Edam

Edam ligt in Noord-Holland, in de gemeente Edam-Volendam, aan de rand van de Zeevang en dicht bij de vroegere Zuiderzee. De stad hoort historisch bij Waterland en Laag Holland. Edam ontstond bij het veenriviertje de IJe, ook Ye of Ee genoemd. De naam verwijst waarschijnlijk naar een dam in die IJe: Ydam, IJedam, later Edam.

  1. Geologische basis / ondergrond

De ondergrond van Edam bestaat uit veen, klei en waterafzettingen. Het gebied maakte deel uit van het grote West-Nederlandse veenlandschap. Door ontginning, ontwatering, inklinking en oxidatie daalde het maaiveld sterk. Bij archeologisch onderzoek aan de Breestraat werd pas op ongeveer 4,70 meter onder straatniveau de natuurlijke veenlaag bereikt. Daarboven lagen eeuwen ophoging met veen, klei, mest, afval, hout, leer en dierbotten.

  1. Landschap en water

Edam lag in een nat veenlandschap van sloten, vaarten, dijken, meren en polders. De IJe was de oorspronkelijke waterloop. Voor 1357 moesten schepen via deze smalle en bochtige route naar de Zuiderzee. In 1357 kreeg Edam toestemming om een nieuwe haven naar zee te graven: de Voorhaven en het Oorgat. Water bracht handel en rijkdom, maar ook gevaar. Daarom zijn dijken, sluizen, wallen, grachten en poorten onlosmakelijk met Edam verbonden.

  1. Prehistorie

Voor Edam zelf zijn geen duidelijke prehistorische nederzettingssporen bekend. Het landschap bestond uit nat veen, moeraszones, kreken en klei-afzettingen. De prehistorie van Edam is daarom vooral landschappelijk zichtbaar: een langzaam veranderend gebied waarin veenvorming, waterlopen en natuurlijke ophogingen het decor vormden voor latere bewoning. Archeologische kennis over deze periode komt vooral uit de bredere regio Waterland en Zeevang.

  1. Romeinse tijd

Ook uit de Romeinse tijd zijn in Edam zelf nauwelijks bewoningssporen bekend. Het landschap bestond vermoedelijk uit een nat veengebied met waterlopen, rietlanden en moeilijk begaanbare zones. Waar elders in Noord-Holland Romeinse vondsten zijn gedaan, blijft Edam vooral een archeologische lacune. Juist die afwezigheid vertelt iets: het latere stadsgebied was waarschijnlijk nog te nat en instabiel voor blijvende bewoning.

  1. Vroege middeleeuwen

In de vroege middeleeuwen bleef het gebied rond Edam grotendeels een veenlandschap waarin water de structuur bepaalde. De IJe vormde een natuurlijke route door het landschap. Tegen het einde van deze periode begonnen eerste ontginningen in de Zeevang en Waterlandse veengebieden. Bewoning zal kleinschalig zijn geweest op iets hogere of drogere delen, maar harde archeologische aanwijzingen voor een nederzetting in Edam zelf blijven beperkt.