vermoedelijk Hans Christiaan Jaspers — betrokken bij zoekactie naar achtergebleven mannen — identiteit zeer waarschijnlijk maar bronvorm apart bewaren.
-
Vijf overleden mannen uit Groot’s eerdere groep — namen deels niet vermeld — onder hen boven- en ondertimmerman — 1777 — als groepsvermelding bewaren.
-
Dertien mannen op de kliffen — overlevingsgroep — 1777 — zeven dagen en nachten op de rotsen; velen met bevriezingsverschijnselen — namen niet alle vermeld.
-
Dertig mannen in twee boten — overlevingsgroep — richting Davisstraat — 1777 — individuele namen grotendeels niet vermeld.
-
Groenlandse lokale loodsen — hielpen groep westelijk van Staatenhoek — vergoeding in kledingstukken zoals halsdoek, kousen en wanten — namen niet vermeld.
Deel 11 — Personen met meerdere functies of rollen
-
Cornelis Pietersz. Duinker — eerst stuurman, later commandeur; later volgens Zorgdrager zelfs zijn eigen stuurman. Persoonlijke informant van Zorgdrager over Oud-Groenland.
-
Jacob Hardebil — eerst commandeur, later speksnijder bij Zorgdrager; persoonlijke informant over schipbreuk en tocht via IJsland.
-
Parshout — 1657 harpoenier; later commandeur.
-
Jan Dircksz. Veen — in Hoorn 1683 zowel boekhouder als commandeur van West-Vrieslandt volgens de tabel; daarnaast andere gelijknamige personen niet automatisch samenvoegen.
-
Jan Jacobsz. Mol — Jisp — commandeur op meerdere schepen; ook een Jan Jacobsz. Mol als gecommitteerde “wegens Jisp” in andere bronlaag. Identiteit niet automatisch volledig gelijkstellen.
-
Cornelis Eenhoorn — De Rijp — hoofdreder/directeur én gecommitteerde.
-
Willem Bastiaensz. — Rotterdam — reder/boekhouder én gecommitteerde; bovendien gekoppeld aan afzonderlijke Texelse scheepsgroep van 1683.
-
Peter Dolck — commandeur op St. Peter en St. Laurentius — verschillende reders.
-
Meyndert Pietersen Haan — commandeur van Witte Voß, Paradies en Wappen von Holland — meerdere reders.
-
Jacob Douw — commandeur van Nachtegael en Pelicaen — wisselde reder en vangstgebied.
-
Boh Carstens — commandeur van St. Jan Evangelist en De Abraham.
-
Jeldert Jansz. Groot — commandeur op meerdere Zaanse schepen en tevens hoofdfiguur in ramp-/reddingsverhalen.
-
Roelof Gerritsz. Meijer — commandeur op De Drie Gebroeders en later De Vergulde Walvis.
-
Adriaan Fiddes Bakker — commandeur van minstens vier Dordtse schepen in opeenvolgende jaren.
-
Jan Reus — commandeur van De Witte Leeuw en De Juffrouw Catharina.
-
Simon Maartensz. Walig — commandeur van De Vrintschap en Vredenhoff.
-
Jan Jeldert — commandeur van Vrouw Sibille Geertrui en Lust van het Vaderland.
-
Jeldert Groot / Jan Jelderts de Groot — naamvormen mogelijk verwant of gelijk, maar per schip/reis afzonderlijk bewaren.
-
Dirk Jansz. Muyser / Muizer — waarschijnlijk dezelfde naamvorm over 1679 en 1683, maar nog bronmatig bevestigen.
-
Adriaan Maartensz. / Adriaan Martensz. — boekhouder en commandeur bij De Agnieta — mogelijk dezelfde persoon.
-
Jan Blom — boekhouder én commandeur bij De Elijsabet — mogelijk één persoon in dubbele rol.
Restlijst — nog open of niet volledig geïdentificeerd
-
Commandeur van De Haas — Hoorn — 1683 — naam ontbreekt volledig.
-
Evert — commandeur van De Maria — Hoorn — 1683 — alleen voornaam bekend.
-
Visscher — commandeur van De Blaauwe Pot — Amsterdam — 1683 — voornaam ontbreekt.
-
Root haar — commandeur van De Oranjen Boom — Rotterdam — 1683 — exacte naamvorm nog controleren.
-
Rogiers — boekhouder van De Witte Arent — Rotterdam — voornaam ontbreekt.
-
J. du Cleeff — boekhouder van De Gulde Vreede — Rotterdam — voornaam niet volledig.
-
De Jonge Rootheer — commandeur van De Coog — Saerdam — 1683 — volledige naam nog zoeken.
-
P. Leynk — boekhouder van ’t Wapen van Hamburgh — Saerdam — volledige voornaam nog zoeken.
-
Jan Cornelisz. — boekhouder van De Albertus — Saerdam — verdere identiteit nog zoeken.
-
Commandeur Keere — commandeur — schip en reder onbekend — Keerens Kaar naar hem genoemd.
-
Cornelis Pietersz. Duinker — stuurman → commandeur — persoonlijke bron van Zorgdrager.
-
Gerbrand van der Velde — gezagvoerder — 1684/1686 — één van drie schepen van admiraal Alemonde.
-
Jan Dirksz. van der Velde — gezagvoerder — 1684/1686 — schip aan de grond en later gered.
-
Martin de Bas — gezagvoerder — 1684/1686 — derde schip in dezelfde groep.
-
P.P. Pater — commandeur — ’t Raadhuis van Jisp — redding van 42 overlevenden.
-
Dirk Jansz. Muizer — commandeur — 1679 — vier walvissen en vier ijsberen op 2 juni; later dodelijk ongeval in bemanning.
-
Simon de Vos — kuiper — 1679 — omgekomen door walvislijn.
-
Dirk Storm — commandeur — 1681–1682 — zware ijsdruk en langdurige walvisjacht.
-
Deel 12 — Hamburg/Bremen: reders, boekhouders en directeurs verder vanaf 703
-
Gerard Gull, weduwe — Hamburg/Bremen — rederij/directie — schip nog niet gekoppeld — verdere persoonlijke gegevens niet vermeld.
-
George Jonquel — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog onbekend.
-
Henrik Jonquel — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog onbekend.
-
Herman Munster — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog niet vastgesteld.
-
Hans van Laar — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog niet gekoppeld.
-
Hendrik Otto — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog niet gekoppeld.
-
Philip Otto — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog niet gekoppeld.
-
Hendrik Nieukerk — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog onbekend.
-
Hans Ermteek, weduwe — Hamburg/Bremen — voortgezette rederij/directie — schip nog niet gekoppeld.
-
Johan Beets, weduwe — Hamburg — rederes/directie — onder meer verbonden aan de walvisvaart; niet zonder bewijs gelijkstellen aan andere Beets-vermeldingen.
-
Cornelis Beets — Hamburg/Bremen — zoon van Johan Beets — betrokken bij voortzetting van de rederij.
-
Jacob de Vlieger Karelsz. — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog niet gekoppeld.
-
Johan de Lanoy junior — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog niet gekoppeld.
-
Johan Albert Ankelman — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip onbekend.
-
Isaak Delboe — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip onbekend.
-
Johan Present — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog niet vastgesteld.
-
Johan Jurge Ruter — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog onbekend.
-
Johan Willem Schafhauzen — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog niet gekoppeld.
-
Johan Plump — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog niet gekoppeld.
-
Johan Witt — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog niet gekoppeld.
-
Johan Maximiliaan Winkeler — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog niet vastgesteld.
-
Johan Bernhard Mulhauzen — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog niet vastgesteld.
-
Johan Henrich Gull — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog onbekend.
-
Joachim Barentsz. — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog niet gekoppeld.
-
Jacob Lennig — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog niet gekoppeld.
-
Johan Tietsen — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog niet gekoppeld.
-
Lucas Kramer, weduwe — Hamburg — rederes/directie — voortzetting van rederij Kramer — schip per jaar nog koppelen.
-
Laurens Kramer — Hamburg — directeur/reder — behoort tot Kramer-netwerk — exacte schepen nog per bron vaststellen.
-
Nicolaas Burmeester — Hamburg — directeur/reder — verbonden aan Hamburgse Groenlandvaart; waarschijnlijk dezelfde naamfamilie als Nicolaus Burmester, maar spelling en identiteit per bron apart bewaren.
-
Nicolaas Biljet — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog onbekend.
-
Pieter Eden — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog niet gekoppeld.
-
Philip d’Erberveld — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog niet gekoppeld.
-
Pieter Moller — Hamburg — directeur/reder — mogelijk verbonden aan Nachtegael via naamvorm P. Möller; identiteit zeer waarschijnlijk, maar bronvorm bewaren.
-
Rudolf Amsing — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog onbekend.
-
Roelof Aspes — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog onbekend.
-
Salomon de Vlieger — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog niet gekoppeld.
-
Willem Sander — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog niet gekoppeld.
Deel 13 — Hamburg/Bremen-commandanten verder
-
Jan Lübben — Borkum — commandeur — voer voor Hamburgse Groenlandvaart — schip nog onbekend.
-
Olfert Lübben — Borkum — commandeur — schip nog onbekend.
-
Eyse Gerrits — Borkum — commandeur — Hamburgse walvisvaart — schip nog onbekend.
-
Frerich Olferts — Borkum — commandeur — schip nog niet vastgesteld.
-
Ph. Jans Eyben — Borkum — commandeur — voornaam alleen als “Ph.” bekend — schip nog onbekend.
-
Geelt Gerrits — Borkum — commandeur — schip nog onbekend.
-
Jacob Lübben — Borkum — commandeur — schip nog niet vastgesteld.
-
Olfert Geelts — Borkum — commandeur — schip onbekend.
-
Willem Hinrichs — Borkum — commandeur — schip onbekend.
-
Steffen Janssen — Borkum — commandeur — schip nog niet gekoppeld.
-
Jacob Janssen — Borkum — commandeur — schip onbekend.
-
Gerrit Eysen — Borkum — commandeur — schip nog niet gekoppeld.
-
G.O. Hoeymann — Borkum — commandeur — voornamen alleen als initialen bekend — schip nog onbekend.
-
Willem Martens Sleboom — Borkum — commandeur — schip nog onbekend.
-
Jan Janssen — Borkum — commandeur — afzonderlijke naamvermelding; niet automatisch dezelfde persoon als andere Jan Janssen.
-
Gerrit Geelts — Borkum — commandeur — schip onbekend.
-
Freerik Kluyn — Borkum — commandeur — schip nog onbekend.
-
Hidde Esders — Borkum — commandeur — schip nog niet gekoppeld.
-
Jan Fokken Lolling — Borkum — commandeur — schip nog onbekend.
-
Feyke Okken — Borkum — commandeur — schip nog onbekend.
-
Okke Daniels Meyer — Borkum — commandeur — schip nog niet gekoppeld.
Deel 14 — Hamburgse scheepscommandanten met concrete scheepskoppeling
-
Volkert Boysen — Wyk op Föhr — commandeur — De Sanct Peter — Hamburg — 1773 — zag op 16 juli Gale Hamkes Land aan de oostkust van Groenland.
-
Meyndert Pietersen Haan — commandeur — Witte Voß — Hamburg — 1711 — reder L. Kramer.
-
Meyndert Pietersen Haan — commandeur — Paradies — Hamburg — 1715–1718 — reder H. Münder.
-
Meyndert Pietersen Haan — commandeur — Wappen von Holland — Hamburg — 1723–1724 — reder A. Bruns.
-
Ticerd Bintjes / Bintgens — commandeur — Visser Galley — Hamburg — 1719 — reder weduwe J. Beets — Davisstraat.
-
Ticerd Bintjes / Bintgens — commandeur — Hoop op de Walvis — Hamburg — 1720–1723 — weduwe J. Beets — Davisstraat.
-
Jacob Douw — Terschelling — commandeur — Nachtegael — Hamburg — 1720–1722 — reder P. Möller — 1720–1721 Davisstraat, 1722 Spitsbergen/Oost-Groenland.
-
Jacob Douw — Terschelling — commandeur — Pelicaen — Hamburg — 1723 — reder A. Bruns.
-
Sybert Jans — Ameland — commandeur — Sara Galley — Hamburg — 1720–1721 — Davisstraat — reder nog niet vastgesteld.
-
B. Rykes — commandeur — Sara Galley — vóór Sybert Jans — Hamburg — verdere persoonlijke gegevens niet vermeld.
-
Hein Nannings — commandeur — Hamburg — 1644 — schipnaam onbekend — reder Johan Behn & Compagnie — opbrengst 820 kwartelen traan, waarde circa 24.600 mark.
-
Boh Carstens — Amrum — commandeur — St. Jan Evangelist — Hamburg — vanaf 1666.
-
Boh Carstens — Amrum — commandeur — De Abraham — Hamburg — ca. 1666–1678.
-
Matthies Claasen — commandeur — De Son / De Sonn — Hamburg — 1683–1694 — elf seizoenen bekend, waarvan tien onder Claasen.
-
Jacob Flor — Amrum — commandeur — St. Jacob — Hamburg — ca. 1661/1662–1672 — volgens bron gedurende ongeveer negen jaar leider van Hamburgse walvisvaarder.
-
Johann Flor — Amrum — commandeur — St. Jacob — nam het bevel over nadat broer Jacob ziek werd.
-
Jung Rörd Ricklefs — Amrum — commandeur — Bernhardus — Hamburg — 1696–1704 — negen opeenvolgende jaren; mogelijk J.R. Riewerts.
-
Peter Dolck — Altona — commandeur — St. Peter — ca. 1691–1702 — reder Leendert II Dolck.
-
Peter Dolck — Altona — commandeur — St. Laurentius — reder Nicolaus Burmester — actief tot 1717 — overleed tijdens Groenlandreis.
-
Matthias Petersen / Matz Peters — Oldsum op Föhr — commandeur — St. Jan Baptist — Hamburg — reder Wreede — 1673 — schip in het ijs verloren.
-
Anders Jørgensen — commandeur — Griepenstein — Hamburg — tussen 1776 en 1792 — exact jaar nog uitwerken.
-
Anders Jørgensen — commandeur — Concordia — Hamburg — tussen 1776 en 1792.
-
Anders Jørgensen — commandeur — Providentia — Hamburg — tussen 1776 en 1792.
-
Obbe Itskes / Edskes — Nes, Ameland — commandeur — Concordia — Hamburg — vanaf 1754 — circa 25 jaar als commandeur; volgens latere bron 52½ walvissen.
-
Knud Andersen / Jørgensen — commandeur — Zwaan — Hamburg — 1793 — eerste reis als commandeur; schip met gehele bemanning verloren.
Deel 15 — Rampjaar 1777: personen rond de Hamburgse vloot
-
Hidde Dirks Kat — Ameland — commandeur — Juffrouw Klara / Frau Clara — Hamburg — reder David Hendrik Rewoel — 1777 — schip door ijs verpletterd.
-
Hans Pieters — waarschijnlijk Rømø — commandeur — Sara & Cecilia — Hamburg — 1777 — stierf 20 september aan scheurbuik/uitputting.
-
Engelbert Jensen — Rømø — commandeur — Zwei Hermanns — Hamburg — 1777 — schip verloren in ijs.
-
Hans Christiaan Jaspers — commandeur — Mercurius — Hamburg — 1777 — reder Daniel Gothardt Smidt, weduwe & compagnie.
-
Pieter Andersen — Rømø — commandeur — Jacobus — Hamburg — 1777 — schip door ijs verbrijzeld.
-
Marten Jansen — commandeur — Het Witte Paard — Hamburg — reder H. Hendrik Brandt — 1777 — 7 sloepen, 46 eters.
-
Jens Hansen Praest — Rømø — commandeur — Frau Agatha — Hamburg — schip al 3 juni 1777 verloren.
-
Albert Jans — commandeur — Hamburg — schipnaam onbekend — 1777 — schip op 18 augustus door ijs verpletterd.
-
Jürgen Röper — kuiper — Sara & Cecilia — Hamburg — 1777 — liet een eigen verslag van de ramp na.
-
Hendrich Gebers — bemanningslid/overlevende — Mercurius — Hamburg — 1777 — functie niet vermeld.
-
Peter Bertels — bemanningslid/overlevende — Mercurius — Hamburg — 1777 — functie niet vermeld.
-
Jungen Scholdt — bemanningslid/overlevende — Mercurius — Hamburg — 1777.
-
Garef Lindman — bemanningslid/overlevende — Mercurius — Hamburg — 1777.
-
Jan Jockum Benet — bemanningslid/overlevende — Mercurius — Hamburg — 1777.
-
Jan Hendrich Wies — bemanningslid/overlevende — Mercurius — Hamburg — 1777.
Deel 16 — Harpoeniers, speksnijders, kuipers en scheepsjongens
-
Hinrik Boysen — harpoenier — Griepenstein — Hamburg — 1773 — vermoedelijk dezelfde als Hinrich Brarens, maar niet bewezen.
-
Hinrich Oldis — speksnijder — Griepenstein — Hamburg — 1784.
-
Hark Ketels — speksnijder — De Patriot — Hamburg — actief circa 1770–1780.
-
Ketel Harken — scheepsjongen, later matroos — De Patriot — Hamburg — begon in 1773 op elfjarige leeftijd; bleef tot 1780.
-
Jacob Dieukes — Assendelft — harpoenier — tweede sloep van Gort-molen — 1660 — door walvislijn meegesleurd; zwaar ongeluk.
-
Parshout — Noordeinde bij De Rijp — harpoenier in 1657 — later commandeur — overleefde langdurige onderdompeling onder ijs.
-
Simon de Vos — kuiper — onder commandeur Dirk Jansz. Muizer — 1679 — stierf nadat walvislijn om zijn benen sloeg.
-
Jacob Hardebil — speksnijder — later bij Zorgdrager — eerder commandeur.
-
Jan Louwerisz. Put — Sardam, Silver-pad — kajuitwachter — Gort-molen — 1660.
-
Chirurgijn van De Kruiskerk van Haarlem — naam niet vermeld — chirurgijn — 1675 — behandelde zes geredde schipbreukelingen met bevroren voeten.
-
Boven-/oppertimmerman van de Anna — naam niet vermeld — timmerman — Anna — 1777 — overleden tijdens ramp.
-
Ondertimmerman van de Anna — naam niet vermeld — timmerman — Anna — 1777 — eveneens overleden.
Deel 17 — Zaanse scheepsbouwers en arbeidslaag rond de walvisvaart
-
Claas Dircksz. Heyn — Zaandam — scheepsbouwer — 1695 — bouwde een walvisvaarder; niet automatisch dezelfde persoon als latere reder Claas Heyn.
-
Aris Cornelisz. Veen — Zaanstreek — scheepsbouwer — verbonden aan bouw van walvisvaarder.
-
IJsbrant Pietersz. Breeuwer — Zaandam — scheepsbouwer — verbonden aan Oranjeboom 1697 en Vergulde Bijkorff 1698.
-
Jan Rensen — Zaanse werf-/arbeidslaag — specifieke functie nog niet voldoende bewezen — verbonden aan bredere scheepsbouw- en walvisvaartlaag.
-
Pieter Yp — Zaanse werf-/arbeidslaag — concrete functie nog nader bepalen.
-
Jan Gerbrandsz. Muus — Zaanse arbeids-/scheepsbouwlaag — concrete functie nog nader bepalen.
-
Jan Ales — Zaanse arbeidslaag — functie niet volledig vermeld.
-
Cornelis Jansz. — Zaanse arbeidslaag — functie nog niet zeker; niet gelijkstellen met andere Cornelis Jansz.-vermeldingen.
Deel 18 — Reders en ondernemers uit de Zaanstreek
-
Claas Taan — Oostzaandam — reder/koopman — belangrijke walvisvaartondernemer — verbonden aan meerdere Zaanse walvisvaarders.
-
Claas Taan de Jonge — Oostzaandam — koopman/reder — voortzetting van de Taan-familie.
-
Cornelis Taan — Oostzaandam — koopman/reder — walvisvaart en handel.
-
Cornelis Michielsz. Calff — Westzaandam — reder/koopman — in 1683 boekhouder van meerdere schepen.
-
Nicolaas Calff — Westzaandam — koopman/reder — zoon van Cornelis Michielsz. Calff.
-
Adriaan Rogge — Zaandam — koopman/reder — combineerde walvisvaart, handel en industrie.
-
Jan Lijnstz. Rogge — Zaandam — ondernemer — traankokerij, pakhuizen, houthandel en verzekeringen.
-
Tewis Jansz. Rogge — Oostzaandam — koopman/reder — walvisvaart en lijnbaan.
-
Dirk Lijnstz. Rogge — Zaandam — scheepsbouwer en participant in walvisvaart.
-
Claas Heyn en Zoon — Westzaandam — rederij/uitrusters — verbonden aan Anna en andere schepen.
-
Cornelis Cardinaal — Zaandam — reder — Avontuur — 1802/1803.
-
Cornelis Visser — Zaandam — reder — Alida — 1803.
-
Hamma Klinckert — Zaandam — reder/boekhouder — verbonden aan meerdere walvisvaarders.
-
Dirk Tewis — Zaandam — reder — De Jonge Eva en aanvankelijk Vogel Phenix.
-
Olphert Pet — Zaanse reder — later verbonden aan Vogel Phenix.
-
Abraham van den Broek — Zaandam — reder — Debora — commandeur Jeldert Groot.
-
Cornelis Mein — Zaandam — deelreder — De IJsvogel — 1757.
-
Claas Mais — Zaandam — deelreder — De IJsvogel.
-
Jan Cuyper — Zaandam — deelreder — De IJsvogel.
Restlijst — dubbelen en meervoudige functies
- Meyndert Pietersen Haan — drie afzonderlijke Hamburgse schepen; alle reizen behouden.
- Jacob Douw — Nachtegael én Pelicaen.
- Peter Dolck — St. Peter én St. Laurentius.
- Boh Carstens — St. Jan Evangelist én De Abraham.
- Anders Jørgensen — Griepenstein, Concordia, Providentia.
- Obbe Itskes/Edskes — eerdere commandeur van Concordia; niet automatisch dezelfde periode als Anders Jørgensen.
- Jacob Hardebil — commandeur → speksnijder.
- Parshout — harpoenier → commandeur.
- Ketel Harken — scheepsjongen → matroos.
- Jan Jacobsz. Mol — verschillende functies/reizen in Jispse walvisvaart.
- Johan Beets / weduwe J. Beets / Cornelis Beets — familie-/rederijverband waarschijnlijk, maar persoonsrollen per bron apart houden.
- Nicolaas Burmeester / Nicolaus Burmester — waarschijnlijk dezelfde naamvorm, maar bronspelling behouden.
- Pieter Moller / P. Möller — vermoedelijk dezelfde reder; voorlopig bronvormen naast elkaar bewaren.
- Claas Dircksz. Heyn en Claas Heyn en Zoon — niet automatisch dezelfde generatie/persoon.
Deel 19 — Nog openstaande personen uit de bestaande onderzoekslagen
-
Aldert Aldertsz. — commandeur — genoemd in de grote Zorgdrager-commandantenlaag — schip, plaats, leeftijd, huwelijk en geloof in deze vermelding niet vermeld.
-
Adam de Jong — commandeur — Zorgdrager — verdere persoonlijke gegevens en scheepskoppeling in deze vermelding niet vermeld.
-
Adriaan Adamsz. Oom — commandeur — Zorgdrager — schip en reder nog niet aan deze vermelding gekoppeld.
-
Adriaan de Beste — commandeur — Zorgdrager — verdere gegevens niet vermeld.
-
Adriaan Feddes Bakker — commandeur — Zorgdrager — waarschijnlijk dezelfde naamgroep als de Dordtse Adriaan Fiddes Bakker, maar niet automatisch samenvoegen zolang de bronspelling en identiteit niet rechtstreeks zijn gecontroleerd.
-
Adriaan Jansz. Blank — commandeur — Zorgdrager — schip/reder niet vermeld in de huidige persoonsvermelding.
-
Abraham Ravestein — commandeur — Zorgdrager — verdere persoonlijke gegevens niet vermeld.
-
Arent Biljet — Hamburg/Bremen — directeur/reder — eerder genoemd in de directeurslaag; schip nog niet gekoppeld.
-
Albert Br. Wreede — Hamburg/Bremen — directeur/reder — belangrijk vanwege de naam Wreede in de Hamburgse Groenlandvaart; concrete scheepskoppeling nog uitwerken.
-
Albert Bruins — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip niet vermeld.
-
Abraham Eschbach — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip nog onbekend.
-
Barent Berkhy senior — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip niet vermeld.
-
Barent Berkhy junior — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip niet vermeld.
-
Cornelis Laurensz. — Hamburg/Bremen — directeur/reder — verdere gegevens niet vermeld.
-
David Worms — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip niet gekoppeld.
-
Daniel Meinertshaage — Hamburg/Bremen — directeur/reder — later voortgezet door weduwe/erven.
-
Weduwe/erven Daniel Meinertshaage — Hamburg/Bremen — voortgezette rederij/directie — afzonderlijke administratieve vermelding behouden.
-
Ernst Goverts Pietersz. — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip onbekend.
-
Everard Knubel — Hamburg/Bremen — reder/directeur — overleden vóór vermelding van zijn weduwe.
-
Weduwe Everard Knubel — Hamburg/Bremen — rederes/directie — voortzetting onderneming.
-
Fredrik Waan — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip niet gekoppeld.
-
Frans Poppe — Hamburg/Bremen — directeur/reder — schip niet gekoppeld.
-
Gerard Gull — Hamburg/Bremen — reder/directeur — later weduwe vermeld.
-
Weduwe Gerard Gull — Hamburg/Bremen — rederes/directie — voortzetting rederij.
-
George Jonquel — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Henrik Jonquel — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Herman Munster — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Hans van Laar — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Hendrik Otto — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Philip Otto — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Hendrik Nieukerk — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Hans Ermteek — Hamburg/Bremen — reder/directeur — later weduwe vermeld.
-
Weduwe Hans Ermteek — Hamburg/Bremen — rederes/directie.
-
Johan Beets — Hamburg/Bremen — reder/directeur — familielaag met weduwe en zoon Cornelis.
-
Weduwe Johan Beets — Hamburg/Bremen — rederes/directie — afzonderlijk bewaren.
-
Cornelis Beets — Hamburg/Bremen — zoon van Johan Beets — betrokken bij voortgezette rederij.
-
Jacob de Vlieger Karelsz. — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Johan de Lanoy junior — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Johan Albert Ankelman — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Isaak Delboe — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Johan Present — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Johan Jurge Ruter — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Johan Willem Schafhauzen — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Johan Plump — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Johan Witt — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Johan Maximiliaan Winkeler — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Johan Bernhard Mulhauzen — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Johan Henrich Gull — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Joachim Barentsz. — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Jacob Lennig — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Johan Tietsen — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Lucas Kramer — Hamburg — reder/directeur — later weduwe vermeld.
-
Weduwe Lucas Kramer — Hamburg — rederes/directie.
-
Laurens Kramer — Hamburg — directeur/reder — mogelijk verwant aan Lucas Kramer, maar familieverband niet invullen zonder bewijs.
-
Nicolaas Biljet — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Pieter Eden — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Philip d’Erberveld — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Rudolf Amsing — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Roelof Aspes — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Salomon de Vlieger — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
-
Willem Sander — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
Deel 20 — Commandeurs zonder nog volledige scheepskoppeling
-
Andries Pietersz. — commandeur — Hamburg/Bremen — schip niet vermeld.
-
Andries Jacobsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Andries Jurgensz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Andries Pietersz. Haan — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Asmus Nanningsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Aris de Weert — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Ariaan Broersz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Arent Barentsz. Overbeek — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Baltzer Man — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Boye Theunisz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Broer Rykesz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Bleye Michielsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Broer Booysen — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Booy Riewertsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Claas Karstensz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Riewersz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Christiaan Brink — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Claas Jansz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Cornelisz. — commandeur — Hamburg/Bremen — niet gelijkstellen aan andere gelijknamige commandanten.
-
Claas Rootspraak — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Fredriksz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Booyen — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Jurgens — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Pietersz. Haan — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis de Vries — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Willemsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Haayen — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Jacobsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Jurriaansz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Cornelis Michielsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Claas Dirksz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Claas Steneken — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Dirk Dirksz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Dirk Albertsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Dirk Tegeler — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Dirk Sielrand — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Dirk Taken — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Dirk Claasz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Dirk Zegelken — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Eselke Ariaansz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Egidius Kuhl — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Fredrik Riewertsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Ficke Dreyer — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Fredrik Simonsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Gerzon Krop — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Gerrit Cornelisz. Geus — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Gerrit Andriesz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Goltje Mencken — commandeur — Hamburg/Bremen.
-
Hendrik van der Smissen — commandeur — Hamburg/Bremen.
Deel 21 — Personen die juist apart moeten blijven
-
Willem Fredriks — commandeur — genoemd in een akte uit 1753 — schipnaam niet vermeld. Geen schip toevoegen zolang de bron dat niet geeft.
-
Maarten van Duijvenbode — commandeur — genoemd in dezelfde of verwante akte uit 1753 — schipnaam niet vermeld.
-
Jan Rensen — werf-/arbeidslaag — functie nog niet exact genoeg vastgesteld.
-
Pieter Yp — werf-/arbeidslaag — functie nog niet exact genoeg vastgesteld.
-
Jan Gerbrandsz. Muus — werf-/arbeidslaag — functie nog niet exact genoeg vastgesteld.
-
Jan Ales — werf-/arbeidslaag — functie nog niet exact genoeg vastgesteld.
-
Cornelis Jansz. — werf-/arbeidslaag — onvoldoende identificerende gegevens; niet samenvoegen met gelijknamige commandeurs.
-
M. Jansz. — bemannings-/reddingscontext 1777 — volledige voornaam niet vermeld.
-
Vier niet bij naam genoemde overwinteraars van de Mercurius — Hamburg — 1777 — persoonsnamen niet vermeld in de huidige laag; als groepsvermelding behouden.
-
Vijf overleden mannen uit de groep van Jeldert Groot — 1777 — namen niet allemaal vermeld; onder hen boven- en ondertimmerman.
-
Dertien overlevenden op de rotsen — 1777 — individuele namen niet allemaal bekend.
-
Dertig mannen in twee boten — reddings-/vluchtgroep 1777 — individuele namen grotendeels onbekend.
-
Groenlandse loodsen bij Staatenhoek — namen niet vermeld — hielpen overlevenden door lokaal vaarwater.
Restlijst — deze vermeldingen zijn dubbel of mogelijk dezelfde persoon
- Adriaan Feddes Bakker / Adriaan Fiddes Bakker — zeer waarschijnlijk dezelfde naamvorm, maar eerst bron voor bron controleren.
- Pieter Moller / P. Möller — vermoedelijk dezelfde Hamburgse reder.
- Nicolaas Burmeester / Nicolaus Burmester — vrijwel zeker spellingvariant, maar bronvorm bewaren.
- Johan Beets / weduwe Johan Beets / Cornelis Beets — één rederijfamilie, maar drie afzonderlijke personen/administratieve fasen.
- Lucas Kramer / weduwe Lucas Kramer / Laurens Kramer — vermoedelijke familie- en bedrijfscontinuïteit, nog niet volledig bewezen.
- Cornelis Jansz. — komt op veel plaatsen voor; nooit automatisch samenvoegen.
- Jan Janssen — meerdere Borkumer vermeldingen kunnen verschillende personen zijn.
- Van der Velde / van der Velden — meerdere commandanten, verschillende voornamen en schepen; familieverband open.
Nagedacht gedurende 29s
Deel 22 — Nieuwe Hollandse commandeurs uit Zorgdragers naamlijst
Vanaf 963 alleen namen die nog niet als zelfstandig nummer in onze werklaag stonden. Zorgdrager geeft deze personen expliciet op als commandeurs voor de Hollandsche Groenlandsche Reederij, uitgerust naar Groenland en de Straat Davis. Bij deze naamlijst noemt hij doorgaans géén afzonderlijk schip, leeftijd, huwelijk of geloof; die velden blijven dus onbekend.
963. Adriaan Breet — commandeur — Hollandse Groenlandvaart — schip niet vermeld — plaats niet vermeld.
964. Adriaan Cornelisz. Klein — commandeur — schip niet vermeld.
965. Ary Pietersz. Visser — commandeur — schip niet vermeld; “Visser” niet als afzonderlijke functie interpreteren.
966. Adriaan Willemsz. Vader — commandeur — schip niet vermeld.
967. Aart Dirksz. van Marken — commandeur — schip niet vermeld; “van Marken” niet automatisch als woonplaats gebruiken.
968. Andries Willemsz. — commandeur — schip en plaats niet vermeld.
969. Adriaan Amoureus — commandeur — schip niet vermeld.
970. Ary Crooswyk — commandeur — schip niet vermeld.
971. Aris uit de Woude — commandeur — Zorgdragers naamvorm letterlijk behouden; schip niet vermeld.
972. Arent Claasz. — commandeur — schip niet vermeld.
973. Adriaan Jacobsz. Oom — commandeur — schip niet vermeld.
974. Andries Frederiksz. — commandeur — schip niet vermeld.
975. Adriaan Teunisz. Boxhoorn — commandeur — schip niet vermeld.
976. Adriaan Martensz. Kuiper — commandeur — “Kuiper” onderdeel van de naamvorm; niet automatisch concluderen dat hij kuiper van beroep was.
977. Albert Pius — commandeur — schip niet vermeld.
978. Andries Harmsz. Bock — commandeur — schip niet vermeld.
979. Abraham Claasz. de Haan — commandeur — schip niet vermeld.
980. Adriaan Westrik — commandeur — schip niet vermeld.
981. Ary van der Meer — commandeur — schip niet vermeld.
982. Anne Pieters Klein — commandeur — schip niet vermeld.
983. Adriaan Jansz. — commandeur — schip niet vermeld.
984. Auke de Vries — commandeur — schip niet vermeld.
985. Adriaan Thomasz. Smidt — commandeur — schip niet vermeld; “Smidt” niet automatisch als beroep smid behandelen.
986. Arent Jansz. Koen — commandeur — schip niet vermeld.
987. Albert Gerritsz. — commandeur — schip niet vermeld.
988. Aldert Lubbertsz. Groot — commandeur — schip niet vermeld.
989. Bouwe Clynzorg — commandeur — schip niet vermeld.
990. Bruin Jansz. — commandeur — schip niet vermeld.
991. Broer Snyder — commandeur — schip niet vermeld.
992. Barent Zwart — commandeur — schip niet vermeld.
993. Barent Koper — commandeur — schip niet vermeld; “Koper” niet als beroep aannemen.
994. Barent Harkes — commandeur — schip niet vermeld.
995. Bruin Ockers Hogerzeil — commandeur — schip niet vermeld.
996. Baart Jan — commandeur — bronvorm letterlijk behouden.
997. Baart Simonsz. — commandeur — schip niet vermeld.
998. Bartel Koopman — commandeur — “Koopman” kan naamvorm zijn; beroep niet afzonderlijk bewezen.
999. Barent Hendriksz. — commandeur — schip niet vermeld.
1000. Bruin Ockersz. Hogerzeil — commandeur — mogelijk dezelfde persoon als nr. 995 met iets andere naamvorm, maar voorlopig afzonderlijk bewaren.
1001. Barent Jacobsz. Horkes — commandeur — schip niet vermeld.
1002. Barent Hansz. — commandeur — schip niet vermeld.
1003. Cornelis Gijsbertsz. Zorgdrager — commandeur — auteur en ervaren Groenlandvaarder. Dit is een nieuwe bronvermelding binnen deze specifieke naamlijst; als unieke persoon was Zorgdrager al bekend. Zijn eerste reis als commandeur was in 1690 voor Dirk Dirkz. Prutkooper te Jisp, met een oude opgetimmerde buis, twee sloepen, één jol en veertien koppen.
1004. Cornelis Olferts — commandeur — schip niet vermeld.
1005. Claas Schaap — commandeur — schip niet vermeld.
1006. Cornelis Eelmers — commandeur — schip niet vermeld.
1007. Claas Govertsz. Visser — commandeur — schip niet vermeld.
1008. Cornelis Adriaansz. Klein — commandeur — schip niet vermeld.
1009. Claas Pronk — commandeur — schip niet vermeld.
1010. Claas Kromvinger — commandeur — schip niet vermeld.
1011. Cornelis van der Hoven — commandeur — schip niet vermeld.
1012. Claas Pootjes — commandeur — schip niet vermeld.
1013. Cornelis Jacobsz. Metzelaar — commandeur — schip niet vermeld; “Metzelaar” niet automatisch als nevenberoep aannemen.
1014. Christoffel Hendriksz. Helmig — commandeur — schip niet vermeld.
1015. Carsten Fredriksz. — commandeur — schip niet vermeld.
1016. Carsten Cornelisz. Boot — commandeur — schip niet vermeld.
1017. Cornelis Jansz. Spanjaart — commandeur — schip niet vermeld.
Deel 23 — Hollandse commandeurs, vervolg C
1018. Cornelis Meyn de Jonge — commandeur — schip niet vermeld. De toevoeging “de Jonge” maakt onderscheid met oudere/gelijknamige personen belangrijk.
1019. Cornelis Jongekees — commandeur — schip niet vermeld.
1020. Claas de Boer — commandeur — schip niet vermeld.
1021. Cornelis Cornelisz. Ruig — commandeur — schip niet vermeld.
1022. Cornelis Jacobsz. Groot — commandeur — schip niet vermeld.
1023. Cornelis Schar — commandeur — schip niet vermeld.
1024. Claas Zeeman — commandeur — schip niet vermeld; “Zeeman” is onderdeel van de naamvorm en hoeft geen afzonderlijke functie te zijn.
1025. Cornelis Sjoukes — commandeur — schip niet vermeld.
1026. Claas Pietersz. Casterkom — commandeur — schip niet vermeld.
1027. Claas Klein — commandeur — schip niet vermeld.
1028. Cornelis Cornelisz. Klein — commandeur — schip niet vermeld.
1029. Claas Visman de Jonge — commandeur — schip niet vermeld.
1030. Claas Top — commandeur — schip niet vermeld.
1031. Cornelis van der Schelling — commandeur — schip niet vermeld; herkomst niet automatisch uit de naam afleiden.
1032. Claas Daalder — commandeur — schip niet vermeld. Niet automatisch gelijkstellen aan Claas Jacobsz. Daalder.
1033. Claas Danielsz. Mayer — commandeur — schip niet vermeld.
1034. Cornelis Cornelisz. Meyn — commandeur — schip niet vermeld.
1035. Cornelis Aves — commandeur — schip niet vermeld.
1036. Claas Jurriaansz. — commandeur — schip niet vermeld.
1037. Cornelis Root — commandeur — schip niet vermeld.
1038. Claas Willemsz. Brouwer — commandeur — schip niet vermeld.
1039. Cornelis Florisz. van de Helder — commandeur — schip niet vermeld; naamvorm kan op herkomst wijzen, maar woonplaats blijft zonder aanvullende bron niet vastgesteld.
1040. Claas Arentsz. Thuin — commandeur — schip niet vermeld.
1041. Cornelis Gerbrandsz. — commandeur — schip niet vermeld.
1042. Claas Mol — commandeur — schip niet vermeld.
1043. Cornelis Pietersz. Ruiter — commandeur — schip niet vermeld.
1044. Cornelis Egertsz. Vlieger — commandeur — schip niet vermeld.
1045. Claas Dammesz. — commandeur — schip niet vermeld.
1046. Claas Kok — commandeur — schip niet vermeld.
1047. Cornelis Jurriaansz. — commandeur — schip niet vermeld.
1048. Cornelis Leek — commandeur — schip niet vermeld.
1049. Cornelis Jansz. Ligter — commandeur — schip niet vermeld.
1050. Claas van Marken — commandeur — schip niet vermeld; niet automatisch dezelfde als Aart Dirksz. van Marken.
1051. Claas Danielsz. van Borkum — commandeur — schip niet vermeld. De naam suggereert een relatie met Borkum, maar Zorgdragers lijst alleen bewijst geen actuele woonplaats.
1052. Cornelis van Leeuwen — commandeur — schip niet vermeld.
1053. Claas Pranger — commandeur — schip niet vermeld.
1054. Claas Pranger de Jonge — commandeur — schip niet vermeld — afzonderlijk van Claas Pranger bewaren.
1055. Claas Valk — commandeur — schip niet vermeld.
1056. Cornelis Janse Spits — commandeur — schip niet vermeld.
1057. Claas Keuke — commandeur — schip niet vermeld.
1058. Cornelis Adriaansz. Bakker — commandeur — schip niet vermeld.
1059. Cornelis Gieles — commandeur — schip niet vermeld.
1060. Claas Adriaansz. de Jong — commandeur — schip niet vermeld.
1061. Cornelis Pietersz. Rykers — commandeur — schip niet vermeld.
1062. Claas Pietersz. Rykers — commandeur — schip niet vermeld.
1063. Cornelis Jansz. Bakker — commandeur — schip niet vermeld.
1064. Claas de Leeuw — commandeur — schip niet vermeld.
1065. Cornelis Heikoms Abbo — commandeur — bronspelling behouden — schip niet vermeld.
1066. Cornelis Visser — commandeur — schip niet vermeld. Niet automatisch dezelfde persoon als de latere Zaanse reder Cornelis Visser.
1067. Claas Jansz. Donker — commandeur — schip niet vermeld.
1068. Cornelis Halfkaag — commandeur — schip niet vermeld.
1069. Claas Visman — commandeur — schip niet vermeld.
1070. Cornelis Groenendyk — commandeur — schip niet vermeld.
1071. Cornelis Bonk — commandeur — schip niet vermeld.
1072. Cornelis Root — commandeur — tweede bronvermelding met dezelfde naam. Voorlopig niet schrappen; kan herhaling in de lijst of andere persoon zijn.
1073. Claas Pietersz. Top — commandeur — schip niet vermeld.
1074. Cornelis Dirksz. Suiker — commandeur — schip niet vermeld.
1075. Cornelis Loots — commandeur — schip niet vermeld.
1076. Claas Kriek — commandeur — schip niet vermeld.
1077. Cornelis Gerbrandsz. Schagen — commandeur — schip niet vermeld.
1078. Claas Jansz. Koopman — commandeur — schip niet vermeld; “Koopman” niet automatisch als tweede beroep gebruiken. Deze hele vervolgserie staat in Zorgdragers commandeurslijst.
Deel 24 — Nieuwe Hamburgse en Bremer commandeurs
Zorgdrager geeft daarnaast een afzonderlijke naamlijst van commandeurs die voor de Hamburger en Bremer Groenlandsche Reederij naar Groenland en de Straat Davis voeren. Dat onderscheid is belangrijk: deze namen horen dus niet automatisch bij een Hollandse rederij.
1079. Hans Booysen — commandeur — Hamburg/Bremen — schip niet vermeld.
1080. Hendrik Claasz. — commandeur — Hamburg/Bremen — schip niet vermeld.
1081. Hasn Jurgen Duhn — commandeur — bron leest “Hasn”; waarschijnlijk typografische/transcriptievariant van Hans, maar voorlopig bronvorm behouden.
1082. Harmen Kok — commandeur — Hamburg/Bremen.
1083. Hans Jansz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1084. Hans Jaspersen — commandeur — Hamburg/Bremen — niet automatisch gelijkstellen aan Hans Christiaan Jaspers uit 1777.
1085. Hendrik Brand — commandeur — Hamburg/Bremen.
1086. Hauwelke Pietersz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1087. Hans Karstensz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1088. Hendrik Booysen — commandeur — Hamburg/Bremen.
1089. Hendrik Roelofsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1090. Hendrik Leursen — commandeur — Hamburg/Bremen.
1091. Hendrik Segelke — commandeur — Hamburg/Bremen.
1092. Hendrik Bisewig — commandeur — Hamburg/Bremen.
1093. Hendrik Segelke Fredriksz. — commandeur — Hamburg/Bremen — mogelijk verwant aan Hendrik Segelke, identiteit niet samenvoegen.
1094. Herman Wesselsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1095. Hans Heyser — commandeur — Hamburg/Bremen.
1096. Jan Toomsen — commandeur — Hamburg/Bremen.
1097. Jurriaan Hendriksz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1098. Jan Vos — commandeur — Hamburg/Bremen.
1099. Jan Pietersz. Haan — commandeur — Hamburg/Bremen.
1100. Jacob Olkers — commandeur — Hamburg/Bremen.
1101. Jacob Floris — commandeur — Hamburg/Bremen — niet automatisch Jacob Flor uit Amrum; bronvorm verschilt.
1102. Jan Paap — commandeur — Hamburg/Bremen.
1103. Jurgen Riewersz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1104. Jochem Jansz. Vos — commandeur — Hamburg/Bremen.
1105. Jurgen Eschelsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1106. Jurgen Kroger — commandeur — Hamburg/Bremen.
1107. Jan Jacobsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1108. Jurgen Molman — commandeur — Hamburg/Bremen.
1109. Jan Gerritsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1110. Jan Coordes — commandeur — Hamburg/Bremen.
1111. Jan Hazeloop — commandeur — Hamburg/Bremen.
1112. Jacob Roelofsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1113. Jochem Danquart — commandeur — Hamburg/Bremen.
1114. Jacob Jacobsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1115. Johan Gurvis — commandeur — Hamburg/Bremen.
1116. Johan Rabbe — commandeur — Hamburg/Bremen.
1117. Johan Riewertsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1118. Jan Wesselsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1119. Karsten Jansz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1120. Karsten Cornelisz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1121. Laurens Pietersz. Haan — commandeur — Hamburg/Bremen.
1122. Laurens Booyzen — commandeur — Hamburg/Bremen.
1123. Leendert Ryksz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1124. Laurens Hendriksz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1125. Michiel Feddes — commandeur — Hamburg/Bremen.
1126. Matthys Claasz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1127. Nanning Booysen — commandeur — Hamburg/Bremen.
1128. Nanning Nannesz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1129. Otto Segelke — commandeur — Hamburg/Bremen.
1130. Pieter Pietersz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1131. Pieter Booysen — commandeur — Hamburg/Bremen.
1132. Pieter Jansz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1133. Pieter Molman — commandeur — Hamburg/Bremen.
1134. Pieter Dolk — commandeur — Hamburg/Bremen — mogelijk naamvariant van Peter Dolck, maar niet zonder controle samenvoegen.
1135. Pieter Jansz. Poen — commandeur — Hamburg/Bremen.
1136. Pieter Vlielander — commandeur — Hamburg/Bremen — naam niet automatisch als woonplaats Vlieland behandelen.
1137. Paul Paulsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1138. Pieter Riewertsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1139. Pieter Bruin — commandeur — Hamburg/Bremen.
1140. Paul Booysen — commandeur — Hamburg/Bremen.
1141. Pieter Labée — commandeur — Hamburg/Bremen.
1142. Roelof Roelofsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1143. Reikmer Roelofsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1144. Roelof Walman — commandeur — Hamburg/Bremen.
1145. Riewert Jacobsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1146. Riewert Fredriksz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1147. Ryke Haayen — commandeur — Hamburg/Bremen.
1148. Reynert Jacobsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1149. Roelof Booysen — commandeur — Hamburg/Bremen.
1150. Simon Hendriksz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1151. Simon Booysen — commandeur — Hamburg/Bremen.
1152. Simon Pietersz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1153. Tjerk Rintjes — commandeur — Hamburg/Bremen.
1154. Tonjes Meyer — commandeur — Hamburg/Bremen.
1155. Volkert Roelofsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1156. Volkert Nanningsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1157. Volkert Roelofsz. Junior — commandeur — Hamburg/Bremen — uitdrukkelijk afzonderlijk van Volkert Roelofsz.
1158. Volkert Paulsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1159. Willem Cornelisz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1160. Willem Dirksz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1161. Willem Willers — commandeur — Hamburg/Bremen.
1162. Willem Ariaansz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1163. Zwen Pietersz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
1164. Zwen Andriesz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
Restlijst — meteen markeren voor latere persoonscontrole
Bruin Ockers Hogerzeil / Bruin Ockersz. Hogerzeil kan één persoon zijn. Cornelis Root staat binnen de Hollandse commandeurslaag meer dan eenmaal. Jacob Floris mag niet automatisch worden samengevoegd met Jacob Flor van Amrum. Pieter Dolk kan overeenkomen met Peter Dolck, maar daarvoor moeten we de scheeps- en jaarkoppelingen controleren. Claas Pranger / Claas Pranger de Jonge zijn juist expliciet als twee naamvormen onderscheiden. Volkert Roelofsz. / Volkert Roelofsz. Junior moeten eveneens afzonderlijk blijven.
Nagedacht gedurende 45s
Deel 25 — Nieuwe hoofdreders/directeurs uit Zorgdragers eigen naamlijst
Zorgdrager noemt deze personen expliciet in zijn “Naamlyst van alle de Directeurs over de Hollandsche Groenlandsche Visschery”. De plaats achter de naam is dus de plaats waaronder hij de directeur/reder rangschikt; ik maak daar niet automatisch geboorteplaats of woonplaats van.
1165. Adriaan de Ruiter — Rotterdam — hoofdreder/directeur — bij Zorgdrager samen vermeld als “Adriaan de Ruiter en Zoon”. Naam van de zoon niet gegeven.
1166. Abraham van der Pot — Rotterdam — hoofdreder/directeur — schip in deze naamlijst niet vermeld.
1167. Arnoldus Beyerman — Rotterdam — hoofdreder/directeur.
1168. Albert Doornekroon — Amsterdam — hoofdreder/directeur — niet automatisch gelijkstellen aan Iken Albertsz. Doornekroon uit de scheepslijst.
1169. Anthoni van Vollenhoven — Amsterdam — hoofdreder/directeur — samen met Hendrik van Vollenhoven vermeld.
1170. Hendrik van Vollenhoven — Amsterdam — hoofdreder/directeur — samen met Anthoni.
1171. Antoni Waterman — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
1172. Adriaan Goutrok — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
1173. Arent Claasz. Blom — Sardam — hoofdreder/directeur — komt bij Zorgdrager zelfs tweemaal in de lijst voor; één persoon, dus niet opnieuw nummeren.
1174. Aris Haring — Sardam — hoofdreder/directeur.
1175. Arent Nanning — De Koog — hoofdreder/directeur.
1176. Adriaan de Lange — De Rijp — hoofdreder/directeur.
1177. Abraham van der Linde — Vlaardingen — hoofdreder/directeur.
1178. Barthold de Ruiter — Rotterdam — hoofdreder/directeur.
1179. Bartholomeus van Haalen — Amsterdam — hoofdreder/directeur én gecommitteerde van de Hollandsche Groenlandsche Visserij. Zorgdrager noemt hem voor Amsterdam in zijn opdracht.
1180. Burger Schuurman — Hoorn — hoofdreder/directeur én gecommitteerde wegens Hoorn.
1181. Boudewyn Pereboom — Purmerend — hoofdreder/directeur.
1182. Boudewyn Pont — Edam — hoofdreder/directeur.
1183. Bruinvis — Sardam — hoofdreder/directeur — Zorgdrager vermeldt “Bruivis en Louwe” gezamenlijk; voornaam ontbreekt in deze lijst.
1184. Louwe — Sardam — hoofdreder/directeur — voornaam niet vermeld; compagnon van Bruinvis in deze lijst.
Deel 26 — Amsterdam, Sardam, Westzaan, Zaandijk, Koog, Jisp en De Rijp
1185. Jan van Vembergen — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
1186. Jacob Wynkoop — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
1187. Johannes Boelema — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
1188. Jan Spanjart — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
1189. Joost van Veen — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
1190. Johannes de Wit — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
1191. Isaak Naudyn — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
1192. Jacob Alewyn Ghyzen — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
1193. Jan Wynkoop — Amsterdam — hoofdreder/directeur — Zorgdrager noemt zowel Jacob als Jan Wynkoop; afzonderlijke personen bewaren.
1194. Johannes Einthoven — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
1195. Jacob Blom — Amsterdam — hoofdreder/directeur — samen met Jan Blom genoemd. Jan Blom stond al in onze lijst en krijgt daarom geen nieuw nummer.
1196. Isaak Guitard — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
1197. Jan Grasper — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
1198. Jan van Halen — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
1199. Jan Boterpot — Hoorn — hoofdreder/directeur.
1200. Jan Boendermaker — Hoorn — hoofdreder/directeur.
1201. Jacob Theengs de Jonge — Edam — hoofdreder/directeur.
1202. Jan Aris Korver — Sardam — hoofdreder/directeur.
1203. Jan Louwe de Jonge — Sardam — hoofdreder/directeur.
1204. Jan Moll — Sardam — hoofdreder/directeur.
1205. Jan Rogge — Sardam — hoofdreder/directeur — niet zonder aanvullende bron identificeren met een specifieke Rogge-generatie.
1206. Jacob Hoofdt — Westzaan — hoofdreder/directeur — samen met Jan Hoofdt vermeld.
1207. Jan Hoofdt — Westzaan — hoofdreder/directeur.
1208. Jan Dirksz. Blaauw — Westzaan — hoofdreder/directeur.
1209. Jacob Groot — Westzaan — hoofdreder/directeur.
1210. Jan Honing — Zaandijk — hoofdreder/directeur.
1211. Jan Quickel — De Koog — hoofdreder/directeur.
1212. Jacob Mol — Jisp — hoofdreder/directeur — afzonderlijk van Jan Jacobsz. Mol.
1213. Jacob Soer — Jisp — hoofdreder/directeur.
1214. Jan Albertsz. Boon — De Rijp — hoofdreder/directeur.
1215. Jan van Hoorn — De Rijp — hoofdreder/directeur.
1216. Josua Eenhoorn — De Rijp — hoofdreder/directeur.
1217. Jan Klaasz. Kee — De Rijp — hoofdreder/directeur.
1218. Jan Moen — Nieuwendam — hoofdreder/directeur.
1219. Jacob Mol — Nieuwendam — hoofdreder/directeur — mogelijk andere persoon dan Jacob Mol te Jisp; plaatsverschil betekent dat we ze voorlopig gescheiden houden.
1220. Dirk Mol — Nieuwendam — hoofdreder/directeur.
Deel 27 — Directeurs vervolg
1221. Karel Marchand — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
1222. Klaas Kroon — Edam — hoofdreder/directeur.
1223. Klaas Groot — Sardam — hoofdreder/directeur.
1224. Klaas Arentsz. Meyn — Sardam — hoofdreder/directeur.
1225. Klaas Jansz. Floor — Sardam — hoofdreder/directeur.
1226. Klaas Louwe — Sardam — hoofdreder/directeur.
1227. Klaas Wormer — Purmerend — hoofdreder/directeur.
1228. Van der Lip — Amsterdam — hoofdreder/directeur — samen met Boelema genoemd; voornaam ontbreekt.
1229. Boelema — Amsterdam — hoofdreder/directeur — voornaam in deze gezamenlijke vermelding ontbreekt; niet automatisch gelijkstellen aan Johannes Boelema.
1230. Leendert Witte — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
1231. Lambert Mets de Jonge — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
1232. Leendert Scheltes — Amsterdam — hoofdreder/directeur.
1233. Lyn Klaasz. Schaap — Sardam — hoofdreder/directeur.
1234. Lourens Cornelisz. Louwe — Sardam — hoofdreder/directeur.
1235. Lourens Mol — Jisp — hoofdreder/directeur.
1236. Matthys Bosch — Rotterdam — hoofdreder/directeur.
1237. Michiel Bruinvis — Sardam — hoofdreder/directeur — mogelijk relevant voor de eerder alleen als “Bruivis” vermelde directeur, maar dat is nog geen bewijs dat beide vermeldingen exact dezelfde persoon zijn.
1238. Nicolaas Cornelisz. Kalff — Sardam — hoofdreder/directeur.
1239. Pieter Maartsz. Houttuin — Hoorn — hoofdreder/directeur.
1240. Pieter Haak — Enkhuizen — hoofdreder/directeur.
1241. Pieter Appel — Monnickendam — hoofdreder/directeur; Zorgdragers afkorting luidt “Munnik.”
1242. Pieter Gerritsz. Zalm — Sardam — hoofdreder/directeur.
1243. Pieter Bleeker — Sardam — hoofdreder/directeur.
1244. Pieter Taan — Sardam — hoofdreder/directeur — nieuwe Taan-naam naast Claas en Cornelis Taan.
1245. Pieter Gerbrantsz. Gorter — Zaandijk — hoofdreder/directeur.
1246. Pieter Lubbertsz. Koopman — Zaandijk — hoofdreder/directeur; “Koopman” is hier naamvorm, niet automatisch een tweede beroep.
1247. Pieter Lely — Wormerveer — hoofdreder/directeur.
1248. Roelof Boot — Edam — hoofdreder/directeur.
1249. Simon Groot — Sardam — hoofdreder/directeur.
1250. Simon Klaasz. Baas — Zaandijk — hoofdreder/directeur.
1251. Teunes Strop — Alkmaar — hoofdreder/directeur.
1252. Strop — Alkmaar — hoofdreder/directeur — samen met Kriekeboom vermeld; voornaam hier niet gegeven en daarom niet automatisch Teunes Strop.
1253. Kriekeboom — Alkmaar — hoofdreder/directeur — voornaam niet vermeld; niet automatisch A. Kriekeboom uit Jisp.
1254. Santvliet — Alkmaar — hoofdreder/directeur — voornaam niet vermeld.
1255. Stuurman — Alkmaar — hoofdreder/directeur — naamvorm; niet als functie “stuurman” classificeren.
1256. Tours van der Os — Zierikzee — hoofdreder/directeur.
1257. Vechter Otto — Edam — hoofdreder/directeur.
1258. Ysbrand Lely — Wormerveer — hoofdreder/directeur. De overige namen in dit gedeelte — onder meer Mattheus Rees, Marten Loman, Muus Mannis, Marten Mol, Nicolaus Montauban, Nanning Teunisz., Pedro Roegiers, Kops, d’Orville, Verniers, Kaarsgieter, Riethoven, Pieter Mol, Pieter Kool, de Eelbo’s, Van Os, Bruigom, Jongewaart, Van Hoogstraten, Van Grieken, Zeger Mol en Zeger Vettes — stonden al in onze werklaag en heb ik daarom niet opnieuw genummerd.
Deel 28 — Nieuwe gecommitteerden: bestuurlijke bovenlaag
Naast de directeurs geeft Zorgdrager een afzonderlijke bestuurlijke laag van Gecommitteerden der Hollandsche Groenlandsche Visserij. Zij vertegenwoordigen de verschillende plaatsen en zijn dus meer dan alleen gewone reders.
1259. Jacob Noordhey — gecommitteerde wegens Rotterdam — vertegenwoordiger in het centrale bestuur van de Hollandsche Groenlandsche Visserij.
1260. Jan van Tarelink — gecommitteerde wegens Amsterdam — elders ook als Jan van Tarelink Pieterszoon genoemd.
1261. Cornelis Dirksz. Thewes — gecommitteerde wegens Sardam.
1262. Gerrit Vis — gecommitteerde wegens Zaandijk.
De al bekende Bartholomeus van Haalen, Burger Schuurman, Jan Jacobsz. Mol en Cornelis Eenhoorn komen in dezelfde lijst eveneens als gecommitteerden voor; zij krijgen geen nieuw nummer. Zorgdrager noemt hen samen als de “Hoofdtbestierders” van deze visserij.
Aanvulling — andere gecommitteerden uit Zorgdragers reglement
1263. Simon van Beaumont — bestuurlijke/reglementaire functie — ondertekende het reglement voor de Groenlandse visserij; niet als commandeur of reder classificeren zonder aanvullende bron.
1264. Meyndert Arentsz. — gecommitteerde — plaats in deze ondertekening niet herhaald.
1265. Cornelis Beets — gecommitteerde — daarnaast Hamburgse/Beets-rederijnaam in andere contexten; identiteiten zorgvuldig uit elkaar houden.
1266. Simon Gerritsz. Visser — gecommitteerde — tevens bekende Zaandijkse reder/boekhouder in de walvisvaartlaag.
1267. Albertus Doornekroon — gecommitteerde — mogelijk dezelfde persoon als Albert Doornekroon uit de Amsterdamse directeurslijst; naamvorm nog controleren.
1268. Seger Eenhoorn — gecommitteerde — niet automatisch dezelfde als Cornelis Eenhoorn.
1269. Cornelis Cornelisz. Blaauw — gecommitteerde — afzonderlijk van andere Blaauw/Blauw-vermeldingen.
Daarmee staat de werknummering nu op 1269. Vooral voor Sardam/Zaandam levert deze directeurslijst een belangrijke uitbreiding op: Aris Haring, Arent Claasz. Blom, Jan Aris Korver, Jan Louwe de Jonge, Jan Moll, Jan Rogge, Klaas Groot, Klaas Arentsz. Meyn, Klaas Jansz. Floor, Klaas Louwe, Lyn Klaasz. Schaap, Lourens Cornelisz. Louwe, Michiel Bruinvis, Nicolaas Cornelisz. Kalff, Pieter Gerritsz. Zalm, Pieter Bleeker en Pieter Taan zijn nu expliciet in Zorgdragers eigen bestuurlijke/rederlijst opgenomen.
Nagedacht gedurende 33s
Ja — er komt nog een belangrijke laag bij. Zorgdrager geeft zelfs complete monsterrollen, waardoor we nu niet alleen commandeurs en reders hebben, maar de mensen aan boord met hun echte functie. Dat is veel waardevoller dan alleen een namenlijst.
Deel 29 — Stuurmannen en sloepstuurders
1270. Simon Kool — stuurman — schip Het Wapen van Texel — onder commandeur Cornelis Gijsbertsz. Zorgdrager — monsterrol te Hollesloot — Groenlandvaart. Hij kreeg 17 stuivers per kwartaaldeel en ƒ70 op hand.
1271. Pieter Prins — timmerman én stuurder — Het Wapen van Texel — dubbele functie. Maand-/contractbedrag ƒ40 en daarnaast ƒ3 voor de vis. Hij hoort dus zowel bij timmerlieden als bij sloepstuurders.
1272. Pieter van Rarep — schieman én stuurder — Het Wapen van Texel — dubbele scheepsfunctie; ƒ35 en ƒ4 voor de vis.
1273. Boy Fredriksz. — stuurder — Het Wapen van Texel — ƒ27 en ƒ4 voor de vis.
1274. Teunis Willemsz. — stuurder — Het Wapen van Texel — ƒ27 en ƒ4 voor de vis.
1275. Oom Siewertsz. — bemanningslid op Het Wapen van Texel — in de monsterrol zonder functie naast de naam; in een latere werkverdeling verschijnt Oom Siwert als stuurman. Waarschijnlijk dezelfde persoon, maar bronvormen voorlopig naast elkaar houden.
Deel 30 — Harpoeniers
1276. Jacob Lakeman — harpoenier én speksnijder — Het Wapen van Texel — één van de hoogst betaalde vakspecialisten: 18 stuivers kwartaalgeld, ƒ75 op hand en ƒ10 voor de vis. Niet verwarren met Jacob Lakenman uit andere scheepslijsten zonder bewijs.
1277. Jacob Ommekomme — harpoenier — Het Wapen van Texel — 17 stuivers kwartaalgeld en ƒ70 op hand.
1278. Fredrik Cornelisz. — harpoenier — Het Wapen van Texel — 15 stuivers kwartaalgeld, ƒ55 op hand. Later in Zorgdragers werkverdeling opnieuw als harpoenier genoemd.
1279. Jan Hendriksz. — harpoenier — Het Wapen van Texel — 14 stuivers kwartaalgeld, ƒ50 op hand. Komt ook terug in de latere werkverdeling bij het afmaken van de walvis.
1280. Jan Smidt — harpoenier — genoemd in de verdeling van werkzaamheden bij het afmaken en snijden van de walvis; schip in deze passage niet opnieuw genoemd.
Deel 31 — Speksnijders en walvisverwerking
1281. Jacob Lakeman — harpoenier én speksnijder — reeds nr. 1276; geen nieuw uniek persoonsnummer nodig, maar tweede functie vastleggen.
1282. Willem Cornelisz. — werkzaam bij het spek op het “klaas”/snijwerk — Zorgdragers taakverdeling; precieze vaste rang niet expliciet als aparte titel gegeven.
1283. Pieter Korver — werkzaam bij het strandsnijden — verwerking van walvisspek — vaste rang buiten deze taakverdeling niet vermeld.
1284. Harmen Teunisz. — werkzaam bij spek op bank — walvisverwerking — vaste scheepsrang niet vermeld.
1285. Warner Hendriksz. — werkzaam bij spek op bank — vaste rang niet vermeld.
1286. Jan Klaver — werkzaam bij spek op bank en elders bij de haakjepiekeniers — toont dat bemanningsleden verschillende werkrollen kregen.
1287. Klaas Gerritsz. — werkzaam bij spek op bank — vaste rang niet vermeld.
Deel 32 — Timmerlieden
1288. Abraham Lambertsz. — timmerman — Zorgdragers taakverdeling — werkte bovendien bij de “kappers” tijdens verwerking van de walvis.
1289. Dirk Jansz. — ondertimmerman — werkte eveneens bij de kappers.
1290. Pieter Prins — timmerman én stuurder — reeds nr. 1271 — Het Wapen van Texel.
1291. Jan Willemsz. — ondertimmerman — Het Wapen van Texel — ƒ26 en ƒ3 voor de vis.
De monsterrol is hier bijzonder informatief: Zorgdrager vermeldt dat een timmerman normaal ƒ36–ƒ40 per maand kon verdienen. Daarmee behoorde hij tot de best betaalde maandloners aan boord.
Deel 33 — Kuipers
1292. Jurrian Inselman — kuiper — Het Wapen van Texel — ƒ36 en ƒ4 voor de vis. De kuiper was essentieel voor het onderhoud en gereedmaken van vaten waarin spek en traanproducten werden verwerkt/vervoerd.
1293. Adam Plaan — kuiper — genoemd in Zorgdragers werkverdeling — werkte bij de voorspil en later in het ruim.
Daarmee hebben we nu naast Simon de Vos en Jürgen Röper minstens twee nieuwe concreet genoemde kuipers.
Deel 34 — Bootsman, schieman en lijnschieter
1294. Jan Snyder — bootsman én lijnschieter — Het Wapen van Texel — dubbele functie — ƒ35 en ƒ2 voor de vis. De lijnschieter had tijdens de walvisjacht rechtstreeks te maken met het gecontroleerd uitlopen van honderden vademen walvislijn.
1295. Pieter van Rarep — schieman én stuurder — reeds nr. 1272.
1296. Boy Broersz. — schieman — genoemd in Zorgdragers werkverdeling “in ’t ruim”.
1297. Jan Klaasz. — bootsman — ingezet “aan de spekkarnaat” — verdere persoonsgegevens niet vermeld.
Deel 35 — Kok en koksmaat
1298. Oom Geet — kok — Het Wapen van Texel — ƒ33 en ƒ2 voor de vis.
1299. Gysbert Willemsz. — kok — genoemd in de werkverdeling bij de voorspil en later in het ruim.
1300. Simon Pietersz. — koksmaat — Het Wapen van Texel — ƒ19 en ƒ1 voor de vis.
Zorgdrager geeft daarnaast het algemene loon: een kok ongeveer ƒ28 per maand, een koksmaat ongeveer ƒ12. De concrete monsterrol laat zien dat individuele contracten daarvan konden afwijken.
Deel 36 — Chirurgijns
1301. Daniel Snor — chirurgijn — Het Wapen van Texel — ƒ29 en ƒ1 voor de vis.
1302. Isaak van den Broek — chirurgijn — genoemd in de werkverdeling; hielp eveneens bij werkzaamheden rond achterspil/ruim en walvisverwerking.
Dit vult de eerder naamloze chirurgijn van De Kruiskerk van Haarlem aan met twee daadwerkelijk bij naam bekende walvisvaartchirurgijns. Zorgdrager vermeldt voor deze rang een normaal maandloon van ongeveer ƒ26, plus een afzonderlijke vergoeding voor medicijnen en de chirurgijnskist.
Deel 37 — Kajuitwachter en jonge bemanning
1303. Geert Jacobsz. — kajuitwachter — Het Wapen van Texel — ƒ15 en ƒ2 voor de vis. Dit is een duidelijke nieuwe naam in de laag van jonge/lager betaalde bemanningsleden.
Een kajuitwachter verdiende volgens Zorgdragers algemene loonschaal normaal ongeveer ƒ10–ƒ11 per maand. Jonge matrozen kregen circa ƒ14–ƒ15, terwijl gewone matrozen ongeveer ƒ18–ƒ20 ontvingen.
Deel 38 — Gewone scheepsgezellen uit de monsterrol
Deze mannen staan in de monsterrol zonder een afzonderlijk vak direct achter hun naam. Daarom krijgen ze niet automatisch de functie matroos; veiligste aanduiding is voorlopig scheepsgezel/bemanningslid, functie niet nader vermeld.
1304. Klaas Oly — bemanningslid — Het Wapen van Texel — functie niet nader vermeld.
1305. Oom Siewertsz. — bemanningslid; waarschijnlijk de elders genoemde stuurman Oom Siwert — zie nr. 1275.
1306. Cornelis Pietersz. — bemanningslid — functie niet nader vermeld.
1307. Jan Bakker — bemanningslid — functie niet nader vermeld.
1308. Dirk Pietersz. — bemanningslid — functie niet nader vermeld.
1309. Harmen Jacobsz. — bemanningslid — functie niet nader vermeld.
1310. Klaas Jansz. Tel — bemanningslid — functie niet nader vermeld.
1311. Hans Concent — bemanningslid — functie niet nader vermeld.
1312. Klaas Garmetsz. — bemanningslid — functie niet nader vermeld.
1313. N.N. — naam ontbreekt — bemanningslid — ƒ20 en ƒ1 voor de vis; als anonieme plaats in de monsterrol bewaren, maar niet als unieke persoon gebruiken voor telling van geïdentificeerde personen.
Deel 39 — Namen uit Zorgdragers volledige werkverdeling
1314. Heyn Jansz. — pikenier/haakjepik tijdens walvisverwerking — daarnaast bij de “haakje piks” ingezet. Vaste scheepsrang niet vermeld.
1315. Dirk van Texel — pikenier/haakjepik, later ook bij de kappers — woon- of geboorteplaats Texel niet alleen uit zijn naam afleiden.
1316. Jan Cornelisz. — pikenier/haakjepik en werkzaam bij de walvisverwerking — niet identificeren met andere Jan Cornelisz.-vermeldingen zonder bewijs.
1317. Jan Jeltjesz. — pikenier/haakjepik — later ook andere werkzaamheden tijdens verwerking.
1318. Klaas Cornelisz. — pikenier/haakjepik — eveneens in latere taakverdeling genoemd.
1319. Pieter Broedersz. — werkzaam bij de kappers — functie buiten deze werkploeg niet vermeld.
1320. Wybrand Jansz. — werkzaam bij de kappers en bij de achterspil — kennelijk een flexibel ingezet bemanningslid.
1321. Tjerk Evertsz. — werkzaam bij de kappers — verdere rang onbekend.
1322. Klaas Jorisz. — werkzaam bij kappers en achterspil.
1323. Jacob Pietersz. — werkzaam bij de grote/achterspil — verdere rang onbekend.
1324. Barent Klaasz. — werkzaam bij voorspil/in het ruim — verdere rang onbekend.
1325. Foppe Tjerksz. — werkzaam bij voorspil/in het ruim.
1326. Jan de Graaf — werkzaam bij voorspil/in het ruim — verdere vaste rang onbekend.
1327. N. Foppe — werkzaam aan de spekkarnaat — voornaam alleen als initiaal weergegeven.
Zorgdragers schema laat bovendien zien dat deze functies niet allemaal vaste beroepen waren. De commandeur verdeelde het werk, en mannen konden — met toestemming — zelfs onderling van bediening wisselen. Daarom houd ik onderscheid tussen vaste scheepsrang en tijdelijke werktaak.
Wat dit nu toevoegt
We zitten nu op 1327 genummerde vermeldingen/personenposities. Belangrijker is dat we eindelijk een echte doorsnede van één Groenlandvaarder hebben: commandeur, stuurman, vier harpoeniers, timmerman, ondertimmerman, kuiper, bootsman/lijnschieter, schieman, kok, chirurgijn, koksmaat, kajuitwachter, sloepstuurders en gewone scheepsgezellen. Dat maakt de lijst veel completer dan wanneer we alleen de commandeurs en reders zouden verzamelen.
En er is nog meer: direct na Het Wapen van Texel begint Zorgdrager een tweede volledige monsterrol, van De 4 Gebroeders, nu met vijf sloepen. Daar kunnen we de volgende reeks nieuwe bemanningsleden uithalen.
Deel 40 — De 4 Gebroeders: nieuwe personen uit de volledige monsterrol
Dit is een bijzonder sterke bronlaag: Zorgdrager geeft hier een echte monsterrol van het schip De 4 Gebroeders, in de Hollesloot gemonsterd en met vijf sloepen naar Groenland vertrokken. Ik nummer hieronder alleen personen die nog niet als zelfstandige persoon in onze lijst stonden. Bekende namen uit Het Wapen van Texel blijven wel als nieuwe reis-/scheepsvermelding bij hun bestaande persoon bewaard.
-
Lamert Outgers — harpoenier en speksnijdersmaat — De 4 Gebroeders — kreeg 15 stuivers quartiergeld, ƒ60 op hand en ƒ3:3 voor de vis. Dit is een duidelijke dubbele vakfunctie: jager én medewerker bij de verwerking van de walvis.
-
Jan Hoogwerf — chirurgijn — De 4 Gebroeders — ƒ27 op hand en ƒ2 voor de vis. Nieuwe bij naam bekende medische specialist in de walvisvaart.
-
Jan Graaf — ondertimmerman — De 4 Gebroeders — ƒ20 op hand en ƒ1 voor de vis. Niet automatisch gelijkstellen aan de eerder genoemde Jan de Graaf uit Zorgdragers taakverdeling; de naamvorm verschilt.
-
Dirk Rynders — lijnschieter — De 4 Gebroeders — ƒ19 op hand en ƒ2:10 voor de vis. De lijnschieter had een gespecialiseerde plaats in de sloep tijdens de jacht.
-
Huipert Pietersz. — lijnschieter — De 4 Gebroeders — ƒ19 op hand en ƒ2:10 voor de vis.
-
Lourens Hendriksz. — stuurder — De 4 Gebroeders — ƒ19 op hand en ƒ3 voor de vis. Dit betreft waarschijnlijk het sturen van een vangstsloep, niet noodzakelijk de hoofd-stuurman van het schip.
-
Eelke Jetz — stuurder — De 4 Gebroeders — ƒ19 op hand en ƒ3 voor de vis. De bronvorm “Jetz” behouden.
-
Pieter Jansz. Wit — scheepsgezel/bemanningslid — De 4 Gebroeders — ƒ19 op hand en ƒ3 voor de vis. De monsterrol geeft achter zijn naam geen vaste functie; daarom niet automatisch als matroos of stuurder indelen.
-
Pieter Broeders — lijnschieter — De 4 Gebroeders — ƒ18 op hand en ƒ2:10 voor de vis. Mogelijk dezelfde persoon als “Pieter Broedersz.” uit Zorgdragers latere werkverdeling, maar de bronvormen blijven afzonderlijk genoteerd totdat identiteit zeker is.
-
Simon Ryksz. — lijnschieter — De 4 Gebroeders — ƒ18 op hand en ƒ2 voor de vis.
-
Jan Michielsz. — lijnschieter — De 4 Gebroeders — ƒ18 op hand en ƒ2:10 voor de vis.
-
Jan Thomisz. — scheepsgezel/bemanningslid — De 4 Gebroeders — ƒ18 op hand en ƒ1 voor de vis; vaste functie niet vermeld.
-
Jentje Hantjes — scheepsgezel/bemanningslid — De 4 Gebroeders — ƒ18 op hand en ƒ1 voor de vis; vaste functie niet vermeld. Naamvorm letterlijk behouden.
-
Lourens Teunisz. — scheepsgezel/bemanningslid — De 4 Gebroeders — ƒ17 op hand en ƒ1 voor de vis.
-
Ariaan Cornelisz. — scheepsgezel/bemanningslid — De 4 Gebroeders — ƒ17 op hand en ƒ1 voor de vis.
-
Cornelis Dirksz. — scheepsgezel/bemanningslid — De 4 Gebroeders — ƒ17 op hand en ƒ1 voor de vis. Niet samenvoegen met andere Cornelis Dirksz.-vermeldingen zonder aanvullend bewijs.
-
Jan Boon — scheepsgezel/bemanningslid — De 4 Gebroeders — ƒ16 op hand en opvallend genoeg ƒ3 voor de vis; vaste rang wordt in deze monsterrol niet vermeld.
-
Fredrik Melchers — scheepsgezel/bemanningslid — De 4 Gebroeders — ƒ16 op hand en ƒ1 voor de vis.
-
Huibert Jurriaans — koksmaat — De 4 Gebroeders — ƒ11 op hand en ƒ1 voor de vis.
-
Heyn Jansz. — kajuitwachter — De 4 Gebroeders — ƒ11 op hand en ƒ1 voor de vis. Dezelfde naam komt in Zorgdragers taakverdeling als haakjepik voor; dat laat zien dat zijn vaste rang kajuitwachter was, terwijl hij tijdens de walvisverwerking een aanvullende werktaak kreeg.
Deel 41 — Nieuwe functies van reeds bekende personen op De 4 Gebroeders
Deze krijgen geen nieuw persoonsnummer, maar wel een belangrijke extra scheeps- of functieaantekening.
Cornelis Gijsbertsz. Zorgdrager — commandeur van De 4 Gebroeders — vijf sloepen. Hij ontving 20 stuivers quartiergeld en ƒ125 op hand. De vangst bij terugkeer bedroeg 9 walvissen en 396¼ quartier traan.
Simon Kool — hoofd-stuurman — De 4 Gebroeders — 16 stuivers quartiergeld, ƒ60 op hand en ƒ1:10 voor de vis. Dit is een nieuwe concrete scheepskoppeling voor nr. 1270.
Jan Smidt — harpoenier én speksnijder — De 4 Gebroeders — 15 stuivers quartiergeld, ƒ60 op hand en ƒ6:6 voor de vis. Zijn functie blijkt dus breder dan alleen harpoenier.
Fredrik Cornelisz. — harpoenier — opnieuw op De 4 Gebroeders; 15 stuivers quartiergeld en ƒ60 op hand.
Jan Hendriksz. — harpoenier — De 4 Gebroeders; 13 stuivers quartiergeld en ƒ45 op hand.
Abraham Lambertsz. — timmerman — De 4 Gebroeders — ƒ34 op hand en ƒ2 voor de vis.
Oom Siewertsz. — bootsman én stuurder — De 4 Gebroeders — hier is zijn vaste functie eindelijk expliciet: ƒ27 op hand en ƒ3 voor de vis. Dit bevestigt dat hij meer was dan een naamloos bemanningslid.
Klaas Oly — kok — De 4 Gebroeders — ƒ27 op hand en ƒ2 voor de vis. Bij Het Wapen van Texel stond zijn functie nog niet expliciet vermeld; hier wel.
Adam Plaan — kuiper — De 4 Gebroeders — ƒ27 op hand en ƒ1 voor de vis. Daarmee is zijn eerder uit de werkverdeling afgeleide functie nu rechtstreeks door de monsterrol bevestigd.
Boy Fredriksz. — stuurder — opnieuw op De 4 Gebroeders — ƒ18 op hand en ƒ4 voor de vis.
Deel 42 — Een nieuwe schieman/stuurder
- Cornelis Jansz. — schieman én stuurder — De 4 Gebroeders — ƒ26 op hand en ƒ3 voor de vis. Omdat er zeer veel mannen Cornelis Jansz. heten, blijft deze vermelding zelfstandig en wordt hij niet met andere gelijknamige personen samengevoegd.
Dit is een belangrijke combinatie: de schieman behoorde tot de ervaren dekbemanning en hield zich onder meer bezig met tuigage, touwwerk en dekorganisatie; daarnaast bestuurde deze Cornelis Jansz. een vangstsloep.
Deel 43 — De vijf-sloepenploeg wordt zichtbaar
Uit deze ene monsterrol kunnen we nu de jachtorganisatie van De 4 Gebroeders bijna bemannen:
- hoofdleiding: Cornelis Gijsbertsz. Zorgdrager, commandeur;
- navigatie: Simon Kool, stuurman;
- harpoeniers: Jan Smidt, Lamert Outgers, Fredrik Cornelisz. en Jan Hendriksz.;
- sloepstuurders: Oom Siewertsz., Cornelis Jansz., Lourens Hendriksz., Eelke Jetz en Boy Fredriksz.;
- lijnschieters: Dirk Rynders, Huipert Pietersz., Pieter Broeders, Simon Ryksz. en Jan Michielsz.;
- scheepstechniek: Abraham Lambertsz. timmerman, Jan Graaf ondertimmerman, Adam Plaan kuiper;
- medische zorg: Jan Hoogwerf, chirurgijn;
- kombuis: Klaas Oly, kok, en Huibert Jurriaans, koksmaat;
- jonge/lager gerangschikte dienst: Heyn Jansz., kajuitwachter.
Daarmee zien we dat de vijf sloepen niet zomaar vijf bootjes waren: de monsterrol vertoont vrijwel precies een systeem van stuurders en lijnschieters per sloep, naast de harpoeniers en de scheepsleiding.
Deel 44 — Betaling en vangst van De 4 Gebroeders
De monsterrol rekent voor deze vijf-sloepenvaarder ƒ527 aan maandgeld en ƒ49 voor de vis voor de maandgelders; de op-handbetalingen van de parteniers kwamen daar nog bovenop. Zorgdrager meldt dat het schip bij thuiskomst opnieuw in de Hollesloot werd gemonsterd en toen 9 walvissen en 396¼ quartier traan had gevangen.
Ook noteert hij dat maandgelders per walvis nog 20 of 30 stuivers konden krijgen. Wie als stuurder van een sloep werd aangesteld, kreeg ƒ3 per vis. Zelfs de voorlezer of voorzanger ontving voor zijn geestelijke dienst op deze reis ƒ3 per vis. Dat betekent dat er nog een aanvullende functie aan boord bestond waarvan de persoon in deze passage helaas niet bij naam wordt genoemd.
De werknummering staat daarmee op 1348. Er zitten in Zorgdrager na deze monsterrollen nog meer persoonsnamen verborgen in de dagelijkse werkverdeling, ongelukken, reddingen, vangstbeschrijvingen en persoonlijke getuigenissen; daar kunnen we verder mee doorgaan zonder de reeds opgenomen bemanningsleden opnieuw te nummeren.
Nagedacht gedurende 47s
Deel 45 — Nieuwe personen uit Martens: ongelukken, ijs en reddingen
1349. Jan Lourentsz. Pit — commandeur — schip De Bleeker — 1670. Nadat een walvis was gevangen en geflenst, raakte het schip door harde zuidoostenwind en bewegend ijs ernstig in gevaar. De bemanning telde 27 man. Zij verlieten uiteindelijk het schip met drie sloepen en trokken over het ijs.
1350. Adriaen Pit — harpoenier — 1670 — behorend tot de groep van Jan Lourentsz. Pit. Toen de commandeur en een deel van het volk van elkaar gescheiden waren geraakt, kwam Adriaen Pit met een stuk lijn naar de buitenste ijsschots en wierp dat naar de commandeur. Daardoor konden zij een sloep met acht man naar de groep trekken.
1351. Gerrit Gerritsz. van Vlieland — commandeur — Martens vertelt dat hij zijn zoon tijdens de walvisvangst verloor. De naam van die zoon wordt niet vermeld; diens afzonderlijke functie evenmin.
1352. Jonge Kees van Sardam — commandeur — schip De Hoop de Zwarte Walvisch — 1668. Martens noemt hem uitdrukkelijk “van Sardam”. Zijn schip lag na verscheidene vangsten in het ijs, terwijl een deel van het vermoeide volk beneden lag nadat walvissen waren verwerkt en in de vaten gestoken. Dit is een directe Sardam/Zaandam-koppeling.
Geen nummer: zoon van Simon van Emden
Martens beschrijft ook een zoon van Simon van Emden. Hij had een walvis geschoten en was de lijn aan het inpalmen toen een bocht om zijn been kwam. De walvis rukte hem uit de sloep en verdween met hem onder het ijs. Zijn voornaam ontbreekt. Ik neem hem daarom wel als anonieme persoonsvermelding, maar niet als geïdentificeerd nieuw nummer.
Deel 46 — Nieuwe stuurman en schieman uit een Zaanse notariële akte, 1747
Een aanvullende Noord-Hollandse studie haalt een notariële akte van 3 april 1747 van notaris Michiel Beets te Zaandam aan. Daarmee krijgen we niet alleen namen maar ook echte arbeidsvoorwaarden.
1353. Simon Jacobsz. Kleyn — Huisduinen — commandeur — 1747. Zijn voorwaarden waren ƒ150 handgeld, ƒ25 voor het equiperen, 30 stuivers per quardeel traan en ƒ30 baardgeld per walvis. Hij kwam dat jaar thuis met drie geharpoeneerde walvissen en 150 quardelen traan, goed voor ongeveer ƒ490 inkomsten.
1354. Adriaan Jacobsz. Kleyn — Huisduinen — stuurman — 1747. Contract: ƒ65 handgeld, ƒ1 en 2 stuivers wijnkoop en 17 stuivers per quardeel traan. Bij 150 quardelen kwam zijn berekende totale inkomen op ongeveer ƒ193,60.
1355. Jan Keuken — Huisduinen — schieman — 1747. Contract: ƒ28 maandgeld, 11 stuivers wijnkoop en ƒ3 visgeld. Bij een reis van vier à vijf maanden kon hij maximaal ongeveer ƒ149,85 verdienen.
Dit is een mooie vergelijking: commandeur Simon Kleyn verdiende ongeveer drie keer zoveel als schieman Jan Keuken wanneer de reis goed verliep.
Deel 47 — Van lagere walvisvaarder tot sloepschipper
Een andere passage geeft een uitzonderlijk interessante loopbaanlaag. Mannen die in de walvisvaart kok, matroos, bootsman, schieman, speksnijdersmaat of harpoenier waren geweest, traden later ook als sloeperman of sloepschipper in het Texelse zeegat op.
1356. Adriaan Jansz. de Groot — commandeur, 1769–1796 — daarnaast sloepschipper. Dit toont een tweede maritieme beroepslaag buiten de walvisvaart.
1357. Jan de Groot — commandeur, 1772–1777 — later/tevens sloepschipper.
1358. Casper Bakker — speksnijdersmaat in 1786 — daarnaast sloepschipper.
1359. Klaas van Dam — speksnijdersmaat in 1785 — daarnaast sloepschipper.
1360. Symon Pronk — speksnijdersmaat in 1780 → speksnijder in 1786 → daarnaast sloepschipper. Dit is een mooie echte loopbaanontwikkeling binnen het vak.
1361. Pieter Jansz. Boot — kok in 1774 en 1775 — later/tevens sloeperman.
1362. Pieter van ’t Hoff — matroos in 1789 — daarnaast sloeperman.
1363. Pieter Zeeman — speksnijdersmaat in 1789 — daarnaast sloepschipper.
1364. Jacob Jacobsz. Grooff — bootsman in 1787 → harpoenier in 1803 — daarnaast sloepschipper. Dit is één van de duidelijkste loopbanen in onze hele lijst: bootsman → harpoenier, met daarnaast plaatselijke sloepvaart.
1365. Jan Pauw — bootsman in 1789 — daarnaast sloeperman.
1366. Symon Bouwen — matroos in 1787 → harpoenier in 1802 — daarnaast sloeperman. Ook hier zien we promotie van gewone scheepsgezel naar gespecialiseerd walvisjager.
1367. Jan Jansz. Kolhorn — commandeur, 1792–1803 — daarnaast sloepschipper.
1368. Jan Dronken — schieman in 1789 — daarnaast sloeperman.
1369. Jacob Kleyn — commandeur in 1786–1787 → in 1789 stuurman — daarnaast sloeperman. Opvallend is hier juist een overgang van commandeur naar stuurman; dat hoeft dus geen simpele carrièreladder omhoog te zijn.
Deel 48 — Nieuwe commandeurs uit Den Helder en Huisduinen
1370. Jan Gerritsz. Blankman — Huisduinen — commandeur walvisvaart, 1761–1794 — daarnaast koopvaardijschipper. Gehuwd met Guurtje Lourisd. Strop. Op 4 september 1770 tot ƒ2.000 gegoed. In 1761–1770 ving hij als commandeur 36½ walvissen. In 1781 voer hij als schipper op de Vriendschap van 126 lasten vanuit Amsterdam.
1371. Jan Dirksz. Drieuwes — Den Helder — commandeur walvisvaart, 1776–1779 — later koopvaardijschipper. Gehuwd met Neeltje Cornelisd. Neef. Totale commandeursvangst: ongeveer 9⅓ walvissen. Hij voer later onder meer op de Galatea naar Sint-Eustatius en op De Berbice Planters naar Berbice. In 1797 was hij lid van de municipaliteit.
1372. Klaas Keuken de Jonge — Den Helder — commandeur walvisvaart, vanaf 1769 in deze bronlaag. Gehuwd met Trijntje Hendriksd. Baske. In 1783 werd zijn vermogen op ongeveer ƒ20.000 gesteld. Zijn vermogen kan volgens de auteur niet uitsluitend uit de walvisvaart zijn voortgekomen.
Deel 49 — Commandeurs met andere beroepen
1373. Adriaan Frederiksz. Mijts — Den Helder — commandeur walvisvaart, 1736–1761 — daarnaast zeeloods. Gehuwd met Grietje Jacobsd. Bont. Hij deed op 31 oktober 1725, op 25-jarige leeftijd, loodsexamen. In 1736–1741 ving hij als commandeur 23 walvissen.
Aanvulling bestaande Jan Quack
Jan Cornelisz. Quak — Den Helder — commandeur 1766–1783 — gehuwd met Neeltje Cornelisd. Jongkees — overleed in 1783 “in Groenland”. Dit kan zeer goed dezelfde persoon zijn als onze eerdere Jan Quack, nr. 572, op de Juffrouw Maria in 1783. Ik geef daarom geen nieuw nummer totdat de identiteit volledig is bevestigd.
1374. Pieter Cornelisz. Quak — Huisduinen — commandeur, 1766–1771 — daarnaast schipper op een haringvissersschuit. Gehuwd met Maartje Jacobsd. Breet. In 1766–1769 ving hij tien walvissen en 200 walrussen.
1375. Willem Gerritsz. Quak — Den Helder — commandeur in 1788 — gehuwd met Lijsbeth Lourisd. Timmer — totale commandeursvangst: twee walvissen.
1376. Teunis Cornelisz. Root — eerst Den Helder, later domicilie Schagen — commandeur walvisvaart, 1735–1768. In 1768 werd zijn vermogen op circa ƒ8.000 gesteld.
Deel 50 — Commandeurs in het plaatselijke bestuur
1377. Jan Maartensz. Breet — oud-commandeur walvisvaart én zeeloods — in 1751 schepen in Den Helder/Huisduinen.
1378. Aris Hendriksz. Medendorp — commandeur walvisvaart én zeeloods — eveneens schepen in 1751.
1379. Jacob Slot — oud-commandeur walvisvaart — schepen in 1751.
1380. Cornelis Spanjaard — commandeur walvisvaart — schepen in 1751.
1381. Willem Maartensz. Stint — commandeur walvisvaart — schepen in 1751.
Deze vijf zijn belangrijk omdat de walvisvaart hier rechtstreeks overgaat in het lokale bestuur: ervaren commandeurs en loodsen werden ook schepenen.
Deel 51 — Latere bestuurlijke walvisvaarders
1382. Jan Cornelisz. Jongkees — oud-commandeur walvisvaart én zeeloods — in 1794 lid van het schepencollege van Den Helder/Huisduinen.
1383. Cornelis Hillebrandz. van Uyen — oud-commandeur walvisvaart én koopvaardijschipper — in 1794 schepen.
1384. Jan Pietersz. Vlielander — oud-commandeur walvisvaart, zeeloods en later bevelhebber op een oorlogsbodem — in 1794 schepen. De studie merkt op dat zijn vermogen vooral ná zijn walvis- en koopvaardijperiode toenam.
Rest-/loopbaanlijst aanvullen
De volgende personen moeten nu ook in onze vaste meervoudige-functielijst:
Simon Jacobsz. Kleyn — commandeur.
Adriaan Jacobsz. Kleyn — stuurman.
Jan Keuken — schieman.
Casper Bakker — speksnijdersmaat → sloepschipper.
Klaas van Dam — speksnijdersmaat → sloepschipper.
Symon Pronk — speksnijdersmaat → speksnijder → sloepschipper.
Pieter Jansz. Boot — kok → sloeperman.
Pieter van ’t Hoff — matroos → sloeperman.
Jacob Jacobsz. Grooff — bootsman → harpoenier → sloepschipper.
Symon Bouwen — matroos → harpoenier → sloeperman.
Jacob Kleyn — commandeur → stuurman → sloeperman.
Adriaan Frederiksz. Mijts — commandeur + zeeloods.
Jan Gerritsz. Blankman — commandeur → koopvaardijschipper.
Jan Dirksz. Drieuwes — commandeur → koopvaardijschipper → bestuurder.
Jan Pietersz. Vlielander — commandeur → koopvaardijschipper/zeeloods → bevelhebber oorlogsbodem.
Daarmee staat de werknummering op 1384. We zijn nu duidelijk voorbij alleen Zorgdragers grote namenlijst: de aanvullende bronnen brengen juist de loopbanen van de gewone en middelhoge bemanningsleden boven water.
Nagedacht gedurende 1m 7s
Deel 52 — Nieuwe officieren uit Den Helder/Huisduinen
Vanaf 1385 alleen nieuwe, controleerbare personen. Een West-Friese studie noemt een groep walvisvaarders die buiten het vangstseizoen ook als sloeperman werkten in het Texelse zeegat. Daardoor krijgen we functies én loopbanen.
1385. Adriaan Cornelisz. de Wit — harpoenier én speksnijdersmaat — walvisvaart, 1789 en 1803 — daarnaast sloepschipper. Eind 1790 hielp hij met zijn sloep het VOC-schip Snelheid, dat bij Huisduinen bijna aan de grond liep, veilig binnenbrengen.
1386. IJsbrand Gorter — harpoenier — walvisvaart — 1789 — daarnaast sloeperman in het Texelse zeegat. Schip in deze passage niet vermeld.
1387. Leendert Tilman — harpoenier — walvisvaart — 1789 en 1802 worden in deze bronlaag genoemd — daarnaast sloeperman. In 1793 trad hij bovendien als sjouwerman op bij het lossen van Rheders Welvaaren.
1388. Pieter Jacobsz. Vroom — harpoenier — walvisvaart — 1802 — daarnaast sloeperman. Schip in deze passage niet vermeld.
1389. Adriaan de Leeuw — stuurman — walvisvaart — 1802 en 1803 — daarnaast sloeperman. Dit is dus een echte combinatie van walvisvaartofficier en plaatselijke reddings-/assistentievaart.
1390. Jan Jacobsz. Vroom — stuurman in 1789, later commandeur 1792–1794 — daarnaast sloeperman. Dit is een duidelijke loopbaan stuurman → commandeur.
1391. Gerrit Houvast — harpoenier — walvisvaart — bron noemt hem samen met Leendert Tilman als walvisvaarder; daarnaast sjouwerman bij het lossen van Rheders Welvaaren in 1793.
Deel 53 — Wat deze groep bijzonder maakt
Deze zeven mannen laten goed zien dat walvisvaart geen geïsoleerd seizoensberoep was. Een harpoenier, stuurman of commandeur kon na terugkeer in Noord-Holland meteen verder werken als sloepschipper, sloeperman of sjouwerman. De bron koppelt de walvisvaart daarmee rechtstreeks aan het dagelijkse maritieme arbeidsleven rond Den Helder, Huisduinen en het Marsdiep.
Vooral Adriaan Cornelisz. de Wit is interessant: hij was niet alleen harpoenier en speksnijdersmaat, maar voerde eind 1790 een sloep die betrokken was bij het redden/assisteren van het VOC-schip Snelheid. De acht sloeperlieden hielden het schip van het strand en brachten het veilig binnen.
Deel 54 — Nog een belangrijke bronlaag: commandeurs uit Zaandam en omgeving
De commandantenlijst in West-Frieslands Oud en Nieuw bevat daarnaast nog talrijke commandeurs met hun vestigingsplaatsen van de rederijen, vaarjaren en vangsttotalen. Daaruit komen ook nieuwe Zaandam/Zaanstreeknamen naar voren.
1392. Jan Krul — commandeur — rederij Zaandam — actief 1760–1762 — vangst in de tabel circa 2½ walvis.
1393. Dirk Jansz. Leest — commandeur — rederij Zaandijk — 1712–1713 — circa 1½ walvis volgens de tabel.
1394. Fulps Claasz. Leest — commandeur — rederijen onder meer Westzaan en Amsterdam — actief 1735–1741 met onderbreking — circa 20 walvissen.
1395. Jan Claasz. Leest — commandeur — Westzaan — 1735–1743 — circa 26½ walvissen.
1396. Klaas Klaasz. Leest — commandeur — Westzaan — actief 1737–1742 en 1744–1761 — in de tabel een zeer hoge vangst van ongeveer 78¼ walvissen.
1397. Adriaan Mandemaker — commandeur — verschijnt in dezelfde commandantenreeks; verdere jaar-/rederijkoppeling moet nog exact uit de tabel worden uitgelezen.
1398. Jan Hendriksz. Medendorp — commandeur — nieuwe Medendorp naast Aris Medendorp; schip en exacte rederij nog nader koppelen.
1399. Cornelis Metselaar — commandeur — apart van Cornelis Jacobsz. Metselaar; niet samenvoegen zonder bewijs.
1400. Jacob Metselaar — commandeur — afzonderlijke persoon in de commandantenlijst.
1401. Pieter Jacobsz. Metselaar — commandeur — komt met meerdere rederij-/reisfasen voor; als één persoon bewaren maar afzonderlijke reizen later eraan hangen.
1402. Jan Pietersz. Mol — commandeur — afzonderlijk van de vele andere Mol-vermeldingen.
1403. Klaas Mol — commandeur — in de commandantenlijst meerdere fasen; niet automatisch familieverband invullen.
1404. Abraham Mooy — commandeur — schip/rederij nog nader koppelen.
1405. Cornelis Mooy — commandeur — afzonderlijk bewaren.
1406. Dirk Willemsz. Mooy — commandeur — meerdere vaarfasen in de tabel.
1407. Jan Mooy — commandeur — de tabel bevat meer dan één vaarfase/plaatskoppeling.
1408. Klaas Pietersz. Mooy — commandeur — afzonderlijke persoon.
1409. Jan Willemsz. Mulder — commandeur — afzonderlijke persoon.
1410. Abraham Frederiksz. Mijts — commandeur — onderscheiden van Adriaan Frederiksz. Mijts.
1411. Frederik Mijts — commandeur — afzonderlijke naam in de commandantenlijst.
1412. Abraham Mijts de Jonge — commandeur — expliciet “de Jonge”; daarom niet samenvoegen met Abraham Frederiksz. Mijts.
Deel 55 — Nog meer Zaandam/Zaanstreekcommandanten uit dezelfde tabel
1413. Jan Cornelisz. Nannings — commandeur — rederijkoppeling in de tabel; verdere gegevens nog uitwerken.
1414. Dirk Tijsz. Nijps — commandeur.
1415. Abraham Oom — commandeur — mogelijk reeds naamverwant aan eerdere Oom-vermeldingen, maar niet automatisch dezelfde persoon.
1416. Adriaan Klaasz. Oom — commandeur.
1417. Jan Klaasz. Oom — commandeur.
1418. Adriaan Jansz. Panvis — commandeur — komt in meer dan één vaarfase voor.
1419. Teunis Jansz. Pauw — commandeur.
1420. Luitje Peper — commandeur.
1421. Pieter Cornelisz. Prins — commandeur — niet automatisch gelijkstellen aan timmerman/stuurder Pieter Prins uit Zorgdragers monsterrol.
Deel 56 — Nieuwe commandanten met directe Zaanstreekkoppeling uit het vervolg
Dezelfde tabel noemt nog meerdere namen waarbij de rederijplaats Zaandam, Zaandijk, Westzaan, Koog aan de Zaan of Jisp is.
1422. Cornelis Dek — commandeur — rederij De Rijp in de tabel; actief 1765–1777, ongeveer 61 walvissen.
1423. Jan Simonsz. Dek — commandeur — rederij Jisp.
1424. Simon Dek — commandeur — rederij Jisp.
1425. Cornelis Jacobsz. Dekker — commandeur — rederij Amsterdam.
1426. Jan Dekker — commandeur — rederij Zaandam/Wormerveer in verschillende fasen.
1427. Simon Dickert — commandeur — De Rijp.
1428. Teunis Doft — commandeur — De Rijp — meerdere vaarfasen.
1429. Dirk Driewesz. — commandeur — rederij Amsterdam/Zaandam/Amsterdam in verschillende fasen.
1430. Jan Pietersz. Dronkerts — commandeur — Amsterdam.
1431. Jacob Duyt — commandeur — Amsterdam.
1432. Jan Jansz. Duyt — commandeur — Koog aan de Zaan.
1433. Cornelis Florisz. — commandeur — Westzaan.
1434. Cornelis Jansz. Frank — commandeur — Jisp/Zaandijk.
1435. Cornelis Geus — commandeur — Amsterdam.
1436. Cornelis Geus de Jonge — commandeur — Amsterdam — expliciet afzonderlijk.
1437. Jan Geus — commandeur — Jisp.
1438. Cornelis Cornelisz. Gieles — commandeur — Jisp.
1439. Cornelis Dirksz. Gieles — commandeur — Zaandijk.
1440. Dirk Cornelisz. Gieles — commandeur — Jisp.
1441. Dirk Jansz. Gieles — commandeur — Zaandijk/Wormerveer.
1442. Teunis Jansz. Giet — commandeur — De Rijp.
1443. Jan Glas — commandeur — Amsterdam.
1444. Jan Jansz. Goedhart — commandeur — Westzaan.
1445. Cornelis Gorter — commandeur — Westzaan/Amsterdam.
1446. Klaas Gorter — commandeur — Amsterdam.
1447. Simon Pietersz. Grande — commandeur — Amsterdam.
1448. Dirk Adriaansz. Grooff — commandeur — Amsterdam — komt in meerdere fasen voor.
1449. Maarten Grooff — commandeur — Amsterdam.
1450. IJsbrand Jansz. Grooff — commandeur — Amsterdam.
1451. Hillebrand Jansz. Groot — commandeur — Jisp.
Belangrijke correctieregel
Bij deze commandantenlijst betekent de genoemde plaats de vestigingsplaats van de rederij in de betreffende vaarfase, niet automatisch de geboorte- of woonplaats van de commandeur. Dat is precies het onderscheid dat we voor de hele database blijven gebruiken.
Daarmee staat de werknummering nu op 1451. Er zijn in deze commandantenlijst nog tientallen namen verder alfabetisch doorlopend — dus ja, we zijn nog steeds niet klaar.
Deel 57 — Commandeurs verder vanaf Guelk, Habbe, Hagenaar en Harkes
We gaan nu verder met de alfabetische commandantenlijst uit West-Frieslands Oud en Nieuw 1974. Ik neem alleen namen op die nog niet als zelfstandige persoon in onze werklaag stonden. De plaats in deze tabel is de vestigingsplaats van de rederij, niet automatisch woon- of geboorteplaats van de commandeur.
-
Jan de Groot — commandeur — komt in deze commandantenlijst voor. Dit is niet automatisch dezelfde persoon als nr. 1357 zonder aanvullende identificatie.
-
Jan Cornelisz. Groot — commandeur — afzonderlijke persoon; niet samenvoegen met andere Groot-vermeldingen.
-
Bartholomeus Guelk — commandeur — Rotterdam — actief 1772–1777 — volgens de tabel circa 14 walvissen.
-
Jacob Guelk — commandeur — Amsterdam — actief 1716–1719 — circa 4 walvissen.
-
Jan Hendriksz. Guelk — commandeur — meerdere vaarfasen; de tabel onderscheidt een met D) gemarkeerde vermelding en een vervolgvermelding. Niet als twee personen behandelen zonder bewijs.
-
Cornelis Habbe — commandeur — komt in meer dan één vaarfase voor. De tabel bevat zowel D) Habbe, Cornelis als een tweede vermelding; dezelfde naam voorlopig als één persoon met meerdere reizen bewaren.
-
Willem Jacobsz. Habbe — commandeur — afzonderlijke Habbe.
-
Adriaan Hagenaar — commandeur — meerdere vaarfasen; de tabel bevat zowel een gewone als een D)-vermelding.
-
Barend Jacobsz. Harkes — commandeur — afzonderlijk van de al bekende Barent Harkes.
-
Jacob Harkes — commandeur.
-
Simon Jacobsz. Harkes — commandeur.
-
Pieter Cornelisz. Heertjes — commandeur.
-
Jan Hillebrandsz. — commandeur — achternaam in de tabel niet verder vermeld.
-
Lourens Woutersz. Hooft, alias Lourens Woutersz. Roderbaart — commandeur — beide naamvormen horen volgens de tabel bij dezelfde persoon.
Deel 58 — Hoogland, Jongenoom en Jongkees
-
Jacob Hoogland de Jonge — commandeur — later ook bestuurder in Den Helder/Huisduinen. In 1737 was hij één van de vier commandeurs/oud-commandeurs onder de vijf schepenen van het dorpsbestuur.
-
Jan Adriaansz. Jongenoom — commandeur.
-
Jan Cornelisz. Jongenoom — commandeur — afzonderlijk van Jan Adriaansz.
-
Adriaan Jongkees — commandeur — in de tabel afzonderlijk genoemd.
-
Cornelis Jongkees — commandeur — verdere identificatie nog open.
-
Cornelis Pietersz. Jongkees, alias Jonge Kees — commandeur. De bron geeft deze alias expliciet; dit is bijzonder nuttig voor koppeling aan andere reisverhalen.
-
Cornelis Pietersz. Jongkees — tweede tabelvermelding/vaarfase. Omdat dezelfde volledige naam direct opnieuw voorkomt, voorlopig als dezelfde persoon met een nieuwe vaarfase behandelen en niet als automatisch tweede unieke persoon.
-
Jan Jongkees — commandeur — komt in de tabel meer dan eenmaal voor, waaronder een D)-vermelding. Eén persoon totdat bewijs voor twee naamgenoten verschijnt.
-
Pieter Jongkees — commandeur — de tabel bevat twee vaarfasen/vermeldingen; niet dubbel nummeren.
De familie Jongkees behoort volgens dezelfde studie tot de belangrijkste commandeursgeslachten van Den Helder/Huisduinen: in de 18e eeuw leverde deze familie zeven bevelhebbers ter walvisvaart.
Deel 59 — Jonker, Jongkind, Kales en Kamp
-
Adriaan Dirksz. Jonker — commandeur.
-
Klaas Maartensz. Jonker — commandeur.
-
Dirk Jongkind — commandeur.
-
Cornelis Kales — commandeur — in de tabel zowel als D) Cornelis Kales als in een uitgebreidere naamvorm aanwezig; identiteiten niet zonder controle samenvoegen.
-
Cornelis Dirksz. Kales — commandeur.
-
Dirk Cornelisz. Kales — commandeur.
-
Cornelis Theunisz. Kamp — commandeur.
-
Willem Jansz. Kamper — commandeur — meer dan één tabelvermelding; als één persoon met meerdere vaarfasen bewaren.
-
Cornelis Adriaansz. Keeleman — commandeur.
-
Klaas Willemsz. Ketel — commandeur.
Deel 60 — De Keuken-familie
-
Jan Keuken, alias “Cleyn Jan” — commandeur. De alias staat expliciet in de commandantenlijst. Niet verwarren met schieman Jan Keuken nr. 1355 zonder bewijs dat het dezelfde persoon is.
-
Klaas Keuken — commandeur — de tabel geeft meer dan één vaarfase.
-
Klaas Klaasz. Keuken — commandeur — één van de grootste Helderse walvisvaarders van de 18e eeuw. Een latere studie noemt een totale vangst van 208½ walvissen, de hoogste vangst van alle commandeurs uit Den Helder/Huisduinen in die eeuw.
-
Simon Klaasz. Keuken — commandeur — in 1737 tevens ingeland/bestuurder in Den Helder/Huisduinen.
De familie Keuken bracht volgens de studie zeven commandeurs voort. Ze behoorde bovendien tot de kleine maar economisch opvallend sterke doopsgezinde kring van Den Helder/Huisduinen, samen met onder meer Walig, Baske en Broertjes. Van de 22 vermogende commandeurs boven ƒ4.000 behoorden er twaalf tot deze families of waren er door huwelijk mee verbonden.
Deel 61 — Nieuwe personen uit de dagelijkse walvisvaartwereld
Dezelfde bron levert buiten de formele commandantenlijst ook personen op die anders gemakkelijk zouden verdwijnen.
-
Jens Jacob Eschels — afkomstig uit Föhr — scheepsjongen — maakte in 1769 zijn eerste reis op De Stadt Zwolle onder commandeur Martinus Claasen, voor de Amsterdamse reder Lambertus Stolk. Hij bezocht tijdens de reis zijn oom nadat diens schip was vergaan.
-
Hans Jensen — stuurman — oom van Jens Jacob Eschels — voer op een Hamburgse Groenlandvaarder onder commandeur Jan Waasberg. Na het vergaan van dat schip werd hij opgenomen door een ander Hamburgs walvisschip.
-
Jan Waasberg — commandeur — voer voor Hamburg — zijn Groenlandvaarder verging in 1769; verdere scheepsnaam wordt in deze passage niet gegeven.
-
Michiel Hansen — commandeur — voer voor Hamburg — nam na de schipbreuk van Jan Waasberg diens stuurman Hans Jensen aan boord.
-
Willem Kleyn — zeevaartmeester / leraar aan een stuurmansschool te Den Helder — in 1737 schepen. De studie zegt dat dergelijke zeevaartmeesters meestal zelf nauw bij de zeevaart betrokken waren geweest, maar noemt Willem hier niet expliciet commandeur. Daarom blijft zijn functie stuurmansleraar/bestuurder, niet commandeur.
Deel 62 — Nieuwe Helderse commandeurs uit de bestuurslaag
-
Robijn Ryntjes — commandeur of oud-commandeur walvisvaart — in 1737 schepen van Den Helder/Huisduinen.
-
Jan Willemsz. de Leeuw — commandeur of oud-commandeur walvisvaart — eveneens schepen in 1737.
-
Ary Breet — commandeur/oud-commandeur — in 1737 één van de ingelanden. Niet automatisch gelijkstellen aan andere Breet-vermeldingen zonder patroniemcontrole.
-
Claas Pietersz. Castricum — commandeur — in 1737 ingeland. Dezelfde familienaam Castricum komt veel vaker voor, dus patroniem handhaven.
Aanvulling zonder nieuw nummer
Cornelis Cornelisz. Gieles stond al in onze commandantenlaag, maar de bron geeft nu veel meer:
- geboren rond 1670 te Den Helder;
- huwde 8 januari 1696 met Aagt Cornelisdr. Foppens;
- zes kinderen, waarschijnlijk slechts één zoon die volwassen bleef;
- waarschijnlijk vanaf 1704 commandeur;
- voer voor Jan, Lourens, Jacob en Zeeger Mol te Jisp;
- vanaf 1716–1722 onder meer op De Koning Salomon;
- overleed in 1722;
- was tevens kaarttekenaar.
Zijn vader Cornelis Dirksz. Gieles was eveneens commandeur en voer al vóór 1705; de studie waarschuwt expliciet dat oudere literatuur vader en zoon door elkaar heeft gehaald. Dat bevestigt precies waarom wij gelijknamige personen niet automatisch samenvoegen.
Daarmee staat de werknummering nu op 1497. De alfabetische commandantenlijst loopt na Keuken nog verder door — onder meer met de families Kleyn, Klorn, Leeuw, Mooy, Ruyg, Rijkers, Schooneman, Springer en Walig — dus er is nog behoorlijk veel materiaal over.
Nagedacht gedurende 41s
Deel 63 — Nieuwe Helderse en Huisduiner commandeurs, vervolg vanaf 1498
De lijst uit West-Frieslands Oud en Nieuw 1973 is hiervoor bijzonder bruikbaar: de commandeurslijst is volgens de auteur veel vollediger dan de lijsten van lager scheepsvolk. Ik neem hier alleen nieuwe personen op die nog niet zelfstandig genummerd waren.
1498. Gerrit Jacobsz. Adriaan — commandeur — Den Helder/Huisduinen — actief 1785–1794.
1499. Jacob Gerritsz. Adriaan — commandeur — actief tot en met 1798.
1500. Jacob Jacobsz. Adriaan — commandeur — actief 1787–1794.
1501. Cornelis Gerritsz. Adriaan — commandeur — actief tot en met 1771.
1502. Pieter Jacobsz. Adriaan — commandeur — actief 1785–1794.
1503. Hendrik Woutersz. Alderwegen — commandeur — 1775–1779.
1504. Jacob Baske — commandeur — actief tot en met 1784; de bron vermeldt dat hij in dat jaar aan boord stierf.
1505. Cornelis Baske — commandeur — actief tot en met 1786.
1506. Frederik Blankman — commandeur — actief tot en met 1776.
1507. Jan Blankman — commandeur — actief tot en met 1794.
1508. Bartel de Boer — commandeur — 1797–1798.
1509. Arend Claasz. Boey — commandeur — actief tot en met 1771.
1510. Frederik Jansz. Borst — commandeur — 1792–1794.
1511. Jan Hendriksz. Borst — commandeur — actief tot en met 1776.
1512. Willem Jansz. Borst — commandeur — 1783–1798.
1513. Jan Pietersz. Bos — commandeur — actief tot en met 1787; bronmarkering D en G behouden.
1514. Pieter Bouwen — commandeur — 1785–1789; bronmarkering D en G behouden.
1515. Jan Bras — commandeur — 1798.
1516. Dirk van Breen — commandeur — actief tot en met 1776.
1517. Dirk Gerritsz. Broer — commandeur — actief tot en met 1780.
1518. Volkert Broer — commandeur — actief tot en met 1779.
1519. Jacob Broertjes — commandeur — 1797–1802.
1520. Jacob Hendriksz. Broertjes — commandeur — actief tot en met 1777; bron vermeldt dat hij in dat jaar op Groenland stierf.
1521. Claas Hendriksz. Broertjes — commandeur — actief tot en met 1776 en opnieuw 1788–1802.
1522. Adriaan Brouwer — commandeur — actief tot en met 1773.
1523. Jacob Brugman — commandeur — 1797–1798.
1524. Willem Brugman — commandeur — 1776–1778.
1525. Cornelis Jacobsz. Dekker — commandeur — 1771–1778 en 1783–1785.
1526. Dirk Driewesz. — commandeur — 1773–1777.
1527. Jan Driewesz. — commandeur — actief tot en met 1780.
1528. Jan Glas — commandeur — 1790–1792.
1529. Claas Gorter — commandeur — 1776–1778 en 1787.
1530. Adriaan Hagenaar — commandeur — 1775–1776 en 1789–1794; de bron geeft D en G en merkt op dat hij ook te Petten woonde.
Deel 64 — Nieuwe namen uit het vervolg van dezelfde commandantenlijst
1531. Jan Claasz. Castricum — commandeur — actief tot en met 1775; stierf volgens de bron dat jaar kort na de reis.
1532. Claas Jansz. Castricum — commandeur — actief tot en met 1777; stierf dat jaar op het eiland Groenland.
1533. Lourens Claasz. Keuken — commandeur — 1785–1788; later voer hij in 1789 als stuurman. De bron noemt hem later woonachtig te Alkmaar.
1534. Jacob Symonsz. Klein — commandeur — 1786–1787.
1535. Symon Jansz. Klein — commandeur — 1785.
1536. Jan Klorn — commandeur — 1773 en 1775–1779.
1537. Gerrit Koning — commandeur — 1794–1803.
1538. Pieter Jacobsz. Koning — commandeur — 1792–1803.
1539. Haykom Kroon — commandeur — 1789–1792; D en G.
1540. Dirk Pronk — commandeur — 1786.
1541. Cornelis Pronk — commandeur — 1798.
1542. Cornelis Quak — commandeur — actief tot en met 1771; D en G.
1543. Cornelis Riekels — commandeur — 1771–1773.
1544. Cornelis Jacobsz. Ruyg — commandeur — actief tot en met 1779.
1545. Jan Springer — commandeur — actief tot en met 1775.
1546. Jan Springer de Jonge — commandeur — 1771–1774.
1547. Cornelis Strop — commandeur — 1794.
1548. Simon Jansz. Vaartjes — commandeur — 1785–1798.
1549. Adriaan Veter — commandeur — 1790–1794.
1550. Abraham Walig — commandeur — actief tot en met 1783; bron vermeldt dat hij aan boord overleed.
1551. Jan Jansz. Walig — commandeur — later bovendien koopman/reder; in 1774 werkte hij als “comptoir en negotie dienaar” bij koopman Jan Puts te Oost-Zaandam.
1552. Jan Lourensz. Walig — commandeur.
1553. Symon Jansz. Walig — commandeur.
De lijst vermeldt daarnaast Cornelis Walig en Jan Symonsz. Walig, maar die namen sluiten zeer waarschijnlijk aan op al bestaande Walig-vermeldingen in onze werklaag. Daarom geef ik ze hier geen nieuw nummer voordat de identiteit met de oudere entries is uitgezocht.
Deel 65 — Nieuwe stuurmannen, harpoeniers en speksnijders
Hier wordt het nog interessanter, omdat de bron de lagere officieren en hun loopbanen noemt.
1554. Jan Spierdijk — stuurman — Den Helder — voer jarenlang bij commandeur Jacob Gauw, in elk geval tot 1789. De bron benadrukt de grote trouw van officieren aan dezelfde commandeur.
1555. Lourens Barendsz. van Saanen — speksnijder — voer ongeveer zeven jaar bij commandeur Jacob Gauw.
1556. Pieter Symonsz. Bouwen — stuurman — Den Helder — voer bij commandeur Dirk Hopman vanaf 1774 tot minstens 1783.
1557. Cornelis Adriaansz. — speksnijder / speksnijdersmaat — voer meerdere jaren bij Dirk Hopman; achternaam in deze passage niet zichtbaar, dus bronvorm voorlopig onvolledig bewaren.
1558. Willem Maartensz. Stint — begon als matroos en promoveerde tussen 1775 en 1779 tot harpoenier, onder commandeur Cornelis Riekels. Dit is een bijzonder duidelijke loopbaan matroos → harpoenier.
1559. Aarjen Klorn — harpoenier — 1802. De bron waarschuwt expliciet dat in hetzelfde jaar ook een speksnijder met dezelfde naam voorkwam en dat dit vrijwel zeker twee verschillende personen waren.
1560. Aarjen Klorn — speksnijder — 1802 — afzonderlijke persoon van de harpoenier met dezelfde naam. Dit is juist een voorbeeld waarom gelijke namen niet mogen worden samengevoegd.
1561. Frans Oom — begon als matroos en klom volgens de bron vermoedelijk bij dezelfde commandeur, Meindert Meeuw, op tot stuurman in de periode 1789–1803.
1562. Geerlof Plas — walvisvaarder uit Huisduinen — latere koopvaardijman; voer in 1802 als bootsman op de Noord-Holland van Willem ’t Hart naar Curaçao en maakte de noodlottige thuisreis van 1803 mee.
Deel 66 — Een belangrijke terugval in rang
1563. Cornelis Kamp — commandeur 1794–1798, maar monsterde in 1802 als harpoenier. De bron noemt dit expliciet als voorbeeld van een voormalige bevelhebber die, ondanks verlies van zijn commandeurspost, trouw bleef aan de walvisvaart en in een lagere rang terugkeerde.
Dit patroon komt vaker voor. Een loopbaan liep dus niet altijd alleen omhoog. Een man kon matroos → harpoenier → commandeur worden, maar ook na een mislukte of beëindigde commandeursloopbaan weer stuurman of harpoenier worden. Dat maakt onze aparte rest-/loopbaanlijst noodzakelijk.
Rest-/dubbelenlijst aanvullen
Lourens Claasz. Keuken — commandeur 1785–1788 → stuurman 1789.
Cornelis Kamp — commandeur 1794–1798 → harpoenier 1802.
Willem Maartensz. Stint — matroos → harpoenier.
Frans Oom — matroos → vermoedelijk stuurman.
Aarjen Klorn — twee verschillende personen in 1802: één harpoenier, één speksnijder; beslist niet samenvoegen.
Jan Jansz. Walig — commandeur → koopmansbediende te Oost-Zaandam → later zelf reder.
Lourens Barendsz. van Saanen — langdurig speksnijder bij dezelfde commandeur.
Jan Spierdijk — langdurig stuurman bij Jacob Gauw.
Daarmee loopt de werknummering nu door tot 1563. Er staat in dezelfde bron nog een hele reeks lagere schepelingen uit Den Helder en Huisduinen die we nog niet hebben gehad; juist daar zitten nog matrozen, speksnijdersmaats, harpoeniers, bootslieden, timmerlieden en koks tussen.
Deel 67 — Nieuwe lagere officieren en walvisvaarders
Vanaf 1564 ga ik verder met de mannen die juist níét commandeur werden, maar wel jarenlang in de walvisvaart actief waren. Dit is een belangrijke aanvulling, omdat de monsterrollen voor Den Helder/Huisduinen laten zien dat lagere officieren daar een uitzonderlijk groot deel van de bemanning vormden. In 1789 waren van 212 aangetroffen Marsdiepschepelingen er 114 officier: commandeur, stuurman, speksnijder, speksnijdersmaat of harpoenier.
-
Adriaan Gerritsz. Cornelisz. — stuurman — Den Helder — walvisvaarder. De bron noemt hem als stuurman ten minste in 1785–1802, onder andere bij commandeur Adriaan Hoogwerf uit Den Helder in 1785–1787 en bij Johannes Hoogerseyl uit Krimpen aan de Lek/Dordrecht in 1802. Hij was gehuwd met Willempje Harge en werd op 7 maart 1790 tot ƒ2.000 gegoed.
-
Hendrik … Borst — harpoenier — Den Helder — in 1774 harpoenier bij commandeur Claas Jansz. Castricum. De OCR van de voornaam/patroniem is beschadigd, maar de familienaam Borst en functie zijn duidelijk. Hij bereikte niet de commandeursrang en werd later ook zeeloods; loodsexamen 27 juli 1781, op 27-jarige leeftijd.
-
Cornelis Jacobsz. Breet — stuurman — Den Helder — voer onder andere bij commandeur Claas Jansz. Castricum. Hij was gehuwd met Neeltje Jansd. Vos. De bron vermoedt dat hij ook in 1777 nog voer; juist in dat jaar kwam hij in Groenland om.
-
Jan Joosten Brouwer — speksnijdersmaat — Den Helder — in 1770 bij commandeur Maarten Aldertsz. Breet uit Sint Maartensbrug. Gehuwd met Neeltje Jochemsd. Hoogerwerf. Hij bereikte niet de rang van commandeur.
-
Jacob Jansz. Grooff — walvisvaarder, exacte hoogste walvisvaartrang in deze passage niet vermeld — Den Helder. Gehuwd met Maartje Pietersd. van der Molen. Hij bereikte niet de rang van commandeur. De bron vermeldt bovendien dat zij de ouders waren van Jacobus Grooff, later bisschop van Canea.
-
Lourens Jansz. Groot — speksnijder — Den Helder — onder andere in 1771 en 1772 bij commandeur Klaas Jansz. Kastricum. Gehuwd met Jantje Jansd.; op 7 maart 1765 tot ƒ2.000 gegoed.
-
Jan Lourisz. Janbroer — bootsman — Huisduinen — in 1779 bootsman bij commandeur Jacob Gauw uit Den Helder. Gehuwd met Maddeleentje Cornelisd. Broertjes. Hij bereikte nooit de commandeursrang.
-
Cornelis Pietersz. Jongkees — harpoenier — Den Helder — in 1774 en 1775 bij commandeur Jacob Gauw. Gehuwd met Maartje Eriksd. Leeuw. Hij bereikte niet de commandeursrang en overleed volgens de impost op 11 september 1776; de auteur vermoedt dat hij wegens ziekte dat vaarseizoen thuisbleef.
Deel 68 — Harpoenier én zeeloods
- Lourens Willemsz. Kool — harpoenier — Den Helder — in 1775 bij commandeur Cornelis Jacobsz. Dekker. Hij bereikte niet de commandeursrang, maar werd daarnaast zeeloods. Hij legde zijn loodsexamen af op 27 oktober 1769, op 36-jarige leeftijd. Gehuwd met Neeltje Jansd. Stort.
Dit is opnieuw een belangrijk patroon: vakmanschap uit de walvisvaart liep rechtstreeks over in kustnavigatie en loodsdienst.
-
Cornelis Jacobsz. Koopman — speksnijdersmaat — Den Helder — in 1756 bij commandeur Jacob Baske. Gehuwd met Grietje Barendsd. Harkes. Hij bereikte niet de commandeursrang.
-
Aarjen Willemsz. Korff — stuurman — Den Helder — in 1765 stuurman bij commandeur Teunis Cornelisz. Root. Daarnaast werkte hij in 1774 bij ’s Lands Werken. Gehuwd met Maartje Cornelisd. Koomen. Dit is dus weer een combinatie van walvisvaart en werk aan de wal.
-
Jacob Aarjensz. Krook — walvisvaarder, rang onbekend — Huisduinen — zoon van commandeur Adriaan Jacobsz. Krook. De bron zegt uitdrukkelijk dat zijn precieze rang niet bekend is, maar dat hij zelf nooit commandeur werd. Gehuwd met Trijntje Jacobsd. Gieles.
Deel 69 — Nog belangrijker: de sociale laag onder de commandeur
Wat uit deze nieuwe namen heel duidelijk wordt, is dat een walvisvaartfamilie niet automatisch alleen commandeurs voortbracht. Binnen dezelfde families vinden we:
Borst — harpoenier, later loods;
Breet — stuurman;
Brouwer — speksnijdersmaat;
Grooff — lagere walvisvaarder;
Groot — speksnijder;
Janbroer — bootsman;
Jongkees — harpoenier;
Kool — harpoenier en loods;
Koopman — speksnijdersmaat;
Korff — stuurman en werknemer bij ’s Lands Werken;
Krook — walvisvaarder zonder bekende rang.
Dat maakt onze functiegroepering veel sterker dan een simpele lijst commandeurs.
Deel 70 — Twee afzonderlijke Jan Pronks
De bron geeft bovendien een nuttige waarschuwing voor onze database:
-
Jan Pronk — kajuitsjongen — walvisvaart — 1771.
-
Jan Pronk — kajuitsjongen — walvisvaart — 1789.
De auteur zegt expliciet dat dit verschillende personen moeten zijn. De naam Pronk kwam veel voor in Den Helder. We houden ze daarom als twee zelfstandige persoonsvermeldingen en voegen ze beslist niet samen.
Deel 71 — Jan Quant: buiten de eigen kring
- Jan Quant — walvisvaarder uit Den Helder — bijzonder omdat hij volgens de bron tot de weinige Helderse zeelieden behoorde die bij een Amelander commandeur monsterden. Zijn precieze rang en reis moeten nog uit het vervolg van de voetnoot worden gehaald; daarom nu alleen opnemen als walvisvaarder met deze bijzondere bemanningskoppeling.
Dat is belangrijk omdat de meeste Marsdiepbemanningen juist sterk lokaal werden gerekruteerd. Van 194 lagere schepelingen uit Den Helder/Huisduinen voeren er in 1789 167, dus 86%, onder een eigen commandeur uit de Marsdiepdorpen. Slechts een klein deel monsterde elders.
Deel 72 — Wat de monsterrollen ons nu over de omvang vertellen
Voor 1789 zijn 49 monsterrollen bewaard van in totaal 67 afvaarten. Daarin staan 212 schepelingen uit Den Helder/Huisduinen. Na aftrek van de commandeurs bleven 194 lagere bemanningsleden over. Van hen voeren 167 onder achttien eigen Helderse/Huisduiner commandeurs, gemiddeld ruim negen plaatselijke mannen per schip. Buiten 1789 zijn nog 57 monsterrollen van Marsdiepcommandeurs gevonden; daar lag het gemiddelde rond acht plaatselijke lagere bemanningsleden per schip.
In een topjaar als 1776, toen ongeveer veertig commandeurs uit Den Helder/Huisduinen uitvoeren, schat de auteur dat er minstens 320 plaatselijke lagere schepelingen op hun schepen voeren. Met de mannen die elders monsterden kwam het vermoedelijke aantal uit de Marsdiepdorpen boven de 400 walvisvaarders inclusief commandeurs.
De werknummering staat daarmee nu op 1578. Er zijn nog meer individuele lagere bemanningsleden in deze bronlaag te vinden, vooral in het vervolg van de alfabetische lijst na Mandemaker en in de complete monsterrollentabel.
Deel 73 — Verdere lagere walvisvaarders, vanaf 1579
Ik ga nu verder met nieuwe personen uit de aanvullende lijst van lagere zeelieden en officieren. Waar de OCR beschadigd is, neem ik alleen op wat voldoende zeker uit de bron is af te lezen.
-
Cornelis Jansz. Mandemaker — Den Helder — speksnijdersmaat — voer onder commandeur Jacob Gauw uit Den Helder. Gehuwd met Neeltje Jansd. Prins. Op 9 september 1753 tot ƒ2.000 gegoed. Hij bereikte niet de rang van commandeur.
-
Simon Riekels — Huisduinen — walvisvaarder of koopvaarder, exacte walvisvaartrang niet vermeld. Gehuwd met Cornelisd. Kooter; de voornaam van zijn vrouw is in de OCR beschadigd. Op 3 maart 1785 tot ƒ2.000 gegoed. Hij werd in 1798 in Engeland opgebracht en bereikte noch de rang van commandeur noch die van schipper.
-
Jan Klaasz. Quak — Den Helder — harpoenier — in 1772 harpoenier bij commandeur Jan de Groot uit Den Helder. Gehuwd met Neeltje Maartensd. Bol. Op 12 april 1763 tot ƒ2.000 gegoed.
Deel 74 — Een duidelijke loopbaan door drie lagere functies
- Jacob [patroniem beschadigd in OCR] — Den Helder — walvisvaarder — gehuwd met Trijntje Teunisd. van der Grift. De bron noemt hem in drie verschillende jaren en functies:
- 1775 — koksmaat;
- 1783 — bootsmansmaat;
- 1789 — opnieuw een hogere lagere-bemanningsfunctie, maar het precieze woord is in de OCR beschadigd.
Hij voer bij onder anderen commandeurs Cornelis Baske en Pieter Jacobsz. Koning uit Den Helder. Dit is dus een echte loopbaan binnen de bemanning, maar ik laat zijn volledige naam voorlopig bronkritisch open.
Deel 75 — Nog een harpoenier uit Den Helder
- [voornaam beschadigd] Hermanus — Den Helder — harpoenier — in 1786 en 1789 bij commandeurs Anthony van Hansleeden en Claas Pronk uit Den Helder. Gehuwd met Neeltje Jansd. Rijkers. Op 4 februari 1784 tot ƒ4.000 gegoed. Hij bereikte niet de rang van commandeur. De achternaam is in de OCR te beschadigd om hem zonder risico vast te leggen.
Ik neem hem wel als zelfstandige persoon op, maar met een bronkritische naammarkering.
Deel 76 — Hark Cornelisz. Spits
- Hark Cornelisz. Spits — Den Helder — speksnijdersmaat → harpoenier. In 1774 voer hij als speksnijdersmaat en in 1775 als harpoenier bij commandeur Klaas Cornelisz. Hopman uit Abbestee bij Callantsoog. Hij was daarnaast zeeloods. Loodsexamen: 21 juni 1755, op 41-jarige leeftijd. Gehuwd met Klaasje Pietersd. Soetelief.
Dit is opnieuw een mooie loopbaan: speksnijdersmaat → harpoenier → daarnaast zeeloods.
Deel 77 — Een nieuwe stuurman
- [naam beschadigd] Engelsz. — Den Helder — stuurman — voer bij commandeur Dirk Claasz. Pronk uit Den Helder. Gehuwd met Anne Dirksd. Vuyst. Op 26 mei 1785 tot ƒ4.000 gegoed. Hij bereikte niet de rang van commandeur. De voornaam is in de scan/OCR niet betrouwbaar genoeg om nu in te vullen.
Deel 78 — Jacob … Oom: speksnijder
- Jacob [achternaam beschadigd] — Den Helder — gehuwd met Maartje Abrahamsd. Oom — speksnijder. Hij voer in 1788 en 1789 bij commandeur Jacob Gauw uit Den Helder. Op 26 november 1779 tot circa ƒ2.000 gegoed.
De familienaam of patroniem van Jacob is in deze OCR-regel beschadigd; daarom geen reconstructie zonder tweede bron.
Deel 79 — Nieuwe walvisvaarder bij Adriaan Hoogwerff
- [naam beschadigd] Jacobsz. — Den Helder — walvisvaarder — gehuwd met Martje Cornelisd. Zoomen. Hij voer onder commandeur Adriaan Hoogwerff uit Den Helder, onder meer in 1789. De precieze rang is in de OCR beschadigd en blijft daarom voorlopig onbekend.
Deel 80 — Willem Tuynzaad: opperkuiper
- Willem Tuynzaad — Den Helder — opperkuiper — in 1787 bij commandeur Anthony van Hansleeden uit Den Helder. Gehuwd met Jannetje Brouwer. Op 29 juli 1785 tot ƒ2.000 gegoed. Hij bereikte niet de rang van commandeur.
Dit is voor onze functielijst belangrijk, omdat opperkuiper hoger en specialistischer is dan de gewone kuiper.
Deel 81 — Jacob Willemsz. Breet
- Jacob Willemsz. Breet — Den Helder — speksnijdersmaat — in 1761 bij commandeur Volkert Broer uit Den Helder. Op 30 december 1766 tot ƒ2.000 gegoed. Daarnaast zeeloods; loodsexamen 28 september 1728, op 27-jarige leeftijd. Hij bereikte niet de rang van commandeur.
Ook hier zien we dezelfde combinatie: walvisvaartofficier + zeeloods.
Deel 82 — Jan Quant krijgt nu zijn volledige functie
Onze eerdere nr. 1578 Jan Quant kan nu worden aangevuld.
Hij voer eerst bij Gerrit Smit van West-Graftdijk. In 1802, toen nog maar ongeveer zestien Nederlandse schepen naar de Arctische wateren gingen, vond hij nog een plaats als harpoenier bij de Amelander commandeur Tjelling Tromp. De bron merkt uitdrukkelijk op dat hij zich daarbij met een lagere rang dan stuurman tevreden moest stellen.
Dus zijn loopbaan wordt:
Jan Quant — stuurmansniveau/eerdere hogere rang → harpoenier in 1802.
Geen nieuw nummer; alleen aanvulling bij 1578.
Deel 83 — Maarten Spanjert: stuurman → harpoenier
- Maarten Spanjert — Den Helder — eerst stuurman, later harpoenier. De auteur gebruikt hem expliciet als voorbeeld van Helderse walvisvaarders die liever in een lagere rang in de walvisvaart bleven dan overstapten naar de koopvaardij.
Dit is een belangrijk tegenvoorbeeld van de gewone promotieladder:
stuurman → harpoenier.
Niet omdat hij noodzakelijk ongeschikt werd, maar omdat beschikbare plaatsen en economische omstandigheden konden dwingen tot een lagere rang.
Deel 84 — Nog meer dan alleen walvisvaart: vermogen en sociale positie
De aanvullende studie maakt duidelijk dat de meeste lagere officieren economisch veel minder sterk stonden dan commandeurs. Van 47 gevonden zeelieden beneden de rang van bevelhebber waren 39 minder dan ƒ2.000 gegoed; de overige acht bleven beneden ƒ4.000. Kapitaalvorming was voor stuurmannen, harpoeniers, speksnijders, bootslieden en andere lagere zeelieden dus veel moeilijker.
Dat maakt personen zoals Hark Spits, Cornelis Mandemaker, Jacob Breet en Willem Tuynzaad extra waardevol: zij laten de wereld zien onder de commandeurslaag.
Deel 85 — Verder met nieuwe commandeurs: Rijkers, Schol, Schooneman en Spanjert
Vanaf 1591 neem ik opnieuw alleen nieuwe personen op. Deze reeks komt uit de grote commandantenlijst waarin per commandeur ook de vestigingsplaats van de rederij, vaarjaren en vaak het vangsttotaal zijn opgenomen. De genoemde plaats blijft dus rederijplaats, niet automatisch woon- of geboorteplaats.
-
Adriaan Rijkers — commandeur — rederij Jisp — actief 1701–1704 — circa 22½ walvissen.
-
Cornelis Pietersz. Rijkers — commandeur — rederij Jisp — 1717–1740 — circa 85 walvissen.
-
Dirk Jansz. Rijkers — commandeur — rederij Amsterdam — 1700–1711 — circa 76¾ walvis.
-
Jacob Jansz. Rijkers — commandeur — rederij Amsterdam — 1701–1705 — circa 28¾ walvis.
-
Jan Dirksz. Rijkers / Rijk(er)s — commandeur — Oostzaan — 1736 — circa 3 walvissen.
-
Klaas Pietersz. Rijkers — commandeur — Jisp — 1709–1719 — circa 36¾ walvis.
-
Klaas Sijbrandsz. Rijkers — commandeur — Amsterdam — 1746–1754 — circa 37¾ walvis.
-
Pieters Claasz. Rijkers — commandeur — Jisp — 1700–1730 — circa 175 walvissen. Dit is een zeer hoge lange-termijnvangst.
-
Pieter Cornelisz. Rijkers — commandeur — Amsterdam — 1700–1710 — circa 44 walvissen.
-
Sybrand Adriaansz. Rijkers — commandeur — Amsterdam — 1752–1753 — circa 3½ walvis.
-
Sybrand Pietersz. Rijkers — commandeur — meerdere vaarfasen, onder meer Amsterdam en later Jisp/Amsterdam. De tabel bevat afzonderlijke D)-vermeldingen; voorlopig één persoon met meerdere reisfasen houden.
-
Willem Pietersz. Rijkers — commandeur — Amsterdam — 1734–1738 — circa 6 walvissen.
Deel 86 — Schol, Schooneman, Schrijver en Sinjewel
-
Jan Mijndertsz. Schagen — commandeur — Amsterdam — 1736–1739 — circa 1½ walvis.
-
Adriaan Schol — commandeur — Amsterdam — 1703 — circa 2 walvissen.
-
Jacob Schol — commandeur — rederijen Amsterdam en Jisp — 1700–1720 — circa 143½ walvis. Een opvallend grote vangst in een lange loopbaan.
-
Pieter Jacobsz. Schol — commandeur — meerdere rederijplaatsen, waaronder Jisp, Zaandam en Monnickendam — actief in verschillende perioden tussen 1709 en 1744 — circa 146¾ walvis.
-
Pieter Schooneman — commandeur — rederij Zaandam en later Monnickendam/Zaandam — actief van de jaren 1720 tot 1758 in verschillende fasen — circa 205 walvissen. Dit is één van de hoogste totalen in deze reeks.
-
Dirk Schrijver — commandeur — onder meer Zaandam en Monnickendam — meerdere vaarperioden.
-
Reyer Schrijver — commandeur — onder meer De Rijp en Monnickendam — jaren 1724 en 1743–1745 — circa 13 walvissen.
-
Jan Cornelisz. Sinjewel — commandeur — rederijen Zaandam en Koog aan de Zaan — 1744–1756 — circa 66¾ walvis.
-
Dirk Slang — commandeur — Amsterdam — 1700–1705 en 1707–1711 — circa 54 walvissen.
Deel 87 — Slot, Smit en Soetelief
-
Jan Slot — commandeur — Purmerend — 1736–1747 — circa 59¼ walvis.
-
Adriaan Thomasz. Smit — commandeur — De Rijp — 1730–1742 — circa 78 walvissen.
-
Dirk Cornelisz. Soetelief — commandeur — rederijen Amsterdam en Zaandam — 1709–1712 en 1723–1726 — circa 22½ walvis.
-
Pieter Dirksz. Soetelief — commandeur — rederijen Amsterdam en Zaandam — 1720–1722 — circa 4 walvissen.
De naam Dirk Cornelisz. Soetelief verschijnt daarnaast nog in een tweede bronfase. Ik geef daarvoor geen tweede persoonsnummer zolang niet blijkt dat het om twee naamgenoten gaat.
Deel 88 — De familie Spanjert
-
Cornelis Spanjert — commandeur — de tabel bevat twee vaarfasen. Eén daarvan loopt bij Zaandam; de andere via Westzaan. Niet mechanisch als twee personen splitsen.
-
Jan Spanjert — commandeur — rederij Enkhuizen/Middelburg — verschillende jaren tussen 1744 en 1757 — circa 28¾ walvis.
-
Pieter Spanjert — commandeur — Zaandam — 1751–1758 — circa 23¾ walvis.
-
Gerbrand Spin — commandeur — rederijen Zaandam en Monnickendam — meerdere vaarfasen tussen 1729 en 1746 — circa 26¾ walvis.
-
Cornelis Jansz. Spits — commandeur — Amsterdam — 1740–1741 — circa 2½ walvis.
Deel 89 — Springer en Springer de Jonge
-
IJsbrand Springer — commandeur — Amsterdam — de commandantenlijst noemt hem afzonderlijk van de verschillende Jans Springers.
-
Jan Springer de Jonge — commandeur — rederijen onder meer Westzaan, Zaandam en De Rijp. De tabel onderscheidt meerdere vaarfasen; daarom één persoon met verschillende rederijkoppelingen tenzij later twee naamgenoten blijken.
De al bekende Jan Springer krijgt hiermee juist een sterkere Zaanse koppeling: verschillende vermeldingen verbinden Springer-commandanten aan Zaandam, Zaandijk en Westzaan. Dat sluit aan op het bekende tegeltableau van de Groenlandvaarder D’Byekorf, die vanaf 1767 werd gecommandeerd door de Helderse Jan Springer voor de Zaandijkse rederij Gerrit en Cornelis Honingh.
Deel 90 — De Spijkers
-
Arent Spijker — commandeur — rederij Zaandam.
-
Dirk Spijker — commandeur — Westzaan.
-
Jan Spijker — commandeur — De Rijp.
-
Meyndert Spijker — commandeur — komt in meerdere vaarfasen voor, met rederijen Westzaan en Amsterdam.
-
Jan Spijker de Jonge — commandeur — Westzaan.
Deze namen moeten strikt apart blijven: de bron maakt onderscheid tussen Jan Spijker en Jan Spijker de Jonge, terwijl Meyndert Spijker meer dan één reisfase heeft.
Deel 91 — Nieuwe Stints en Streeker
-
Jochem Stint — commandeur — Westzaan.
-
Maarten Stint — commandeur — Westzaan — meerdere vaarfasen, waaronder een afzonderlijke D)-vermelding.
-
Engel Jansz. Streeker — commandeur — Amsterdam.
Willem Maartensz. Stint stond al in onze lijst als iemand die van matroos tot harpoenier opklom. De oudere commandantenlijst noemt eveneens een Willem Maartensz. Stint als commandeur. Dat kan een latere fase van dezelfde man zijn, maar dat moet eerst persoonsmatig worden bevestigd. Daarom geen nieuw nummer.
Deel 92 — De Strop-familie
-
Adriaan Cornelisz. Strop — commandeur — Amsterdam.
-
Cornelis Lourensz. Strop — commandeur — Amsterdam.
-
Floris Cornelisz. Strop — commandeur — Nieuwendam.
-
Hendrik Strop — commandeur — komt in meerdere vaarfasen voor; één persoon totdat anders blijkt.
-
Jan Cornelisz. Strop — commandeur — Zaandam.
-
Lourens Adriaansz. Strop — commandeur — rederijen Zaandam, Monnickendam en Amsterdam in verschillende fasen.
-
Teunis Hendriksz. Strop — commandeur — rederijen Zaandam en Middelburg.
-
Frans Jansz. Swart — commandeur — onder meer Alkmaar en Jisp.
Deel 93 — Uyjen, Verbeek en Vlielander
-
Jan Twisk — commandeur — rederij Alkmaar/De Rijp; de bron heeft een D)-markering.
-
Cornelis van Uyjen — commandeur — meerdere vaarfasen — onder meer Zaandam en Zaandijk.
-
Hillebrand van Uyjen — commandeur — De Rijp.
-
Cornelis Jacobsz. Verbeek — commandeur — De Rijp.
-
Lourens Verbeek — commandeur — De Rijp.
-
Pieter Vlielander — commandeur — meerdere vaarfasen, waaronder Amsterdam en Hamburgse koppelingen.
De reeds bekende Jan Pietersz. Vlielander krijgt hiermee opnieuw een bevestiging als commandeur in dezelfde bredere familie-/naamgroep.
Deel 94 — De Voogd-familie
-
Dirk Willemsz. Voogd — commandeur — Amsterdam.
-
Hendrik Paulusz. Voogd — commandeur — komt meer dan eenmaal voor, waaronder een D)-vermelding.
-
Jan Hendriksz. Voogd — commandeur.
-
Paulus Tijsz. Voogd — commandeur.
Deze Voogd-reeks is interessant omdat vier verschillende naamvormen naast elkaar staan. Geen familiebetrekking invullen zonder afzonderlijk genealogisch bewijs.
Deel 95 — Vos en Vroom
-
Jan Vos — commandeur — de lijst bevat twee vermeldingen/vaarfasen met dezelfde naam. Voorlopig één persoon met meerdere reizen; eventueel later splitsen als de rederijplaatsen of patroniemen dat vereisen.
-
Dirk Vroom — commandeur.
-
Jacob Vroom — commandeur.
-
Jan Jansz. Vroom — commandeur — apart van Jan Jacobsz. Vroom.
De al bestaande Jan Jacobsz. Vroom blijft dus een andere persoon. De bron noemt hem zelf in meerdere vaarfasen; hij was bovendien eerder stuurman en werd later commandeur.
Bronkritische tussenstand
We staan nu op 1652.
Belangrijk is dat deze nieuwe reeks een ouder tijdvak opent dan de monsterrollen van 1770–1803. Daardoor krijgen we nu een veel sterkere Zaanse 18e-eeuwse commandeurslaag, met directe rederijkoppelingen aan Zaandam, Zaandijk, Westzaan, Koog aan de Zaan, Oostzaan en Jisp. De volledige commandantenlijst laat bovendien zien dat de walvisvaart rond 1700–1760 geografisch veel breder over Noord-Holland verspreid was dan aan het eind van de achttiende eeuw.
Deel 96 — De Walig-familie verder uitgewerkt
Vanaf 1653 ga ik verder met de namen die in de commandantenlijst ná Vroom volgen. Dit levert vooral de grote familie Walig op. De tabel maakt opnieuw onderscheid tussen rederijplaats en persoon; een plaats als Zaandam, Zaandijk of De Rijp is dus niet automatisch iemands woonplaats.
-
Abraham Lourensz. Walig — commandeur — rederij Zaandam — actief 1744–1751 — vangst circa 35½ walvissen. Niet automatisch gelijkstellen aan de latere Abraham Walig nr. 1550; het patroniem maakt dit vooralsnog een afzonderlijke persoon.
-
Cornelis Maartensz. Walig — commandeur — rederij Krommenie, later ook via andere Noord-Hollandse rederijkoppelingen — actief vanaf 1749. De tabel onderscheidt tevens een D)-vermelding.
-
Lourens Jansz. Walig — commandeur — Den Helder — actief 1739–1762. Hij was gehuwd met Maartje Abrahamsd. Wentel. Op 4 april 1754 werd hij tot ƒ8.000 gegoed. Alleen al in 1739–1753 ving hij volgens de studie 107½ walvissen.
-
Maarten Simonsz. Walig — commandeur — rederij Amsterdam — actief 1777–1780 en opnieuw 1783–1785 — circa 19½ walvis in de betreffende tabelreeks.
De reeds bekende Jan Jansz. Walig, Jan Simonsz. Walig, Simon Jansz. Walig, Cornelis Walig en Abraham Walig krijgen hier aanvullende vaar- en familiekoppelingen, maar geen nieuw nummer.
Deel 97 — Jan Jansz. Walig: veel meer dan alleen commandeur
Onze nr. 1551 Jan Jansz. Walig blijkt één van de belangrijkste personen in de hele lijst. Hij was gehuwd met Maartje Cornelisd. Timmer, voer als commandeur van 1746–1784 en ving in zijn commandeurstijd ongeveer 191 walvissen. Zijn vermogen steeg van ongeveer ƒ8.000 in 1754 tot circa ƒ50.000 in 1791. Hij was bovendien lakenwinkelier en werkte als berger van strandgoed.
Daarnaast bezat Walig ¼ part in pelmolen Het Nieuwe Kaar in de banne Oostzaan en 1/32 part in de walvisvaarder Noord-Holland. Daarmee was hij niet alleen commandeur maar ook investeerder/medereder.
Nog opvallender: in 1774 werkte hij als “comptoir en negotie dienaar” bij koopman Jan Puts te Oost-Zaandam en werd later zelf reder in de walvisvaart.
Deel 98 — Walig en het poolonderzoek van 1775
Jan Jansz. Walig werd in 1775 door Engelse onderzoekers geraadpleegd wegens zijn enorme Groenlandervaring. Op 3 januari 1775 schreef hij een brief waarin hij verklaarde dikwijls tot ongeveer 81° noorderbreedte te zijn gekomen, nabij de Zeven Eilanden boven Noordoosterland. Hij herinnerde zich bovendien het verhaal van commandeur Cornelis Gillis, die in 1707 zeer ver noordelijk en oostelijk was doorgedrongen.
Walig adviseerde dat wie zo ver mogelijk naar de pool wilde doordringen dit het beste in september kon proberen, omdat de zee dan het meest open kon zijn. Hij wees tegelijk op het grote gevaar: de naderende poolnacht maakte navigatie riskant.
Dit maakt hem behalve commandeur ook een belangrijke ervaringsdeskundige in Arctische navigatie.
Deel 99 — Jan Simonsz. Walig: commandeur → bestuurder
Onze bestaande Jan Simonsz. Walig krijgt eveneens een veel completer profiel. Hij was gehuwd met Neeltje Klaasd. Keuken, was circa ƒ50.000 gegoed in 1791 en voer als commandeur van 1773 tot 1797. Zijn totale vangst bedroeg ongeveer 75 walvissen.
Na zijn laatste poolreis vestigde hij zich in Schagen. Hij werd lid van de municipaliteit van Den Helder/Huisduinen en later burgemeester, respectievelijk maire van Schagen, in de periode 1804–1827. Hij overleed op 2 februari 1828.
Hier zien we dus:
commandeur → lokaal bestuurder → maire/burgemeester.
Deel 100 — Simon Jansz. Walig
De bestaande Simon Jansz./Symon Jansz. Walig was gehuwd met Susanna Cornelisd. Timmer. Hij werd in 1754 tot ƒ8.000 gegoed en bereikte de rang van commandeur. Zijn commandeursloopbaan liep volgens de studie van 1743 tot 1777. Alleen in de periode 1743–1753 ving hij al 83 walvissen.
De familie Walig was uitzonderlijk succesvol: in de achttiende eeuw bracht zij volgens de studie tien commandeurs voort. Vijf vingen meer dan honderd walvissen en vier zelfs meer dan 150. Daarmee was Walig waarschijnlijk het belangrijkste commandeursgeslacht van Den Helder/Huisduinen.
Deel 101 — Nieuwe commandeurs na Walig
-
Pieter Willemsz., alias “Haicks” / “van de Helder” — commandeur — in de tabel aangeduid met deze bijzondere alias. Rederij Zaandijk — actief 1739–1762 — vangst ongeveer 152¾ walvis. De naamvorm precies bewaren omdat “Haicks” kennelijk als bijnaam of nadere identificatie fungeerde.
-
Cornelis Pietersz. de Wever — commandeur — rederij Zaandam/Zaandijk — verschillende vaarfasen vanaf 1715 en opnieuw in 1717–1719 en 1729–1731.
-
Fulps Wijbrandsz. — commandeur — rederij Zaandam en Hoorn — actief in de periode vanaf 1700, met verschillende vaarfasen; ongeveer 44½ walvis in de tabel.
-
Teunis Wijbrandsz. — commandeur — rederij Zaandam — actief 1743–1777 — volgens de tabel ongeveer 191½ walvis. Dit is opnieuw een uitzonderlijk hoge lange-termijnvangst.
Deel 102 — Zielhorst en Zeeman
-
Hendrik Harmensz. Zielhorst — commandeur — rederij De Rijp — eerste vaarfase 1700–1712, later opnieuw 1714–1724. In de tabel staat ook een afzonderlijke D)-vermelding. Zijn totale tabelvangst bedraagt ongeveer 95½ walvis.
-
Pieter Zeeman — commandeur — rederij Monnickendam en later Zaandam — verschillende vaarfasen vanaf 1741. Niet automatisch gelijkstellen aan nr. 1363 Pieter Zeeman, die in 1789 speksnijdersmaat en later sloepschipper was; de tijdsafstand wijst juist sterk op twee verschillende personen.
Daarmee hebben we vrijwel het einde van deze grote alfabetische commandeurslijst bereikt.
Deel 103 — Een belangrijke correctie op onze eerdere verwachting
De tabel loopt na Vroom niet door met allerlei afzonderlijke Winder-, Wit- en Zwaan-commandanten zoals ik eerder suggereerde. De werkelijk zichtbare slotreeks bestaat vooral uit:
Walig → Willemsz./Haicks → De Wever → Wijbrandsz. → Zielhorst → Zeeman.
Dat corrigeren we dus definitief in onze werkstructuur.
Deel 104 — De Waligs moeten een eigen familiedossier krijgen
Door de nieuwe gegevens kunnen we voor de uiteindelijke persoonsdatabase een aparte Walig-laag maken:
- Abraham Lourensz. Walig — commandeur;
- Cornelis Maartensz. Walig — commandeur;
- Jan Jansz. Walig — commandeur, koopmansbediende te Oost-Zaandam, lakenwinkelier, berger, investeerder/medereder;
- Jan Simonsz. Walig — commandeur → bestuurder → maire/burgemeester;
- Lourens Jansz. Walig — commandeur, minstens 107½ walvis in 1739–1753;
- Maarten Simonsz. Walig — commandeur;
- Simon Jansz. Walig — commandeur;
- overige Walig-commandanten en naamvarianten moeten genealogisch nog tegen elkaar worden gelegd.
De bron zegt uitdrukkelijk dat juist bij de Waligs de hogere walvisvaartfuncties sterk binnen de familiekring bleven.
Deel 105 — Verder met de lagere bemanning: nieuwe namen vanaf 1663
We gaan nu terug naar de laag die nog het minst volledig is: stuurmannen, harpoeniers, speksnijders, kuipers, bootslieden en matrozen. Daarbij hou ik dezelfde regel aan: alleen werkelijk nieuwe personen krijgen een nieuw nummer.
- Jan Jacobsz. de Wit — matroos — Den Helder — voer in 1789 bij commandeur Willem Jansz. Borst uit Den Helder. Hij was gehuwd met Maartje Klaasd. Zeylemaker. Op 13 juni 1795 werd hij tot ƒ2.000 gegoed. De bron noemt hem expliciet walvisvaarder.
Deel 106 — Cornelis Jansz. Bakker
- Cornelis Jansz. Bakker — Den Helder — walvisvaarder, hoogste rang volgens de bron stuurman. Hij was gehuwd met Grietje Claasd. Dasker. Op 9 oktober 1783 werd hij tot ƒ2.000 gegoed. De passage koppelt hem aan de walvisvaart maar de volledige commandeurs-/reisreeks moet nog nader worden uitgesplitst.
Niet automatisch gelijkstellen aan andere Cornelis Bakkers in de database.
Deel 107 — Nog een stuurman uit Den Helder
- [voornaam/patroniem gedeeltelijk beschadigd] — Den Helder — stuurman — voer onder andere bij commandeur Jacob Theunisz. De naamregel is in de OCR beschadigd; daarom nog geen gereconstrueerde volledige naam. Wel als afzonderlijke persoonsvermelding bewaren totdat de scan rechtstreeks wordt gecontroleerd.
Dit is precies het soort geval waarbij we beter een onvolledige maar eerlijke vermelding bewaren dan een foutieve naam invullen.
Deel 108 — Nog een nieuwe harpoenier
- [naam beschadigd] — Den Helder — harpoenier — in 1774 bij commandeur Claas Jansz. Castricum. Daarnaast was hij zeeloods; hij deed loodsexamen op 27 juli 1781, op 27-jarige leeftijd. Hij bereikte niet de rang van commandeur.
Deze persoon stond eerder in onze lijst alleen als beschadigde Borst-vermelding. Ik houd hem nu nog steeds apart totdat zijn volledige voornaam/patroniem exact uit de scan kan worden vastgesteld.
Deel 109 — De Groot, Janbroer en Jongkees bevestigd
Voor drie al opgenomen personen geeft de bron nu extra zekerheid.
Lourens Jansz. Groot — hoogste rang speksnijder, onder meer in 1771 en 1772 bij commandeur Klaas Jansz. Kastricum. Gehuwd met Jantje Jansd.; Den Helder; op 7 maart 1765 tot ƒ2.000 gegoed. Geen nieuw nummer.
Jan Lourisz. Janbroer — bootsman in 1779 bij commandeur Jacob Gauw; Huisduinen; gehuwd met Maddeleentje Cornelisd. Broertjes; in 1776 en opnieuw 1789 tot ƒ2.000 gegoed. Geen nieuw nummer.
Cornelis Pietersz. Jongkees — harpoenier in 1774 en 1775 bij Jacob Gauw; Den Helder; gehuwd met Maartje Eriksd. Leeuw; impost overlijden 11 september 1776. Geen nieuw nummer.
Deel 110 — Drie nieuwe zeelieden uit dezelfde sociale laag
-
Pieter Stoffelsz. Kleyn — Den Helder — zeeloods — loodsexamen 13 juni 1750, 32 jaar oud. Gehuwd met Antje Isaacsd. Alderwegen; op 10 augustus 1780 tot ƒ2.000 gegoed. De bron noemt hier géén walvisvaartrang, dus voorlopig opnemen in de restgroep maritieme specialisten, niet als walvisvaarder.
-
Klaas Aarjensz. Klorn — Den Helder — zeeloods — loodsexamen 5 oktober 1763, 34 jaar oud. Gehuwd met Teetje Woutersd. Alderwegen; in 1778 tot ƒ4.000 gegoed. Geen walvisvaartrang expliciet vermeld.
-
Jacob Cornelisz. Koning — Den Helder — zeeloods — loodsexamen 6 juli 1737, 27 jaar oud. Gehuwd met Grietje Jansd. Korff; in 1768 tot ƒ2.000 gegoed. Ook hier geen expliciete walvisvaartrang in deze passage.
Deze drie moeten dus niet in de hoofdgroep walvisbemanning, maar in de aparte groep overige maritieme specialisten / zeeloodsen.
Deel 111 — Willem Tuynzaad bevestigd als opperkuiper
Willem Tuynzaad stond al in onze lijst. De bron bevestigt zijn exacte functie als opperkuiper in 1787 bij commandeur Anthony van Hansleeden uit Den Helder. Hij was gehuwd met Jannetje Brouwer en werd in 1785 tot ƒ2.000 gegoed.
Belangrijk: hij hoort dus niet alleen onder kuipers, maar specifiek onder:
opperkuipers → kuipers → overige bemanning.
Deel 112 — De speksnijder bij Jacob Gauw
- Jacob [achternaam in OCR beschadigd] — Den Helder — speksnijder — voer in 1788 en 1789 bij commandeur Jacob Gauw. Gehuwd met Maartje Abrahamsd. Oom; op 26 november 1779 tot ƒ2.000 gegoed.
Dit is een andere persoon dan de eerder genoemde Jacob Oom of Abraham Oom; geen samenvoeging zolang de achternaam niet uit de scan is hersteld.
Deel 113 — Nieuwe walvisvaarder bij Adriaan Hoogwerf
- [voornaam beschadigd] Jacobsz. — Den Helder — walvisvaarder — voer in 1789 bij commandeur Adriaan Hoogwerf. Gehuwd met Martje Cornelisd. Zoomen; in 1780 tot ƒ2.000 gegoed. De functie aan boord is in de OCR niet betrouwbaar leesbaar en blijft dus onbekend.
Deel 114 — Een duidelijke naam die nog ontbrak: Cornelis V… uit de sloeperliedenlaag
In de lijst van walvisvaarders die tevens als sloeperman werkten staat nog een Cornelis [achternaam beschadigd in OCR] die in 1789 speksnijdersmaat was en in 1803 speksnijder. De tekst koppelt hem bovendien aan het sloeperbedrijf in het Texelse zeegat. De naam is in de OCR onvoldoende leesbaar om hem verantwoord volledig te reconstrueren.
- Cornelis [achternaam onleesbaar] — speksnijdersmaat 1789 → speksnijder 1803 → sloeperman/sloepschipper.
Dit is opnieuw een echte promotielijn: speksnijdersmaat → speksnijder.
Deel 115 — Nog twee belangrijke commandeurs die in onze hoofdreeks apart moeten blijven
-
Jan Jansz. Vos — Den Helder — commandeur — actief 1765–1766 — totale vangst 1 walvis. Gehuwd met Maartje Jacobsd. Breet; in 1757 tot ƒ2.000 gegoed.
-
Pieter Cornelisz. Vuyst — Den Helder — commandeur — actief 1749–1757 — totale vangst 27 walvissen. Gehuwd met Martje Sijbrandsd. Rijkers; in 1757 en 1777 tot ƒ2.000 gegoed.
Deze twee zijn belangrijk omdat zij in de grote alfabetische commandantenlijst gemakkelijk tussen naamgenoten verdwijnen.
Deel 116 — Dirk Meyndertsz. Spijker
- Dirk Meyndertsz. Spijker — Den Helder — commandeur — actief 1711–1728 — totale vangst 78 walvissen. Gehuwd met Jantje Crelisd. Duiver; in 1760 tot ƒ4.000 gegoed.
Niet automatisch gelijkstellen aan de algemenere “Dirk Spijker” uit onze oudere commandantenlijst: het patroniem maakt dit een veel preciezere identificatie.
Deel 117 — Jan Jansz. Springer
- Jan Jansz. Springer — Den Helder — commandeur — actief 1761–1789 — totale vangst circa 131¼ walvissen. Overleden in 1789. Gehuwd met Hillegond Jansd. Bakker; zijn boedelinventaris werd op 14 november 1789 op circa ƒ12.000 geschat.
Dit is waarschijnlijk de precieze identiteit achter een deel van onze eerdere “Jan Springer”-vermeldingen. Voorlopig houden we de eerdere naamvormen als bronvermeldingen maar koppelen deze volledige naam erbij.
Deel 118 — Sociale betekenis van deze lagere laag
De aanvullende bron benadrukt dat vermogen opbouwen voor bemanningsleden onder commandeursniveau moeilijk was. Van 47 gevonden zeelieden beneden de rang van bevelhebber hadden 39 minder dan ƒ2.000 en de overige acht minder dan ƒ4.000. Dat contrasteert sterk met succesvolle commandeurs, die soms vermogens van ƒ8.000, ƒ20.000 of zelfs ƒ50.000 bereikten.
Dat betekent dat onze grote personenlijst eigenlijk uit twee sociale werelden bestaat: een relatief kleine bovenlaag van commandeurs, reders en investeerders, en daaronder een veel grotere groep stuurmannen, harpoeniers, speksnijders, kuipers, bootslieden, koks en matrozen.
Deel 119 — Nieuwe namen uit de Helderse zeeliedenlaag
Vanaf 1677 ga ik verder met de nog niet afzonderlijk opgenomen personen uit de lijst van zeelieden met testamenten. Ik hou walvisvaarders, loodsen en andere maritieme specialisten uit elkaar; een zeeloods wordt dus niet automatisch tot walvisvaarder gemaakt.
-
Simon Woutersz. Alderwegen — Den Helder — zeeloods. Gehuwd met Maartje Dirksd. Kleyn. Op 21 april 1780 tot ƒ2.000 gegoed. Loodsexamen op 8 juli 1777, op 37-jarige leeftijd. De bron noemt hier geen walvisvaartrang.
-
Jacob Gerritsz. Brouwer — Den Helder — zeeloods. Overleden 13 december 1770; gehuwd met Trijntje Cornelisd. Schipper. Loodsexamen op 30 september 1727, op 25-jarige leeftijd. Geen walvisvaartrang in deze passage.
-
Jan Pietersz. Buysman — Den Helder — zeeloods. Gehuwd met Dieuwertje Symonsd. Dik; op 3 juli 1760 tot ƒ2.000 gegoed. Loodsexamen op 17 november 1723, op 25-jarige leeftijd.
-
Pieter Jansz. Buysman — Den Helder — zeeloods. Gehuwd met Engeltje Cornelisd. Schagen; op 4 september 1770 tot ƒ2.000 gegoed. Loodsexamen op 23 oktober 1768, 35 jaar oud.
Deel 120 — Klaas van Dam veel completer
De reeds opgenomen Klaas van Dam krijgt een belangrijke aanvulling. Hij was gehuwd met Meys Cornelisd. Schagen, woonde in Den Helder en werd op 12 april 1784 tot ƒ2.000 gegoed. Zijn hoogste walvisvaartrang was speksnijder; in 1786 en 1787 voer hij in die functie bij commandeur Jacob Gauw. Daarnaast was hij tussen 1784 en 1794 sloepschipper, waarmee hij buiten het vangstseizoen schepen in het Texelse zeegat assisteerde.
Dus zijn loopbaan wordt nu:
speksnijdersmaat → speksnijder → sloepschipper.
Geen nieuw nummer, omdat Klaas van Dam al als nr. 1359 in onze reeks stond.
Deel 121 — Twee nieuwe Deelders
-
Jacob Jansz. Deelder — Den Helder — zeeloods. Gehuwd met Trijntje Jansd. Oom; op 8 november 1765 tot ƒ2.000 gegoed. Loodsexamen op 15 november 1735, op 24-jarige leeftijd.
-
Maarten Jansz. Deelder — Den Helder — zeeloods. Op 25 november 1757 tot ƒ2.000 gegoed. Loodsexamen op 30 september 1727, op 26-jarige leeftijd. Geen walvisvaartrang vermeld.
Deel 122 — Pieter Jansz. Korff
- Pieter Jansz. Korff — Den Helder — zeeloods. Gehuwd met Neeltje Cornelisd. Bakker. Loodsexamen op 24 oktober 1722, op 25-jarige leeftijd. Hij was bij de vermogensregistratie overleden; op 29 mei 1769 werd zijn boedel/huishouden tot ƒ2.000 gegoed.
Niet automatisch gelijkstellen aan de eerder genoemde reder Pieter Korff; daarvoor ontbreken patroniem en andere identificerende gegevens.
Deel 123 — Een nieuwe grote commandeur: Jacob Hendriksz. de Leeuw
- Jacob Hendriksz. de Leeuw — Den Helder — commandeur walvisvaart — actief 1743–1765. Gehuwd met Rebecca Mooree. Op 4 november 1783 tot ƒ4.000 gegoed. Zijn totale vangst in commandeurstijd bedroeg ongeveer 81½ walvissen.
Dit is duidelijk een andere persoon dan de al opgenomen Cornelis de Leeuw en andere De Leeuw-vermeldingen.
Deel 124 — Nieuwe loodsen uit dezelfde groep
-
Volkert Lammertsz. Smit — Den Helder — zeeloods. Op 9 april 1784 tot ƒ2.000 gegoed. Loodsexamen op 30 september 1727, op 39-jarige leeftijd. De passage noemt hem niet als walvisvaarder.
-
[voornaam beschadigd] Parisiers/Pariser? — Den Helder — zeeloods — gehuwd met Neeltje Maartensd. Breet. Op 29 juni 1764 tot ƒ2.000 gegoed; loodsexamen 12 juni 1728, 30 jaar oud. De familienaam is in de OCR onvoldoende zeker. Ik neem hem daarom voorlopig bronkritisch op als onvolledig geïdentificeerd persoon, niet onder een gereconstrueerde naam.
Deel 125 — Nog een nieuwe koopvaardij-/walvisvaartverbinding
De bron laat zien dat dezelfde Helderse maritieme beroepswereld voortdurend in elkaar overliep. Zo komen naast walvisvaarders ook mannen voor die in de koopvaardij als bootsman, onderstuurman of schipper voeren. Dat betekent niet dat zij automatisch walvisvaarders waren, maar ze horen wel in onze aparte restgroep maritieme specialisten, omdat zij uit precies dezelfde personeelsmarkt kwamen.
-
Adriaan IJsbrandsz. Grooff — bootsman in de koopvaardij — voer naar St. Maarten; genoemd in een akte van 19 januari 1756. Geen walvisvaartrang in deze passage.
-
Klaas Hoekemaker — schipper — bestemming Barcelona; akte 25 juni 1765. Geen walvisvaartfunctie hier vermeld.
-
Maarten Kool — matroos — bestemming Berbice; akte 28 december 1775. Niet automatisch dezelfde als andere Kools.
-
Jacob Kooter — schipper — bestemming Curaçao, akte 31 oktober 1782.
-
Simon Kooter — schipper — voer naar De West, al in 1745 genoemd; akte 9 juni 1754.
Deel 126 — Nieuwe koopvaardijschippers met walvisvaartfamilienamen
-
Cornelis Medendorp — schipper — ten tijde van de vermelding woonachtig in Zeeland; bestemming Bordeaux, akte 31 december 1781.
-
Hendrik Medendorp — schipper — bestemming Kroonstad, akte 6 november 1794. Niet automatisch dezelfde als eerdere Jan Hendriksz. Medendorp.
-
Cornelis Metselaar — schipper — bestemming Essequibo en Demerary, akte 30 januari 1774. De naam kwam eerder voor bij commandeurs; zonder patroniem blijft identiteit onzeker, dus deze vermelding als afzonderlijke bronoccurrence bewaren.
-
Willem Mooy — schipper — bestemming Essequibo en Demerary; volgens de bron begraven op plantage Zorg en Hoop op 29 oktober 1780.
Deel 127 — Lagere koopvaardijfuncties
-
Geerlof Plas — onderstuurman — bestemming Livorno, akte 13 mei 1794. Dit is vrijwel zeker dezelfde Geerlof Plas die al als nr. 1562 was opgenomen; daarom geen nieuw uniek persoon in de eindindex. In de werkreeks blijft deze nieuwe bronoccurrence wel staan omdat zijn loopbaan nu breder wordt: walvisvaart → koopvaardij als bootsman/onderstuurman.
-
Jacob Palm — matroos — bestemming Demerary, akte 24 mei 1782.
-
Hendrik Pauw — schipper — bestemming Livorno, akte 13 mei 1794. Niet gelijkstellen aan Jan Pauw.
-
Pieter Willemsz. Prins — schipper — woonde toen in Middelburg — bestemming Malaga, akte 7 december 1770. Niet automatisch gelijkstellen aan de commandeur Pieter Cornelisz. Prins of aan timmerman Pieter Prins.
-
Andries Claasz. Quak — schipper — op reis onder schipper Arie van Haars; volgens de bron met man en muis vergaan. Bestemming Mallorca, akte 15 augustus 1776.
Deel 128 — Rood en Ruygh
-
Jan Rood — matroos — bestemming De West, akte 24 juli 1778; volgens de bron te Plymouth opgebracht.
-
Maarten Rood — schipper — bestemming Suriname, akte 29 april 1787.
-
Jacob Willemsz. Ruygh — schipper — bestemming Demerary, akte 22 september 1794. Niet automatisch samenvoegen met de commandeurs Jacob Cornelisz. Ruyg of Pieter Cornelisz. Ruyg.
Deel 129 — Waarom deze nevenlaag belangrijk is
Deze personen zijn niet allemaal walvisvaarders. Toch moeten we ze bewaren in een aparte categorie “overige maritieme beroepen / mogelijke loopbaanverbindingen”. De bronnen laten namelijk zien dat de arbeidsmarkt van Den Helder/Huisduinen één groot maritiem reservoir vormde: walvisvaarders, loodsen, sloeperlieden en koopvaarders wisselden geregeld van sector. Tegelijk mogen we die overgang alleen noteren wanneer de bron hem werkelijk bevestigt.
De werknummering staat nu op 1703.
Er is nog meer: vooral de rest van de 47 zeelieden met testament, plus de lijsten van koopvaarders en de monsterrollen waarin functies per jaar veranderen. Daarmee kunnen we nog verder zonder terug te vallen op reeds bekende commandeurs.
Deel 130 — Nieuwe namen en aanvullingen vanaf 1704
Ik ga verder met alleen personen die nu voldoende duidelijk uit de bron zijn te lezen. De beschadigde OCR-regels laat ik voorlopig liggen; die moeten we niet met een gegokte naam vullen.
- Willem van Hansleeden — Den Helder — harpoenier in 1771 bij commandeur Jacob Jansz. Gauw. Daarnaast was hij herbergier “op de Dijk” te Den Helder. Hij was gehuwd met Antje Hoeks; op 9 juni 1786 werd zijn huishouden tot ongeveer ƒ4.000 gegoed. Dit is een mooie combinatie van walvisvaart en nering aan de wal.
Zijn hoofdfunctie voor onze walvislijst wordt dus:
harpoenier → daarnaast herbergier.
Deel 131 — Jan Claasz. Petten
- Jan Claasz. Petten — Den Helder — zeeloods. Gehuwd met Martje Jansd. Korff. De bron vermeldt een vermogen van ongeveer ƒ2.000 en een loodsexamen op 11 juni 1726. Er wordt in deze passage géén walvisvaartfunctie genoemd; daarom onderbrengen bij overige maritieme specialisten, niet bij de walvisbemanning.
Deel 132 — Adriaan Teunisz. Jongkees
- Adriaan Teunisz. Jongkees — Den Helder — commandeur walvisvaart, actief 1758–1771. Gehuwd met Dieuwertje Hendriksd. Borst. Op 9 april 1770 ongeveer ƒ4.000 gegoed. In 1758–1769 ving hij als commandeur 35¾ walvissen. Daarnaast was hij zeeloods; loodsexamen op 3 november 1738, 27 jaar oud.
Dit is een zelfstandige Jongkees en moet niet worden samengevoegd met Cornelis, Jan of Pieter Jongkees.
Deel 133 — Jan Cornelisz. Jongkees
- Jan Cornelisz. Jongkees — Den Helder — commandeur walvisvaart, actief 1766–1776. Eerst gehuwd met Aagje Dirksd. Brouwer, later met Catharina Jansd. Harge. Zijn vermogen steeg van circa ƒ4.000 in 1778 tot ongeveer ƒ8.000 in 1787. Zijn totale vangst als commandeur bedroeg ongeveer 20¾ walvis. Daarnaast was hij boer.
Dus:
commandeur + boer.
Deel 134 — Klaas Jansz. Kastricum
- Klaas Jansz. Kastricum — Den Helder — commandeur walvisvaart, actief 1765–1777. Gehuwd met Barber Walig. Op 13 april 1773 ongeveer ƒ4.000 gegoed. In de jaren 1765–1772 ving hij ongeveer 50 walvissen.
Deze naam is belangrijk omdat verschillende lagere bemanningsleden uit onze lijst bij hem voeren, waaronder Cornelis Jacobsz. Breet, Hendrik Borst en Lourens Jansz. Groot.
Deel 135 — Klaas Willemsz. Ketel
- Klaas Willemsz. Ketel — Den Helder — commandeur walvisvaart, actief 1769–1770. Gehuwd met Geertje Geerlofsd. Hoekemaker. Op 26 juni 1782 ongeveer ƒ4.000 gegoed; in 1786 opnieuw in dezelfde vermogensklasse genoemd. Zijn totale vangst bedroeg 14 walvissen. De bron noteert bovendien dat hij als commandeur stopte omdat hij “aan de drank was”.
Dat laatste blijft letterlijk een brongegeven; geen verdere diagnose of interpretatie toevoegen.
Deel 136 — Klaas Klaasz. Keuken: de grootste vangst
De reeds opgenomen Klaas Klaasz. Keuken krijgt nu een zeer sterke aanvulling. Hij voer als commandeur van 1741 tot 1776. Alleen in 1741–1763 ving hij al ongeveer 146 walvissen; over zijn volledige commandeursloopbaan bedroeg zijn totale vangst 208½ walvissen. Daarmee stond hij volgens de studie bovenaan onder de commandeurs uit Den Helder/Huisduinen in de achttiende eeuw.
Geen nieuw nummer: dit hoort bij onze eerdere Klaas Klaasz. Keuken.
Deel 137 — Symon Klaasz. Keuken
- Symon Klaasz. Keuken — Den Helder/Huisduinen — commandeur walvisvaart én zeeloods. Gehuwd met Lijsbeth Cornelisd. Quak. Hij overleed op 12 september 1751 en wordt in de bron als gereformeerd aangeduid. Zijn totale commandeursvangst bedroeg ongeveer 81¾ walvis.
Voor deze persoon hebben we dus nu uitzonderlijk veel velden:
naam – plaats – commandeur – zeeloods – huwelijk – overlijden – geloof – vangst.
Deel 138 — Pieter Ariensz. Schooneman
- Pieter Ariensz. Schooneman — Den Helder — commandeur walvisvaart, actief 1721–1758. In 1721–1756 ving hij volgens de bron circa 199⅓ walvis. Daarnaast was hij zeeloods; loodsexamen op 30 september 1727, 31 jaar oud. Op 18 april 1757 werd hij tot ongeveer ƒ20.000 gegoed.
Dit maakt hem één van de rijkste en succesvolste commandeurs in deze hele Helderse laag.
Deel 139 — Cornelis Reyersz. Ruygh
- Cornelis Reyersz. Ruygh — woonde bij de Kleine Keet/Zanddijker Huis in de jurisdictie van Huisduinen — commandeur walvisvaart, actief 1742–1743. Gehuwd met Maartje Claasd. Spierdijk. Op 25 september 1770 werd hij tot ongeveer ƒ20.000 gegoed. Zijn totale vangst als commandeur was slechts circa 1½ walvis; zijn vermogen kan dus moeilijk alleen uit de walvisvaart zijn verklaard. Hij was tevens boer.
Dit is precies het soort voorbeeld waarbij nevenberoep belangrijker kan zijn geweest dan de korte commandeursloopbaan.
Deel 140 — Jacob Cornelisz. Ruygh
- Jacob Cornelisz. Ruygh — Huisduinen — commandeur walvisvaart, actief 1736–1761. Gehuwd met Grietje Willemsd. Brouwer. Op 20 februari 1758 ongeveer ƒ4.000 gegoed. In 1736–1757 ving hij circa 106⅔ walvis.
Niet automatisch gelijkstellen aan de latere Jacob Willemsz. Ruygh uit de koopvaardij.
Deel 141 — Jan Cornelisz. Spanjert
- Jan Cornelisz. Spanjert — Den Helder — commandeur walvisvaart, actief 1751–1758. Gehuwd met Trijntje Klaasd. Quak. Op 23 april 1770 ongeveer ƒ4.000 gegoed. Zijn totale vangst bedroeg circa 23¼ walvis. Daarnaast was hij zeeloods; loodsexamen 8 juli 1764, op 49-jarige leeftijd.
Dus ook hier:
commandeur + zeeloods.
Deel 142 — Jan Springer de Jonge
- Jan Springer de Jonge — Den Helder — commandeur walvisvaart, actief 1775–1779. Gehuwd met Marijtje Glas. Op 26 april 1784 ongeveer ƒ2.000 gegoed. Zijn totale vangst als commandeur bedroeg circa 11¾ walvis.
Hij moet afzonderlijk blijven van Jan Jansz. Springer, die van 1761–1789 voer en veel succesvoller was.
Deel 143 — Willem Maartensz. Stint definitief opgelost
Onze eerdere Willem Maartensz. Stint moet nu belangrijk worden gecorrigeerd en aangevuld. In een vroege bronlaag hadden we hem als matroos → harpoenier. Maar de 1981-studie noemt óók:
Willem Maartensz. Stint — Den Helder — commandeur van 1721–1754 — gehuwd met Aagje Jochemsd. — in 1721–1734 al 78 walvissen gevangen.
De tijd maakt duidelijk dat dit niet vanzelfsprekend dezelfde Willem Maartensz. Stint is als de latere matroos/harpoenier uit de jaren 1770. We moeten ze voorlopig als twee personen met identieke naam behandelen.
- Willem Maartensz. Stint [oudere] — commandeur 1721–1754.
De latere Willem Maartensz. Stint blijft apart als matroos → harpoenier.
Deel 144 — Een belangrijke methodische vondst
Deze bron bevestigt opnieuw waarom onze database niet op naam alleen mag dedupliceren. In dezelfde streek komen:
- identieke namen in verschillende generaties;
- vader en zoon met vrijwel dezelfde naam;
- mannen met dezelfde naam maar verschillende functies in hetzelfde jaar;
- dezelfde persoon met opeenvolgende functies;
- en verschillende spellingen van één naam.
De auteur waarschuwt zelf bijvoorbeeld dat Aarjen Klorn de harpoenier en Aarjen Klorn de speksnijder in 1802 vrijwel zeker twee verschillende personen waren.
Daarmee staat de werknummering nu op 1716.
Er is nog een volgende laag beschikbaar: de monsterrollen 1770–1803 zelf, waaruit we de namen per functie kunnen gaan trekken in plaats van alleen de personen die in testamenten of biografische lijsten terechtkwamen. Dat is waarschijnlijk de grootste resterende groep gewone bemanningsleden.
Deel 145 — Verder met walvisvaarders die óók sloeperman waren
Vanaf 1717 komen we in een bijzonder bruikbare groep: mannen van wie niet alleen hun walvisvaartfunctie bekend is, maar ook hun werk buiten het vangstseizoen in het Texelse zeegat. De bron noemt hen expliciet als walvisvaarders die als sloeperman of sloepschipper bijverdienden.
-
Casper Bakker — speksnijdersmaat in 1786 en daarnaast sloepschipper. De sloepschippersfunctie blijkt uit een akte van 7 februari 1784. De bron geeft hier geen huwelijk, leeftijd of geloof op.
-
Symon Pronk — speksnijdersmaat → speksnijder → sloepschipper. In 1780 speksnijdersmaat; in 1786 opgeklommen tot speksnijder. Daarnaast trad hij als sloepschipper op. Dit is een zeer duidelijke loopbaanontwikkeling binnen de walvisbemanning.
-
Pieter Jansz. Boot — kok in de walvisvaart in 1774 en 1775; daarnaast sloeperman in het Texelse zeegat. De sloepervermelding berust op een akte van 5 maart 1794.
-
Pieter van ’t Hoff — matroos in 1789; later of daarnaast sloeperman. Ook deze combinatie wordt rechtstreeks door de bron gelegd.
Deel 146 — Pieter Zeeman nader opgelost
- Pieter Zeeman [jongere walvisvaarder] — speksnijdersmaat in 1789 en daarnaast sloepschipper. De bron noemt deze combinatie expliciet in de akte van 5 maart 1794.
Dit bevestigt dat hij niet zonder meer dezelfde persoon mag zijn als de oudere commandeur Pieter Zeeman die wij eerder onder nr. 1662 behandelden. De functies en perioden wijzen op minstens twee afzonderlijke persoonslagen.
Deel 147 — Cornelis, naam beschadigd: promotie binnen de speksnijderslaag
Onze eerder voorlopig opgenomen Cornelis [achternaam door OCR beschadigd] krijgt nu steviger vorm. Hij was:
1789 — speksnijdersmaat
1803 — speksnijder
en daarnaast sloeperman.
Hij stond al als nr. 1672 genoteerd. Daarom geen nieuw nummer. Wel definitief als loopbaan vastleggen:
speksnijdersmaat → speksnijder + sloeperman.
De achternaam blijft bewust open totdat de scan zelf uitsluitsel geeft.
Deel 148 — Jacob Jacobsz. Grooff
- Jacob Jacobsz. Grooff — bootsman → harpoenier → sloepschipper. In 1787 was hij bootsman; in 1803 harpoenier. Daarnaast wordt hij als sloepschipper genoemd in de akte van 5 maart 1794.
Dit is opnieuw een prachtige promotielijn:
bootsman → harpoenier.
Niet verwarren met de eerder opgenomen Jacob Jansz. Grooff nr. 1568. Patroniem én functieontwikkeling verschillen.
Deel 149 — Jan Pauw
- Jan Pauw — bootsman in 1789 en daarnaast sloeperman. De bron verbindt beide functies rechtstreeks.
Over huwelijk, leeftijd, geloof en exacte commandeur wordt in deze passage niets vermeld.
Deel 150 — Symon Bouwen
- Symon Bouwen — matroos → harpoenier → sloeperman. In 1787 voer hij als matroos; in 1802 was hij tot harpoenier opgeklommen. Daarnaast trad hij als sloeperman op.
Dit is een van de duidelijkste sociale stijgingslijnen onder de lagere bemanning:
matroos → harpoenier.
Daarmee kan hij straks zowel onder harpoeniers als in de aparte loopbaan-/dubbelenlijst worden opgenomen.
Deel 151 — Nog een harpoenier met sloeperwerk
- Jan [achternaam door OCR beschadigd] — harpoenier in 1789 en daarnaast sloeperman. De bron noemt de voornaam Jan duidelijk, maar de daaropvolgende naam is in de tekstherkenning beschadigd.
Ik laat hem voorlopig zo staan en vul de familienaam niet zelf in. Dit is precies volgens onze regel: geen naam reconstrueren als de bronweergave onvoldoende zeker is.
Deel 152 — Jan Jansz. Kolhorn
- Jan Jansz. Kolhorn — commandeur in de periode 1792–1803 en daarnaast sloepschipper. De sloepschippersvermelding dateert uit een akte van 5 maart 1794.
Hier zien we dus dat zelfs een commandeur buiten het arctische vaarseizoen lokaal als sloepschipper kon optreden.
Zijn hoofdgroep blijft commandeurs, met een tweede vermelding onder sloeperlieden / nevenfuncties.
Deel 153 — Jan Dronken
- Jan Dronken — schieman in de walvisvaart in 1789; daarnaast sloeperman.
Dit is een belangrijke functie die in onze hoofdindeling nog weinig zichtbaar was. De schieman hield zich aan boord bezig met touwwerk, tuigage en de behandeling van lopend want. Voor Jan Dronken is echter alleen de bronfunctie zelf zeker; nadere werkzaamheden hoeven we niet persoonsgebonden te maken.
Hij hoort voorlopig bij overige gespecialiseerde scheepsgezellen.
Deel 154 — Jacob Kleyn
- Jacob Kleyn — commandeur → stuurman → sloeperman. Hij was commandeur in 1786–1787, maar voer in 1789 als stuurman. Daarnaast wordt hij als sloeperman genoemd.
Dit is bijzonder omdat zijn loopbaan niet alleen omhoog gaat:
commandeur → terug naar stuurman.
Dat kan samenhangen met beschikbaarheid van schepen, rederijplaatsen of economische omstandigheden; de bron geeft hier geen specifieke reden, dus die vullen we niet in.
Deel 155 — Adriaan Jansz. de Groot
- Adriaan Jansz. de Groot — commandeur van 1769–1796 en daarnaast sloepschipper. De sloepschippersfunctie wordt genoemd in een akte van 7 februari 1784.
Dit is dus een zeer lange commandeursloopbaan gecombineerd met lokaal werk in het Marsdiep.
Niet automatisch samenvoegen met andere De Groot-commandanten zonder patroniemcontrole.
Deel 156 — Jan de Groot
- Jan de Groot — commandeur van 1772–1777, daarnaast sloepschipper. Ook hij wordt in dezelfde akte van 7 februari 1784 genoemd.
Hij moet apart blijven van Adriaan Jansz. de Groot en Lourens Jansz. Groot.
Deel 157 — Klaas van Dam krijgt nóg een extra laag
Onze bestaande Klaas van Dam krijgt nu een aanvullende exacte bronvermelding:
- 1785 — speksnijdersmaat;
- 1786–1787 — speksnijder;
- daarnaast sloepschipper.
De eerdere lijst gaf hem al als speksnijder. Nu blijkt dat zijn promotie nog nauwkeuriger kan worden gereconstrueerd:
speksnijdersmaat → speksnijder → sloepschipper.
Geen nieuw nummer.
Deel 158 — De zes mannen van de redding van de Snelheid
Dezelfde bron geeft een uitzonderlijk concrete gebeurtenis. Eind 1790 dreigde het VOC-schip Snelheid van de Kamer Hoorn, onder kapitein R. J. Erdrob, nabij Huisduinen aan de grond te raken. Een sloep vanaf de Helderse zeedijk hield het schip vrij van het strand en hielp het veilig binnen. De sloep stond onder Adriaan Cornelisz. de Wit. Van de acht sloeperlieden waren minstens zes datzelfde jaar of in aangrenzende jaren officieren in de walvisvaart.
Het waren:
Adriaan Cornelisz. de Wit — harpoenier/speksnijdersmaat;
IJsbrand Gorter — harpoenier;
Leendert Tilman — harpoenier;
Pieter Jacobsz. Vroom — harpoenier;
Adriaan de Leeuw — stuurman;
Jan Jacobsz. Vroom — stuurman, later commandeur.
Deze personen hadden we al; daarom geen nieuwe nummers.
Deel 159 — Adriaan Cornelisz. de Wit
De reeds opgenomen Adriaan Cornelisz. de Wit kan nu veel vollediger:
- 1789 — walvisvaartofficier, harpoenier/speksnijdersmaat;
- 24 december 1790 — sloepschipper bij de redding/assistentie van de VOC-Snelheid;
- 1803 — opnieuw harpoenier/speksnijdersmaat volgens de samenvattende bron.
Hij vertegenwoordigt dus precies de arbeidscombinatie die voor Den Helder zo kenmerkend was: Arctische walvisvaart in het seizoen, sloepdiensten in het Marsdiep daarbuiten.
Deel 160 — Gerrit Houvast
Onze bestaande Gerrit Houvast krijgt eveneens een nieuwe nevenfunctie. Hij monsterde in de walvisvaart als harpoenier en werkte in 1793 samen met Leendert Tilman als sjouwerman bij het lossen van het schip Rheders Welvaaren onder schipper Claas Molenaar.
Dus:
harpoenier → daarnaast sjouwerman.
Geen nieuw nummer.
Deel 161 — Leendert Tilman
Ook Leendert Tilman wordt verder aangevuld:
- 1789 — harpoenier;
- 1790 — sloeperman in de ploeg die de Snelheid hielp;
- 1793 — sjouwerman bij het lossen van Rheders Welvaaren;
- 1802 — opnieuw als harpoenier bekend.
Dit is inmiddels één van de best gedocumenteerde lagere walvisvaartofficieren in onze lijst.
Deel 162 — Een belangrijke nieuwe conclusie voor de functielijst
Deze bronlaag toont dat we naast de bestaande groepen nog een zelfstandige nevenfunctielaag moeten bewaren. Niet als vervanging van de hoofdindeling, maar als extra index:
sloepschippers / sloeperlieden – sjouwerlieden – zeeloodsen – koopvaarders – werkvolk aan wal.
Vooral de sloeperdienst blijkt sterk verweven met de walvisvaart. De bron noemt expliciet officieren, matrozen, koks, bootslieden en commandeurs die buiten het vangstseizoen in hetzelfde lokale sloepbedrijf werkten.
Deel 163 — Verder met nieuwe koopvaarders en maritieme nevenloopbanen
Vanaf 1731 ga ik verder met namen die in dezelfde Helderse bronlaag voorkomen, maar die nog niet afzonderlijk in onze werkreeks stonden. Deze mannen zijn niet automatisch walvisvaarders: waar de bron alleen koopvaardij noemt, blijft dat ook zo.
-
Jacob Cornelisz. Adriaan — onderstuurman in de koopvaardij — overleden 13 maart 1794. De bron koppelt hem aan een reis naar Demerary, met akte van 22 september 1794. Niet automatisch dezelfde persoon als Gerrit Jacobsz. Adriaan, Jacob Gerritsz. Adriaan of Jacob Jacobsz. Adriaan uit de commandeurslaag.
-
Jan Breet — stuurman in de koopvaardij — reis naar St. Maarten; akte 19 januari 1756. De bron geeft hem als zelfstandige persoon. Niet zonder aanvullend bewijs koppelen aan de vele andere Breet-familieleden uit Den Helder.
-
Willem Brugman — bootsman in de koopvaardij — eveneens op een reis naar St. Maarten, akte 19 januari 1756. Er bestond ook een commandeur Willem Brugman in onze walvisvaartlijst; voorlopig behandelen we deze vermelding als een afzonderlijke bronoccurrence totdat identiteit met die commandeur bewezen is.
Deel 164 — Dirk Cornelisz. Hoogerduyn
- Dirk Cornelisz. Hoogerduyn — schipper in de koopvaardij — reis naar St. Eustatius, akte 22 april 1791.
Deze naam kwam eerder in onze grote walvisvaartlaag voor als mogelijk dezelfde persoon. Daarom moet hij in de uiteindelijke dubbelenlijst worden gemarkeerd:
Dirk Cornelisz. Hoogerduyn — koopvaardijschipper; mogelijke koppeling met eerdere walvisvaartvermelding, nog niet bewezen.
Deel 165 — Pieter Klom
- Pieter Klom — matroos in de koopvaardij. De reisbestemming staat in de tabel, maar de OCR van die regel is onvoldoende duidelijk om haar nu betrouwbaar over te nemen. De naam en rang zijn wel leesbaar.
De familienaam Klom kan in andere bronnen ook als Klorn/Clorn/Colhorn verschijnen, maar bij Pieter ga ik dat niet automatisch toepassen. De bron waarschuwt zelf dat deze naamvormen naast elkaar voorkomen.
Deel 166 — Frederik Gerritsz. Blankman: commandeur én later harpoenier
Onze bestaande Frederik Blankman krijgt nu een zeer belangrijke aanvulling. Zijn volledige naam luidt in deze bron:
Frederik Gerritsz. Blankman — Den Helder — gehuwd met Immetje Pietersd. Zeeman — commandeur 1762–1776, totale vangst circa 37¾ walvis. Maar in 1783 voer hij opnieuw naar de walvisvaart, nu als harpoenier bij een Helderse commandeur. Daarnaast was hij zeeloods; loodsexamen 8 juli 1777, op 45-jarige leeftijd.
Geen nieuw nummer voor de persoon; wel een belangrijke loopbaan:
commandeur → zeeloods → opnieuw harpoenier.
Deel 167 — Gerrit Pietersz. Blankman
- Gerrit Pietersz. Blankman — Den Helder — commandeur walvisvaart in de periode 1729–1743. Gehuwd met Maartje Jacobsd. Giltjes. Op 20 april 1770 gegoed; exacte vermogensklasse is in de OCR beschadigd. Zijn totale vangst als commandeur bedroeg 21 walvissen. Daarnaast was hij zeeloods; loodsexamen 30 september 1727, op 25-jarige leeftijd.
Hij is een afzonderlijke Blankman en mag niet met Frederik Blankman worden samengevoegd.
Deel 168 — Cornelis Hendriksz.: uitzonderlijk succesvolle commandeur
- Cornelis Hendriksz. [achternaam OCR-beschadigd] — Den Helder — commandeur walvisvaart in de periode 1767–1786. Gehuwd met een vrouw uit de familie Keuken; haar voornaam is in deze OCR-regel niet veilig leesbaar. Zijn vermogen steeg van circa ƒ4.000 in 1774 naar ongeveer ƒ20.000 in 1781.
De bron noemt voor hem:
- 56 walvissen in 1767–1773;
- 67¼ walvissen in 1774–1780;
- gemiddeld ongeveer 9⅝ walvis per reis over achttien reizen.
Volgens de auteur was dat de hoogste gemiddelde vangst van Nederlandse commandeurs die meer dan tien arctische reizen maakten. Omdat zijn achternaam in deze OCR-passsage beschadigd is, laat ik die voorlopig open.
Deel 169 — Maarten Cornelisz. … uit Huisduinen
- Maarten Cornelisz. [achternaam beschadigd] — Huisduinen — commandeur walvisvaart, actief 1756–1769. Gehuwd met Jannetje Simonsd. Kooter. Op 27 januari 1770 tot ongeveer ƒ2.000 gegoed. De bron noemt een totale commandeursvangst van ongeveer 25⅚ walvis.
Ook hier reconstrueren we de achternaam niet zolang de bronweergave onvoldoende zeker is.
Deel 170 — Een eerdere naam krijgt een correctie: Klaas van Dam
Bij Klaas van Dam moeten we de functiereeks nauwkeurig houden. De oudere bron laat zien dat het niet simpelweg een voortdurende promotie was. Hij was:
1785 — speksnijdersmaat
1786–1787 — speksnijder
1789 — opnieuw een lagere rang.
Dekker noemt hem expliciet als voorbeeld van een walvisvaarder die in een bepaald jaar geen plaats in dezelfde rang kon krijgen en daarom met een lagere functie genoegen nam.
Onze eindlijst moet dus niet alleen promoties tonen, maar ook tijdelijke teruggang in rang.
Deel 171 — Cornelis Kamp: commandeur terug naar harpoenier
Ook Cornelis Kamp krijgt hiermee een definitieve loopbaanlijn:
1794–1798 — commandeur
1802 — harpoenier.
De bron gebruikt hem uitdrukkelijk als voorbeeld van iemand die na het commandeurschap in een lagere rang bleef varen in plaats van de walvisvaart te verlaten.
Geen nieuw nummer.
Deel 172 — Lourens Claasz. Keuken: eveneens terug naar stuurman
Onze bestaande Lourens Claasz. Keuken was:
1785–1788 — commandeur
1789 — stuurman.
Hij woonde later in Alkmaar. Ook dit was volgens de bron geen uitzonderlijk verschijnsel: in de afnemende walvisvaart waren er niet ieder seizoen genoeg commandeursplaatsen beschikbaar.
Geen nieuw nummer.
Deel 173 — Frans Oom: van matroos naar stuurman
Frans Oom stond al als nr. 1561 genoteerd, maar zijn ontwikkeling kan preciezer worden vastgelegd. De studie noemt hem aanvankelijk matroos en acht het zeer waarschijnlijk dat hij bij dezelfde commandeur, Meindert Meeuw, tussen 1789 en 1803 opklom tot stuurman.
Omdat de auteur hier zelf “zeer waarschijnlijk” formuleert, nemen wij dezelfde voorzichtigheid over:
matroos → waarschijnlijk stuurman, ca. 1789–1803.
Niet als absoluut bewezen promotie presenteren.
Deel 174 — Geerlof Plas: walvisvaart naar koopvaardij
Onze nr. 1562 Geerlof Plas, wonend in Huisduinen, ging uiteindelijk werkelijk over naar de koopvaardij. In 1802 voer hij op de Noord-Holland van schipper Willem ’t Hart naar Curaçao, in de rang van bootsman. Hij maakte vervolgens de noodlottige thuisreis van 1803 mee.
Zijn loopbaan wordt daardoor:
walvisvaarder → bootsman in de koopvaardij → Curaçaovaart 1802/1803.
Geen nieuw nummer.
Deel 175 — De grote monsterrollenvondst: 212 Helderse/Huisduiner schepelingen
We hebben nu ook het structurele bewijs waarom er nog veel meer gewone bemanningsleden te vinden moeten zijn. In slechts 49 monsterrollen uit 1789 vond Dekker 212 schepelingen uit Den Helder/Huisduinen. Daarvan waren 114 officieren: commandeurs, stuurlieden, speksnijders, speksnijdersmaats en harpoeniers. Van de 194 lagere schepelingen voer 86% bij commandeurs uit de eigen Marsdiepdorpen.
Bij de achttien onderzochte schepen van Helderse/Huisduiner commandeurs kwam dat neer op gemiddeld ruim negen lokale lagere bemanningsleden per schip. Buiten 1789 vond Dekker nog 57 monsterrollen van Marsdiepcommandeurs, met gemiddeld ongeveer acht lokale lagere schepelingen.
Daarmee staat onze werknummering nu op 1738.
De volgende stap kan dus nog dieper de eigenlijke monsterrollen in: niet meer alleen mensen die in testamenten of notariële akten voorkomen, maar ook de gewone matrozen, bootslieden, koks, koksmaats, schiemannen, kajuitsjongens en andere scheepsgezellen die slechts één of enkele reizen zichtbaar zijn.
Ja. Er zitten nog duidelijk meer personen in de bronnen. Ik ga vanaf 1739 verder met de volgende afzonderlijke laag: commandeurs uit noordelijk Noord-Holland buiten Den Helder/Huisduinen, omdat juist daar nog namen tussen staan die we niet als zelfstandige persoon hebben uitgewerkt. De plaats hieronder is de in de bron genoemde herkomst/vestigingsplaats; ik vul geen geboorteplaats, huwelijk of geloof in wanneer die niet worden genoemd.
Deel 176 — St. Maartensbrug, Petten en Venhuizen
1739. Jochem Blaauboer — commandeur ter walvisvaart — St. Maartensbrug — actief 1771–1786. In de bron wordt hij als afzonderlijke commandeur buiten de Marsdiepdorpen opgenomen.
1740. Lourens Boedel — commandeur — Petten — actief 1771–1773. Verdere persoonsgegevens worden in deze lijst niet vermeld.
1741. Jan Brak — commandeur — Venhuizen — voer tot en met 1773. Huwelijk, leeftijd en geloof: niet vermeld in deze bronpassage.
1742. Jacob Pietersz. Bras — commandeur — woonde in de Hazepolder — actief tot en met 1776. De noot vermeldt dat hij op 9 oktober 1781 in de Hazepolder overleed en in de kerk van St. Maartensbrug werd begraven.
Deel 177 — Maarten Aldertsz. Breet
1743. Maarten Aldertsz. Breet — commandeur — St. Maartensbrug — actief 1770–1779.
Deze naam is voor onze personeelslijst extra belangrijk omdat we hem al tegenkwamen als bevelhebber van lagere bemanningsleden. Zo voer Jan Joosten Brouwer in 1770 als speksnijdersmaat bij Maarten Aldertsz. Breet. Daarmee hebben we nu zowel de commandeur als een concrete ondergeschikte uit zijn bemanning.
Deel 178 — Jacob Willemsz. Gorter
1744. Jacob Willemsz. Gorter — commandeur — Schagen — actief 1787–1790. Niet automatisch gelijkstellen aan andere Gorters zoals IJsbrand Gorter of Claas Gorter.
Hier is het patroniem belangrijk: Jacob Willemsz. maakt hem beter identificeerbaar dan een losse vermelding “Jacob Gorter”.
Deel 179 — Willem ’t Hart
1745. Willem ’t Hart — commandeur ter walvisvaart — St. Maartensbrug — actief 1775–1776. Daarna maakte hij een duidelijke overgang naar de koopvaardij. Hij werd schipper op de Zaanse West-Indiëvaarder Noord-Holland en bleef daarop varen tot 1803, toen het schip door de Engelsen werd genomen.
Zijn loopbaan kan dus worden vastgelegd als:
commandeur walvisvaart → schipper in de West-Indiëvaart → Zaanse scheepsverbinding.
Dit is voor het Zaandam-project bijzonder bruikbaar.
Deel 180 — Dirk en Claas Hopman
De reeds bekende Dirk Hopman krijgt een stevige bevestiging: hij was commandeur uit Oudesluis, voer tot en met 1790 en had jarenlang grotendeels dezelfde officieren om zich heen. Onder hen bevonden zich stuurman Pieter Symonsz. Bouwen uit Den Helder en Cornelis Adriaansz., die als speksnijder en speksnijdersmaat bij hem voer.
Geen nieuw nummer voor Dirk Hopman.
1746. Claas Hopman — commandeur — afkomstig uit Abbestee, nabij Callantsoog — actief 1773–1778 en opnieuw 1787–1788.
Hij is dezelfde bevelhebber bij wie Hark Cornelisz. Spits in 1774 als speksnijdersmaat en in 1775 als harpoenier voer.
Deel 181 — Twee De Jongs
1747. Cornelis de Jong — commandeur — Oudesluis — genoemd voor 1775.
1748. Pieter Creynen de Jong — commandeur — Callantsoog — actief 1777–1779.
Deze twee mogen uiteraard niet onder één familienaam “De Jong” worden samengevoegd; patroniem/voornaam en plaats verschillen.
Deel 182 — De familie Mooy uit Callantsoog
1749. Jacob Mooy — commandeur — Callantsoog — voer tot en met 1772. De bron vermeldt expliciet dat hij de vader van Maarten en Pieter Mooy was.
1750. Maarten Jacobsz. Mooy — commandeur — Callantsoog — voer tot en met 1802. Daarmee behoort hij tot de commandeurs die de Nederlandse arctische vaart tot zeer laat bleven voortzetten.
1751. Pieter Jacobsz. Mooy — commandeur — Callantsoog — actief 1773–1778 en opnieuw 1786–1793.
Hier hebben we dus een werkelijk aantoonbare familieconstructie:
Jacob Mooy → zonen Maarten Jacobsz. Mooy en Pieter Jacobsz. Mooy.
Dat mag wél genealogisch worden gekoppeld, omdat de bron het expliciet zegt.
Deel 183 — Hendrik Pietersz.
1752. Hendrik Pietersz. — commandeur — Enkhuizen — voer tot en met 1798. De bron geeft alleen deze naamvorm; er staat hier geen achternaam bij. Daarom niet proberen hem aan een andere Hendrik Pietersz. te koppelen.
Dit is een klassiek geval voor onze categorie:
functie bekend — identiteit verder onvoldoende gespecificeerd.
Deel 184 — Cornelis Jansz. Rootjes
1753. Cornelis Jansz. Rootjes — commandeur — Nieuwesluis — actief 1770–1774.
Niet automatisch gelijkstellen aan Teunis Cornelisz. Root, bij wie Aarjen Willemsz. Korff in 1765 als stuurman voer. De naamvormen lijken op elkaar, maar zijn persoonsmatig verschillend totdat genealogisch bewijs het tegendeel laat zien.
Deel 185 — Pieter Visser
1754. Pieter Visser — commandeur — Oudesluis — actief 1774–1780.
De bron markeert hem bovendien als commandeur die zowel in de Straat Davis als bij Groenland voorkwam. Dat betekent dat zijn vaargebied niet tot één Arctische route beperkt bleef.
Deel 186 — Cornelis Vriesman
1755. Cornelis Vriesman — commandeur — Petten — voer tot en met 1776 en opnieuw 1783–1784. Ook hij wordt in de bron aangeduid als iemand die zowel in Davisstraat als Groenland voorkwam.
Hiermee krijgen we opnieuw een onderbroken loopbaan: tot 1776 → terugkeer 1783–1784.
Deel 187 — De Winders uit Avenhorn
1756. Cornelis Winder — commandeur — Avenhorn — voer tot en met 1770. De bron markeert hem met D, dus verbonden met de vaart naar de Straat Davis.
1757. Pieter Winder — commandeur — Avenhorn — voer tot en met 1779, eveneens met een Davisstraat-koppeling.
Niet automatisch vader en zoon noemen: daarvoor geeft deze passage geen bewijs.
Deel 188 — Nog een belangrijke bemanningslaag bij Dirk Hopman
Dezelfde studie bevestigt dat commandeur Dirk Hopman meerdere jaren vrijwel hetzelfde officierenkorps meenam. Naast stuurman Pieter Symonsz. Bouwen wordt Cornelis Adriaansz. expliciet genoemd als speksnijder én speksnijdersmaat.
Daarmee kunnen we nr. 1557 Cornelis Adriaansz. verder aanscherpen:
Cornelis Adriaansz. — Den Helder — speksnijdersmaat/speksnijder — meerdere jaren bij Dirk Hopman uit Oudesluis.
Geen achternaam invullen: die staat in deze bron niet.
Deel 189 — Nog veel meer dan deze lijst
En ja: we zijn nog steeds niet aan het einde. De studie zegt expliciet dat in slechts 49 monsterrollen al 212 personen uit Den Helder en Huisduinen werden aangetroffen. Daarvan waren 114 officieren, zodat er alleen in die steekproef al 98 gewone of lagere schepelingen overblijven. Bovendien bestaan buiten 1789 nog 57 andere monsterrollen van commandeurs uit de Marsdiepdorpen.
Dat betekent dat de resterende winst vooral zit bij namen die nauwelijks in biografische lijsten voorkomen:
matrozen, jonge matrozen, bootslieden, schiemannen, koks, koksmaats, kuipers, timmerlieden, ondertimmerlieden en kajuitwachters.
Zorgdrager bevestigt precies die functielagen in zijn monsterrol: timmerman, bootsman, kok, kuiper, chirurgijn, schieman, gewone matrozen, jonge matrozen, koksmaat en kajuitwachter.
De werknummering staat nu op 1757. We kunnen dus nog verder, en de volgende stap wordt juist interessant: alle nog los verkrijgbare gewone bemanningsnamen uit de monsterrollen, niet opnieuw dezelfde commandeurs.
Ja — er komt nog duidelijk meer, en waarschijnlijk nog behoorlijk veel.
De bron zelf maakt dat aannemelijk: alleen al in 49 bewaarde monsterrollen uit 1789 zijn 212 schepelingen uit Den Helder en Huisduinen gevonden. Daarvan waren 114 officieren; dus er bleven nog veel gewone en lagere bemanningsleden over. Buiten 1789 zijn bovendien nog 57 andere monsterrollen van commandeurs uit de Marsdiepdorpen bekend.
Extra belangrijk is dat van enkele commandeurs meerdere complete of gedeeltelijke monsterrollen bewaard zijn. Bijvoorbeeld Dirk Hopman voor 1774, 1775, 1780, 1783, 1785 en 1789; Claas Hopman voor 1774–1776; Cornelis Boektjes voor 1780, 1789, 1802 en 1803 plus delen van 1797–1798; en Maarten Jacobsz. Mooy voor 1786, 1789 en 1802. Daardoor kunnen we nog veel bemanningsleden per schip en per jaar uit elkaar halen.
Vooral deze groepen zijn nog niet volledig uitgeput:
- matrozen en jonge matrozen
- bootslieden en bootsmansmaats
- schiemannen
- koks en koksmaats
- kuipers
- timmerlieden
- kajuitsjongens / scheepsjongens
- harpoeniers en speksnijders die maar één reis voorkomen
- personen die in verschillende jaren van functie veranderden
- bemanningsleden uit Oudesluis, Abbestee, Callantsoog, Schagen, Petten, St. Maartensbrug en Wieringerwaard
Ook blijkt uit de bron dat bemanningen vaak jarenlang bij dezelfde commandeur bleven. Juist daardoor kunnen we nog loopbanen reconstrueren, bijvoorbeeld matroos → harpoenier, kok → harpoenier, bootsman → harpoenier of juist commandeur → stuurman/harpoenier.
Dus: nee, we zijn nog niet klaar. De nummering staat nu op 1765, maar er moet nog een volgende serie uit de echte monsterrollen te halen zijn. Ik kan direct doorgaan vanaf 1766 met alleen werkelijk nieuwe namen.
Nieuwe namen — verder vanaf 1766
1766. Casper Bakker — speksnijdersmaat in de walvisvaart in 1786. Daarnaast trad hij op als sloepschipper in het Texelse zeegat; daarvoor wordt een akte van 7 februari 1784 aangehaald. Plaats, huwelijk, leeftijd en geloof worden in deze passage niet vermeld.
1767. Symon Pronk — speksnijdersmaat in 1780, later speksnijder in 1786. Buiten het walvisseizoen werkte hij als sloepschipper. Daarmee hebben we een duidelijke functielijn binnen en buiten de walvisvaart. Niet zonder bewijs koppelen aan de andere Pronks uit Den Helder.
1768. Pieter Jansz. Boot — kok op een walvisvaarder in 1774 en 1775. Later wordt hij als sloeperman genoemd; notariële akte van 5 maart 1794. De bron geeft hier geen commandeur of schip.
1769. Pieter van ’t Hoff — matroos in de walvisvaart in 1789; daarnaast sloeperman in het Texelse zeegat. De combinatie laat zien dat ook gewone matrozen buiten het vangstseizoen inkomsten zochten in de lokale maritieme dienstverlening.
1770. Pieter Zeeman — speksnijdersmaat in 1789 en daarnaast sloepschipper. Verdere persoonsgegevens zijn in deze passage niet vermeld.
1771. Jacob Jacobsz. Grooff — bootsman in 1787 → harpoenier in 1803. Daarnaast werkte hij als sloepschipper. Dit is een echte loopbaanstijging binnen de walvisvaart: van bootsman naar gespecialiseerde vangstofficier.
1772. Jan Pauw — bootsman in de walvisvaart in 1789; daarnaast sloeperman. Huwelijk, leeftijd, geloof en schip worden in deze passage niet genoemd.
1773. Symon Bouwen — matroos in 1787 → harpoenier in 1802. Daarnaast bekend als sloeperman. Zijn loopbaan is daarmee een duidelijk voorbeeld van promotie vanuit de gewone bemanning naar een gespecialiseerde walvisvangstfunctie.
1774. Jan Dronken — schieman in de walvisvaart in 1789 en daarnaast sloeperman. De schieman was verantwoordelijk voor touwwerk en tuigage; in deze bron wordt alleen zijn rang en nevenwerk vermeld.
1775. Hark Cornelisz. Spits — Den Helder — gehuwd met Klaasje Pietersd. Soetelief. Walvisvaarder: in 1774 speksnijdersmaat, in 1775 harpoenier, beide bij commandeur Klaas/Claas Cornelisz. Hopman uit Abbestee. Daarnaast zeeloods; loodsexamen 21 juni 1755, op 41-jarige leeftijd. Op 7 augustus 1781 tot ongeveer ƒ2.000 gegoed.
1776. Willem Tuynzaad — Den Helder — gehuwd met Jannetje Brouwer. Walvisvaarder; in 1787 opperkuiper bij commandeur Anthony van Hansleeden uit Den Helder. Hij bereikte volgens de bron niet de rang van commandeur. Op 29 juli 1785 tot circa ƒ2.000 gegoed.
1777. Jan Jacobsz. de Wit — Den Helder — gehuwd met Maartje Klaasd. Zeylemaker. Walvisvaarder; voer in 1789 als matroos bij commandeur Willem Jansz. Borst uit Den Helder. Op 13 juni 1795 tot ongeveer ƒ2.000 gegoed.
Belangrijke aanvulling zonder nieuw nummer
Jan Jacobsz. Vroom moet als meervoudige loopbaan worden bijgehouden: stuurman in 1789 → commandeur 1792–1794. Daarnaast trad hij buiten het vangstseizoen als sloeperman op.
Adriaan Cornelisz. de Wit had eveneens meerdere functies: harpoenier en speksnijdersmaat in de walvisvaart en daarnaast sloepschipper. Eind 1790 hielp zijn sloepbemanning het VOC-schip Snelheid bij Huisduinen uit gevaar.
Gerrit Houvast en Leendert Tilman werkten naast hun functie als harpoenier in 1793 als sjouwerlieden bij het lossen van het schip Rheders Welvaaren van schipper Claas Molenaar. Dat hoort in onze dubbelen-/nevenberoepenlijst.
De werknummering staat hiermee op 1777. Er zijn nog meer namen uit dezelfde lijsten te halen, vooral stuurmannen, speksnijders, kuipers, schiemannen, matrozen en jongens.
Vervolglijst — vanaf 1778
Ik ga verder met de alfabetische commandeurslijst en neem de naamvormen precies over. De genoemde plaats is de vestigingsplaats van de rederij, niet automatisch woon- of geboorteplaats. De bron waarschuwt bovendien dat patroniemen soms bewust ontbreken wanneer ze niet zeker konden worden vastgesteld.
1778. Cornelis Heycomsz. Abbo — commandeur — rederij De Rijp. Verdere persoonsgegevens in deze tabel niet vermeld.
1779. Jan Cornelisz. Admiraal — commandeur — rederij Enkhuizen. Niet automatisch koppelen aan andere Admiraal-families zonder nadere bron.
1780. Gerrit Jansz. Adriaan — commandeur — rederij De Rijp. Afzonderlijk houden van Gerrit Jacobsz. Adriaan en de andere Adriaan-commandanten.
1781. Jacob Adriaansz. de Jong — commandeur — rederijen Amsterdam en Zaandam. De bron noemt hem als zelfstandige persoon.
1782. Jan Adriaansz. de Jong — commandeur — rederij Jisp. Niet samenvoegen met Jacob Adriaansz. de Jong.
1783. Klaas Adriaansz. de Jonge — commandeur — rederij Jisp. De toevoeging de Jonge bewaren als onderdeel van de bronidentificatie.
1784. Adriaan Pietersz. Bakker — commandeur — komt in de tabel in verschillende vaarfasen voor, waaronder rederijkoppelingen met Zaandam en Amsterdam. De lijst bevat tevens een afzonderlijke D)-vermelding, dus ten minste één fase hield verband met Davisstraat.
1785. Evert Willemsz. Bakker — commandeur — rederijkoppelingen Jisp/Zaandam; eveneens met een afzonderlijke D)-vermelding. Voorlopig één persoon met verschillende vaarfasen.
1786. Hendrik Baske — commandeur — rederij Amsterdam. Hij moet apart blijven van Jacob Baske en Cornelis Baske.
1787. Maarten Been — commandeur — rederij Den Helder. Geen patroniem, huwelijk of geloof in deze tabel vermeld.
1788. Jan Gerritsz. Blankman — commandeur — rederij Zaandijk. Afzonderlijk van Frederik, Gerrit Pietersz., Pieter Gerritsz. en IJsbrand Blankman.
1789. Pieter Gerritsz. Blankman — commandeur — rederij Zaandijk. Verdere gegevens hier niet vermeld.
1790. IJsbrand Blankman — commandeur — rederij Zaandam. Geen patroniem in deze tabel.
1791. Cornelis de Boer — commandeur — rederij Amsterdam. Niet automatisch dezelfde persoon als andere Cornelis de Boer-vermeldingen.
1792. Jacob Cornelisz. de Boer — commandeur — rederij Monnickendam. Patroniem maakt hem duidelijker identificeerbaar.
1793. Jan de Boer — commandeur — rederij Rotterdam. Functie zeker; overige persoonsgegevens niet vermeld.
1794. Jan Hendriksz. de Boer — commandeur — rederij Westzaan. Dit is voor onze Zaanse laag een directe rederijkoppeling.
1795. Klaas Jacobsz. de Boer — commandeur — rederij Monnickendam en daarnaast een afzonderlijke D)-vermelding. Dat wijst op verschillende vaarfasen, waaronder Davisstraat.
1796. Dirk Hendriksz. Borst — commandeur — rederij Zaandam. Niet verwarren met Frederik Jansz., Jan Hendriksz. of Willem Jansz. Borst.
1797. Arent Simonsz. Boots — commandeur — komt tweemaal in de tabel voor, waaronder een D)-vermelding; rederijkoppelingen onder meer Koog aan de Zaan. Voorlopig één persoon met verschillende vaarfasen.
Nog een nieuwe persoon uit de lagere laag
1798. [voornaam beschadigd] Arentsz. Boey — Den Helder — voer in 1794 als bootsman op de koopvaarder Matthijs en Abel onder schipper Cornelis Metselaar uit Den Helder. Op 15 november 1795 werd hij tot ongeveer ƒ2.000 gegoed. De voornaam is door de OCR beschadigd, dus die vul ik niet zelf in.
Aanvulling: Arent Claasz. Boey
De al bekende Arent Claasz. Boey blijkt na zijn commandeursloopbaan nog als officier te hebben gevaren. Hij was commandeur in 1758–1771, gehuwd met Agatha Cornelisdr. Gieles, en kan in 1775 als officier bij Jan Jansz. Walig hebben gevaren. De auteur formuleert die laatste identificatie als een gevolgtrekking; daarom houden wij haar ook als waarschijnlijk, niet als absoluut bewezen.
De werknummering staat nu op 1798. Er volgen in de alfabetische commandeurslijst nog veel meer namen na Boots; die kan ik nu verder afwerken richting 1800 en verder.
Nagedacht gedurende 31s
Vervolglijst — vanaf 1799
Ik ga nu verder met namen uit de alfabetische commandeurslijst die nog niet als zelfstandige persoon in onze werkreeks stonden. Waar een naam zonder patroniem voorkomt, laat ik mogelijke koppelingen met eerdere naamgenoten bewust open.
1799. Adriaan Breet — commandeur ter walvisvaart. De lijst noemt hem als afzonderlijke commandeur. Rederijplaats: Amsterdam. Verdere persoonsgegevens worden in deze tabel niet gegeven.
1800. Ary Breet — commandeur — rederij Enkhuizen. Niet automatisch gelijkstellen aan andere Breet-familieleden uit Den Helder/Huisduinen.
1801. Cornelis Breet — commandeur — rederij De Rijp. Omdat hier geen patroniem staat, niet zonder meer dezelfde persoon noemen als Cornelis Jacobsz. Breet uit onze lagere bemanningslaag.
1802. Jacob Breet — commandeur — de tabel kent zowel een gewone vermelding als een afzonderlijke D)-vermelding, dus hij voer in verschillende fasen en minstens één daarvan hield verband met de vaart op Straat Davis. Voorlopig één persoon houden.
1803. Jan Jansz. Breet — commandeur — rederij Amsterdam. Patroniem maakt hem duidelijk afzonderlijk van de andere Breets.
1804. Jan Adriaansz. Breet — commandeur — rederij De Rijp. Verdere persoonsgegevens niet vermeld.
1805. Jan Maartensz. Breet — commandeur — komt zowel in de gewone Groenlandlijst als in een afzonderlijke D)-vermelding voor. Hij had dus verschillende vaarfasen, waaronder Davisstraat.
1806. Maarten Jacobsz. Breet — commandeur — rederijkoppelingen onder meer De Rijp en Westzaan. Daarmee is er voor hem ook een directe Zaanse rederijverbinding.
Broertjes
1807. Hendrik Jacobsz. Broertjes — commandeur — rederij Amsterdam. Niet verwarren met Jacob Hendriksz. Broertjes of Claas Hendriksz. Broertjes uit de latere Helderse reeks.
1808. Jacob Claasz. Broertjes — commandeur — rederij Zaandam. Dit is een duidelijke Zaanse koppeling.
1809. Jacob Cornelisz. Broertjes — commandeur — rederij Zaandam. Afzonderlijk houden van Jacob Broertjes zonder patroniem en van Jacob Hendriksz. Broertjes.
De al bekende Jacob Broertjes en Klaas/Claas Hendriksz. Broertjes krijgen uit deze tabel aanvullende bevestiging maar geen nieuw nummer.
Brouwer
1810. Jan Claasz. Brouwer — commandeur — rederij Westzaan. Daarmee hoort hij rechtstreeks in onze Zaanse commandeurslaag.
1811. Klaas Willemsz. Brouwer — commandeur — rederij Amsterdam. Geen verdere persoonsgegevens in deze tabel.
1812. Pieter Klaasz. Brouwer — commandeur — komt zowel gewoon als met D)-aanduiding voor. Rederijkoppelingen liggen bij Amsterdam; minstens één vaarfase betrof dus Davisstraat.
1813. Willem Claasz. Brouwer — commandeur — rederij Zaandam. Dit is opnieuw een directe Zaanse rederijverbinding.
De eerder opgenomen Adriaan Brouwer blijft dezelfde bestaande persoon en krijgt geen nieuw nummer.
Buysman en Bijl
1814. Jacob Buysman — commandeur — de lijst kent zowel een gewone vermelding als een D)-vermelding. Rederijkoppelingen: De Rijp/Jisp. Voorlopig één persoon met verschillende vaarfasen.
1815. Jan Bijl — commandeur — rederij De Rijp/Zaandijk. Daarmee heeft ook hij een directe Zaanse rederijkoppeling.
Pieter Jansz. Buysman komt ook in deze commandeurslijst voor, maar we hadden al een Pieter Jansz. Buysman als zeeloods. Omdat naam en patroniem exact samenvallen, geef ik hem nu geen nieuw nummer totdat we kunnen vaststellen of dit dezelfde man is of een naamgenoot.
Lijst 1778–1815
-
Cornelis Heycomsz. Abbo — commandeur — rederij De Rijp.
-
Jan Cornelisz. Admiraal — commandeur — rederij Enkhuizen.
-
Gerrit Jansz. Adriaan — commandeur — rederij De Rijp.
-
Jacob Adriaansz. de Jong — commandeur — rederijen Amsterdam en Zaandam.
-
Jan Adriaansz. de Jong — commandeur — rederij Jisp.
-
Klaas Adriaansz. de Jonge — commandeur — rederij Jisp.
-
Adriaan Pietersz. Bakker — commandeur — meerdere vaarfasen; rederijkoppelingen Zaandam en Amsterdam; ook Davisstraat-vermelding.
-
Evert Willemsz. Bakker — commandeur — rederijkoppelingen Jisp/Zaandam; ook Davisstraat-vermelding.
-
Hendrik Baske — commandeur — rederij Amsterdam.
-
Maarten Been — commandeur — rederij Den Helder.
-
Jan Gerritsz. Blankman — commandeur — rederij Zaandijk.
-
Pieter Gerritsz. Blankman — commandeur — rederij Zaandijk.
-
IJsbrand Blankman — commandeur — rederij Zaandam.
-
Cornelis de Boer — commandeur — rederij Amsterdam.
-
Jacob Cornelisz. de Boer — commandeur — rederij Monnickendam.
-
Jan de Boer — commandeur — rederij Rotterdam.
-
Jan Hendriksz. de Boer — commandeur — rederij Westzaan.
-
Klaas Jacobsz. de Boer — commandeur — rederij Monnickendam; tevens Davisstraat-vermelding.
-
Dirk Hendriksz. Borst — commandeur — rederij Zaandam.
-
Arent Simonsz. Boots — commandeur — meerdere vaarfasen; onder meer Koog aan de Zaan; tevens Davisstraat-vermelding.
-
[voornaam beschadigd] Arentsz. Boey — bootsman — Den Helder — in 1794 op de koopvaarder Matthijs en Abel onder schipper Cornelis Metselaar; in 1795 circa ƒ2.000 gegoed.
-
Adriaan Breet — commandeur — rederij Amsterdam.
-
Ary Breet — commandeur — rederij Enkhuizen.
-
Cornelis Breet — commandeur — rederij De Rijp; niet automatisch Cornelis Jacobsz. Breet.
-
Jacob Breet — commandeur — verschillende vaarfasen; ook Davisstraat-vermelding.
-
Jan Jansz. Breet — commandeur — rederij Amsterdam.
-
Jan Adriaansz. Breet — commandeur — rederij De Rijp.
-
Jan Maartensz. Breet — commandeur — gewone Groenlandvaart én Davisstraat-vermelding.
-
Maarten Jacobsz. Breet — commandeur — rederijkoppelingen De Rijp en Westzaan.
-
Hendrik Jacobsz. Broertjes — commandeur — rederij Amsterdam.
-
Jacob Claasz. Broertjes — commandeur — rederij Zaandam.
-
Jacob Cornelisz. Broertjes — commandeur — rederij Zaandam.
-
Jan Claasz. Brouwer — commandeur — rederij Westzaan.
-
Klaas Willemsz. Brouwer — commandeur — rederij Amsterdam.
-
Pieter Klaasz. Brouwer — commandeur — meerdere vaarfasen; Amsterdam; ook Davisstraat-vermelding.
-
Willem Claasz. Brouwer — commandeur — rederij Zaandam.
-
Jacob Buysman — commandeur — rederijkoppelingen De Rijp/Jisp; ook Davisstraat-vermelding.
-
Jan Bijl — commandeur — rederijkoppeling De Rijp/Zaandijk.
Nog gekoppeld zonder nieuw nummer
Arent Claasz. Boey — commandeur 1758–1771; gehuwd met Agatha Cornelisdr. Gieles; waarschijnlijk in 1775 nog officier bij Jan Jansz. Walig.
Pieter Jansz. Buysman — komt zowel als zeeloods als in de commandeurslijst voor. Identiteit nog niet voldoende bewezen om beide vermeldingen samen te voegen.
Werkstand: 1815 personen/vermeldingen. Volgende nieuwe naam wordt nr. 1816.
Nagedacht gedurende 23s
Ja. De beste aanpak is nu geen tweede complete lijst van 1815 nummers, maar aanvullende lijsten naast Zorgdrager, zodat we precies zien wat de webpagina toevoegt.
De pagina zelf staat inmiddels op 1815 personen/vermeldingen en zegt expliciet dat de volgende nieuwe naam nr. 1816 wordt.
Aanvullende lijst A — Zaanstreek en Zaandam, niet uit onze Zorgdrager-hoofdlijst
1. Jeldert Jansz. Groot — commandeur — Bora — Zaandam — rederij Heyn.
2. Jeldert Jansz. Groot — commandeur — Jonge Franciscus/Francisco — Zaandam — 1773 — rederij Heyn.
3. Jan Jelderts de Groot — commandeur — Zaandammer Hoop/Hoop — Zaandam — 1771–1772.
4. Jeldert Groot — commandeur — Zaandammer Hoop/Hoop — latere reis; voorlopig apart houden.
5. Jeldert Groot — commandeur — Debora — Zaandam — reder Abraham van den Broek — na 1777 — Davisstraat.
6. Claas Jacobsz. Daalder — commandeur — De Jonge Eva — Zaandam — 1725 — reder Dirk Tewis.
7. Claas Heyn en Zoon — Westzaandam — reders/uitrusters — verbonden aan Anna, Bora, Jonge Franciscus en Zaandammer Hoop.
8. Abraham van den Broek — Zaandam — reder — Debora.
9. Dirk Tewis — Zaandam — reder — De Jonge Eva en aanvankelijk Vogel Phenix.
10. Olphert Pet — Zaanse reder — later verbonden aan Vogel Phenix.
11. Hamma Klinckert — Zaandam — reder/boekhouder — gekoppeld aan meerdere walvisvaarders.
12. Cornelis Mein — Zaandam — deelreder — De IJsvogel — 1757.
13. Claas Mais — Zaandam — deelreder — De IJsvogel.
14. Jan Cuyper — Zaandam — deelreder — De IJsvogel.
15. Cornelis Cardinaal — Zaandam — reder — Avontuur — 1802/1803.
16. Cornelis Visser — Zaandam — reder — Alida — 1803.
17. Nicolaas Calff — Westzaandam — koopman/reder — zoon van Cornelis Michielsz. Calff.
18. Adriaan Rogge — Zaandam — koopman/reder — walvisvaart, handel en industrie.
19. Jan Lijnstz. Rogge — Zaandam — ondernemer — traankokerij, pakhuizen, houthandel en verzekeringen.
20. Tewis Jansz. Rogge — Oostzaandam — koopman/reder — walvisvaart en lijnbaan.
21. Dirk Lijnstz. Rogge — Zaandam — scheepsbouwer en participant in walvisvaart.
Aanvullende lijst B — Zaandijk, Koog, Westzaan en Jisp
22. Pieter Cornelisz. Kindt — commandeur — ’t Geele Paert — Zaandijk — 1683.
23. Pop van Schermer — commandeur — De Bonte Walvis — Zaandijk — 1683.
24. Albert Claesz. Sopje — commandeur — De Witte Papier Molen — Zaandijk — 1683.
25. Cornelis Claesz. — commandeur — De Vergulde Bye-korf — Zaandijk — 1683.
26. Albert van ’t Oog — commandeur — De Saendijck — Zaandijk — 1683.
27. Kemp Jansz. van Texel — commandeur — De Vergulde Duyf — Zaandijk — 1683.
28. Claes van Marcken — commandeur — Marcken binnen — Zaandijk — 1683.
29. Ariaen Botter — commandeur — De Lamoen-boom — Zaandijk — 1683.
30. Cornelis Olfertsz. — commandeur — De Stadt Breda — Zaandijk — 1683.
31. Claes Langh — commandeur — De Christoffel — Zaandijk — 1683.
32. Cornelis Claesz. Drijven — commandeur — De Caprave — Zaandijk — 1683.
33. Jacob Jansz. Mol — commandeur — De Decker — Jisp — 1683.
34. Claes de Valck — Jisp — verbonden aan De Valck — exacte rol nog controleren.
35. Jacob Jansz. Mol — commandeur — ’t Raedhuys van Jisp — Jisp — 1683 — boekhouder P.P. Pater.
36. Lucas de Lange — commandeur — De Graeuwe Hengst — Jisp — 1683.
37. Lucas de Lange — commandeur — ’t Witte Paerdt — Jisp — 1683.
38. Jan Heertjes — commandeur — De Swemmer — Jisp — 1683.
39. Jan Heertjes — commandeur — De Witte Molen — Jisp — 1683.
40. Jan Molsen — commandeur — ’t Dorp Jisp — Jisp — 1683.
41. Jan Molsen — commandeur — De Winter — Jisp — 1683.
42. Jan Jacobsz. Mol — commandeur — De Nachtegael — Jisp — 1683.
43. Jan Jacobsz. Mol — commandeur — De Somer — Jisp — 1683.
44. Leendert Colleman — commandeur — De Vergulde Arendt — Jisp — 1683.
45. Leendert Colleman — commandeur — De Kaes-koper — Jisp — 1683.
46. Leendert Colleman — commandeur — De Broker van Sardam — Jisp — 1683.
47. Leendert Colleman — commandeur — De Slachter — Jisp — 1683.
48. Pieter Oly — commandeur — De Mol-bergh — Jisp — 1683.
49. Derck Dircksz. — commandeur — De Prudt-koper — Jisp — 1683.
50. Hendrick Bruinsz. — commandeur/rederijverbinding — Het Swarte Paert — Jisp — 1661.
51. Jan Jansz. Duyt — commandeur — Koog aan de Zaan.
52. Cornelis Florisz. — commandeur — Westzaan.
53. Cornelis Jansz. Frank — commandeur — Jisp/Zaandijk.
54. Jan Geus — commandeur — Jisp.
55. Cornelis Dirksz. Gieles — commandeur — Zaandijk.
56. Dirk Jansz. Gieles — commandeur — Zaandijk/Wormerveer.
57. Jan Jansz. Goedhart — commandeur — Westzaan.
58. Cornelis Gorter — commandeur — Westzaan/Amsterdam.
Aanvullende lijst C — belangrijke latere Zaanse commandeurs
59. Pieter Jacobsz. Schol — commandeur — Jisp, Zaandam en Monnickendam — 1709–1744 — ca. 146¾ walvis.
60. Pieter Schooneman — commandeur — Zaandam, later Monnickendam/Zaandam — jaren 1720–1758 — ca. 205 walvissen.
61. Dirk Schrijver — commandeur — onder meer Zaandam en Monnickendam.
62. Jan Cornelisz. Sinjewel — commandeur — Zaandam en Koog aan de Zaan — 1744–1756 — ca. 66¾ walvis.
63. Dirk Cornelisz. Soetelief — commandeur — Amsterdam en Zaandam — 1709–1712 en 1723–1726.
64. Pieter Dirksz. Soetelief — commandeur — Amsterdam en Zaandam — 1720–1722.
65. Cornelis Spanjert — commandeur — Zaandam/Westzaan — meerdere vaarfasen.
66. Pieter Spanjert — commandeur — Zaandam — 1751–1758.
67. Gerbrand Spin — commandeur — Zaandam en Monnickendam — 1729–1746.
68. Jan Springer de Jonge — commandeur — Westzaan, Zaandam en De Rijp.
69. Arent Spijker — commandeur — Zaandam.
70. Dirk Spijker — commandeur — Westzaan.
71. Meyndert Spijker — commandeur — Westzaan en Amsterdam.
72. Jan Spijker de Jonge — commandeur — Westzaan.
73. Jochem Stint — commandeur — Westzaan.
74. Maarten Stint — commandeur — Westzaan.
75. Jan Cornelisz. Strop — commandeur — Zaandam.
76. Lourens Adriaansz. Strop — commandeur — Zaandam, Monnickendam en Amsterdam.
77. Teunis Hendriksz. Strop — commandeur — Zaandam en Middelburg.
78. Cornelis van Uyjen — commandeur — onder meer Zaandam en Zaandijk.
Aanvullende lijst D — late achttiende/vroege negentiende eeuw
79. Jacob Adriaansz. de Jong — commandeur — Amsterdam en Zaandam.
80. Jacob Claasz. Broertjes — commandeur — Zaandam.
81. Jacob Cornelisz. Broertjes — commandeur — Zaandam.
82. Jan Claasz. Brouwer — commandeur — Westzaan.
83. Willem Claasz. Brouwer — commandeur — Zaandam.
84. Jan Bijl — commandeur — De Rijp/Zaandijk.
85. Dirk Hendriksz. Borst — commandeur — Zaandam.
86. Arent Simonsz. Boots — commandeur — onder meer Koog aan de Zaan; ook Davisstraat.
Aanvullende lijst E — Hamburg, Waddeneilanden en Noord-Duitse arbeidsmarkt
Ik ga nu verder met de namen die op de walvisvaartpagina staan maar niet uit onze Zorgdrager-hoofdlijst komen. Ik houd rederijplaats, herkomst en vertrekplaats uit elkaar.
- David Hendrik Rewoel — Hamburg — boekhouder/reder — Juffrouw Klara / Frau Clara — 1777 — commandeur Hidde Dirks Kat.
- Daniel Gothardt Smidt, weduwe & compagnie — Hamburg — directeur/reder — Mercurius — 1777 — commandeur Hans Christiaan Jaspers.
- H. Hendrik Brandt — Hamburg — reder/directeur — Het Witte Paard — 1777 — commandeur Marten Jansen.
- Johan Behn & Compagnie — Hamburg — rederij — 1644 — commandeur Hein Nannings — vangst 820 kwartelen traan.
- L. Kramer — Hamburg — reder — Witte Voß — 1711 — commandeur Meyndert Pietersen Haan.
- H. Münder — Hamburg — reder — Paradies — 1715–1718 — commandeur Meyndert Pietersen Haan.
- A. Bruns — Hamburg — reder — Wappen von Holland en Pelicaen — 1723–1724.
- Weduwe J. Beets — Hamburg — rederes/directie — Visser Galley en Hoop op de Walvis — 1719–1723.
- P. Möller — Hamburg — reder — Nachtegael — 1720–1722 — commandeur Jacob Douw.
- Leendert II Dolck — Altona/Hamburg-netwerk — reder/eigenaar — St. Peter — ca. 1691–1702.
- Nicolaus Burmester — Hamburg — reder/directeur — St. Laurentius — commandeur Peter Dolck.
- Johann Thumann — Geversdorf — initiatiefnemer/bedrijfsleider — Ost Strom — vanaf 1766 — aandelenmaatschappij; verwerking in Hamburg.
Commandeurs uit Wadden- en Noordzeenetwerk
-
Hidde Dirks Kat — Ameland — commandeur — Juffrouw Klara / Frau Clara — Hamburg — 1777 — reder David Hendrik Rewoel — schip door het ijs verpletterd.
-
Marten Jansen — in de bron bij Hamburg genoemd — commandeur — Het Witte Paard — 1777 — reder H. Hendrik Brandt — 7 sloepen, 46 eters — schip verloren.
-
Hans Pieters — waarschijnlijk Rømø; herkomst dus nog niet definitief — commandeur — Sara & Cecilia — 1777 — overleed 20 september aan scheurbuik/uitputting; schip kort daarna verloren.
-
Engelbert Jensen — Rømø — commandeur — Zwei Hermanns — 1777 — schip door ijs verpletterd.
-
Hans Christiaan Jaspers — herkomst nog niet vastgesteld — commandeur — Mercurius — 1777 — Hamburg — schip verloren.
-
Pieter Andersen — Rømø — commandeur — Jacobus — 1777 — schip door ijs verpletterd.
-
Jens Hansen Praest — Rømø — commandeur — Frau Agatha — 1777 — schip reeds 3 juni verloren.
-
Albert Jans — Hamburgse commandeur — herkomst niet vermeld — schipnaam onbekend — 1777 — schip op 18 augustus met dat van Pieter Andersen door ijs verbrijzeld.
-
Volkert Boysen — Wyk op Föhr — commandeur — De Sanct Peter — Hamburg — 1773.
-
Meyndert Pietersen Haan — Noord-Fries/Waddengebied — exacte geboorteplaats nog niet vastgesteld — commandeur — Witte Voß 1711; Paradies 1715–1718; Wappen von Holland 1723–1724 — Hamburgse rederijen.
-
Ticerd Bintjes/Bintgens — Friese/Nederlandse achtergrond — commandeur — Visser Galley 1719 en Hoop op de Walvis 1720–1723 — Hamburg — Davisstraat.
-
Jacob Douw — Terschelling — commandeur — Nachtegael 1720–1722; Pelicaen 1723 — werkte voor verschillende Hamburgse reders.
-
Sybert Jans — Ameland — commandeur — Sara Galley — 1720–1721 — Davisstraat.
-
B. Rykes — herkomst niet vermeld — commandeur — Sara Galley — vóór Sybert Jans.
-
Hein Nannings — herkomst niet vermeld — commandeur — Hamburg — 1644 — reder Johan Behn & Compagnie — vangst 820 kwartelen traan.
-
Boh Carstens — Amrum — commandeur — St. Jan Evangelist en De Abraham — Hamburg — vanaf 1666.
-
Jacob Flor — Amrum — commandeur — St. Jacob — ca. 1662–1672 — werd tijdens zijn tiende Groenlandreis ziek.
-
Johann Flor — Amrum — commandeur — St. Jacob — nam het commando van zijn broer Jacob Flor over.
-
Jung Rörd Ricklefs — Amrum — commandeur — Bernhardus — 1696–1704 — mogelijk dezelfde als J.R. Riewerts, maar niet bewezen.
-
Peter Dolck — Altona — commandeur — St. Peter, later St. Laurentius — overleed tijdens een Groenlandreis.
-
Matthies Claasen — herkomst niet vermeld — commandeur — De Son/De Sonn — Hamburg — 1683–1694 — tien van elf seizoenen commandeur.
-
Anders Jørgensen — herkomst nog uit te werken — commandeur — Griepenstein, Concordia en Providentia — 1776–1792.
-
Knud Andersen/Jørgensen — naamvorm nog onzeker — commandeur — Zwaan — Hamburg — 1793 — schip met volledige bemanning vergaan.
-
Obbe Itskes/Edskes — Ameland — commandeur — Concordia — vanaf 1754 — ongeveer 25 jaar commandeur; latere bron noemt 52½ walvissen.
-
Matthias Petersen / Matz Peters — Oldsum op Föhr — commandeur — St. Jan Baptist — Hamburg — 1673 — schip in het ijs verloren.
Hier wordt precies het patroon zichtbaar dat we voor onze walvisvaartlaag wilden vasthouden: Hamburg is vaak plaats van kapitaal en rederij, terwijl commandeurs uit Ameland, Terschelling, Amrum, Föhr en Rømø kwamen. Een Hamburgs schip betekent dus niet automatisch een Hamburgse commandeur.
Aanvullende lijst F — nieuwe Hollandse boekhouders uit de grote 1683-laag
Deze personen staan eveneens op de pagina en zijn voor een belangrijk deel niet aanwezig in Zorgdragers algemene directeurslijst.
-
Willem Bastiaensz. — Rotterdam — boekhouder/reder en gecommitteerde — in 1683 betrokken bij minstens zeven Rotterdamse schepen: De Gidion, De Visscher, De Hoop, Abrahams Offerhande, De Rotterdammer Kerk, De Oranjen Boom en ’t Wapen van Haerlem; daarnaast nog vijf schepen onder het plaatskopje Texel.
-
Jacob Danen — Rotterdam — boekhouder — De Swarte Leeuw, De Roo Leeuw, De Groenlantsz. Visserij en Galjoot Hollandia — 1683.
-
Pieter Korff — Rotterdam — boekhouder — De Mercurius, De Vreeden, Den Burgh van Leyden en een naamloze hoecker — 1683.
-
Pieter van Allemonde — Rotterdam — boekhouder — Provintie van Uitrecht, Prins Hendrick en De Bontekray.
-
Jean Selkart — Rotterdam — boekhouder — ’t Wapen van Schielant en Den Brouwer.
-
Isaac Harel — Rotterdam — boekhouder — De Liefden.
-
Willem Wagtmans — Rotterdam — boekhouder — De 7 Provintie.
-
Wouter Roos — Rotterdam — boekhouder — De Haes.
-
Rogiers — Rotterdam — voornaam niet vermeld — boekhouder — De Witte Arent.
-
Jan van Dam — Rotterdam — boekhouder — ’t Wapen van Bordeaux.
-
Hendrik Bol — Rotterdam — boekhouder — ’t Witte Lam.
-
Job Roos — Rotterdam — boekhouder — De Kroon.
-
Isaac Verdoes — Rotterdam — boekhouder — St. Antony de Padua.
-
Jan van Heemsing — Rotterdam — boekhouder — ’t Lant van Belofte.
-
Dirk Vettekeuke — Rotterdam — boekhouder — St. Jan.
-
Gerrit Brakel — Rotterdam — boekhouder — St. Nicolaes.
-
J. du Cleeff — Rotterdam — boekhouder — De Gulde Vreede — voornaam niet volledig vermeld.
-
Cornelis Houtman — Rotterdam — boekhouder — De Bartolomeus.
-
Pieter van Taerling — Amsterdam — boekhouder — ’t Wapen van Leyden, De Stadt Leyden, ’t Raadhuis van Leyden en De Burg van Leyden — 1683.
-
Michiel Brouwer — Amsterdam — boekhouder — De Eendragt, De Lieve Vrouw en Galjoot Tobias.
-
Meyndert Salm — Amsterdam — boekhouder — De Salm, De Vergulde Melk-meyd, ’t Wapen van Amsterdam en De Blaauwe Pot.
-
Cornelis Bleeker — Amsterdam — boekhouder — De Schol en De Ruyter.
-
Jan Cornelisze Beets — Amsterdam — boekhouder — Juffrouw Geertruy.
-
Dirk Cornelisz. Bleyker — Amsterdam — boekhouder — ’t Gekroonde Schaap.
-
Hendrik Bentem — Amsterdam — boekhouder — ’t Nieuwe Eyland.
-
Pieter Jansz. Schols — Amsterdam — boekhouder — De Goude Leeuw.
-
Pieter van Breda — Amsterdam — boekhouder — Uylenburg en ’t Kasteel van Breda.
-
Iken Albertsz. Doornekroon — Amsterdam — boekhouder — De Walvis en De Sint Jan.
-
Adriaan Maartensz. — Amsterdam — boekhouder — De Agnieta — een gelijknamige commandeur staat elders; identiteit nog niet bewezen.
-
Adriaan Rietvelt — Amsterdam — boekhouder — ’s Lands Welvaren en De Pluym-graaf.
-
Symon Tengnagel — Amsterdam — boekhouder — De Wintbont en Aletta Maria.
-
Jan Mortier — Amsterdam — boekhouder — Jupiter en De Nieuwe Stads-Herbergh.
-
Nicolaes Eyckelenberg — Amsterdam — boekhouder — De Nieuwe Hoop op de Walvis.
-
Luycas Hidding — Amsterdam — boekhouder — Galjoot De Blaeuwe Leeuw.
-
Eldert de Weer — Amsterdam — boekhouder — De Fortuyn.
-
Nicolaes de Leeuw — Amsterdam — boekhouder — Slooterdijk.
-
Johannes Reygenbos — Amsterdam — boekhouder — De Vrede.
-
Jan Blom — Amsterdam — boekhouder — De Elijsabet — mogelijk ook commandeur, maar nog niet samenvoegen.
Aanvullende lijst G — Hoorn, Dordrecht, Schiedam, Delfshaven, Enkhuizen, Medemblik en Edam
Ik ga verder met de groepen die op de walvisvaartpagina nog buiten onze Zorgdrager-hoofdlijst vallen. Ik houd deze als aanvullingslaag; waar een naam al elders voorkomt, noteer ik dat in plaats van hem zonder meer samen te voegen.
Hoorn — boekhouders en reders
- Daniel de Jongh — Hoorn — boekhouder — 1683 — verbonden aan De Goude Leeuw, De Blaeuwe Klock, De Stad Weesp en De Brouwery.
- De Heer Beverwijck — Hoorn — boekhouder — 1683 — De Mattheus, Schelinchout, ’t Witte Lam en De Jonge Keyser.
- Cornelis Jacobsz. Oegh — Hoorn — boekhouder — De Oude Meremin, De Jonge Smient, De St. Nicolaes en De Hoop.
- Jan de Pot — Hoorn — boekhouder — De Hout-tuyn, De Blaeuwe Reyger, De Land-meter en De Maria.
- Luyckas Bastiaensz. — Hoorn — boekhouder — De Drie Zeyl-dragers en De Wilde Man.
- Jacob Blauw — Hoorn — boekhouder — De Witte Eenhoorn en De Wijn-bergh.
- Elbert Langewagen — Hoorn — boekhouder — De Meremin en De Haas.
- Jan Dircksz. Veen — Hoorn — boekhouder én commandeur — schip West-Vrieslandt.
- Pieter Boendermaker — Hoorn — boekhouder — De Vis-korf.
- Pieter Blaeuw — Hoorn — boekhouder — De Baars.
- Ysbrandt Muys — Hoorn — boekhouder — De Spiegel.
- Cornelis Cornelisz. Blauw — Hoorn — boekhouder — De Vergulde Klock.
- Jacob Schram — Hoorn — boekhouder — De Kousse-kramer.
- Willem Jansz. Roos — Hoorn — boekhouder — De Blauwe Sleutel.
Hoorn — commandeurs, 1683
- Crijn Jacobsz. — commandeur — De Goude Leeuw — Hoorn — 1683.
- Teunis Harksz. — commandeur — De Blaeuwe Klock.
- Pieter Woutersz. Rentenier — commandeur — De Stad Weesp.
- Dirck Jansz. Reus — commandeur — De Brouwery.
- Maerten Marckersz. — commandeur — De Mattheus.
- Cornelis Adriaensz. Lantaern — commandeur — Schelinchout.
- Meyndert Claesz. — commandeur — ’t Witte Lam.
- Pieter Martensz. Moy — commandeur — De Jonge Keyser.
- Jacob Schouten — commandeur — De Oude Meremin.
- Cornelis Teuwisz. — commandeur — De Jonge Smient.
- Jan Swemmer — commandeur — De St. Nicolaes.
- Cornelis Pyper — commandeur — De Hoop.
- Claes Claesz. — commandeur — De Hout-tuyn.
- Jan Claesz. — commandeur — De Blaeuwe Reyger.
- Jacob Pietersz. — commandeur — De Land-meter.
- Evert — commandeur — De Maria — alleen voornaam gegeven.
- Tiede Tiedesz. — commandeur — De Drie Zeyl-dragers.
- Jencke Reyns — commandeur — De Wilde Man.
- Muys Gerritsz. — commandeur — De Witte Eenhoorn.
- Claes Wijnbergh — commandeur — De Wijn-bergh.
- Dirck Pietersz. — commandeur — De Meremin.
- Jan Dircksz. Veen — commandeur én boekhouder — West-Vrieslandt.
- Jan Teunisz. Prins — commandeur — De Vis-korf.
- Cornelis Baers — commandeur — De Baars.
- Frederick Haen — commandeur — De Spiegel.
- Cornelis Jacobsz. Coogh — commandeur — De Vergulde Klock.
- Muys Reyndersz. — commandeur — De Kousse-kramer.
- Claes Pietersz. Smit — commandeur — De Blauwe Sleutel.
Dordrecht — boekhouders
- Mattheus van den Broek — Dordrecht — boekhouder — De Dortse Beurs — 1683.
- Pieter de Bruyn — Dordrecht — boekhouder — De Vergulde Ruyter en ’t Huys te Merwen.
- Symon de Vries — Dordrecht — boekhouder — De Brouwer en ’t Wapen van Dort.
- Willem Nachtegael — Dordrecht — boekhouder — De Vliegende Arend en De Stadt Dort.
- Jacob van Nieuwenburgh — Dordrecht — boekhouder — De Hoop op de Walvis.
- Pieter Buys — Dordrecht — boekhouder — De Prins van Oranjen.
- Pieter Cloens — Dordrecht — boekhouder — Sichtenburgh.
- Jan Cloens — Dordrecht — boekhouder — De Maegt van Dort.
- Christiaen Backus — Dordrecht — boekhouder — De Munt van Hollandt.
- Jacob van Haerlem — Dordrecht — boekhouder — De Harinck.
Dordrecht — commandeurs, 1683
- Jeroen Manuels — commandeur — De Dortse Beurs.
- Jan Martensz. — commandeur — Spitsbergen.
- Jacob Wartellaer — commandeur — De Vergulde Ruyter.
- Jan van ’t Wyver — commandeur — ’t Huys te Merwen.
- Jacob Leuter — commandeur — De Brouwer.
- Ary Half-kaak — commandeur — ’t Wapen van Dort.
- Aernout Aernoutsz. — commandeur — De Vliegende Arend.
- Gerrit Maert. van Cadoele — commandeur — De Stadt Dort.
- Jan Block — commandeur — De Hoop op de Walvis.
- Pruyk — commandeur — De Prins van Oranjen — alleen deze naamvorm gegeven.
- Pieter Jacobsz. Block — commandeur — Sichtenburgh.
- Maerten Been — commandeur — De Maegt van Dort.
- Pieter Parne — commandeur — De Munt van Hollandt.
- Willem Jansz. Schodt — commandeur — De Harinck.
Schiedam en Delfshaven
-
Alewijn Koningh — Schiedam — boekhouder — De Margrieta en De Susanna.
-
Cornelis Hartigh — commandeur — De Margrieta — Schiedam — 1683.
-
Pieter Kalckman — commandeur — De Susanna — Schiedam — 1683.
-
Jan Waarts — Delfshaven — boekhouder — Evangelist Marcus.
-
Gerrit Vyg — Delfshaven — boekhouder — naamloze buis.
-
Cornelis Boon — Delfshaven — boekhouder — tweede naamloze buis.
-
Huyg Arnoutsz. — commandeur — Evangelist Marcus.
-
Pieter Jansz. van der Velde — commandeur — naamloze buis.
-
Abraham Mobel — commandeur — tweede naamloze buis.
Enkhuizen
-
Burgermeester Admirael — Enkhuizen — boekhouder/reder — De Admirael Tromp.
-
Frederick Proost — Enkhuizen — boekhouder — De Maeght van Enckhuysen en De Brander.
-
Cornelis Haeck — Enkhuizen — boekhouder — De Sint Jan Baptist.
-
Meester Saggereys — Enkhuizen — boekhouder — Galjoot De Hoop.
-
Sybrant Woutersz. — Enkhuizen — boekhouder — Galjoot De Visser.
-
Thijs Corver — commandeur — De Admirael Tromp — 1683.
-
Andries Schol — commandeur — De Maeght van Enckhuysen.
-
Claes Olphersz., “groote Claes” — commandeur — De Brander.
-
Luytjen Hooft — commandeur — De Sint Jan Baptist.
-
Willem Reynders — commandeur — Galjoot De Hoop.
-
Ariaen de Zeeuw — commandeur — Galjoot De Visser.
Medemblik
-
Cornelis Tamisz. Veen — Medemblik — boekhouder — De Hoop en De Vader.
-
Seger Kasterkom — Medemblik — boekhouder — De Lijnbaen en De Hen.
-
Gerrit Kalf — Medemblik — boekhouder — ’t Wapen van Medenblick.
-
Nicolaes Ryckers — Medemblik — boekhouder — De Haeringh.
-
Pieter Kreynsz. Schoon — commandeur — De Hoop.
-
Jacob Lakenman — commandeur — De Vader.
-
Teunis Claesz. Spits — commandeur — De Lijnbaen.
-
Pieter Kool — commandeur — De Hen.
-
Cornelis Stevensz. Vader — commandeur — ’t Wapen van Medenblick.
-
Jacob Hardebil — commandeur — De Haeringh — 1683; dit is belangrijk omdat Hardebil elders ook als latere speksnijder bij Zorgdrager voorkomt. Dit is dus een duidelijke loopbaan over functies heen.
Edam
-
Burgemeester Reyer Buysman — Edam — boekhouder — De Schakelaer.
-
Secretaris Pieter Maat — Edam — boekhouder — De Vryheyt.
-
Gerrebrant Boes — Edam — boekhouder — De Sinte Nicolaes en De Sinte Christoffel.
-
Dirck Baan — Edam — boekhouder — De Hoop.
-
Claes Claesz. Cuyper — commandeur — De Schakelaer.
-
Paris Jacobsz. — commandeur — De Vryheyt.
-
Jan Tuyn — commandeur — De Sinte Nicolaes.
-
Cornelis Jansz. van Ent — commandeur — De Sinte Christoffel.
-
Dirck Loefsz. — commandeur — De Hoop.
Belangrijke tussenstand
Deze aanvulling levert nog eens 105 genummerde vermeldingen bovenop de vorige aanvullende reeks op. Een deel daarvan zal bij de uiteindelijke masterlijst worden samengevoegd met al bestaande Zorgdragerpersonen — vooral Jan Dircksz. Veen en Jacob Hardebil — maar de meeste zijn echte extra persoonsvermeldingen uit de bredere walvisvaartpagina.
Nagedacht gedurende 15s
Aanvullende lijst H — Zeeland, Texel en Knollendam
Ik ga door vanaf 181. Ik neem hier alleen namen op die in de eerdere aanvullende delen nog niet goed afzonderlijk waren verwerkt. De bronpagina koppelt deze personen rechtstreeks aan de vloot van 1683.
181. Symon Willemsz. — Zeeland — boekhouder — De Morgen-Star — 1683.
182. Daniel van Hoorn — Zeeland — boekhouder — De Fortuyn — 1683.
183. Fransois Christiaansz. — Zeeland — boekhouder — Susanna Margarita — 1683.
184. Cornelis Rijks — commandeur — De Morgen-Star — Zeeland — 1683.
185. Jacob Willemsz. — commandeur — De Fortuyn — Zeeland — 1683. Niet zonder bewijs gelijkstellen aan gelijknamige commandeurs elders.
186. Huibregt Huibregtsz. — commandeur — Susanna Margarita — Zeeland — 1683.
187. Symon Cornelisz. — commandeur — Den Herder — Texelse vloot — 1683.
188. Jan Symensz. — commandeur — De Witte Valck — Texel — 1683.
189. Hendrick Symensz. — commandeur — De Witte Beer — Texel — 1683.
190. Gerard Pietersz. Tortel — commandeur — West-Vlielandt — Texel — 1683. De scheepsnaam lijkt geografisch, maar bewijst niet dat Tortel uit Vlieland kwam.
191. Claes Symensz. — commandeur — De Ruyter — Texel — 1683.
192. Cr. en Teun. Aldert Heertjes — Knollendam — boekhouders/rederijvermelding — betrokken bij De Kooten-kopers, een schip dat als Knollendam wordt aangeduid en De Goude Man. De pagina geeft de voornamen niet verder uitgewerkt; daarom niet kunstmatig in twee volledig benoemde personen splitsen.
193. Aldert Dircksz. — commandeur — De Kooten-kopers — Knollendam — 1683.
194. Pieter Cornelisz. Dijck — commandeur — schip onder Knollendam — 1683; de pagina noemt in deze persoonsregel geen afzonderlijke scheepsnaam.
195. Jan Gerritsz. Aerdig — commandeur — De Goude Man — Knollendam — 1683.
---
Aanvullende lijst I — Saerdam in de vloot van 1683
Dit is voor ons Zaandamproject een belangrijke aanvulling. De pagina heeft hier een afzonderlijke reeks van 29 Saerdamse commandeurs/scheepskoppelingen. Ik neem de naamvorm Saerdam over zoals hij op de pagina bij deze bronlaag staat.
196. Willem Cornelisz. Bouwen — commandeur — De Bloem-Thuyn — Saerdam — 1683.
197. Cornelis Pietersz. Smit — commandeur — De Swarte Raven — Saerdam — 1683.
198. Jan Folkersz. — commandeur — ’t Bonte Kalf — Saerdam — 1683.
199. Dirck Jansz. Muyser — commandeur — De Muyser — Saerdam — 1683. Mogelijk dezelfde man als Dirk Jansz. Muizer uit Zorgdragers verhaal van 1679, maar de pagina houdt die identificatie terecht nog open.
200. Jan de Jager — commandeur — De Stadt Deventer — Saerdam — 1683.
201. Dirck Storm — commandeur — De Stuurman — Saerdam — 1683. Dit is dezelfde naam die Zorgdrager afzonderlijk in zijn ijs- en walvisverhalen van 1681–1682 noemt; die koppeling moet als loopbaan-/reislaag worden bewaard.
202. Hendrick Willemsz. — commandeur — ’t Huys Kronenburgh — Saerdam — 1683.
203. Claes Storm — commandeur — De Walvis — Saerdam — 1683.
204. Adriaen Kluyt — commandeur — Pro Patria — Saerdam — 1683.
205. Christiaen de Kuyper — commandeur — De Liefde — Saerdam — 1683.
206. Cornelis Louwsz. — commandeur — De Maria — Saerdam — 1683.
207. Jacob Salm — commandeur — De Blaeuwe Arendt — Saerdam — 1683.
208. Hendrick Pietersz. — commandeur — De Edelman in de Vis-korf — Saerdam — 1683.
209. Tys Pietersz. — commandeur — De Ruyter — Saerdam — 1683.
210. Pieter de Jager — commandeur — De Vracht-schuyt — Saerdam — 1683.
211. Dirck Alewijnsz. — commandeur — De Kock — Saerdam — 1683.
212. Jan Teunisz. — commandeur — De Sparre-boom — Saerdam — 1683.
213. Claes Buys — commandeur — De Princesse d’Oranje — Saerdam — 1683.
214. De Jonge Rootheer — commandeur — De Coog — Saerdam — 1683 — persoonlijke voornaam/patroniem nog niet vastgesteld.
215. Jacob Hendricksz. — commandeur — De Bleeckster — Saerdam — 1683.
216. Cornelis Pot — commandeur — De Stadt Hamborgh — Saerdam — 1683.
217. Claes Pietersz. Backer — commandeur — De Gekroonde Vrede — Saerdam — 1683.
218. Abraham Tomasz. de Jager — commandeur — De Oude Christoffel — Saerdam — 1683.
219. Cornelis Jacobsz. Jonas — commandeur — De Jonge Tobyas — Saerdam — 1683.
220. Jan Sytwint — commandeur — ’s Werelds Loon — Saerdam — 1683.
221. Jan de Vlaming — commandeur — De Wilt-schutter — Saerdam — 1683.
222. Gerrit Pranger — commandeur — De Son — Saerdam — 1683.
223. Pieter Pietersz. Waart — commandeur — ’t Wapen van Hamburgh — Saerdam — 1683.
224. Claes Aghes — commandeur — De Albertus — Saerdam — 1683.
Wat deze Saerdamse lijst ons laat zien
Hier moeten we vooral scheepsnaam, rederijplaats en herkomst van de commandeur niet met elkaar verwarren. De Stadt Hamborgh, ’t Wapen van Hamburgh, De Stadt Deventer en De Coog zijn scheepsnamen; zij maken de commandeur niet automatisch Hamburgs, Deventers of afkomstig uit De Koog. Dat is precies de bronkritische regel die we voor de masterlijst hebben vastgelegd.
---
Aanvullende lijst J — Westzaan en De Koog, 1683
225. Pieter Puykes — commandeur — ’t Schip Westsanen — Westzaan — 1683.
226. Noom Jan — commandeur — De Stadt Nimwegen — Westzaan — 1683. De bron geeft de naam in deze vorm; niet omzetten in “Jan Noom” zonder aanvullend bewijs.
227. Piet Sara — commandeur — De Liefde — De Koog — 1683.
228. Aris Ceesen — commandeur — De Geele Klock — De Koog — 1683.
229. Tromp — commandeur — De Groene Klock — De Koog — 1683 — voornaam niet vermeld.
230. De Graeuwe Heynst — commandeur — De Bloem — De Koog — 1683. De pagina waarschuwt expliciet dat De Graeuwe Heynst hier de commandeur is en niet de scheepsnaam.
De elf Zaandijkse commandeurs uit dezelfde 1683-reeks — Pieter Cornelisz. Kindt, Pop van Schermer, Albert Claesz. Sopje, Cornelis Claesz., Albert van ’t Oog, Kemp Jansz. van Texel, Claes van Marcken, Ariaen Botter, Cornelis Olfertsz., Claes Langh en Cornelis Claesz. Drijven — stonden al in onze eerdere aanvullende lijst en krijgen daarom hier geen nieuwe nummers. De pagina bevestigt hun schepen en Zaandijkse rederijplaats.
---
Aanvullende lijst K — Uitgeest, 1683
Deze groep hadden we nog niet als afzonderlijke aanvulling verwerkt.
231. Jacob Jansz. Gruys — commandeur — De Salm — Uitgeest — 1683.
232. Albert Gijsen — commandeur — De Oude Lijnbaen — Uitgeest — 1683.
233. Jacob Jansz. Citsert — commandeur — ’t Wapen van Uytgeest — Uitgeest — 1683.
234. Garmet Claesz. Kabel — commandeur — ’t Noordse Bos — Uitgeest — 1683.
235. Jan Jansz. Hart — commandeur — De Steur — Uitgeest — 1683.
236. Lukas Jansz. Citsert — commandeur — ’s Werelds Loon — Uitgeest — 1683.
---
Waar we nu staan
Deze vervolgslag voegt 56 aanvullende persoonsvermeldingen toe vanaf nr. 181 tot en met 236, zonder de Zaandijkse namen die al eerder waren opgenomen opnieuw te tellen.
En er komt nog meer. Dezelfde pagina gaat na deze 1683-Zaanlaag verder met onder andere:
een omvangrijke Amsterdamse commandeurslaag van 1683;
De Rijp, met tientallen concrete commandeur–schip–boekhoudercombinaties;
latere achttiende-eeuwse commandeurs uit Zaandam, Zaandijk, Westzaan, Jisp en De Koog;
en uiteindelijk de afzonderlijke bemanningslagen met stuurmannen, harpoeniers, speksnijders, kuipers, timmerlieden en matrozen.
Aanvullende lijst L — Amsterdam, 1683
We gaan verder vanaf 237. Deze Amsterdamse reeks stond nog niet in onze aanvullende lijst. De pagina geeft hier concrete koppelingen tussen commandeur, schip, plaats en jaar.
- Gerrit Gerritsz. — commandeur — ’t Wapen van Leyden — Amsterdam — 1683.
- Gerrit Bakker — commandeur — De Stadt Leyden — Amsterdam — 1683.
- Floris Heertjes — commandeur — ’t Raadhuis van Leyden — Amsterdam — 1683.
- Cornelis Eelmersz. — commandeur — De Burg van Leyden — Amsterdam — 1683.
- Gerrit Ysbrantsz. — commandeur — De Eendragt — Amsterdam — 1683.
- Klaas Symonsz. — commandeur — De Lieve Vrouw — Amsterdam — 1683.
- Symon Olphertsz. — commandeur — Galjoot Tobias — Amsterdam — 1683.
- Cornelis Jansz. Tangh — commandeur — De Salm — Amsterdam — 1683.
- Willem Pietersz. Pink — commandeur — De Vergulde Melk-meyd — Amsterdam — 1683.
- Denijs Symonsz. — commandeur — ’t Wapen van Amsterdam — Amsterdam — 1683.
- Visscher — voornaam niet vermeld — commandeur — De Blaauwe Pot — Amsterdam — 1683.
- Bouwe Scholters — commandeur — De Schol — Amsterdam — 1683.
- Jan Gerritsz. — commandeur — De Ruyter — Amsterdam — 1683.
- Cornelis de Zeeuw — commandeur — Juffrouw Geertruy — Amsterdam — 1683.
- Jan Jansz. Ridder — commandeur — ’t Gekroonde Schaap — Amsterdam — 1683.
- Heere Wijbes — commandeur — ’t Nieuwe Eyland — Amsterdam — 1683.
- Outgert Jansz. Kitsert — commandeur — De Goude Leeuw — Amsterdam — 1683.
- Cornelis Jansz. Waag — commandeur — Uylenburg — Amsterdam — 1683.
- Marten Arisz. Bakker — commandeur — ’t Kasteel van Breda — Amsterdam — 1683.
- Jan Dirksz. Rijkersz. — commandeur — De Walvis — Amsterdam — 1683.
- Cornelis Dirksz. Rijckersz. — commandeur — De Sint Jan — Amsterdam — 1683.
- Adriaan Martensz. — commandeur — De Agnieta — Amsterdam — 1683 — mogelijk dezelfde persoon als de boekhouder Adriaan Maartensz., maar dat is nog niet bewezen.
- Sybrandt Agges — commandeur — ’s Lands Welvaren — Amsterdam — 1683.
- Bouwe Martensz. — commandeur — De Pluym-graaf — Amsterdam — 1683.
- Jan Tamesz. Visser — commandeur — De Wintbont — Amsterdam — 1683.
- Cornelis Jansz. de Boer — commandeur — Aletta Maria — Amsterdam — 1683.
- Claes Vleysman — commandeur — Jupiter — Amsterdam — 1683.
- Renk Cornelisz. — commandeur — De Nieuwe Stads-Herbergh — Amsterdam — 1683.
- Cornelis Jansz. Roele — commandeur — De Nieuwe Hoop op de Walvis — Amsterdam — 1683.
- Jelle Siercksz. — commandeur — Galjoot De Blaeuwe Leeuw — Amsterdam — 1683.
- Reyndert Gerbrandsz. — commandeur — De Fortuyn — Amsterdam — 1683.
- Dirk Evertsz. — commandeur — Slooterdijk — Amsterdam — 1683.
- Poulus Tamesz. — commandeur — De Vrede — Amsterdam — 1683.
- Jan Blom — commandeur — De Elijsabet — Amsterdam — 1683 — mogelijk dezelfde Jan Blom die als boekhouder/directeur voorkomt; voorlopig niet samengevoegd.
Aanvullende lijst M — De Rijp, 1683
Deze reeks is bijzonder belangrijk omdat de pagina hier soms al expliciet de boekhouder bij de commandeur noemt. Waar de pagina zelf nog onzeker is over de tabelrol, houd ik die onzekerheid intact.
- Jan Claesz. Mars — commandeur — De St. Jacob — De Rijp — 1683 — boekhouder Jacob Arisz. Tuck.
- Ariaen Appel — commandeur — De Vergulde Appel — De Rijp — 1683 — boekhouder in deze regel niet afzonderlijk vermeld.
- Willem Sloof — commandeur — De Swaen — De Rijp — 1683 — boekhouder Cornelis Jansz. Nomes.
- Willem Vet — commandeur — De Houtkooper — De Rijp — 1683 — boekhouder Jacob Jansz. Stuyt.
- Cornelis Maertensz. Boer — verbonden aan Abrams Offerhande — De Rijp — 1683 — precieze rol als boekhouder/commandeur nog controleren.
- Dirck Hartoch — verbonden aan De Jonge Tobyas — De Rijp — 1683 — exacte functie in de tabel nog niet vastgelegd.
- Teunis Nannings — commandeur — De 2 Zeylemakers — De Rijp — 1683 — boekhouder Cornelis Jansz. Wighout.
- Fem Jansz. — verbonden aan De Emaus Gangers — De Rijp — 1683 — exacte functie nog controleren.
- Maerten Cornelisz. — commandeur — De Vergulden Duyf — De Rijp — 1683 — boekhouder Jacob Dircksz.
- Jacob Teunisz. Windsch — commandeur — De Brandende Keers — De Rijp — 1683 — boekhouder Cornelis Florisz. Kaers.
- Jan Krieck — verbonden aan Prins Willem — De Rijp — 1683 — precieze boekhouders-/commandeurspositie nog controleren.
- Jan Meynertsz. Pelt — commandeur — Bartholomeus — De Rijp — 1683 — boekhouder Bartel Dircksz.
- Cornelis Pronck — verbonden aan De Gortmoolen — De Rijp — 1683 — exacte functie nog niet zeker.
- Cornelis Willemsz. Wit — verbonden aan De Karsseboom — De Rijp — 1683 — exacte functie nog controleren.
- Cornelis Willemsz. Beck — commandeur — ’t Slot Dessau — De Rijp — 1683 — boekhouder Gerrit Tromp.
- Cornelis Bles — verbonden aan ’t Swarte Paert — De Rijp — 1683 — precieze functie nog controleren.
- Pieter Ouwelsz. Prins — commandeur — De Gerechtigheit — De Rijp — 1683 — boekhouder Jan Maertensz. Kik.
- Jasper Knary — commandeur — Bergen op Soom — De Rijp — 1683 — boekhouder Jacob Pietersz. Buysman.
- Maerten Claesz. — commandeur — De Aecker — De Rijp — 1683 — boekhouder Cornelis Symesz. Boel.
- Pieter Mart. uit Noordend — commandeur — De Ackerslooter Kerck — De Rijp — 1683 — boekhouder Cornelis Jansz. Kat.
- Jacob Kok — commandeur — ’t Land van Beloften — De Rijp — jaar nog niet helemaal zeker binnen de 1683-kern; de pagina verbindt hem wel met de Rijper rederij.
Aanvullende lijst N — Jisp, scheepskoppelingen
Een deel van deze Jispse namen hadden we al eerder genoemd. Hier neem ik alleen de concrete koppelingen op die nog niet volledig waren vastgelegd.
- Jacob Jansz. Mol — commandeur — De Decker — Jisp — 1683 — boekhouder Jacob Dirksz. Deck.
- Claes de Valck — verbonden aan De Valck — Jisp — 1683 — precieze positie als boekhouder/commandeur nog controleren.
- Jacob Jansz. Mol — commandeur — ’t Raedhuys van Jisp — Jisp — 1683 — boekhouder P.P. Pater. Deze tweede scheepsvermelding blijft apart van nr. 292.
- Lucas de Lange — commandeur — De Graeuwe Hengst — Jisp — 1683 — boekhouder Peter van Warder.
- Lucas de Lange — commandeur — ’t Witte Paerdt — Jisp — 1683 — boekhouder Groote Krelis.
- Jan Heertjes — commandeur — De Swemmer — Jisp — 1683 — boekhouder Jacob Swem.
- Jan Heertjes — commandeur — De Witte Molen — Jisp — 1683 — boekhouder Pil Jansz.
- Jan Molsen — commandeur — ’t Dorp Jisp — Jisp — 1683 — boekhouder Maerten Jansz. Smit.
- Jan Molsen — commandeur — De Winter — Jisp — 1683 — boekhouder Pieter Winter.
- Jan Jacobsz. Mol — commandeur — De Nachtegael — Jisp — 1683 — boekhouder Jan Reyersz.
- Jan Jacobsz. Mol — commandeur — De Somer — Jisp — 1683 — boekhouder Cornelis Ruygh.
- Leendert Colleman — commandeur — De Vergulde Arendt — Jisp — 1683 — boekhouder Arien Claesz.
- Leendert Colleman — commandeur — De Kaes-koper — Jisp — 1683 — boekhouder Cornelis Florisz.
- Leendert Colleman — commandeur — De Broker van Sardam — Jisp — 1683 — boekhouder Pieter Jacobsz. Bobbeldijck. De scheepsnaam bewijst dus geen Sardamse rederijplaats.
- Leendert Colleman — commandeur — De Slachter — Jisp — 1683 — boekhouder Lubbert Jacobsz.
- Pieter Oly — commandeur — De Mol-bergh — Jisp — 1683 — boekhouder Jan Balck.
- Derck Dircksz. — commandeur — De Prudt-koper — Jisp — 1683 — boekhouder Claes Jacobsz. Schoenmaker.
- Hendrick Bruinsz. — Jisp — commandeur/rederijverbinding — Het Swarte Paert — 1661 — precieze reder nog niet vastgesteld.
- Onbekende commandeur — De Jisper Kerck — Jisp — 1659 — naam nog niet gevonden. Dit blijft een lege persoonsplaats en is dus nog géén benoemde persoon.
De aanvullende reeks loopt hiermee door tot 310. Er komt nog meer: de pagina gaat hierna direct verder met de Rotterdamse commandeurs van 1683, onder anderen Mathijs Pietersz., Symon Luff, Botte Jansz., Gerbrant van der Velden, Bastiaen en Jacob den Brasem en vele anderen.
Aanvullende lijst O — Rotterdamse commandeurs, 1683
Ik ga verder vanaf 311. De walvisvaartpagina heeft voor Rotterdam een afzonderlijk blok met commandeurs, schepen en in enkele gevallen boekhouders.
- Mathijs Pietersz. — commandeur — De Gidion — Rotterdam — 1683 — boekhouder Willem Bastiaensz.
- Symon Luff — commandeur — De Visscher — Rotterdam — 1683 — boekhouder Willem Bastiaensz.
- Botte Jansz. — commandeur — De Hoop — Rotterdam — 1683.
- Jan Pietersz. — commandeur — Abrahams Offerhande — Rotterdam — 1683.
- Dirck Pietersz. — commandeur — De Rotterdammer Kerk — Rotterdam — 1683.
- Root haar — commandeur — De Oranjen Boom — Rotterdam — 1683 — naamvorm op de pagina zelf nog als onzeker gemarkeerd.
- Esau Jansz. — commandeur — ’t Wapen van Haerlem — Rotterdam — 1683.
- Cornelis Claesz. Groen — commandeur — De Swarte Leeuw — Rotterdam — 1683 — boekhouder Jacob Danen.
- Jan Jansz. van der Velde — commandeur — De Roo Leeuw — Rotterdam — 1683.
- Lens Harmensz. — commandeur — De Groenlantsz. Visserij — Rotterdam — 1683.
- Jan Cornelissz. Haringvanger — commandeur — Galjoot Hollandia — Rotterdam — 1683.
- Roelof Roelofz. — commandeur — De Mercurius — Rotterdam — 1683 — boekhouder Pieter Korff.
- Thijs Jansz. — commandeur — De Vreeden — Rotterdam — 1683.
- Cornelius Willemsz. — commandeur — Den Burgh van Leyden — Rotterdam — 1683.
- W. den Besemaker — commandeur — naamloze hoecker — Rotterdam — 1683.
- Gerbrant van der Velden — commandeur — Provintie van Uitrecht — Rotterdam — 1683.
- Jan Dirksz. van der Velden — commandeur — Prins Hendrick — Rotterdam — 1683.
- Krijn Joppen — commandeur — De Bontekray — Rotterdam — 1683.
- Bastiaen den Brasem — commandeur — ’t Wapen van Schielant — Rotterdam — 1683.
- Jacob den Brasem — commandeur — Den Brouwer — Rotterdam — 1683.
- Pieter Joppen — commandeur — De Liefden — Rotterdam — 1683.
- Barent Coopen — commandeur — De 7 Provintie — Rotterdam — 1683.
- Jan Barentsz. — commandeur — De Haes — Rotterdam — 1683.
- Arent Arentsz. — commandeur — De Witte Arent — Rotterdam — 1683.
- Wijbe Wopkes — commandeur — ’t Wapen van Bordeaux — Rotterdam — 1683.
- Cornelis Metman — commandeur — ’t Witte Lam — Rotterdam — 1683.
- Ary Croon — commandeur — De Kroon — Rotterdam — 1683.
- Gerrit Cornelisz. — commandeur — St. Antony de Padua — Rotterdam — 1683.
- Jean Pain — commandeur — ’t Lant van Belofte — Rotterdam — 1683.
- Jan Verhaven — commandeur — St. Jan — Rotterdam — 1683.
- Pieter Jacobsz. — commandeur — St. Nicolaes — Rotterdam — 1683.
- Qurijn Willemsz. — commandeur — De Gulde Vreede — Rotterdam — 1683.
- Marten Cornelisz. — commandeur — De Bartolomeus — Rotterdam — 1683.
Aanvullende lijst P — Hamburg/Bremen, commandeurs zonder volledige scheepskoppeling
Hier moeten we extra voorzichtig zijn. De pagina noemt deze mensen als commandeurs in de Hamburg/Bremen-laag, maar voor deze vermeldingen is het afzonderlijke schip nog niet gekoppeld. Dat betekent ook dat “Hamburg/Bremen” hier rederij-/broncontext is en niet automatisch geboorte- of woonplaats.
- Andries Pietersz. — commandeur — Hamburg/Bremen — schip onbekend.
- Andries Jacobsz. — commandeur — Hamburg/Bremen — schip onbekend.
- Andries Jurgensz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Andries Pietersz. Haan — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Asmus Nanningsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Aris de Weert — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Ariaan Broersz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Arent Barentsz. Overbeek — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Baltzer Man — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Boye Theunisz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Broer Rykesz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Bleye Michielsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Broer Booysen — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Booy Riewertsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Claas Karstensz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Cornelis Riewersz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Christiaan Brink — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Claas Jansz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Cornelis Cornelisz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Claas Rootspraak — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Cornelis Fredriksz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Cornelis Booyen — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Cornelis Jurgens — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Cornelis Pietersz. Haan — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Cornelis de Vries — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Cornelis Willemsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Cornelis Haayen — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Cornelis Jacobsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Cornelis Jurriaansz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Cornelis Michielsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Claas Dirksz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Claas Steneken — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Dirk Dirksz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Dirk Albertsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Dirk Tegeler — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Dirk Sielrand — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Dirk Taken — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Dirk Claasz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Dirk Zegelken — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Eselke Ariaansz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Egidius Kuhl — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Fredrik Riewertsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Ficke Dreyer — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Fredrik Simonsz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Gerzon Krop — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Gerrit Cornelisz. Geus — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Gerrit Andriesz. — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Goltje Mencken — commandeur — Hamburg/Bremen.
- Hendrik van der Smissen — commandeur — Hamburg/Bremen.
Aanvullende lijst Q — Borkumer commandeurs voor Hamburgse Groenlandvaarders
Dit is precies de arbeidsmarktlaag die voor ons onderzoek zo interessant is: de rederij kan Hamburgs zijn terwijl de commandeur van Borkum komt. De pagina noemt de volgende Borkumer commandeurs afzonderlijk.
- Jan Lübben — Borkum — commandeur — Hamburgse Groenlandvaart — schip nog te zoeken.
- Olfert Lübben — Borkum — commandeur.
- Eyse Gerrits — Borkum — commandeur.
- Frerich Olferts — Borkum — commandeur.
- Ph. Jans Eyben — Borkum — commandeur.
- Geelt Gerrits — Borkum — commandeur.
- Jacob Lübben — Borkum — commandeur.
- Olfert Geelts — Borkum — commandeur.
- Willem Hinrichs — Borkum — commandeur.
- Steffen Janssen — Borkum — commandeur.
- Jacob Janssen — Borkum — commandeur.
- Gerrit Eysen — Borkum — commandeur.
- G.O. Hoeymann — Borkum — commandeur.
- Willem Martens Sleboom — Borkum — commandeur.
- Jan Janssen — Borkum — commandeur — mogelijk een andere persoon dan Jacob/andere Janssen-vermeldingen; niet samenvoegen zonder bewijs.
- Gerrit Geelts — Borkum — commandeur.
- Freerik Kluyn — Borkum — commandeur.
- Hidde Esders — Borkum — commandeur.
- Jan Fokken Lolling — Borkum — commandeur.
- Feyke Okken — Borkum — commandeur.
- Okke Daniels Meyer — Borkum — commandeur.
Aanvullende lijst R — vaklieden en gewone bemanning
Nu komen we bij een laag die voor de masterlijst minstens zo belangrijk is als de commandeurs: harpoeniers, kuipers, speksnijders, timmerlieden, jongens en gewone bemanning.
- Hinrik Boysen — harpoenier — De Griepenstein — Hamburg — 1773 — mogelijk genealogische relatie met Hinrich Brarens, maar identiteit niet als bewezen behandelen.
- Jacob Dieukes — Assendelft — harpoenier — tweede sloep van De Gort-molen — 1660 — kwam tijdens de jacht onder zeer gevaarlijke omstandigheden aan walvis en lijn vast; werd meegesleurd en overleefde.
- Parshout — Noordeinde bij De Rijp — harpoenier in 1657, later commandeur — belangrijke loopbaan harpoenier → commandeur.
- Simon de Vos — kuiper — onder commandeur Dirk Jansz. Muizer — 1679 — overleed nadat de walvislijn om zijn benen was geslagen.
- Jürgen Röper — kuiper — Sara & Cecilia — Hamburg — 1777 — liet een eigen verslag van de ramp na.
- Hark Ketels — speksnijder — De Patriot — Hamburg — ca. 1770–1780 — vader van Ketel Harken.
- Ketel Harken — scheepsjongen, later matroos — De Patriot — Hamburg — vanaf 1773, toen elf jaar oud, tot 1780 — zoon van Hark Ketels.
- Hinrich Oldis — speksnijder — De Griepenstein — Hamburg — 1784.
- Jan Louwerisz. Put — woonde in Sardam op het Silver-pad — kajuitwachter — De Gort-molen — 1660 — bijzonder waardevolle Zaanse gewone-bemanningsvermelding.
- Hendrich Gebers — bemanningslid/overlevende — Mercurius — Hamburg — 1777 — precieze functie niet vastgesteld.
- Peter Bertels — bemanningslid/overlevende — Mercurius — 1777.
- Jungen Scholdt — bemanningslid/overlevende — Mercurius — 1777.
- Garef Lindman — bemanningslid/overlevende — Mercurius — 1777.
- Jan Jockum Benet — bemanningslid/overlevende — Mercurius — 1777.
- Jan Hendrich Wies — bemanningslid/overlevende — Mercurius — 1777.
De twee naamloze timmerlieden van Jeldert Groot en de naamloze chirurgijn van De Kruiskerk van Haarlem houd ik wel als personeelsvermeldingen, maar niet als nieuwe benoemde personen in deze aanvullende namenlijst.
Aanvullende lijst S — commandeurs buiten de vloot van 1683
We gaan verder vanaf 429. Ik neem hier alleen namen op die nog niet als afzonderlijke persoon in onze aanvullende lijsten stonden. Reizen van reeds opgenomen personen voeg ik niet opnieuw als nieuwe persoon toe.
-
Claas Drijver — commandeur — schip Zaandam — Zaandam — 1772 — rederij Claas Taan & Zoonen — Davisstraat — vangst circa 240 vaten, ongeveer vijf walvissen.
-
Jan Simonsz. Walig — commandeur — Zaanstroom — Zaanse/Taan-rederij — vanaf 1767 — meerdere reizen.
-
Meyndert Meeuw — commandeur — Europa — Zaandam — rederij Klaas Taan & Zonen — achttiende eeuw.
-
Simon Maartensz. Walig — commandeur — De Vrintschap — rederij Taan — 1754 — zes walvissen.
-
Gerrit Tekesz. Swart — commandeur — De IJsvogel / Ysvoogel — Zaandamse rederijverbinding — 1757 — reders Cornelis Mein, Claas Mais en Jan Cuyper — door de Denen aangehouden en naar Kopenhagen gebracht.
-
Ary Duyn — commandeur — Lust en IJver — 1762 — waarschijnlijk in het Hamma Klinckert-netwerk; rederkoppeling nog niet volledig zeker.
-
Cornelis Walig — commandeur — America — Zaandamse verbinding — jaren 1790 — voer onder Pruisische vlag.
-
Cornelis Jansz. Klorn — commandeur — Alida — Zaandam — 1803 — reder Cornelis Visser — wist naar Trondheim te ontkomen.
-
Pieter Cornelisz. Ruijg/Ruyg — commandeur — Avontuur — Zaandam — 1802/1803 — reder Cornelis Cardinaal — vangst één walvis, zeventien vaten — later buitgemaakt.
-
Jacob Cornelisz. Ruyg — commandeur — De Jonge Cornelis — Broek in Waterland-netwerk — 1802/1803 — reders Harmen Bakker & Zonen.
-
Jacob Jansz. Gauw — commandeur — Vissershoop — Amsterdam — 1803 — reders Nicolaas Gefken & Zoon — schip buitgemaakt.
-
Cornelis Boekjes — commandeur — Vriendschap — Wormerveer — 1802/1803 — reders Vas & Dekker.
-
Hendrik Cornelisz. — commandeur — Hoop op de Walvisvangst — Nieuwendam — 1802/1803 — reder Pieter de Jong & Zoon.
-
Meyndert Hendriksz. Meeuw — commandeur — Cornelis en Jan — 1802/1803 — reders Cornelis Dekker & Zoon — plaats in de huidige pagina nog niet vastgesteld. Niet zonder bewijs samenvoegen met Meyndert Meeuw.
-
Jan Klaasz. Castricum — commandeur — Onderneming — 1802/1803 — reder/plaats nog onbekend.
-
Pieter Jansz. Klorn — commandeur — ’s Lands Welvaaren — 1802/1803 — reder/plaats nog niet vastgesteld.
-
Dirk Gerritsz. Swart — commandeur — Hollandia — 1802/1803 — reder/plaats nog niet vastgesteld.
-
Simon Hoogerzijl — commandeur — De Hoop — Dordrecht — 1802 — reder Frank van der Schoor & Zonen.
-
Johannes Hoogerzijl — commandeur — Groenlandia — Dordrecht — 1802 — reder Frank van der Schoor — schip in 1805 naar Emden verkocht.
-
Jan Cornelisz. — commandeur — Concordia — Dordrecht — 1702 — reder Gillis van der Ooth — één walvis, vijftien vaten.
-
Jan Reus — commandeur — De Witte Leeuw — Dordrecht — 1710 — reder Mattheus Rees — geen vangst.
-
Thomas Thomasz. — commandeur — ’t Dordts Lam — Dordrecht — 1712 — reder Mattheus Rees — schip door Fransen buitgemaakt.
-
Adriaan Fiddes Bakker — commandeur — achtereenvolgens ’t Wapen van Rijnland (1713), De Nicolaas (1714), De Vier Gezusters (1715) en De Juffrouw Johanna (1716–1719) — Dordrecht — verbonden aan Mattheus Rees en later diens weduwe en zonen.
-
Michiel Ockers Hoogerzijl — commandeur — De Bonte Walvis — Dordrecht — 1729–1730 — reder Jacob Jacobs & Comp.
-
Lucas van Oeveren — commandeur — Pro Patria — Dordrecht — afzonderlijke reisvermelding.
-
Hendrik Gerrits — commandeur — Pro Patria — Dordrecht.
-
David Crena — commandeur — Juffrouw Adriana Wilhelmina — Dordrecht — schip gekocht in 1756.
-
Samuel Crena — commandeur — De Zeerob — Dordrecht — galjoot gekocht in 1769; schip later verlaten en richting Orkneys gedreven.
Aanvullende lijst T — Amsterdam en andere achttiende-eeuwse commandeurs
-
Roelof Gerritsz. Meijer — commandeur — De Drie Gebroeders — Amsterdam — 1744 — reder Albert Kramp — zestien walvissen; later opnieuw op hetzelfde schip en vervolgens op De Vergulde Walvis.
-
Jacob Harmensz. — commandeur — De Vrouw Anna — Amsterdam — 1750 — reder Frederik de Harde.
-
Cornelis Adriaansz. — commandeur — Catharina — 1753 — reder/boekhouder Cornelis Abrahamsz. de Veer.
-
Willem Adriaansz. — commandeur — De Verwachting — 1753 — reder Cornelis Abrahamsz. de Veer.
-
Luijtje Barendsz. Moolenaar — commandeur — Yslandt/Island — Amsterdam — 1755–1762 — reder Frederik Dibbetz.
-
Foppe Jacobsz. Vlieger — commandeur — De Zeeman — Amsterdam — 1763 — reder Jan Everhard Grave.
-
Evert Pietersz. Backer — commandeur — schip Amsterdam — Amsterdam — reder Mattheus David de Neufville — Davisstraat.
-
Dirk Mooij — commandeur — schip Haarlem — Amsterdam — reder Mattheus David de Neufville — Groenlandvaart.
-
Oeble Oebles — commandeur — Juffrouw Sara Hendrina — Amsterdam — 1783 — reder Hendrik Das.
-
Jan Quack — commandeur — Juffrouw Maria — Amsterdam — 1783 — reder Klaas Kruyer.
-
Jan Jeldert — commandeur — Vrouw Sibille Geertrui — Amsterdam — 1759–1767 — eerst reder Jan Arnold Pot, later Abraham Coning Willems; daarna Lust van het Vaderland in 1768–1770.
-
Cornelis Jansz. Bras — commandeur — Vrouw Hendrina — Amsterdamse rederijverbinding — vertrek Texel — 1744 — reder Claude Hendrik van Herwerde.
-
Martinus Claasz. — commandeur — Stad Zwolle — reder Lambertus Stolk — Groenlandvaart.
-
Frederik Pietersz. — Zaandam verbonden — commandeur — De Vrouw Maria — 1769 — 45 zielen — reder Cornelis Abrahamsz. de Veer.
-
Anthony van Hanxleden — commandeur — Wilhelmus Jozephus — 1777 — rederplaats nog niet vastgesteld.
-
Cornelis de Leeuw — Den Helder — commandeur — Weltevreede — ca. 1774–1778.
-
Maarten Mooy — commandeur — Frankendaal — 1786 — ving op 1 juni zijn eerste walvis, circa twintig vaten; twee dagen later nog drie walvissen.
-
Adriaan Hogerwerf — commandeur — Ridder Oord — Spitsbergen — 1786.
-
William Allen — commandeur — De Walvisch-vanger — waarschijnlijk buitenlands schip — 1786 — schip vergaan; veertien overlevenden kwamen later bij Maarten Mooy aan boord.
-
Jan Jobsz. — commandeur — Canarie — 1737 — Amelander bemanningslaag — schip door Denen aangehouden.
-
Arent Hansen Barff — commandeur — De Jonge Hottentot — 1739 — Hollandse Groenlandvloot — Diskobaai.
-
Dirk Cornelisse Hoogerduin — Den Helder — commandeur — De Juffrouwen Anna Cornelia en Anna — Groenland — schip vergaan.
-
Adriaan Dirksz. — commandeur — Margareta — 1755 — rederplaats nog onbekend.
-
Hans Dirksz. — commandeur — Groenlandia — 1754–1755.
-
Cornelis Texemias/Texenius de Jongh — commandeur — Zeevaard/Zeewaard — 1753 — vertrek Texel; rederijplaats niet bewezen.
-
Pieter Baars — commandeur — Middelhooven — 1753.
-
Arien Brouwer — commandeur — Hillegonda en Catharina — 1769.
-
Jan Strop — commandeur — De Zeeman — 1755 — niet automatisch dezelfde reis of hetzelfde schip als de Amsterdamse De Zeeman van 1763.
-
Pieter Vermeulen — commandeur — Oudoven — jaar/reder nog niet uitgewerkt.
-
Gerrit Danielsz. Meijer — commandeur — George Jacob — jaar/reder nog uit te werken.
-
Jacob Claasz. Bakker — commandeur — De Jonge Bartholomeus.
-
Roelof Oudman — commandeur — De Cornelis Jan.
-
Frederik Gerritsz. — commandeur — De Mathijs en Gerrit — achternaam/transcriptie nog controleren.
-
Volkert Claasz. — commandeur — De Vrouwe Maria Petronella.
-
Jacob Reynders — Workum — commandeur — De Valckenier — 1661 — schip vergaan.
-
Bouwe Scholtes — Workum — commandeur — De Vergulde Schol — chronologie op de pagina nog te controleren.
Aanvullende lijst U — nieuwe reders en ondernemers
-
Claas Taan — Zaandam — reder/koopman — verbonden aan Zaandam, Zaanstroom, Europa en De Vrintschap.
-
Claas Taan de Jonge — Oostzaandam — koopman/reder — Taan-familienetwerk.
-
Cornelis Taan — Oostzaandam — koopman/reder — familiebedrijf Taan.
-
Cornelis Michielsz. Calff — Westzaandam — koopman/reder — verbonden aan onder meer ’t Bonte Kalf, De Muyser en De Stadt Deventer in 1683.
-
Harmen Bakker — Broek in Waterland — reder — onderdeel van Harmen Bakker & Zonen — De Jonge Cornelis. De afzonderlijke zonen zijn op de pagina niet benoemd.
-
Nicolaas Gefken — Amsterdam — reder — onderdeel van Nicolaas Gefken & Zoon — Vissershoop.
-
Vas — Wormerveer — reder — firma Vas & Dekker — Vriendschap.
-
Dekker — Wormerveer — reder — firma Vas & Dekker — Vriendschap.
-
Pieter de Jong — Nieuwendam — reder — firma Pieter de Jong & Zoon — Hoop op de Walvisvangst.
-
Cornelis Dekker — reder — Cornelis Dekker & Zoon — Cornelis en Jan.
-
Frank van der Schoor — Dordrecht — reder — De Rust van ’t Vaderland (1790), later De Hoop en Groenlandia.
-
Gillis van der Ooth — Dordrecht — reder — Concordia — 1702.
-
Jacob Jacobs — Dordrecht — reder — Jacob Jacobs & Comp. — De Bonte Walvis — 1729–1730.
-
Mels — Dordrecht — directeur/reder — Pro Patria.
-
Bax — Dordrecht — directeur/reder — Pro Patria.
-
Vernimmen — Dordrecht — directeur/reder — Pro Patria.
-
Frederik de Harde — Amsterdam — reder — De Vrouw Anna — 1750.
-
Cornelis Abrahamsz. de Veer — Amsterdam — reder/boekhouder — Catharina, De Verwachting en De Vrouw Maria.
-
Frederik Dibbetz — Amsterdam — reder — Yslandt/Island — 1755–1762.
-
Jan Everhard Grave — Amsterdam — reder — De Zeeman — 1763.
-
Mattheus David de Neufville — Amsterdam — reder — schepen Amsterdam en Haarlem.
-
Hendrik Das — Amsterdam — reder — Juffrouw Sara Hendrina — 1783.
-
Klaas Kruyer — Amsterdam — reder — Juffrouw Maria — 1783.
-
Jan Arnold Pot — Amsterdam — reder — eerste fase van Vrouw Sibille Geertrui.
-
Abraham Coning Willems — Amsterdam — latere reder van Vrouw Sibille Geertrui.
-
Philipus Franciscus Xavier van den IJver — Amsterdam — reder — Lust van het Vaderland — 1768–1770.
-
Claude Hendrik van Herwerde — Amsterdamse rederijverbinding — Vrouw Hendrina — 1744.
-
Aanvullende lijst V — nieuwe reders, familiebedrijven en voortgezette rederijen
We gaan verder vanaf 520. Ik sla namen over die in onze aanvullende reeks al afzonderlijk zijn opgenomen. De volgende personen en firma-/familievermeldingen zijn op de pagina nog aanvullend van belang.
- Volkert de Vries — Amsterdam — reder — verbonden aan Standvastigheid en Waakzaamheid.
- Anne Jacobsz. — reder — verbonden aan Waakzaamheid — plaats in deze vermelding niet nader uitgewerkt.
- Elias Baart — Amsterdam — reder — Vredelust — actief 1789–1794.
- Hendrik Baart — Amsterdam — reder — Vredelust — vermoedelijk zelfde familienetwerk als Elias Baart, maar precieze verwantschap niet invullen zonder bron.
- Gerrit Doornekroon — Amsterdam — reder — De Jager — commandeur Jacob Jansz. Rijkers.
- Weduwe Albert Kramp — Amsterdam — rederes — De Drie Gebroeders — 1750 — voortzetting na Albert Kramp.
- Jan Kramp — Amsterdam — medereder — De Drie Gebroeders — 1750.
- J.S. Oltmans — Amsterdam — reder — De Vrouw Dirkje — 1803 — schip voer uiteindelijk niet uit.
Hier zien we opnieuw een belangrijke vaste laag voor onze masterlijst: weduwen en familieleden hielden rederijen in bedrijf. Dat moet later apart als continuïteitslaag worden weergegeven.
Aanvullende lijst W — stuurmannen, bemanning en Zaanse arbeidslaag
- Fedde Jansz. Visser — stuurman — Weltevreede — commandeur Cornelis de Leeuw — circa 1774–1778.
- Gerben Pieters — Ameland — bemanningslid — De Jonge Hottentot — 1739 — gedood tijdens Deens vuur bij Diskobaai.
- Jan Rensen — Zaanse scheepsbouw-/arbeidslaag — functie in de bron nog nader specificeren — verbonden met de bredere werf-/walvisvaartlaag.
- Pieter Yp — Zaanse arbeids-/scheepsbouwlaag — precieze functie nog uitwerken.
- Jan Gerbrandsz. Muus — Zaanse scheepsbouw-/arbeidslaag — functie nog uitwerken.
- Jan Ales — Zaanse arbeidslaag — functie nog niet precies vastgesteld.
- Cornelis Jansz. — Zaanse arbeidslaag — functie bronmatig nog preciseren; niet met gelijknamige commandeurs samenvoegen.
- M. Jansz. — bemannings-/overlevingslaag — 1777 — betrokken bij de zoek- en reddingscontext rond Jeldert Groot — volledige voornaam ontbreekt.
- H.C. Jaspers — zoek-/reddingscontext 1777 — vermoedelijk Hans Christiaan Jaspers, maar de bronvorm apart bewaren tot identiteit volledig bewezen is.
Daarnaast noemt de pagina nog groepen zonder individuele namen: vijf overleden mannen uit Groot zijn groep, dertien mannen die zeven dagen en nachten op kliffen doorbrachten, dertig mannen in twee boten richting Davisstraat en Groenlandse lokale loodsen. Die zijn belangrijk voor de bemanningsanalyse, maar ik nummer ze niet als benoemde personen.
Aanvullende lijst X — open naamvormen die nog nader onderzoek verdienen
- P. Leynk — Saerdam — boekhouder van ’t Wapen van Hamburgh — 1683 — volledige voornaam nog onbekend.
- Jan Cornelisz. — Saerdam — boekhouder van De Albertus — 1683 — verdere identiteit nog onbekend; niet automatisch koppelen aan andere Jan Cornelisz.-vermeldingen.
Andere open gevallen zoals Evert, Visscher, Root haar, Rogiers, J. du Cleeff, De Jonge Rootheer en Commandeur Keere zijn al in onze eerdere aanvullende delen opgenomen en krijgen daarom hier geen nieuw nummer.
Aanvullende lijst Y — Hamburg/Bremen, nieuwe reders en directeurs
Nu komt weer een grote nieuwe groep. Dit zijn vooral directeurs/reders uit de Noord-Duitse walvisvaart. “Hamburg/Bremen” is hier rederij-/broncontext, niet automatisch geboorteplaats.
- Gerard Gull, weduwe — Hamburg/Bremen — rederij/directie — schip nog niet gekoppeld.
- George Jonquel — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Henrik Jonquel — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Herman Munster — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Hans van Laar — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Hendrik Otto — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Philip Otto — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Hendrik Nieukerk — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Hans Ermteek, weduwe — Hamburg/Bremen — voortgezette rederij/directie.
- Johan Beets, weduwe — Hamburg — rederes/directie — niet zonder bewijs gelijkstellen aan de eerder opgenomen Weduwe J. Beets.
- Cornelis Beets — Hamburg/Bremen — zoon van Johan Beets — betrokken bij de voortzetting van de rederij.
- Jacob de Vlieger Karelsz. — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Johan de Lanoy junior — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Johan Albert Ankelman — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Isaak Delboe — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Johan Present — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Johan Jurge Ruter — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Johan Willem Schafhauzen — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Johan Plump — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Johan Witt — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Johan Maximiliaan Winkeler — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Johan Bernhard Mulhauzen — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Johan Henrich Gull — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Joachim Barentsz. — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Jacob Lennig — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Johan Tietsen — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Lucas Kramer, weduwe — Hamburg — rederes/directie — voortzetting van rederij Kramer.
- Laurens Kramer — Hamburg — directeur/reder — Kramer-netwerk.
- Nicolaas Burmeester — Hamburg — directeur/reder — mogelijk dezelfde naamfamilie als Nicolaus Burmester, maar spelling en identiteit voorlopig gescheiden houden.
- Nicolaas Biljet — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Pieter Eden — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Philip d’Erberveld — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Pieter Moller — Hamburg — directeur/reder — zeer waarschijnlijk de naamvorm van P. Möller, maar voorlopig als aparte bronvorm bewaren.
- Rudolf Amsing — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Roelof Aspes — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Salomon de Vlieger — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
- Willem Sander — Hamburg/Bremen — directeur/reder.
Tussenstand
We zijn daarmee van 519 naar 575 aanvullende benoemde persoonsvermeldingen gegaan.
Wat nu vooral opvalt, is dat de lijst steeds rijker wordt in drie richtingen: de Zaanse arbeidslaag onder de bekende reders en commandeurs, de familiecontinuïteit via weduwen en zonen, en de grote Noordzee-/Waddenarbeidsmarkt tussen Holland, Hamburg, Bremen, Borkum, Amrum, Föhr en andere kustplaatsen.
De bron gaat hierna nog verder met Hamburg/Bremen-commandanten vanaf de Borkumer reeks en daarna nog vele honderden vermeldingen. We zijn dus nog lang niet door de volledige werklijst van 1815 heen.
Aanvullende lijst Z — alfabetische commandeurslaag: De Rijp, Zaandam, Zaandijk, Jisp en omliggende rederijen
Ik ga verder vanaf 576. Ik sla personen over die we in eerdere aanvullende delen al hebben opgenomen. Deze reeks komt uit de later toegevoegde alfabetische commandeurslijst op de walvisvaartpagina.
- Cornelis Heycomsz. Abbo — commandeur — rederij De Rijp — overige persoonsgegevens nog niet vermeld.
- Jan Cornelisz. Admiraal — commandeur — rederij Enkhuizen.
- Gerrit Jansz. Adriaan — commandeur — rederij De Rijp.
- Jan Adriaansz. de Jong — commandeur — rederij Jisp.
- Klaas Adriaansz. de Jonge — commandeur — rederij Jisp.
- Adriaan Pietersz. Bakker — commandeur — verschillende vaarfasen — rederijkoppelingen Zaandam en Amsterdam — bovendien afzonderlijke Davisstraat-vermelding.
- Evert Willemsz. Bakker — commandeur — rederijkoppelingen Jisp en Zaandam — eveneens een Davisstraatfase.
- Hendrik Baske — commandeur — rederij Amsterdam.
- Maarten Been — commandeur — rederij Den Helder.
Blankman — opvallend Zaanse cluster
- Jan Gerritsz. Blankman — commandeur — rederij Zaandijk.
- Pieter Gerritsz. Blankman — commandeur — rederij Zaandijk.
- IJsbrand Blankman — commandeur — rederij Zaandam — patroniem in deze tabel niet vermeld.
Deze drie moeten afzonderlijk blijven. De bron waarschuwt bovendien dat er nog andere Blankmans voorkomen, waaronder Frederik en Gerrit Pietersz. Blankman. Dat maakt Blankman een familie-/naamcluster dat later apart genealogisch onderzocht moet worden.
Aanvullende lijst AA — de familie De Boer
- Cornelis de Boer — commandeur — rederij Amsterdam — niet automatisch verbinden met andere gelijknamige personen.
- Jacob Cornelisz. de Boer — commandeur — rederij Monnickendam.
- Jan de Boer — commandeur — rederij Rotterdam.
- Jan Hendriksz. de Boer — commandeur — rederij Westzaan — voor het Zaandamproject dus een directe Zaanse rederijkoppeling.
- Klaas Jacobsz. de Boer — commandeur — rederij Monnickendam — daarnaast afzonderlijke Davisstraat-vermelding, dus meerdere vaarfasen.
Ook hier geldt: dezelfde familienaam betekent niet dat deze commandeurs verwant zijn. De patroniemen moeten eerst met doop-, trouw-, notariële of rederijbronnen worden verbonden.
Aanvullende lijst AB — Breet
- Adriaan Breet — commandeur ter walvisvaart — rederij Amsterdam.
- Ary Breet — commandeur — rederij Enkhuizen.
- Cornelis Breet — commandeur — rederij De Rijp — niet automatisch dezelfde persoon als Cornelis Jacobsz. Breet, die elders in een lagere bemanningslaag voorkomt.
- Jacob Breet — commandeur — verschillende vaarfasen — ten minste één afzonderlijke Davisstraat-vermelding.
- Jan Jansz. Breet — commandeur — rederij Amsterdam.
- Jan Adriaansz. Breet — commandeur — rederij De Rijp.
- Jan Maartensz. Breet — commandeur — gewone Groenlandvaart én afzonderlijke Davisstraatvermelding.
- Maarten Jacobsz. Breet — commandeur — rederijkoppelingen De Rijp en Westzaan.
Dit is opnieuw een interessant netwerk: dezelfde achternaam verschijnt in Amsterdam, Enkhuizen, De Rijp en Westzaan. We mogen daar nog geen familieverband uit afleiden, maar dit is precies het soort cluster dat later met genealogische bronnen kan worden uitgeplozen.
Aanvullende lijst AC — Broertjes en Brouwer
- Hendrik Jacobsz. Broertjes — commandeur — rederij Amsterdam — afzonderlijk houden van Jacob Hendriksz. Broertjes en Claas/Klaas Hendriksz. Broertjes.
- Klaas Willemsz. Brouwer — commandeur — rederij Amsterdam.
- Pieter Klaasz. Brouwer — commandeur — meerdere vaarfasen — rederijkoppeling Amsterdam — tevens Davisstraatvermelding.
Jacob Claasz. Broertjes, Jacob Cornelisz. Broertjes, Jan Claasz. Brouwer en Willem Claasz. Brouwer krijgen hier geen nieuwe nummers: die hadden we al in de eerdere Zaanse aanvulling opgenomen. De alfabetische lijst bevestigt voor hen respectievelijk Zaandam, Zaandam, Westzaan en Zaandam als rederijkoppeling.
Aanvullende lijst AD — Buysman en een open dubbelrol
- Jacob Buysman — commandeur — rederijkoppelingen De Rijp en Jisp — gewone Groenlandvaart én Davisstraatvermelding; voorlopig één persoon met verschillende vaarfasen.
Jan Bijl krijgt geen nieuw nummer omdat hij al eerder in onze aanvulling staat: commandeur met rederijkoppeling De Rijp/Zaandijk.
Interessanter is Pieter Jansz. Buysman. De pagina kent hem zowel uit een zeeloodslaag als uit de commandeurslijst. Omdat naam én patroniem overeenkomen maar de identiteit nog niet afdoende bewezen is, houden we die twee vermeldingen voorlopig naast elkaar in plaats van ze samen te voegen. Dat is precies de juiste aanpak voor onze latere dubbelen-/loopbaanlijst.
Een nieuwe lagere functie die niet verloren mag gaan
- [voornaam beschadigd] Arentsz. Boey — Den Helder — bootsman — voer in 1794 op de koopvaarder Matthijs en Abel onder schipper Cornelis Metselaar uit Den Helder — in 1795 voor ongeveer ƒ2.000 gegoed. De voornaam is in de bron/OCR beschadigd en wordt daarom niet aangevuld.
Daarnaast krijgt Arent Claasz. Boey geen nieuw nummer: hij was al bekend als commandeur 1758–1771, was gehuwd met Agatha Cornelisdr. Gieles, en zou waarschijnlijk in 1775 nog als officier bij Jan Jansz. Walig hebben gevaren. Omdat de bron dat laatste als gevolgtrekking formuleert, blijft het bij waarschijnlijk, niet bewezen.
Tussenstand
Onze aanvullende nummering staat nu op 605. Belangrijk is dat dit niet betekent dat de oorspronkelijke pagina slechts 605 personen bevat: de bronpagina zelf heeft inmiddels een werkstand van 1815 personen/vermeldingen en zegt expliciet dat een volgende nieuwe naam daar nr. 1816 zou worden.
En er is nog veel meer bruikbaar materiaal. Vooral de scheepslijst na die 1815 personen levert nieuwe persoonskoppelingen op die in onze aanvulling nog ontbreken, bijvoorbeeld Jochem Blaauboer, Jacob Willemsz. Gorter, Jacob Hendriksz. Broertjes, Klaas Jansz. Kastricum, Klaas en Dirk Hopman, Pieter Simonsz. Bouwen en nog veel meer. Daar ga ik hierna mee verder.
Nagedacht gedurende 2m
Scheepslijst — walvisvaartlaag
Hier is de doorlopende scheepslijst. Ik houd gelijknamige schepen en spellingvarianten voorlopig apart zolang niet bewezen is dat het hetzelfde schip betreft.
1. De Koning Salomon — walvisvaarder — commandeur Cornelis Cornelisz. Giles/Gieles — rederij Jan, Lourens, Jacob en Zeger Mol, Jisp — genoemd 1716; Giles stierf waarschijnlijk in 1722 aan boord.
2. De Gele Hengst — Groenlandvaarder — commandeur Dirk Cornelisz. Giles/Gieles — reder Cornelis de Lange, Zaandijk — 1715–1716.
3. De Acker — Groenlandvaarder — commandeur Cornelis Cornelisz. Gieles — 1713.
4. De Jager — Groenlandvaarder — commandeur Jochem Blaauboer — St. Maartensbrug — zichtbaar 1771–1773; later ook gebruikt onder Jacob Willemsz. Gorter.
5. Groenlandia — Groenlandvaarder — commandeur Simon Maartensz. Walig van Texel — 1771–1773.
6. Frankendaal — Groenlandvaarder — commandeur Maarten Jacobsz. Mooy van Callantsoog — 1771–1773; Jan Mooy voer er in 1789 als kajuitsjongen op.
7. Welmenende — Groenlandvaarder — commandeur Jacob Hendriksz. Broertjes — Zaandamse rederij van Tewes Cardinaal — in 1777 in het rampjaar verloren.
8. Wisselvalligheid — Groenlandvaarder — commandeur Klaas Jansz. Kastricum — rederij Hottentot en Hooy, Edam — in 1777 verloren.
9. Michael — walvisvaarder — in 1777 bij Klaas/Dirk Hopman; later rederij Johannes Beets, Krommenie.
10. Jonge Dirk — walvisvaarder — verbonden met de gebroeders Hopman — in 1777 veilig terug met 150 vaten spek uit drie walvissen; later afgestoten door de IJff-rederij.
11. ’s Lands Welvaren — Groenlandvaarder — commandeur Klaas Hopman — rederij Dirk Cornelisz. IJff, Zaandijk — 1787.
12. Juffrouw Catharina — Groenlandvaarder — commandeur Klaas Hopman — dezelfde Zaandijkse rederij — 1788.
13. Vrede — walvisvaarder — commandeur Pieter Simonsz. Bouwen — in 1785 zijn eerste commandeursreis; eerder schip van Pieter Visser.
14. Anna Cornelia en Anna — Groenlandvaarder — commandeur Dirk Cornelisz. Hoogerduyn — in 1773 bij Egmond vergaan. De bron noemt ook de uitgebreidere titelvorm De Juffrouwen Anna Cornelia en Anna.
15. De Vreede — walvisvaarder — commandeur Cornelis Cornelisz. Boekjes — in de oorlogstijd onder neutrale/Pruisische papieren; monsterrol met 45 personen inclusief commandeur.
16. De Goede Intentie — walvisvaarder — eveneens onderdeel van de neutrale vaart rond 1798; verbonden met Cornelis Boekjes sr.
17. De Stadt Zwolle — walvisvaarder — commandeur Martinus Claasen — Amsterdamse reder Lambertus Stolk — 1769.
18. Wapen van Texel — walvisvaarder — commandeur Cornelis Gijsbertsz. Zorgdrager; volledige monsterrol in Zorgdrager.
19. D’Byekorf / De Bijkorf — Groenlandvaarder — verbonden met de Zaandijkse rederij Gerrit en Cornelis Honingh; Jan Springer voer er vanaf 1767 op.
20. De Lente — walvisvaarder — langdurig verhuurd voor de walvisvaart; Zaanse scheeps-/rederijlaag.
21. De Witte Papiermolen — walvisvaarder — gekoppeld aan Zaandijk; in de bronnen ook een gelijknamig Dordts schip, dus niet automatisch één schip.
22. De Sinterklaas te Paard — commandeur Jacob den Braasem — Dordtse rederij Dirck de Nooy e.a. — 1679.
23. De Maria — commandeur Jacob den Brasem — Dordrecht — 1680.
24. De Vliegende Arend — commandeur Arnoud/Aernout Arnoudsz. — boekhouder Willem Nachtegael/Pieter de Bruyn-context — Dordrecht. Zorgdrager noemt het schip eveneens in de vlootlijst.
25. De Stad Dordrecht / De Stadt Dort — commandeur Gerrit Maarten van der Kadoele — Dordrecht.
26. De Gouden/De Vergulde Ruyter — commandeur Jacob Wartelaar — boekhouder Pieter de Bruyn — Dordrecht.
27. De Dortse Beurs — commandeur Jeroen Manuels — boekhouder Mattheus van den Broek — Dordrecht.
28. Spitsbergen — commandeur Jan Martensz. — boekhouder Mattheus Rees — Dordrecht.
29. ’t Huys te Merwen — commandeur Jan van ’t Wyver — boekhouder Pieter de Bruyn.
30. De Brouwer — commandeur Jacob Leuter — boekhouder Symon de Vries.
31. ’t Wapen van Dort — commandeur Ary Half-kaak.
32. De Hoop op de Walvis — commandeur Jan Block — boekhouder Jacob van Nieuwenburgh.
33. De Prins van Oranjen — commandeur Pruyk — boekhouder Pieter Buys.
34. Sichtenburgh — commandeur Pieter Jacobsz. Block — boekhouder Pieter Cloens.
35. De Maegt van Dort — commandeur Maerten Been — boekhouder Jan Cloens.
36. De Munt van Hollandt — commandeur Pieter Parne — boekhouder Christiaen Backus.
37. De Harinck — commandeur Willem Jansz. Schodt — boekhouder Jacob van Haerlem.
Schepen uit de grote vlootlijst van 1683
38. ’t Wapen van Leyden — commandeur Gerrit Gerritsz. — boekhouder Pieter van Taerling.
39. De Stadt Leyden — commandeur Gerrit Bakker.
40. ’t Raadhuis van Leyden — commandeur Floris Heertjes.
41. De Burg van Leyden — commandeur Cornelis Eelmersz.
42. De Eendragt — commandeur Gerrit Ysbrantsz. — boekhouder Michiel Brouwer.
43. De Lieve Vrouw — commandeur Klaas Symonsz.
44. Galjoot Tobias — commandeur Symon Olphertsz. Leytsman.
45. De Salm — commandeur Cornelis Jansz. Tangh — boekhouder Meyndert Salm.
46. De Vergulde Melkmeid — commandeur Willem Pietersz. Pink.
47. ’t Wapen van Amsterdam — commandeur Denijs Symonsz.
48. De Blaauwe Pot — commandeur Visscher; voornaam niet vermeld in het zichtbare fragment.
49. De Schol — commandeur Bouwe Scholters — boekhouder Cornelis Bleeker.
50. De Ruyter — commandeur Jan Gerritsz.
51. Juffr. Geertruy — commandeur Cornelis de Zeeuw — boekhouder Jan Cornelisz. Beets.
52. ’t Gekroonde Schaap — commandeur Jan Jansz. Ridder — boekhouder Dirk Cornelisz. Bleyker.
53. ’t Nieuwe Eyland — commandeur Heere Wijbes — boekhouder Hendrik Bentem.
54. De Goude Leeuw — commandeur Outgert Jansz. Kitsert — boekhouder Pieter Jansz. Schols.
55. Uylenburg — commandeur Cornelis Jansz. Waag — boekhouder Pieter van Breda.
56. ’t Kasteel van Breda — commandeur Marten Arisz. Bakker.
57. De Walvis — commandeur Jan Dirksz. Rijkersz. — boekhouder Iken Albertsz. Doornekroon.
58. De Sint Jan — commandeur Cornelis Dirksz. Rijckersz.
59. De Agnieta — commandeur Adriaan Martensz. — boekhouder Adriaan Maartensz.
60. ’s Lands Welvaren — commandeur Sybrandt Agges — boekhouder Adriaan Rietvelt. Dit is een veel oudere vermelding dan het gelijknamige schip van Klaas Hopman in 1787; voorlopig dus als afzonderlijke scheepsvermelding behandelen.
61. De Pluym-graaf — commandeur Bouwe Martensz.
62. De Wintbont — boekhouder Symon Tengnagel; commandeursnaam valt buiten het zichtbare fragment.
Hoorn en omgeving
63. De Goude Leeuw — commandeur Crijn Jacobsz. — boekhouder Daniel de Jongh. Mogelijk een ander schip dan nr. 54.
64. De Blaeuwe Klock — commandeur Teunis Harksz.
65. De Stad Weesp — commandeur Pieter Woutersz. Rentenier.
66. De Brouwery — commandeur Dirk Jansz. Reus.
67. De Mattheus — commandeur Maerten Marckersz. — boekhouder De Heer Beverwijck.
68. ’t Witte Lam — commandeur Meyndert Claesz. — Schellinkhout.
69. De Jonge Keyser — commandeur Pieter Martensz. Moy.
70. De Oude Meremin — commandeur Jacob Schouten — boekhouder Cornelis Jacobsz. Oegh.
71. De Jonge Smient — commandeur Cornelis Teuwisz.
72. De St. Nicolaes — commandeur Jan Swemmer.
73. De Hoop — commandeur Cornelis Pyper.
74. De Hout-tuyn — commandeur Claes Claesz. — boekhouder Jan de Pot.
75. De Blaeuwe Reyger — commandeur Jan Claesz.
76. De Land-meter — commandeur Jacob Pietersz.
77. De Maria — commandeur Evert [patroniem niet zichtbaar]. Mogelijk niet hetzelfde schip als de Dordtse Maria.
78. De Drie Zeyl-dragers — commandeur Tiede Tiedesz. — boekhouder Luyckas Bastiaensz.
79. De Wilde Man — commandeur Jencke Reyns.
80. De Witte Eenhoorn — commandeur Muys Gerritsz. — boekhouder Jacob Blauw.
81. De Wijn-bergh — commandeur Claes Wijnbergh.
82. De Meremin — commandeur Dirk Pietersz. — boekhouder Elbert Langewagen.
83. De Haas — commandeur in dit fragment niet betrouwbaar gekoppeld.
84. West Vrieslandt — commandeur Jan Dircksz. Veen; dezelfde naam staat ook als boekhouder.
85. De Vis-korf — commandeur Jan Teunisz. Prins — boekhouder Pieter Boendermaker.
86. De Baars — commandeur Cornelis Baers — boekhouder Pieter Blaeuw.
87. De Spiegel — commandeur Frederick Haen — boekhouder Ysbrandt Muys.
88. De Vergulde Klock — commandeur Cornelis Jacobsz. Coogh — boekhouder Cornelis Cornelisz. Blauw.
89. De Kousse-kramer — commandeur Muys Reyndersz. — boekhouder Jacob Schram.
90. De Blauwe Sleutel — commandeur Claes Pietersz. Smit — boekhouder Willem Jansz. Roos.
Texel, Knollendam, Enkhuizen en elders
91. ’t Schip den Herder — commandeur Symon Cornelisz. — Texelse vloot.
92. De Witte Valck — commandeur Jan Symensz.
93. De Witte Beer — commandeur Hendrick Symensz.
94. West-Vlielandt — commandeur Gerard Pietersz. Tortel.
95. De Ruyter — commandeur Claes Symensz.; mogelijk een ander schip dan nr. 50.
96. De Kooten-kopers — commandeur Aldert Dircksz. — Knollendam.
97. De Goude Man — commandeur Jan Gerritsz. Aerdig.
98. De Admirael Tromp — commandeur Thijs Corver — Enkhuizen.
99. De Maeght van Enckhuysen — commandeur Andries Schol.
100. De Brander — commandeursnaam in het zichtbare fragment niet volledig gekoppeld.
101. De Sint Jan Baptist — commandeur Luytjen Hooft — boekhouder Cornelis Haeck.
102. Galjoot De Hoop — commandeur Willem Reynders — boekhouder Meester Saggereys.
103. Galjoot De Visser — commandeur Ariaen de Zeeuw — boekhouder Sybrant Woutersz.
104. De Stad Limburgh — commandeur Jan Blanck — De Kreil.
105. Cromhuysen — commandeur Egbert Ikes — Stavoren.
106. De Eendracht — commandeur Tymen Belkis — Stavoren; niet automatisch hetzelfde schip als nr. 42.
107. De Gekroonde Hoop — commandeur Sybrandt Blom — boekhouder Auke Brouwer.
108. De Backer van Vlielandt — commandeur Otte Jacobsz.
109. De Son — commandeur Hidde Dircsz. — Harlingen.
110. De Note-boom — commandeur Pieter Dircksz. Wolf — boekhouder Hessel Wassenaer.
111. De Morgen-Star — commandeur Cornelis Rijks — Zeeland.
112. De Fortuyn — commandeur Jacob Willemsz. — boekhouder Daniel van Hoorn.
113. Susanna Margarita — commandeur Huibregt Huibregtsz. — boekhouder Fransois Christiaansz.
Andere schepen die in onze persoons- en nevenvaartlaag voorkomen
114. Noord-Holland — West-Indiëvaarder; schipper Willem ’t Hart; Geerlof Plas voer erop naar Curaçao in 1802/1803.
115. Matthijs en Abel — koopvaarder — schipper Cornelis Metselaar; een Arentsz. Boey voer er in 1794 als bootsman op.
116. De Goede Hoop — koopvaarder, 47 lasten — schipper Aarjen Jansz. Spijker — 1758, vanuit Amsterdam.
117. Snelheid — VOC-schip van de Kamer Hoorn — kapitein R. J. Erdrob — in 1790 bij Huisduinen door Helderse sloeperlieden geholpen.
118. Rheders Welvaaren — schipper Claas Molenaar — in 1793 gelost met hulp van onder anderen de harpoeniers Gerrit Houvast en Leendert Tilman.
Vervolglijst schepen — vanaf 119
-
De Stadt Nauwerna / De Stadt Nauwertna — walvisvaarder. Op 18 april 1642 bevrachtte commandeur Aris Jansen van Jisp dit schip, groot 260 ton, van schipper Cornelis Claessen van de Stadt, voor de Groenlandvaart tegen ƒ800 per maand. Op 20 april 1645 werd hetzelfde schip opnieuw bevracht, nu als 280 ton, door Claes Cornelissen Jonges van Jisp c.s., voor ƒ2.400. De spellingvariant Nauwerna/Nauwertna bewaren; waarschijnlijk hetzelfde schip.
-
De Expeditie — robben- en walvisvaarder uit Hoorn — in 1759 uitgezonden, nadat Hoorn sinds 1740 geen schip meer naar Groenland had gestuurd. Boekhouders: Beets en Ris. Commandeur: Jurgen Jurgensz. de Jonge. Terug op 21 juli 1759 met 103 kwartelen robbespek en 3.300 robbevellen. Omdat de Hoornse traankokerij niet meer functioneerde, werd het spek in Edam gekookt.
-
De Witte Oliphant — Groenlandvaarder — 1725 — commandeur Koenraad Egbertsz. uit Twisk — boekhouder Cornelis Zijmonsz. Muussz. te Westzaandam. In juni 1725 raakte het schip in het Westijs samen met De Vijf goede Vrinden in ijsvlarden. De twee commandeurs spraken af gevangen walvissen tijdelijk gezamenlijk te delen. Dit is een directe Westzaandamse rederijkoppeling.
-
De Vijf goede Vrinden — Groenlandvaarder — 1725 — commandeur Paulus Ruyter van Hoorn. Lag in het Westijs dicht bij De Witte Oliphant en sloot daar een tijdelijke vangstdelingsovereenkomst mee.
-
Vrouwe Clara — Straat-Davisvaarder — commandeur Pieter Doorn van Callantsoog — rederij Arent Bruijn, Amsterdam — actief met Doorn in 1749–1755. Dit schip hoorde dus bij de meer gespecialiseerde vaart op Straat Davis.
-
Zeepost — Straat-Davisvaarder — commandeur Cornelis Vriesman van Petten — in 1763 voor de Oostzaanse rederij van Sijmen en Cornelis Hottentot. Daarmee is dit schip rechtstreeks aan een Zaanse rederij verbonden.
-
De Sint Pieter — walvisvaarder — in een vroegere Groenlandse campagne verongelukt. Commandeur Hilkes wist een deel van het aan boord geladen spek te bergen en op Spitsbergen tot traan te koken. Het schip behoort tot de vroege fase waarin verwerking van spek ter plaatse nog belangrijk kon zijn.
-
Alida — buisschip — geen walvisvaarder in de enge zin, maar relevant door commandeur/reder Klaas Klaasz. Leest, die ¼ part in dit schip bezat. Boekhouder: Tamme Beth IJzn. te Amsterdam. Bewaren in de nevenvloot omdat het eigendom rechtstreeks aan een walvisvaartcommandeur is gekoppeld.
Aanvullingen op bestaande schepen
Michael — in 1777 voer een van de gebroeders Hopman ermee; in 1779 kwam het schip in handen van de Krommenier rederij Johannes Beets, waarna Dirk Hopman het commando overnam.
Jonge Dirk — voer in 1777 onder een Hopman en keerde op 22 augustus terug met 150 vaten spek uit drie walvissen. Daarna werd het schip vermoedelijk afgestoten na het overlijden van reder/boekhouder Cornelis Dirksz. IJff.
Welmenende — commandeur Jacob Hendriksz. Broertjes — Zaandamse rederij Tewes Cardinaal — verloren in het rampjaar 1777.
Wisselvalligheid — commandeur Klaas Jansz. Kastricum — rederij Hottentot en Hooy, Edam — eveneens verloren in 1777.
Nieuwe stand
De doorlopende scheepsindex staat nu op 126.
De volgende bronlaag levert waarschijnlijk nog meer op uit: vroege Jisper bevrachtingscontracten, Zaanse rederijen, Straat-Davisschepen en de complete Zorgdrager-vlootlijsten. Daarmee kan de lijst verder vanaf 127.
Vervolglijst schepen — vanaf 127
-
Hollandia — Groenlandvaarder — commandeur Symon Klaasz. Keuken uit Huisduinen — in de jaren 1732–1750 — rederijen Michiel Bruynvis te Zaandam en Claas Blauw te Westzaan. Dit is voor het Zaandam-project een zeer belangrijke directe Zaanse walvisvaartkoppeling.
-
Vriendschap — koopvaarder, 126 lasten — in 1781 onder een voormalige walvisvaartcommandeur uit Den Helder als schipper vanuit Amsterdam. De naam van die schipper valt in het begin van het zichtbare fragment weg; daarom koppel ik hem hier nog niet definitief aan een persoon.
-
Galatea — koopvaarder, 124 lasten — schipper Jan Dirksz. Drieuwes, voormalig commandeur ter walvisvaart — in 1779–1781 vanuit Amsterdam naar St. Eustatius.
-
De Berbice Planters — koopvaarder — eveneens onder Jan Dirksz. Drieuwes — 1786 en 1787 — vanuit Amsterdam naar Berbice.
-
Triton — koopvaarder, 103 lasten — schipper Klaas Keuken de Jonge — genoemd in 1781, 1783 en 1785. Keuken was voordien commandeur in de walvisvaart.
-
Sterreschans — Oost-Indiëvaarder — schipper Klaas Keuken de Jonge — 1789 — bestemming Kaap de Goede Hoop.
-
Alblasserdam — Oost-Indiëvaarder — schipper Klaas Keuken de Jonge — 1793 — bestemming Ceylon.
-
Rusthof — Oost-Indiëvaarder — schipper Klaas Keuken de Jonge — 1802 — bestemming Batavia. Keuken overleed op 3 april 1808 tijdens de thuisreis uit Batavia.
-
Hendrina Wiltschut — koopvaarder, 100 lasten — schipper Jan Willemsz. de Leeuw, voormalig walvisvaartcommandeur — 1750.
-
La Jalousie — koopvaarder, 85 lasten — schipper Jan Willemsz. de Leeuw — 1752.
-
De Vreede — koopvaarder, 62 lasten — schipper Jan Willemsz. de Leeuw — 1760 en 1761. Niet automatisch hetzelfde schip als de walvisvaarder De Vreede bij Cornelis Boekjes; vooralsnog als afzonderlijke scheepsvermelding bewaren.
-
Voorzigtigheit — koopvaarder, 70 lasten — schipper Jacob Jansz. Mol — najaar 1762 — vanuit Amsterdam op de Middellandse Zeevaart. Mol was in datzelfde jaar commandeur ter walvisvaart geweest.
-
Jan Jacob — koopvaarder, 106 lasten — schipper Jacob Jansz. Mol — 1766, 1767 en 1768 — vanuit Amsterdam; onder meer in 1766 naar Civita Vecchia.
-
St. Antonio — koopvaarder, 90 lasten — schipper Jacob Jansz. Mol — 1773, 1777 en 1780 — Middellandse Zeevaart vanuit Amsterdam.
-
La Guipuzioa — koopvaarder, 110 lasten — schipper Jacob Cornelisz. Root — 1752. Root was tevens langdurig commandeur in de walvisvaart.
-
De Gekroonde Valk — koopvaarder, 70 lasten — schipper Jacob Cornelisz. Root — 1761.
Belangrijke oorlogsschepen/verloren walvisvaarders zonder zichtbare scheepsnaam
In de bron staat verder dat de schepen van de volgende commandeurs door de Fransen werden genomen: Cornelis Jacobsz. Verbeek (1705), Fulps Wijbrandsz. (1712), Frans Jansz. Swart (1712), Jan Cornelisz. Jongenoom (1703), Jan Adriaansz. de Jong (1712) en Meyndert Spijker (1712). Ook heroverde Jacob Schol in 1712 het door de Fransen genomen schip van commandeur Jan Balk, varend voor de Jisper rederij Pieter en Jan Mol. De scheepsnamen staan in dit fragment niet vermeld; daarom krijgen zij nog geen eigen nummer.
Vervolglijst schepen — vanaf 143
-
De Zeven Gebroeders — Groenlandvaarder — commandeur Cornelis Dirksz. Gieles uit Den Helder. In 1688 bracht hij met dit schip het spek van 9 gevangen walvissen naar de thuishaven. Dit is een belangrijke vroege voorganger binnen de Gieles-familie, vóór Cornelis Cornelisz. Gieles met De Acker en later De Koning Salomon.
-
Jonge Dirk — Straat-Davisvaarder, nieuwe scheepsfase — commandeur Dirk Hopman. Het oorspronkelijke schip met deze naam ging in 1770 in het ijs verloren; bemanning en commandeur werden door andere schepen gered. In 1771 kreeg Hopman opnieuw een schip met exact dezelfde naam onder zich. Dit tweede schip moet daarom voorlopig als afzonderlijke scheepsidentiteit worden behandeld.
-
Michael — Straat-Davis- en Groenlandvaarder — commandeur Klaas Hopman in meerdere jaren. In 1774 kwam hij samen met Dirk Hopman op de Jonge Dirk terug; beide schepen brachten toen ieder 225 vaten spek van 5 walvissen binnen. In 1776 voer Klaas ermee naar Groenland en kwam terug met slechts 10 vaten spek van 1 walvis. Hetzelfde schip kwam later in handen van de Krommenier rederij Johannes Beets. Omdat Michael al als nr. 9 stond, krijgt deze vermelding in de definitieve index uiteindelijk een aanvulling, geen nieuw schipnummer.
-
Vrede — Straat-Davisvaarder — commandeur Pieter Visser uit Oudesluis — rederij Jan de Vries te Wormerveer — vanaf 1774. In 1780 kwam Visser met dit schip terug met 255 vaten spek uit 6 walvissen. Dit is de Wormerveerse walvisvaarder en moet voorlopig onderscheiden blijven van andere schepen die Vrede of De Vreede heten.
-
De Acker — Groenlandvaarder — commandeur Cornelis Cornelisz. Gieles — 1713. Dit schip stond al eerder als nr. 3, maar krijgt nu de sterkere koppeling dat het vóór De Koning Salomon onder Gieles voer. Geen nieuw uniek schip in de eindlijst, wel een aanvullende vaarfase.
-
De Gele Hengst — Groenlandvaarder — commandeur Dirk Cornelisz. Gieles — 1715 en 1716 — rederij Cornelis de Lange te Zaandijk. De totale vangst over die twee jaren bedroeg volgens de bron 2½ walvis. Ook dit schip stond al als nr. 2 en krijgt dus vooral een inhoudelijke uitbreiding.
-
De Koning Salomon — Groenlandvaarder — commandeur Cornelis Cornelisz. Gieles — rederij Jan, Lourens, Jacob en Zeeger Mol te Jisp — 1716–1722. Gieles overleed in 1722 vrijwel zeker aan boord van dit schip in de arctische wateren; zijn lichaam werd na terugkeer in Huisduinen begraven. Ook dit is een aanvulling op nr. 1, geen nieuwe identiteit.
Nog niet genummerde schepen uit dezelfde bronlaag
De bronnen noemen daarnaast commandanten en reizen waarbij de scheepsnaam in het zichtbare fragment ontbreekt. Die geef ik nog geen nummer. Zo voer Volkert Booysen in 1761 voor de Amsterdamse rederij Nicolaas de Meyn toen hij aan de Oost-Groenlandse kust het later naar hem genoemde Rath-Bohn-eiland waarnam, maar het scheepsnaamveld ontbreekt hier.
Ook van Klaas Hopmans Groenlandreis van 1778 is in het zichtbare fragment de scheepsnaam niet expliciet genoemd. We weten wel dat zijn Westzaanse rederij toen op naam stond van de Erven Cornelis IJff, en dat Michael en Jonge Dirk na het overlijden van Cornelis Dirksz. IJff werden afgestoten. Zonder expliciete naam koppel ik die reis niet kunstmatig aan een schip.
Nieuwe stand
Door de correctie bij gelijknamige en reeds eerder opgenomen schepen zijn 143 en 144 echt nieuwe scheepsvermeldingen. De nummers 145–149 zijn inhoudelijke uitbreidingen van bestaande schepen en moeten bij de definitieve samenvoeging niet dubbel worden geteld.
De zuivere unieke scheepsindex staat daarom voorlopig op 144. De volgende nieuwe scheepsnaam krijgt nr. 145.
Vervolglijst schepen — vanaf 145
-
Cornelis en Jan — Groenlandvaarder — commandeur Meindert Meeuw — onderdeel van de allerlaatste Nederlandse walvisvloot van 1803. Toen de oorlog met Engeland opnieuw uitbrak, week Meeuw met dit schip uiteindelijk uit naar Bergen.
-
De Onderneming — Groenlandvaarder — commandeur Jan Claasz. Castricum — 1803. Ook dit schip behoorde tot de laatste vloot van tien Nederlandse walvisvaarders. Castricum wist, evenals Meeuw, aan de Engelse kapers te ontkomen en bereikte Bergen.
-
Visschershoop — Groenlandvaarder — commandeur Jacob Jansz. Gauw — 1803. Op 17 juli 1803, bij ongeveer 70° noorderbreedte aan het ijs, werd het schip door een kaper uit Liverpool aangevallen en prijsgemaakt. Gauw en zijn zoon Reinier ontkwamen over het ijs en bereikten de schepen van Meeuw en Castricum.
-
Alida — Groenlandvaarder — commandeur Cornelis Jansz. Klorn — rederij Cornelis Visser te Zaandam — zeker in 1802–1803. In 1802 bracht Klorn ermee 250 vaten spek van 16 kleine walvissen binnen. Dit is een zeer duidelijke late Zaandamse walvisvaarder. Niet automatisch hetzelfde schip als de eerder opgenomen buis Alida bij Klaas Leest.
-
’s Lands Welvaren / ’t Lands Welvaren — Groenlandvaarder — commandeur Pieter Jansz. Klorn — 1803. Klorn wist met zijn schip aan een Engelse kaper te ontkomen en bereikte op 6 september Drontheim. Deze vermelding moet voorlopig afzonderlijk blijven van de oudere gelijknamige walvisvaarders uit 1683 en 1787.
-
Avontuur — Groenlandvaarder — commandeur Pieter Cornelisz. Ruyg — 1803. Behoorde tot de laatste Nederlandse walvisvloot. De bron meldt dat Engelse kapers vier van de tien uitgezonden schepen buitmaakten; afzonderlijke lotgevallen van Avontuur zijn in dit fragment niet volledig uitgewerkt.
-
De Jonge Cornelis — Groenlandvaarder — commandeur Jacob Cornelisz. Ruyg — 1803. Ruyg wist aan de Engelsen te ontkomen en liep op 9 augustus 1803 veilig Drontheim binnen.
-
De Vriendschap — Groenlandvaarder — commandeur Cornelis Boektjes uit Oudesluis — 1803. Boektjes wist de Engelse kapers te ontzeilen en bereikte op 6 september Stavanger. Dit schip voorlopig niet gelijkstellen aan de eerder opgenomen koopvaarder Vriendschap van 126 lasten.
-
De Hoop op de Walvischvangst — Groenlandvaarder — commandeur Hendrik Cornelisz. van Föhr — 1803. Dit schip werd in de arctische wateren door de Engelse kaper St. Joseph uit Liverpool buitgemaakt. Die kaper was tot ongeveer 78° noorderbreedte doorgedrongen.
-
Hollandia — Groenlandvaarder — commandeur Dirk Gerritsz. Swart van Terschelling — 1803. Swart werd door de Engelsen opgebracht en naar Shields gevoerd. Omdat er al een oudere Hollandia onder Symon Keuken bestond, behandel ik deze vermelding voorlopig als een afzonderlijke scheepsidentiteit, tenzij later blijkt dat het hetzelfde casco was.
Na de Napoleontische tijd
- Groenland — pinkschip / walvisvaarder — commandeur Jacob Claasz. Broertjes — 1815. Dit was volgens de bron het enige schip dat in dat seizoen na de Franse tijd opnieuw voor de walvisvaart uitvoer. Daarmee vormt Groenland het symbolische sluitstuk van de oude Nederlandse arctische walvisvaarttraditie.
Belangrijke correctie bij 1803
De laatste vloot van 1803 bestond uit tien schepen. De bron noemt ze alle tien bij naam:
Cornelis en Jan — De Onderneming — Visschershoop — Alida — ’s Lands Welvaren — Avontuur — De Jonge Cornelis — Hollandia — De Vriendschap — De Hoop op de Walvischvangst.
Vier van deze tien werden uiteindelijk door de Britten buitgemaakt. Zeker genoemd worden Visschershoop, het schip van Hendrik Cornelisz. van Föhr, en Hollandia; de bron vermeldt daarnaast nog een vierde verlies binnen de vloot.
Nieuwe zuivere stand: 155 afzonderlijke scheepsvermeldingen. De volgende nieuwe scheepsnaam krijgt nr. 156.
Ja. Er komen nog meer bij. Uit de bestanden die we nog niet volledig op scheepsnamen hadden uitgekamd, komt in elk geval deze duidelijke nieuwe naam naar voren:
Vervolglijst schepen — vanaf 156
-
D’Koornbeurs van Amsterdam — Groenlandvaarder — commandeur Jacob Baske uit Den Helder. Baske stierf in 1784 in de poolwateren terwijl hij dit schip commandeerde. Van het schip is bovendien een afbeelding van de bakspiegel bekend; het jaarboek verwijst naar een pentekening naar een schilderij van Cornelis Hofrelsz., bewaard in Museum Het Behouden Huys op West-Terschelling.
-
De Goede Vrienden — koopvaarder/kof of kaag, 42 lasten — schipper Jacob Meyertsz. Giltjes uit Den Helder — genoemd in 1783. Giltjes was kaagschipper en tonnenlegger van de Texelse stromen; de bron houdt open dat dit mogelijk zijn eigen kaag was waarmee hij soms buitengaats handel dreef. Dit schip hoort dus in de nevenvaartlaag, niet automatisch in de eigenlijke walvisvloot.
Nog meer, maar scheepsnaam ontbreekt nog
Er zijn daarnaast meerdere walvisvaartreizen waarvan we de commandeur, rederij en vangst kennen, maar waarvan in het gevonden fragment de scheepsnaam niet staat. Die geef ik bewust nog geen nummer. Voorbeeld: Simon Jacobsz. Kleyn voer in 1747 voor een Zaandamse contractcontext; zijn bemanning en beloning zijn uitvoerig beschreven, maar de scheepsnaam ontbreekt in het zichtbare stuk.
Ook weten we van Volkert Booysen dat hij in 1761 voor de Amsterdamse reder Nicolaas de Meyn voer toen hij Rath-Bohn-eiland ontdekte, maar de scheepsnaam is in het huidige fragment niet genoemd.
En hetzelfde probleem geldt voor veel van de 52 Helderse/Huisduiner commandeurs die in 1746 naar Groenland voeren: de commandeurs zijn bekend, maar de scheepsnamen moeten nog uit andere tabellen, monsterrollen of notariële stukken worden teruggevonden.
Nieuwe stand
De zuivere scheepsindex staat nu op 157.
En ja: er zijn vrijwel zeker nog tientallen meer te vinden. Vooral de grote winst zit nu nog in:
- de volledige Zorgdrager-vlootlijsten;
- de jaarboeken 1973, 1974 en 1981;
- notariële bevrachtingscontracten van Jisp, Zaandam, Zaandijk, Westzaan en Wormerveer;
- Straat-Davisreizen;
- koopvaardijschepen van voormalige walvisvaartcommandeurs.
Vervolglijst schepen — vanaf 158
-
D’Byekorf / De Bijkorf — Groenlandvaarder — vanaf 1767 onder commandeur Jan Springer uit Den Helder voor de Zaandijkse rederij Gerrit en Cornelis Honingh. Het schip is afgebeeld op een tegeltableau in het gemeentehuis van Zaandijk. Dit schip stond al in onze eerdere losse laag, maar nog niet stevig genoeg in de doorlopende index; nu wel.
-
De Zeven Gebroeders — Groenlandvaarder — commandeur Cornelis Dirksz. Gieles uit Den Helder — in 1688 terug met het spek van 9 walvissen. Deze naam was eerder als losse vondst genoemd; hij hoort definitief in de scheepsindex.
-
De Koning Salomon — Groenlandvaarder — commandeur Cornelis Cornelisz. Gieles — rederij Jan, Lourens, Jacob en Zeeger Mol te Jisp — gebruikt in 1716–1722. Gieles stierf in 1722 vrijwel zeker aan boord in de arctische wateren. Dit is een belangrijke Jisper/Zaanse netwerkverbinding.
-
De Gele Hengst — Groenlandvaarder — commandeur Dirk Cornelisz. Gieles — rederij Cornelis de Lange te Zaandijk — 1715–1716. Over beide reizen samen werd spek van ongeveer 2½ walvis binnengebracht.
-
De Acker — Groenlandvaarder — commandeur Cornelis Cornelisz. Gieles — zeker in 1713. Dit schip ging vooraf aan zijn latere periode op De Koning Salomon.
-
Hollandia — Groenlandvaarder — commandeur Symon Klaasz. Keuken uit Huisduinen — actief in de jaren 1732–1750 — rederijen Michiel Bruynvis te Zaandam en Claas Blauw te Westzaan. Van het schip bestaat een glas met radgravure en het opschrift: “’t Welvaaren van ’t Schip Hollandia Commandeur Symon Keuken”.
-
Frankendaal — Groenlandvaarder — commandeur Maarten Jacobsz. Mooy uit Callantsoog. In 1788 was dit zijn eerste Groenlandreis na de langdurige ijsbezetting van 1786. De reis van 1788 leverde 9 walvissen op, waarvan 8 op 28 juni werden gevangen. Zijn zoon Gerrit hield als stuurman het scheepsjournaal bij.
-
De Stadt Zwolle — walvisvaarder — commandeur Martinus Claasen — Amsterdamse reder Lambertus Stolk — 1769. Aan het ijs trof de bemanning het wrak van het schip van commandeur Jan Waasberg; bemanningsleden daarvan waren door andere Groenlandvaarders gered.
-
[naam onbekend] — schip van Jan Waasberg — Groenlandvaarder, varend voor Hamburg — verongelukt vóór of tijdens de campagne van 1769. De bron noemt expliciet het wrak, maar niet de scheepsnaam. Daarom nog geen definitieve naam; deze blijft als naamloze scheepsvermelding apart geregistreerd.
-
[naam onbekend] — schip van Michiel Hansen — Hamburger Groenlandvaarder — actief in 1769. Dit schip nam onder anderen stuurman Hans Jensen, afkomstig van het verongelukte schip van Jan Waasberg, aan boord. De naam ontbreekt in het fragment en wordt daarom niet gereconstrueerd.
Bronkritische correctie
Een deel van de namen 158–165 kwam eerder al los voor. Ik neem ze nu toch in deze reeks op omdat ze met concrete combinatie van scheepsnaam + commandeur + rederij + jaar/vaarfase zijn bevestigd. Bij de uiteindelijke totaalindex moeten we deze niet dubbel tellen als ze al onder een oud nummer stonden.
De werkelijk nieuwe winst in deze ronde zit vooral bij de aanvullende vaarfasen en de twee naamloze Hamburger schepen. De volgende zoekslag moet nu vooral op de grote Zorgdrager-vlootlijsten en op de Zaanse rederijen per schip worden gericht; daar zitten nog veel scheepsnamen.
Ja, er komen nog meer bij. Vooral uit de Zaanse transportakten van 1782–1783 duiken schepen op die rechtstreeks uit de walvisvaart of Straat-Davisvaart kwamen en daarna werden verkocht.
Vervolglijst schepen — vanaf 168
-
De Hoop op de Nering — fluitschip. Op 5 februari 1782 in Zaandam getransporteerd aan Cande en Swenshuy te Oostende. Kapitein Pieter Tjellingsz. Bonk stond in 1779 nog als commandeur op Straat Davis vermeld. In 1781 was het schip al als koopvaarder gebruikt en juist teruggekeerd van Curaçao. Dit is dus een duidelijke overgang van walvisvaart naar koopvaart.
-
De Onderneeming — fluitschip — laatst gevoerd door commandeur Albert Bont, die in 1780 op Straat Davis had gevaren. Het schip werd op 3 juni 1782 verkocht aan een koper te Sint-Niklaas in Vlaanderen. Daarmee is ook dit schip rechtstreeks met de walvisvaart verbonden vóór zijn verkoop uit de Zaanse vloot.
-
De Vrouwe Catharina — grote fluit, gebouwd in 1779 — op 26 februari 1782 naar Oostende verkocht. Lengte 143 voet over de stevens; verkoopwaarde ongeveer ƒ64.000. In het gevonden fragment staat niet expliciet dat dit schip zelf op Groenland of Straat Davis voer, maar het staat midden tussen de ex-walvisvaarders in de Zaanse uitverkooplaag. Daarom opnemen als mogelijk walvisvaart-gerelateerd Zaans schip, niet als bewezen Groenlandvaarder.
-
Maria — grote Zaanse fluit — in 1780 nieuw uitgehaald door Engel van de Stadt. Op 16 april 1782 voor ƒ75.000 verkocht aan Selby, Dungan & Thompson en Joh. Heyliger te Kopenhagen, elk voor de helft. Niet automatisch hetzelfde schip als eerdere Maria’s in onze lijst. Walvisvaartgebruik is in dit fragment niet expliciet bewezen.
-
De Vrouw Maria — gewone fluit — 112 voet lang — nieuw uitgehaald in 1747. Op 6 februari 1782, ondanks een leeftijd van ongeveer 35 jaar, nog voor ƒ10.000 verkocht. Dit is duidelijk een ander schip dan de grote Maria van nr. 171. De bron gebruikt het als voorbeeld van de blijvende kwaliteit van de Zaanse scheepsbouw.
Zeer belangrijke vondst: schip Zaandam
- Zaandam — Groenlandvaarder — in 1791–1792 onder commandeur Jan Simonsz. Walig uit Den Helder. Op een aquarel van Jan Mooy uit 1830 worden op de voorgrond drie Groenlandvaarders genoemd: Zaandam, Frankendaal en De Jager. Daarmee hebben we nu een expliciet schip met de naam Zaandam in de laat-achttiende-eeuwse walvisvaart.
Diezelfde afbeelding koppelt:
- Zaandam — Jan Simonsz. Walig;
- Frankendaal — Maarten Jacobsz. Mooy;
- De Jager — Cornelis Riekels;
aan de jaren 1791–1792.
Vroege walvisvaart
- De Hope — Groenlandvaarder — 1616 — verbonden met de Kamer Enkhuizen van de Noordsche Compagnie. Van dit schip is een uitzonderlijk journaal bewaard gebleven over een volledige zomercampagne op Jan Mayen. De bron noemt het één van de vroegste uitvoerig gedocumenteerde Groenlandvaarders.
De vloot van 1616 werd uitgerust door de kamers Amsterdam, Delft, Rotterdam, Hoorn en Enkhuizen. Grote schepen van ongeveer 200 last / circa 400 ton, met soms 80–90 bemanningsleden, golden als geschikt voor deze vroege walvisvaart.
Nieuwe stand
We kunnen daarmee veilig doorgaan tot 174 scheepsvermeldingen.
De belangrijkste nieuwe toevoegingen van deze ronde zijn vooral De Hoop op de Nering, De Onderneeming, Zaandam en de zeer vroege De Hope. Vooral Zaandam is voor jouw Zaanse overzicht een sleutelvondst, omdat het schip zelf de plaatsnaam draagt en aantoonbaar in 1791–1792 als Groenlandvaarder voer.
Vervolglijst schepen — vanaf 175
-
Het Raadhuis van Jisp — Groenlandvaarder — commandeur in de bron weergegeven als P. P. Pater. Een schipbreukelingenploeg van 42 eters bereikte dit schip na een zeer zware tocht over het ijs met sloepen en werd daar gered. Dit is een bijzonder belangrijke nieuwe naam omdat het schip expliciet naar Jisp is genoemd en dus rechtstreeks in onze Zaanstreek-/walvisvaartlaag thuishoort.
-
De Oranjeboom — walvisvaarder van Harlingen — commandeur Gale Hamkes — 1639. Op 24 mei 1639, rond 78° noorderbreedte bij Spitsbergen, redde dit schip de laatste 20 overlevenden van oorspronkelijk 86 man van de verongelukte Hoornse walvisvaarder Spitsbergen.
-
Spitsbergen — Hoornse walvisvaarder — commandeur Dirck Albertsz. Raven — verongelukt in 1639 bij Spitsbergen. Van de 86 opvarenden waren nog 20 in leven toen zij door De Oranjeboom werden gered. Deze vermelding moet voorlopig onderscheiden blijven van het schip Spitsbergen uit de latere vlootlijst onder commandeur Jan Martensz.; gelijknamigheid bewijst niet dat het hetzelfde schip was.
Nieuw belangrijke vroege Jisper laag
De bron over Het Raadhuis van Jisp noemt ook commandeur Dirk Jansz. Muisser, die een Groenlands journaal van 1679 bijhield. Op 2 juni, de 36e dag van de uitreis, had zijn bemanning al vier walvissen en vier beren bemachtigd. Later op die dag kwam kuiper Simon Isakss. de Vos, een jonge man uit Frederikstad, om het leven toen hij bij een jacht de walvislijn om zijn benen kreeg. De scheepsnaam van Muisser zelf staat in het zichtbare fragment niet genoemd, dus die geef ik nog geen nummer.
Correctie op onze nummering
De naam De Oranjeboom hadden we eerder vooral als scheepsbouw-/Zaandamse context bij Breeuwer gezien, maar deze Harlinger walvisvaarder van 1639 moet bronkritisch als afzonderlijke scheepsidentiteit worden behandeld. Hetzelfde geldt voor Spitsbergen: de Hoornse rampvaarder van 1639 is niet automatisch het gelijknamige latere schip in de vlootlijsten.
De zuivere scheepsindex staat nu op 177. De volgende nieuwe scheepsnaam wordt 178.
Vervolglijst schepen — vanaf 178
-
Sara Cornelia Galey — koopvaarder, circa 30 lasten — in 1732 gevoerd door Kersje Hendriksz. Visser, die later baljuw, schout en gerechtsbode in Den Helder werd. Hij wordt bij deze reis met domicilie Amsterdam vermeld. Dit schip hoort in de nevenvaartlaag van de walvisvaartwereld, niet in de eigenlijke Groenlandvloot.
-
Beets — koopvaarder, 80 lasten — schipper Cornelis Hillebrandsz. van Uyen uit Huisduinen, voormalig walvisvaartcommandeur — genoemd in 1757, 1759 en 1762. Vanuit Amsterdam ingezet.
-
Juffrouw Johanna — koopvaarder, 145 lasten — eveneens onder Cornelis Hillebrandsz. van Uyen — 1766.
-
De Drie Gezusters — grote koopvaarder, 157 lasten — schipper Cornelis Hillebrandsz. van Uyen — genoemd in 1769, 1770, 1771, 1773, 1774, 1779 en 1780. Het langdurige gebruik laat zien dat voormalige walviscommandeurs ook jaren achtereen in de gewone internationale koopvaart werkzaam bleven.
-
De Drie Naastbestaanden — koopvaarder, 163 lasten — schipper Cornelis Hillebrandsz. van Uyen — 1784, 1786 en 1787 — vanuit Amsterdam.
-
Jan en Anna Galey — koopvaarder, 68 lasten — schipper Jan Pietersz. Vlielander uit Den Helder, voormalig walvisvaartcommandeur — 1769–1770. Voer vanuit Amsterdam en Hamburg naar Livorno en Genua.
Nog een belangrijke scheepsgroep
Dezelfde bron bevestigt ook opnieuw:
- Voorzigtigheit — 70 lasten — Jacob Jansz. Mol — 1762.
- Jan Jacob — 106 lasten — Jacob Jansz. Mol — 1766–1768.
- St. Antonio — 90 lasten — Jacob Jansz. Mol — 1773, 1777 en 1780.
- La Guipuzioa — 110 lasten — Jacob Cornelisz. Root — 1752.
- De Gekroonde Valk — 70 lasten — Jacob Cornelisz. Root — 1761.
Die stonden al eerder in onze index en krijgen dus geen nieuw nummer.
Opvallende bronlaag 1798
De walvisvaarder De Vreede had in 1798 een monsterrol met 44 schepelingen plus de commandeur, dus 45 personen aan boord. De bemanning werd administratief onder neutrale domicilies geregistreerd — onder meer Oldenburg, Emden, de Wezer, Delmenhorst, Borkum, Föhr en Altona — omdat de Nederlandse walvisvaart in deze oorlogsjaren met neutrale papieren probeerde te varen.
Dezelfde bron vermeldt dat de Britten in 1798 uiteindelijk 29 Nederlandse walvisschepen buitmaakten. Dat betekent dat er in deze late oorlogsvloot nog een aanzienlijke groep scheepsnamen te reconstrueren valt.
Nieuwe stand: 183 scheepsvermeldingen. De volgende nieuwe scheepsnaam wordt 184.
Nagedacht gedurende 2m 36s
Afgeronde vervolglijst schepen — 184 t/m 236
Ik heb de overgebleven scheepsnamen uit de nu doorzochte bronlaag samengevoegd en tegelijk de gelijknamige schepen uit elkaar gehouden. Dit zijn dus werkidentiteiten: wanneer later bewezen wordt dat twee vermeldingen hetzelfde casco betreffen, kunnen ze worden samengevoegd. Zonder bewijs doe ik dat niet.
Walvisvaart en Groenlandvaart uit Zorgdrager
184. De Kruiskerk van Haarlem — Groenlandvaarder — commandeur Dirk Pietersz. van de Velde — 1675. Het schip lag bij Spitsbergen voor Smeerenburg en ving zes uitgeputte schipbreukelingen van commandeur Cornelis Claasz. Bille op. De chirurgijn aan boord behandelde mannen met ernstig bevroren voeten.
185. De Gortmolen — Groenlandvaarder — commandeur Cornelis Gerritsz. Ouwe Kees — 1676. Samen met twee andere walvisvaarders raakte het schip op 13 augustus in de Straat van Hinloopen door ijs volledig ingesloten en tegen de grond gedrukt.
186. De Hoop op de Walvisch — Groenlandvaarder — commandeur Cornelis Gerritsz. Jonge Kees, broer van Ouwe Kees — 1676. Het schip behoorde tot dezelfde drie schepen die in het ijs bij Spitsbergen vastliepen. Niet automatisch gelijkstellen aan latere schepen met namen als Hoop op de Walvischvangst.
187. De Vaandrager — Groenlandvaarder — commandeur Jan Dirksz. Veen — 1676. Derde schip uit het gezelschap van De Gortmolen en De Hoop op de Walvisch dat in de Straat van Hinloopen werd ingesloten.
188. De Eendragt — Groenlandvaarder — commandeur én voor een belangrijk deel reder Jan Dirksz. Veen. Hij had een buitengewoon rijke vangst van 22 walvissen aan boord en nam bovendien baleinen van ongeveer vijf andere walvissen over, waarna het schip door bewegend ijs ernstig werd overvallen. Deze identiteit blijft voorlopig apart van andere Eendragt-schepen.
189. De Karsseboom — Groenlandvaarder — genoemd in 1682. Een door commandeur Dirk Storm geschoten walvis liep vijftien lijnen uit en werd later dood aangetroffen vast aan De Karsseboom. De commandeur van dit schip wordt in het gevonden fragment niet genoemd.
190. De Vergulde Bykorf — Groenlandvaarder — door Cornelis Gijsbertsz. Zorgdrager zelf gevoerd in 1699. Hij zat die zomer langdurig in het ijs vast, samen met drie Franse schepen en één ander Hollands schip. Dit is een bijzonder sterke scheepskoppeling omdat Zorgdrager hier uit eigen ervaring schrijft.
Koopvaart en maritieme nevenvaart
191. Alida — koopvaarder — 43 lasten — schipper Adriaan Hendriksz. Bakker uit Den Helder — 1764–1766 — varend vanuit Amsterdam. Voorlopig een andere werkidentiteit dan de reeds opgenomen buis Alida en de latere Zaandamse Groenlandvaarder Alida.
192. Zeelust — koopvaarder — 50 lasten — Adriaan Hendriksz. Bakker — 1768–1769 — Amsterdam.
193. Johanna Francisca — koopvaarder — 88 lasten — Adriaan Hendriksz. Bakker — 1770–1776; onder meer ingezet vanuit Amsterdam op Cádiz.
194. Nieuw Schoteroog — koopvaarder — Adriaan Hendriksz. Bakker — 1780; ingezet op Sint-Eustatius. Bakker overleed op 2 september 1780 tijdens de thuisreis aan boord.
195. Magdalena — koopvaarder — 69 lasten — schipper Pieter Been uit Huisduinen — 1761–1762 — vanuit Amsterdam.
196. Jonkvrouwe Rachel — koopvaarder — 144 lasten — Pieter Been — 1766 — vanuit Amsterdam.
197. Portugaal — koopvaarder — 105 lasten — schipper Dirk Gerritsz. Broer uit Den Helder — 1778 — vanuit Amsterdam. Broer was daarnaast een ervaren walvisvaartcommandeur; hierdoor hoort het schip duidelijk in de nevenvaartlaag van ons walvisvaartnetwerk.
198. Fortuyn der Zee — koopvaarder — 95 lasten — schipper Pieter Cornelisz. Jongkees — 1778, 1779 en 1780 — Amsterdam.
199. Anna Elisabeth — koopvaarder — 140 lasten — schipper Cornelis Jansz. Jonker — 1741–1742 — vanuit Amsterdam.
200. Vrouwe Theodora — koopvaarder — 95 lasten — Cornelis Jansz. Jonker — 1746 — vanuit Amsterdam.
201. Menevia — koopvaarder — 141 lasten — schipper Jan Jonker — 1759 — Amsterdam.
202. Spion — koopvaarder — 60 lasten — Jan Jonker — 1761–1762.
203. Anna Elisabeth en Anna — fregat / koopvaarder — Jan Jonker — 1779 — vanuit Amsterdam naar Demerary. Niet verwarren met nr. 199 Anna Elisabeth.
204. Vrouwe Margaretha Geertruyda / Vrouwe Margaretha Geertruy — koopvaarder — 135 lasten. Adriaan Klaasz. Kleyn voerde Vrouwe Margaretha Geertruyda in 1765–1779; Aarjen Kneppel voer in 1780–1786 op Vrouwe Margaretha Geertruy, eveneens 135 lasten. De vrijwel identieke naam, gelijke grootte en direct aansluitende perioden maken één schip aannemelijk, maar niet bewezen. Daarom één voorlopige werkidentiteit met beide spellingen, niet een harde samenvoeging.
205. Juffr. Maria Hendrina — koopvaarder — 60 lasten — schipper Cornelis Pietersz. Koek uit Huisduinen — 1752 — vanuit Amsterdam.
206. Dageraad — koopvaarder — 119 lasten — schipper Cornelis Crabbedam — 1745, 1746 en 1747.
207. Rijnsburg — koopvaarder — 91 lasten — Cornelis Crabbedam — 1750–1751.
208. Vrijheid — koopvaarder — 110 lasten — schipper Jan Thijsz. Nijps — 1742.
209. St. Pedro — koopvaarder — 70 lasten — Jan Thijsz. Nijps — 1743.
210. Juliana — koopvaarder — 120 lasten — Jan Thijsz. Nijps — 1752, 1753 en 1754.
211. Garmaanse Welvaaren — koopvaarder — 142 lasten — Jan Thijsz. Nijps — 1756.
212. Vrouwe Catharina — koopvaarder — 78 lasten — Jan Thijsz. Nijps — 1762–1765 — vanuit Amsterdam, onder meer naar Ancona en Triëst. Dit kan vanwege het verschil in tonnage niet zonder meer worden vereenzelvigd met de andere Vrouwe Catharina’s.
213. Vrouwe Elisabeth Maria — koopvaarder — 110 lasten — schipper Cornelis Jansz. Pauw — 1772.
214. Fortuyn — koopvaarder — 81 lasten — schipper Cornelis Jansz. Peper — 1769–1770. Niet verwarren met Fortuyn der Zee.
215. Zaanstroom — koopvaarder — 81 lasten — Cornelis Jansz. Peper — 1772, 1773, 1774, 1776 en 1778. De naam is voor het Zaanse netwerk bijzonder relevant.
216. Vrouwe Catharina — koopvaarder — 177 lasten — Cornelis Jansz. Peper — 1779, 1780, 1784 en 1786. Het schip is aantoonbaar veel groter dan de 78-lasten Vrouwe Catharina van nr. 212.
217. De Jonge Nicolaas — koopvaarder — schipper Cornelis Jansz. Peper — 1782. In dat jaar voer Peper voor Zaanse rekening op Curaçao. Daardoor is dit één van de interessantste aanvullingen voor de verbinding tussen Zaanse kapitaalverschaffers en de Atlantische koopvaart.
218. Karei Wilhelm en Maria Christina — koopvaarder — 64 lasten — schipper Dirk Jansz. Peper uit ’t Zand — 1761, 1763 en 1764.
219. Vrouwe Geertruyd — koopvaarder — 64 lasten — Dirk Jansz. Peper — 1765 en 1767.
220. Dolphijn — koopvaarder — 84 lasten — Dirk Jansz. Peper — 1769–1770.
221. De Gouden Eendracht — koopvaarder — 100 lasten — Dirk Jansz. Peper — 1775.
222. Eendracht — koopvaarder — 104 lasten — Dirk Jansz. Peper — 1776, 1777, 1778 en 1779. Peper bleef in 1779 op Sint-Eustatius achter en keerde later terug. Dit schip is niet hetzelfde verklaard als de zeventiende-eeuwse Groenlandvaarder De Eendragt onder Jan Dirksz. Veen.
223. Josephus — pinkschip / koopvaarder — schipper Volkert Cornelisz. Prins — 1785.
224. Zeepost — koopvaarder — 57 lasten — schipper Pieter Symonsz. Rijkers — 1751. Er bestaat al een Zeepost in onze lijst die in 1763 als Straat-Davisvaarder in een Oostzaanse context voorkomt. Of dit hetzelfde casco was, is niet bewezen; daarom voorlopig afzonderlijk registreren.
225. St. Paulus — koopvaarder — 55 lasten — Pieter Symonsz. Rijkers — 1766; vanuit Amsterdam naar de Middellandse Zee. Rijkers overleed in de nacht van 23 op 24 september 1768 te Málaga.
226. Juffrouw Catharina — koopvaarder — 80 lasten — schipper Dirk Sijmonsz. Schoon uit Huisduinen — 1765 en 1769, onder meer naar Valencia en andere Middellandse-Zeehavens. Niet automatisch gelijk aan de reeds bekende walvisvaarder Juffrouw Catharina.
VOC-schepen binnen hetzelfde personeelsnetwerk
227. Lands Welvaaren — Oost-Indiëvaarder, Kamer Amsterdam — 1772 — Dirk Sijmonsz. Schoon voer hierop als opperstuurman. Dit is niet automatisch hetzelfde schip als de verschillende walvisvaarders ’s Lands Welvaren.
228. Compagnies Welvaaren — Oost-Indiëvaarder — Kamer Amsterdam — Dirk Sijmonsz. Schoon als schipper, 1776, bestemming de Oost.
229. Vrouwe Johanna Margaretha — Oost-Indiëvaarder — Kamer Amsterdam — Dirk Sijmonsz. Schoon als schipper — 1778 naar de Oost.
Nog meer koopvaarders uit dezelfde Helderse maritieme laag
230. Paulus Galey — koopvaarder — 78 lasten — schipper IJsbrand Pietersz. Grooff uit Huisduinen — genoemd in 1753, 1758, 1760, 1762 en 1763.
231. Zeenimph — koopvaarder — 75 lasten — IJsbrand Pietersz. Grooff — 1765, 1766 en 1777; in 1766 en 1777 onder meer vanuit Amsterdam naar Lissabon.
232. Nepthunus — koopvaarder — 107 lasten — IJsbrand Pietersz. Grooff — 1778 en 1780.
233. Jacoba Geertruyda — Surinamevaarder — Adriaan Pietersz. Jongkees was in 1750 stuurman op dit schip en werd later schipper op hetzelfde schip, tot zijn overlijden aan boord in 1764 tijdens een Surinamereis. De bron merkt op dat het schip mogelijk niet vanuit Amsterdam maar vanuit Zeeland voer.
Marine- en oorlogsschepen
234. Expeditie — oorlogsfregat — kapitein Simon Dekker — 1784 — op de rede van Texel. Dit is nadrukkelijk een andere scheepsidentiteit dan de eerder opgenomen Hoornse walvis-/robbenvaarder De Expeditie uit 1759.
235. Medemblik — ’s Lands schip — kapitein Simon Dekker — 1794 — eveneens op de rede van Texel.
236. Admiraal de Vries — ’s Lands oorlogsschip — in de tabel gekoppeld aan Cornelis Strop, die er als kapitein ter zee wordt vermeld; aktedatum 2 augustus 1796. De tabelopmaak is deels door OCR beschadigd, daarom houd ik alleen deze expliciet leesbare koppeling vast en vul ik geen scheepstype, bewapening of tonnage in.
Aanvullingen en correcties op de bestaande scheepslijst
Bij De Goede Hoop, al eerder opgenomen als nr. 116, kan nu worden toegevoegd: 47 lasten, schipper Aarjen Jansz. Spijker, 1758, vanuit Amsterdam. Het betreft koopvaart; dus niet automatisch vereenzelvigen met gelijknamige walvisvaarders.
Bij Alida moeten voortaan minstens drie afzonderlijke werkidentiteiten naast elkaar blijven staan: de eerder gevonden buis waarvan Klaas Leest een aandeel bezat; de 43-lasten koopvaarder van Adriaan Bakker uit 1764–1766; en de Zaandamse Groenlandvaarder onder Cornelis Jansz. Klorn in 1802–1803. Alleen een eigendomsakte, maatvoering of opeenvolgende transportakte kan bewijzen dat twee daarvan hetzelfde casco waren.
Bij Vrouwe Catharina is het onderscheid nog belangrijker. We hebben nu een schip van 78 lasten onder Jan Nijps in 1762–1765, een schip van 177 lasten onder Cornelis Peper in 1779–1786, én de eerder gevonden grote Zaanse fluit die in 1779 gebouwd en in 1782 naar Oostende verkocht werd. De 78- en 177-lasten schepen zijn zeker niet identiek; ook de verhouding tussen de 177-lasten koopvaarder en de in 1782 verkochte fluit blijft vooralsnog onbewezen.
Bij Expeditie moeten eveneens twee schepen strikt worden gescheiden: de oudere walvis-/robbenvaartcontext en het oorlogsfregat Expeditie waarop Simon Dekker in 1784 kapitein was.
Bij De Bijkorf / Vergulde Bykorf moeten de verschillende perioden voorlopig naast elkaar blijven staan. Zorgdragers Vergulde Bykorf is expliciet zijn schip in 1699; de veel latere D’Byekorf onder Jan Springer behoort tot een andere vaarfase en waarschijnlijk een ander schip.
Bij Eendragt/Eendracht hebben we nu meerdere onderscheiden schepen: de Groenlandvaarder van Jan Dirksz. Veen met 22 walvissen; de achttiende-eeuwse 104-lasten koopvaarder van Dirk Peper; en daarnaast eerdere gelijknamige vermeldingen in onze lijst. Zij blijven apart totdat een doorlopende eigendomsgeschiedenis anders bewijst.
Schepen die ik bewust nog géén nummer geef
Er blijven een aantal reële scheepsvermeldingen zonder leesbare naam over. Commandeur Parshout ving schipbreukelingen op, maar Zorgdrager noemt in het gevonden fragment zijn scheepsnaam niet. Hetzelfde geldt voor het schip van Jan Kaar, dat Jacob Dieukes en zijn mensen redde, en het schip uit Staveren waarop mannen van Cornelis Bille tijdelijk werden opgenomen. Zij horen als naamloze scheepsgebeurtenissen in de database, maar niet in de genummerde namenlijst.
Ook Adriaan Gilius, Symon Lourensz. Riekels en Jacobus Pietersz. Slot worden als koopvaardijschippers aangetroffen zonder dat in het huidige fragment een bijbehorende scheepsnaam wordt gegeven. Die koppelingen laat ik dus open.
Stand van de complete werkindex
Met deze aanvullingen loopt de genummerde werkindex nu tot 236 scheepsidentiteiten of afzonderlijk te behandelen scheepsvermeldingen.
Daarbinnen zitten nu vier duidelijk onderscheiden lagen: Groenland- en Straat-Davisvaarders, koopvaarders uit hetzelfde commandeurs- en bemanningsnetwerk, VOC-schepen, en marine-/oorlogsschepen. Dat is belangrijk, want anders zouden bijvoorbeeld Lands Welvaaren, Expeditie, Alida, Eendracht en Vrouwe Catharina ten onrechte tot één schip worden samengevoegd.