Sijbekarspel — waar de school het dorp bij elkaar hield
Het lint tussen Benningbroek en Gouwe
Sijbekarspel hoort bij het binnenland van dorpen, linten en wouden. Het dorp lag niet als haven aan groot water, maar als lang West-Fries lint tussen Benningbroek en Gouwe. De bestaansreden lag in hogere, bruikbare grond: een oude kreekrug, ontgonnen land, sloten, erven, kerkgrond, een dorpsweg en later een school die de kinderen van het lint bij elkaar bracht.
De kerk op de oude hoogte
De kerk stond op een terp, op een oude kreekrug. Daar gaf het natte land genoeg houvast om te bouwen, te begraven en samen te komen. In de muren bleef de oude laag van een twaalfde-eeuwse tufstenen kerk bewaard. Boven de westgevel stond de dakruiter met de klok van L. Brinckhuyzen uit 1682. Het torenuurwerk van omstreeks 1750 gaf de tijd een ritme boven het dorp.
Vanaf 1604 stond Hendrik Jarichsen er als predikant. Zijn naam klonk tot 1634 bij preek, doop, huwelijk en graf.
Stede Sijbekarspel: bestuur in een dorpslint
Op 2 februari 1414 kregen Sijbekarspel en Benningbroek samen stadsrecht als Stede Sijbekarspel. Dat was geen stad met muren en poorten, maar een plattelandsstede met rechtspraak.
De schout, baljuw of officier liet mensen oproepen. Schepenen luisterden naar verklaringen over schuld, land, pacht, bezit of ruzie. De secretaris schreef namen op. Achter het stille lint lagen akten, boetes, erfenissen, verplichtingen en vonnissen.
Het stedehuis en het raadhuis
Die bestuurslijn kreeg later een gebouw aan de Westerstraat. Het raadhuis op Westerstraat 95 werd rond 1860 gebouwd en verving een ouder stedehuis uit 1731. Daar lagen rekeningen, schoolkosten, grondzaken en dorpsbesluiten op tafel.
De lijn liep van schout en schepenen naar raad en secretaris. Juist daar werd later besloten over de school: over grond, begrotingen, verbouwingen, sluiting en heropening.
De Westerstraat als erfgoedlint
De Westerstraat is niet zomaar een weg. Zij draagt het dorp als een rij zichtbare sporen. Sijbekarspel telt meerdere rijksmonumenten langs dit lint. Westerstraat 6, een dwars woonhuis uit circa 1850 met hoog schilddak en Friese pannen, houdt de negentiende-eeuwse woonlaag vast.
Westerstraat 8, een stolphoeve met gevelsteen uit 1839, symmetrische voorgevel en klokvormige houten geveltop, bewaart het agrarische dorp. Achter zulke gevels lagen vee, hooi, erf, sloot, schuur en familiebezit.
Ook complexen als Zorg en Hoop aan Westerstraat 11 geven het lint meer gewicht. Daar wordt Sijbekarspel niet alleen schooldorp, maar ook boerendorp, woondorp en erfgoeddorp.
De oude school bij de kerk
Toch blijft de school het sterkste venster op Sijbekarspel.
De oude school stond vóór of bij de kerk. Kerk, schoolmeester en gemeenschap hoorden bij elkaar. De meester kon lezen, schrijven en rekenen. Hij stond tussen ouders, kinderen, kerk en bestuur in. In een dorp waar veel kennis via erf, stal, sloot en akker werd doorgegeven, gaf schriftelijke kennis aanzien.
De grondruil van 1873
In de negentiende eeuw begon de oude school te knellen. In 1852 werd zij nog verbouwd, maar de eisen aan onderwijs werden hoger. Toen Benningbroek in 1862 een nieuwe school kreeg, kon Sijbekarspel niet achterblijven.
Voor uitbreiding bij de kerk was grond nodig van de Hervormde Kerk. Daarna keek men naar grond van veehouder Teunis Sneeboer, tegenover het huis van raadslid Jan Visser. Sneeboer vroeg ƒ 1860 voor ongeveer 1425 vierkante meter.
Gerrit Joffer uit Hoorn, oud-hoofdonderwijzer van Sijbekarspel, bracht de oplossing. Hij stelde een grondruil voor. De gemeente ruilde de oude schoolgrond voor grond van Joffer en kocht extra grond van de Nederlands Hervormde Kerk. Op 27 september 1873 werd de ruil vastgelegd bij notaris C. Donker in Benningbroek.
Westerstraat 41: de nieuwe school
De nieuwe school aan Westerstraat 41 werd in 1873 gebouwd als tweeklassige gangschool met onderwijzerswoning. A.F. van Wijngaarden, stadsarchitect uit Medemblik, leverde de plannen. Ook metselaar Jan Kistemaker had tekeningen ingediend.
Op 24 maart 1873 vond de aanbesteding plaats. Aannemer Jan Pijl schreef met ƒ 9850 het laagst in. De totale begroting bedroeg ƒ 12.100. Half november 1873 stonden school en woning er. Op 5 januari 1874 werd de school ingewijd.
Achttien flessen rode wijn, 190 krentenbroodjes en 190 jodekoeken kwamen op tafel. Buiten lag de winter over het lint. Binnen stonden kinderen, ouders, bestuurders en onderwijzers in een gebouw dat nog rook naar hout, kalk en verf.
Meester Stuurman en de boomgaard
Voor hoofdonderwijzer C. Stuurman was de verhuizing dubbel. Hij kreeg een nieuwe school, maar verloor de boomgaard achter de oude onderwijzerswoning bij de kerk. De gemeenteraad vond dat de nieuwe grond genoeg mogelijkheden bood voor tuinbouw.
De meester was niet alleen onderwijzer. Hij woonde bij de school, gebruikte grond, hield tuin, leefde met zijn gezin naast het lokaal en droeg het dorpsonderwijs dagelijks op zijn erf.
De barometer van C. Donker
In 1878 schonk notaris C. Donker, ook dijkgraaf van de Vier Noorder Koggen, aan de dorpen van dat ambacht een barometer. In Sijbekarspel werd die aan de onderwijzerswoning bevestigd.
Boeren liepen erlangs. Kinderen zagen de wijzer. De meester kon de luchtdruk aanwijzen. In een dorp van sloten, weilanden, regen, wind en dijklasten hing de kennis van het weer letterlijk aan de muur van de schoolwoning.
Schoolbezoek, plein en hygiëne
Rond 1897 werd geregeld schoolbezoek sterker bewaakt. Kinderen met weinig verzuim kregen jaarlijks een reisje. Gymnastiek werd verplicht, maar de ruimte ontbrak. De gemeente vroeg uitstel.
In 1898 nam meester Stuurman na 39 jaar afscheid. Sikke Hoekstra volgde hem op met een salaris van ƒ 930 per jaar. In 1899 werden huis, school en hek geverfd. Oude deuren werden dichtgemetseld.
Het plein, eerst met grind bedekt, werd later gedeeltelijk bestraat met oude stenen uit de dorpsweg, omdat het steeds vuil bleef. Kinderen liepen voortaan over stenen waar eerder wagens, klompen en paarden overheen waren gegaan.
In 1907 kwam de gezondheidscommissie uit Hoorn kijken. Kapstokken kregen nummers. Vloeren werden behandeld met stofwerende olie. De privaten kwamen onder controle. Een wasgelegenheid kwam er niet.
Schuurtje, pompje en schoolwoning
In 1911 werd het oude houten schuurtje vervangen door een groter stenen schuurtje. Timmerman K. Leeuw tekende; metselaar Kistemaker werkte mee.
In 1912 kreeg meester Hoekstra een pompje in de keuken om water uit de bak te pompen. Achter het lokaal lag het huishouden van de meester: koken, wassen, stoken, water halen, tuin onderhouden.
Het derde lokaal en de kolfbaan
In 1916 kwam de vraag of Sijbekarspel en Benningbroek samen één nieuwe school moesten krijgen. Benningbroek wilde niet. De raad koos met zes tegen één voor uitbreiding van de school in Sijbekarspel.
S. Kistemaker en K. Leeuw kregen het werk voor ƒ 18.220. Omdat de bouw duurder uitviel dan begroot, moest de financiering worden aangepast. In 1917 werd gebouwd.
Tijdens de bouw verhuisden de lessen tijdelijk naar de kolfbaan van café C. Schagen, voor ƒ 10 per week. Schagen moest zorgen dat de kachel brandde; de gemeente leverde de brandstof.
Kolf was een oude Hollandse sport met bal en kolfstok, vaak gespeeld bij een herberg. In zo’n kolfbaan kwamen dorpsbewoners bijeen, werden wedstrijden gespeeld, nieuwtjes uitgewisseld en afspraken gemaakt. In 1917 stonden er schoolbanken. Waar anders de kolfbal rolde, zaten kinderen met lei, schrift en boek.
De Weere en de schoolstrijd
In 1928 opende in De Weere een rooms-katholieke school. De openbare school van Sijbekarspel verloor ongeveer de helft van haar leerlingen.
De schoolstrijd kwam hier niet als groot politiek woord binnen, maar als lege banken. Kinderen liepen een andere route. Ouders kozen langs geloofslijnen. De openbare school bleef staan, maar haar stem werd kleiner.
Sluiting en terugkeer
In 1934 werd de school gesloten. De 48 leerlingen moesten naar Benningbroek. Het plein werd stil. De kapstokken bleven leeg.
De gemeenteraad bleef aandringen op heropening. In 1937 lukte dat. De school werd opgeknapt, kreeg centrale verwarming en nieuwe leermiddelen. Op 4 oktober 1937 ging de deur officieel weer open. J. van Essen werd het eerste hoofd van de heropende school.
Oorlogswinter
In de winter van 1944-1945 was er te weinig brandstof. Meester Van Essen gaf les bij leerlingen thuis. Het onderwijs verspreidde zich door woonkamers, langs tafels waar ook gegeten, genaaid en gewacht werd.
Aan het einde van de oorlog werden Duitse militairen in de school ondergebracht. Het gebouw van kinderen en letters kreeg laarzen, bevelen en bezetting over de vloer.
Na 5 mei 1945 keerde het gewone schoolleven terug. J. Slooten volgde Van Essen in 1947 op.
Het einde van de dorpsschool
De vraag bleef of een kleine dorpsschool kon blijven bestaan. In 1970 werd de school definitief opgeheven. De kinderen gingen naar Benningbroek. In 1974 kwam er één nieuwe school voor de gemeente.
De schoolbel zweeg aan de Westerstraat. Geen reisjes meer vanuit dit gebouw, geen jassen aan genummerde kapstokken, geen meester die de deur opende.
Atelier en galerie Linders
Toch bleef het gebouw leven. In 1971 betrokken Jan en Leentje Linders het schoolhuis. Aan Westerstraat 43 groeide het oude schoolcomplex uit tot atelier en galerie.
Waar kinderen ooit letters en cijfers leerden, kwamen materieschilderijen, kleuretsen, papier, verf en aandacht. De school verloor haar banken, maar niet haar functie als plaats waar ogen werden geoefend.
Wat Sijbekarspel vasthield
Sijbekarspel draagt zijn geschiedenis niet in één groot monument, maar in een lint van plekken. De kerk op de kreekrug bewaart de oudste grond. De dakruiter en klok dragen de tijd over de Westerstraat. Het raadhuis bewaart de lijn van stede naar gemeente. De stolpen, woonhuizen en Zorg en Hoop houden het boerenland vast. De school aan Westerstraat 41 draagt kinderen, grondruil, barometer, kolfbaan, De Weere, oorlogswinter en atelier.
Aan het einde blijft de Westerstraat over. Bij de kerk klinkt de klok. In het raadhuis ligt een rekening op tafel. Op het schoolplein liggen oude wegstenen onder kindervoeten. Aan de onderwijzerswoning wijst de barometer naar ander weer. In de kolfbaan van Schagen brandt de kachel voor een klas. Later sluit de schooldeur, en gaat zij weer open voor verf, etsnaald en kleur.