Dit hoofdstuk volgt de voorgeschiedenis en opkomst van de Zaanse walvisvaart van 1519 tot 1642. Van gestrande walvissen en de reizen van Willem Barentsz. voert het verhaal naar Spitsbergen, Smeerenburg en de Noordsche Compagnie. Zaanse schippers, schepen en ambachtslieden worden steeds zichtbaarder, tot in 1642 de vrije walvisvaart begint.
In Zaandam groeide een ongekende wereld van scheepswerven, houtzaagmolens en ambachtslieden. Hier werden schepen gebouwd, versterkt en uitgerust voor gevaarlijke reizen naar de poolzee. Werfbazen, timmerlieden, kuipers, smeden en touwslagers verbonden de Zaanse scheepsbouw rechtstreeks met de Nederlandse walvisvaart naar Spitsbergen, Groenland en de Davisstraat.